B-cyclus Feest van Christus Koning

ZONDAG 25 NOVEMBER 2018

 

  • Eerste lezing: Daniël 7,13-14
  • Tweede lezing: Apocalyps 1,5-8
  • Evangelie lezing: Johannes 18,33b-37
  • Ingesproken lezingen
  • Commentaar: Een tegendraads koningschap

 

 

Daniël 7,13-14

Eerste lezing uit de profeet Daniël

 

Zijn heerschappij is een eeuwige heerschappij die nooit vergaat  zijn koninkrijk gaat nooit ten gronde

 

In die tijd nam Daniël het woord en zei:
"In mijn nachtelijk visioen zag ik met de wolken des hemels iemand aankomen
die op een mens geleek.
Hij ging naar de Hoogbejaarde en werd voor hem geleid.
Toen werd hem heerschappij gegeven, luister en koninklijke macht;
alle volken, stammen en talen brachten hem hun hulde.
Zijn heerschappij is een eeuwige heerschappij die nooit vergaat
zijn koninkrijk gaat nooit ten gronde."

 

 

Apokalyps 1,5-8

Tweede lezing uit het boek Openbaring van de heilige apostel Johannes

 

Ik ben de Alfa en de Omega

 

Broeders en zusters,

Genade zij u van Jezus Christus, de getrouwe getuige,
de eerstgeborene van de doden
en de vorst van de koningen der aarde.
Aan Hem die ons liefheeft,
en die ons van de zonden heeft verlost door zijn bloed,
die ons gemaakt heeft tot een koninkrijk van priesters
voor zijn God en Vader, -
Hem zij de heerlijkheid en de macht in de eeuwen der eeuwen! Amen.
Zie, Hij komt met de wolken
en elk oog zal Hem aanschouwen,
ook zij die Hem doorstoken hebben;
en alle stammen der aarde zullen over Hem weeklagen.
Ja, Amen!
"Ik ben de Alfa en de Omega,
- zegt God de Heer -
Hij die is en die was en die komt,
de Albeheerser."

 


Johannes 18,33b-37

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes

 

Al wie uit de waarheid is luistert naar mijn stem

 

In die tijd riep Pilatus Jezus bij zich en zei tot Hem:
"Zijt Gij de koning der Joden?"
Jezus antwoordde hem:
"Zegt gij dit uit uzelf
of hebben anderen u over Mij gesproken?"
Pilatus gaf ten antwoord:
"Ben ik soms een Jood?
Uw eigen volk en de hogepriesters
hebben U aan mij overgeleverd.
Wat hebt Gij gedaan?"
Jezus antwoordde:
"Mijn koningschap is niet van deze wereld.
Zou mijn koningschap van deze wereld zijn
dan zouden mijn dienaars er wel voor gestreden hebben
dat Ik niet aan de Joden werd uitgeleverd.
Mijn koningschap is evenwel niet van hier."
Pilatus hernam:
"Gij zijt dus toch koning?"
Jezus antwoordde:
"Ja, koning ben Ik.
Hiertoe werd Ik geboren en hiertoe ben Ik in de wereld gekomen
om getuigenis af te leggen van de waarheid.
Al wie uit de waarheid is luistert naar mijn stem."

PDF-bestand van deze lezingen

 

Ingesproken lezingen

 

 

Commentaar

Jean Bastiaens

Een tegendraads koningschap


We zijn aanbeland bij de laatste zondag van het kerkelijk jaar. Gewoonlijk spreken we over het feest van Christus Koning – en daar kleeft toch altijd een wat vreemde, triomfalistische en gedateerde bijklank aan. Pontius Pilatus kan er ook niet goed aan uit: is Jezus nu wel of niet een koning, dat wil zeggen 'koning van de Joden'? Jezus ontglipt hem. En Jezus ontglipt ook ons beeld van koningschap.
Wij kunnen uit onszelf niet anders dan in wereldse termen denken over het koningschap. We associëren het met aanzien, met uitstraling, met macht, met rijkdom, met schoonheid. In de Bijbel is het koningschap nooit helemaal onverdacht geweest. In hoofdstuk 8 van het eerste boek Samuël wordt verteld dat het volk van GOD om een koning begint te vragen. Ze willen zijn zoals de andere volken rondom hen: die hebben toch allemaal een koning! Samuël wijst de vraag af: er kan geen sprake van zijn dat Israël een koning krijgt. Weten ze wel wat ze zich daarmee op de hals halen? Een koning heeft altijd meer nodig: meer bezittingen en landerijen, meer werkkrachten, meer inkomsten, meer afdrachten van de oogst. Niets dan ellende. Maar het volk antwoordt: 'Nee, wij willen een koning en anders niet!' (1 Samuël 8,19) Samuël is ten einde raad en brengt zijn zaak voor GOD. En GOD zegt: 'Jou verwerpen ze niet. Ze verwerpen juist mij als hun koning.' (1 Samuël 8,7)
Er is niets aan te doen. Er zal een koning komen. Eerst Saul, maar dat wordt een tragedie. Dan David, de overspelige, maar ook de berouwvolle. Dan Salomo, niet altijd zuiver op de graad, maar toch ook de wijze. Na de dood van Salomo gaat het helemaal mis, er vindt een scheuring plaats, en voortaan zijn er twee koninkrijken: een in het noorden en een in het zuiden. Het koninkrijk van het noorden zal later op smartelijke wijze voorgoed ten onder gaan.
Wat is dat toch dat ons mensen doet roepen om een koning, een sterke leider, een machtige held? Er is blijkbaar geen kruid tegen gewassen. GOD zelf heeft ermee moeten leven dat zijn volk per se een koning wilde hebben. In de Tora staat daarom een charter dat het koninklijk leiderschap in de juiste banen moet leiden (Deuteronomium 17,14-20). Het is nog altijd actueel.
Ook Jezus wordt 'koning' genoemd. Maar Hij doet dat niet op eigen initiatief. Anderen komen met die titel aanzetten, en ten slotte kan Jezus niet anders dan de titel overnemen. Maar bij Hem krijgt die titel wel een heel nieuwe inhoud. Het ambivalente van de titel komt al naar voren in het bordje dat boven het kruis van Jezus prijkt: 'Jezus uit Nazaret, koning van de Joden' (Joh 19,19). Een koning die geen gouden kroon, maar een doornenkroon draagt. Jezus is formeel in zijn antwoord aan Pilatus: 'Koning ben ik.' Maar er hoort een precisering bij: dit koningschap volgt niet de regels van deze wereld, en gaat niet gepaard met strijdkrachten en legers die voorkomen dat deze koning de doornenkroon aangemeten krijgt. Dit koningschap heeft te maken met waarheid. Daar kijkt Pilatus van op: 'Wat is waarheid?', vraagt hij vol twijfel. Pilatus is niet vertrouwd met het begrip waarheid zoals het door Jezus gebruikt wordt: want waarheid heeft voor Jezus te maken met het leven overeenkomstig de wil van GOD en in die zin ook met de waarachtigheid van het eigen leven. God moet aanbeden worden in Geest en waarheid, zegt Jezus (Joh 4,23). En in het gesprek met de Samaritaanse vrouw, aan de put van Jakob, wordt duidelijk hoe concreet dit kan worden! Jezus staat toe dat hij 'koning' genoemd wordt, maar het Johannesevangelie maakt duidelijk dat dit een heel nieuwe kijk op dat koningschap met zich meebrengt. Laten ook wij er ons dus niet op verkijken!
De eerste twee lezingen van deze zondag horen helemaal bij elkaar: in de tweede lezing wordt immers geciteerd uit de eerste lezing. Het gaat telkens om een visioen, een vergezicht: Jezus, die ons door zijn sterven (door zijn bloed) van elke verknechting heeft bevrijd, heeft van GOD heerschappij en koninklijke macht ontvangen. Jezus is bekleed met 'luister', dat wil zeggen dat Hij het Licht van GOD helemaal uitstraalt en doorgeeft. Zo mogen wij als in een visioen naar Hem opzien, ook al hebben wij Hem doorstoken. Door naar Hem op te kijken, zal ons leven veranderd worden en zullen al onze koningsdromen en andere machtsdromen worden gerelativeerd en uitgezuiverd. Want sinds Jezus verheven is aan het kruis, mag niemand zich nog koning noemen. Alleen Hij is koning, Hij die van de waarheid het getuigenis heeft afgelegd.

PDF-bestand van deze commentaar

volg ons

over deze blog

Deze blog gaat op zoek naar de betekenis van Bijbelteksten.

In onze artikels wijzen we vaak de weg naar meer informatie die te vinden is in het Bijbelhuis.

Hier leest u ook artikels over onze bijzondere programmatie of evenementen.

Breng deze pagina regelmatig een bezoekje. Je vindt hier geregeld nieuwe teksten.

Jean Bastiaens, directeur van Bijbelhuis Zevenkerken.