A-cyclus feest van de Heilige Drie-eenheid

 ZONDAG 7 juni 2020

  • Eerste lezing: Exodus 34,4b-6.8-9
  • Tweede lezing: 2 Korintiërs 13,11-13
  • Evangelielezing: Johannes 3,16-18
  • Ingesproken lezingen
  • Commentaar: Een levengevende relatie

 

 

exodus 34, 4b-6.8-9

Uit het boek Exodus

  

In die dagen besteeg Mozes 's morgens vroeg de Sinaï,
zoals de Heer hem bevolen had.
De twee stenen platen nam hij mee.
De Heer daalde neer in een wolk, kwam bij hem staan
en riep de naam van de Heer uit.
De Heer ging hem voorbij en riep: "De Heer!
De Heer is een barmhartige en medelijdende God, groot in liefde en trouw."
Onmiddellijk viel Mozes op zijn knieën en boog zich neer.
Toen sprak hij: "Och Heer, wees zo goed en trek met ons mee.
Dit volk is wel halsstarrig, maar vergeef toch onze misdaden en zonden,
en beschouw ons als uw eigen bezit."

 


2 Korintiërs 13,11-13

Uit de tweede brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Korinte

De hoop wordt niet teleurgesteld,  want Gods liefde is in ons hart uitgestort  door de heilige Geest die ons werd geschonken

 

Broeders en zusters,
Laat alles weer goed komen,
neem mijn vermaning ter harte,
wees eensgezind,
bewaar de vrede,
en de God van liefde en vrede zal met u zijn.
Groet elkander met de heilige kus.
U groeten al de heiligen.
De genade van de Heer Jezus Christus,
de liefde van God
en de gemeenschap van de heilige Geest zij met u allen. Amen.

 

 

Johannes 3, 16-18

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes

 

Wanneer Hij echter komt, de Geest der waarheid,  zal Hij u tot de volle waarheid brengen;

 

In die tijd zei Jezus tot Nikodemus:
"Zozeer heeft God de wereld liefgehad,
dat Hij zijn eniggeboren Zoon heeft gegeven,
opdat al wie in Hem gelooft, niet verloren zal gaan,
maar eeuwig leven zal hebben.
God heeft zijn Zoon niet naar de wereld gezonden
om de wereld te oordelen,
maar opdat de wereld door Hem zou worden gered.
Wie in Hem gelooft, wordt niet geoordeeld,
maar wie niet gelooft, is al veroordeeld
omdat hij niet heeft geloofd
in de Naam van de eniggeboren Zoon van God."

PDF-bestand van deze lezingen

 

Ingesproken lezingen

 

 

Commentaar

Jean Bastiaens

Een levengevende relatie

Na Pinksteren begint, in de liturgie, de gewone tijd door het jaar. De witte gewaden kleuren weer groen. We hebben in meer dan negentig dagen de grote geloofsmysteries van uittocht, doortocht en intocht gevierd. De uittocht ondernamen we in de veertigdagentijd, de doortocht in de Goede Week, en de intocht tijdens het paasfeest en de feestelijke tijd daarna, tot aan Pinksteren toe. Nu we dit alles weer doorleefd hebben, zijn we toegerust om de Naam van god in het concrete leven van elke dag te heiligen. Zijn Naam is en blijft: JHWH, dat wil zeggen: Ik-zal-bij-jullie-zijn. En dat is precies ook de belofte die Jezus aan zijn leerlingen deed, vlak voor zijn hemelvaart: 'Ga dus op weg en maak alle volken tot mijn leerlingen. Ik ben met jullie, alle dagen, tot aan de voltooiing van de wereld.' (Matteüs 28,19-20) Die solidaire aanwezigheid krijgt vorm in de werkzaamheid van de heilige Geest. We zijn niet als wezen achtergebleven sinds de hemelvaart van Jezus. Integendeel, zijn hemelvaart was nodig om de Helper te kunnen sturen die ons in alles zal bijstaan. We kunnen dus vol goede moed dat gewone leven van elke dag tegemoet treden, want het is de kunst om juist aan het gewone de glans van zijn presentie te verlenen.

De liturgie wil ons toch nog een duwtje geven in de richting van dat gewone leven, en dat met het feest van de heilige Drie-eenheid. Want dit feest gaat over het wezen van ons christelijk geloof: wie gelovig wil leven, leeft altijd in relatie, in gemeenschap. De gelovige mens is niet op zichzelf aangewezen, op zijn eigen eenzaamheid, zijn eigen beperkingen, zijn eigen falen. De gelovige mens leeft van het besef dat hij/zij zich ontwikkelt door zich te verhouden tot anderen, aangewezen op de Andere. We leven als gelovigen steeds in een ik-jij relatie, en dat in talloze variëteiten. Zonder dat fundamenteel 'in relatie' leven, zouden we verschrompelen, onze leefwereld zou zich verengen en we zouden eenzaam en verlaten zijn. De heilige Drie-eenheid is het teken bij uitstek van dit leven 'in relatie', en komt prachtig tot uitdrukking in de openingszin van de liturgie, ontleend aan de tweede lezing van deze zondag: 'De genade van de Heer Jezus Christus, de liefde van god en de gemeenschap van de heilige Geest zij met u allen.'

Over die 'liefde van god' gaat het dan in de eerste lezing. Het raakt aan het eigen Godsbeeld dat zo kenmerkend is voor jodendom en christendom: god is geen abstract 'idee', geen 'hypothese', geen door onszelf gemaakt beeld (en dus geen afgod). Nee, god is de Schepper van al wat leeft, de Bron van elk leven, en Hij is de Heer van de geschiedenis. Zijn Naam is daarom niet zozeer 'de Zijnde', als wel: ik-zal-er-zijn. Het verhaal van Mozes en het volk in de woestijn helpt ons om deze Naam aanschouwelijk te maken. god heeft Abraham en de twaalf stammen van Jakob aangenomen als zijn volk. Hij is met hen op weg gegaan. Hij heeft hen bevrijd uit onderdrukking en slavernij, en op weg gezet naar een land waar het goed wonen is. Hij heeft het volk verdragen, ook toen het wanhoop- te omdat Mozes te lang wegbleef en de stem van god onhoorbaar bleef. De aanbidding van een gouden stierkalf betekende een zware vertrouwenscrisis, maar de breuk was niet onherstelbaar. Want, zo horen we god tegen Mozes zeggen: 'De heer is een barmhartige en medelijdende god, groot in liefde en trouw.' god wil onze zonden vergeven. Wanneer wij ons van Hem afkeren en afgoden nalopen – goud en zilver en allerhande levenloze dingen – komt Hij ons tegemoet om ons te genezen van deze zelfverminking.

Het wezen van de liefde is creativiteit, beweging, erop uit trekken om de ander te ontmoeten. Daarom worden wij, als gelovigen, naar de wereld gezonden – die gewone, alledaagse, maar ook zo barbaarse en intrigerende wereld. Wij lijken daarin op Jezus, want zo wordt het ons te horen gegeven in de evangelielezing: 'god heeft zijn Zoon naar de wereld gezonden, niet om de wereld te oordelen, maar opdat de wereld door Hem zou worden gered.' Dat is de kern- zin uit het evangelie van deze zondag. Om die kernzin heen staan twee andere zinnen die zich verhouden als A en A': er zijn mensen die geloven in deze god (A), en er zijn mensen die niet in Hem willen geloven (A'). Het woord 'geloven' heeft hier de grondbetekenis van 'vertrouwen'. Wie in god gelooft, die vertrouwt erop dat deze wereld niet verloren kan gaan, omdat zij in goede handen is. Het onderpand van dit vertrouwen is Jezus, die naar deze wereld gezonden is om redding en bevrijding te brengen. Wie in Jezus gelooft, beaamt daarmee de diepgaande betrokkenheid van god op deze wereld. Wie Jezus afwijst, kan blijkbaar niet aannemen dat juist in Hem god op unieke wijze aanwezig is. Ons geloof en ons vertrouwen mag een teken zijn, een getuigenis van de liefde van god voor al wie deze wereld bewonen.

volg ons

over deze blog

Deze blog gaat op zoek naar de betekenis van Bijbelteksten.

In onze artikels wijzen we vaak de weg naar meer informatie die te vinden is in het Bijbelhuis.

Hier leest u ook artikels over onze bijzondere programmatie of evenementen.

Breng deze pagina regelmatig een bezoekje. Je vindt hier geregeld nieuwe teksten.

Jean Bastiaens, directeur van Bijbelhuis Zevenkerken.