B-cyclus drieëndertigste zondag door het jaar

 

ZONDAG 18 NOVEMBER 2018

 

  • Eerste lezing: Daniël 12,1-3
  • Tweede lezing: Hebreeën 10,11-14.18
  • Evangelie lezing: Marcus 13,24-32
  • Ingesproken lezingen
  • Commentaar: Van dingen die voorbijgaan

 

 

Daniël 12,1-3

Eerste lezing uit de profeet Daniël

 

degenen die de mensen tot gerechtigheid hebben gebracht  zullen schitteren als de sterren voor eeuwig en immer

 

In die tijd zal de grote vorst Michaël opstaan
om de kinderen van uw volk te beschermen.
Want het zal dan een tijd van nood zijn
zoals er eerder nog geen is geweest
sinds er volken zijn.
Maar al degenen van uw volk die in het boek staan opgetekend
zullen in die tijd worden gered.
En velen van hen die slapen in het stof
zullen ontwaken, sommigen om eeuwig te leven,
anderen om de smaad van een eeuwige schande te ondervinden.
Dan zullen de wijzen stralen als de glans van het uitspansel
en degenen die de mensen tot gerechtigheid hebben gebracht
zullen schitteren als de sterren voor eeuwig en immer.

 

 

Hebreeën 10,11-14.18

Tweede lezing uit de brief aan de Hebreeën

 

En waar de zonden en ongerechtigheden vergeven zijn  is geen zoenoffer meer nodig.

 

Broeders en zusters,

Iedere priester verricht dagelijks staande de dienst
en draagt telkens weer dezelfde offers op,
die nooit zonden kunnen wegnemen.
Christus daarentegen is voor altijd gezeten aan de rechterhand van God,
na één enkel offer voor de zonden te hebben gebracht,
Hij wacht nog slechts op het ogenblik
dat zijn vijanden
worden gemaakt tot een voetbank voor zijn voeten.
Want door één offer heeft Hij voor altijd
hen die zich laten heiligen tot volmaaktheid gebracht.

En waar de zonden en ongerechtigheden vergeven zijn
is geen zoenoffer meer nodig.

 

 

Marcus 13,24-32

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Marcus

 

Maar na de verschrikkingen in die dagen  zal de zon verduisteren  en de maan zal geen licht meer geven;  de sterren zullen van de hemel vallen

 

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen:
"Maar na de verschrikkingen in die dagen
zal de zon verduisteren
en de maan zal geen licht meer geven;
de sterren zullen van de hemel vallen
en de hemelse heerscharen zullen in verwarring geraken.
Dan zullen zij de Mensenzoon zien komen op de wolken
met grote macht en heerlijkheid.
Dan zal Hij zijn engelen uitzenden
om zijn uitverkorenen te verzamelen uit de vier windstreken,
van het einde der aarde tot het einde des hemels.
Trekt uit de vergelijking met de vijgeboom deze les:
Wanneer zijn twijgen al zacht worden
en beginnen uit te botten,
weet ge dat de zomer in aantocht is.
Zo ook, wanneer gij al deze dingen ziet,
weet dan dat het einde nabij is,
ja voor de deur staat.
Voorwaar, Ik zeg u:
dit geslacht zal niet voorbijgaan totdat dit alles gebeurd is.
Hemel en aarde zullen voorbijgaan
maar mijn woorden zullen niet voorbijgaan.
Van die dag of dat uur weet niemand af,
zelfs niet de engelen in de hemel,
zelfs niet de Zoon,
maar de Vader alleen."

 

PDF-bestand van deze lezingen 

 

 

Ingesproken lezingen

 

 

Commentaar

Jean Bastiaens

Van dingen die voorbijgaan

Het getijde van de herfst geeft ons een besef van de eindigheid van de dingen. Maar het afsterven van planten en bomen leert ons ook dat dit noodzakelijk is om nieuw leven voor te bereiden. En wie kent niet dat geluksgevoel bij het aanschouwen van de eerste tekenen van de lente? Tussen herfst en lente is er een periode van rust, van kaalheid, waar de dingen zich scherper dan anders aftekenen tegen de horizon. In dit verloop van de getijden herkent de mens zijn eigen kwetsbaarheid, zijn eindigheid, maar ook het verlangen naar en de hoop op nieuw leven.

Maar een mens leeft niet alleen. Hij maakt deel uit van een gemeenschap, van een cultuur, en hij ondergaat mee de schommelingen van de tijd. Soms gaat het goed en kunnen de bomen niet hoog genoeg groeien, soms gaat het niet goed en slaat de crisis bressen in de zelfzekerheid.

Dergelijke op- en neerwaartse bewegingen heeft het volk Israël in extreme vormen meegemaakt. Sinds de vestiging in het land, zijn er heel wat hoogtepunten maar ook heel wat calamiteiten geweest. Het kleine volkje werd voortdurend belaagd door superieure politieke machten die het evenzoveel keren onder de voet liepen. De omringende volkjes waren soms een bron van twist en strijd, maar het waren vooral de grootmachten die vernieling en terreur zaaiden, vooral dan de Assyriërs en de Babyloniërs.

In de tijd waarin we het twaalfde hoofdstuk van het boek Daniël moeten situeren, waren het de Seleucidische vorsten die het Joodse volk de adem afsneden. De meest gehate onder hen was wel Antiochus IV, die eropuit was overal een eenvormige Hellenistische cultuur op te leggen. Hij speelde onder één hoedje met de Helleniserende Joden, tegen het andere deel van het Joodse volk dat trouw wilde blijven aan de eigen tradities en aan de Tora van Mozes. Een verschrikkelijke tweespalt was het gevolg. Dieptepunt van het conflict was het moment waarop Antiochus – die zichzelf een goddelijk statuut aanmat – een beeld van Zeus Olympios plaatste in de heilige tempel in Jeruzalem. De maat was vol. De Makkabeeën zouden een opstand leiden en de tempel bevrijden uit de hand van de tiran.

De eerste lezing spreekt over deze periode. Diegenen die te midden van alle geweld weten stand te houden en trouw blijven aan GOD en zijn Tora, worden hier ‘de wijzen’ genoemd. De Hebreeuwse grondtekst gebruikt hier een woord dat duidelijk maakt dat deze ‘wijzen’ erfgenamen zijn van de Lijdende Dienaar uit het boek Jesaja. En ook zij zullen vele mensen ‘tot gerechtigheid brengen’, zoals de Dienaar dat lang voor hen al eens gedaan had. GOD zal de zijde kiezen van deze kleinen, deze ‘kinderen van het volk’, en hen naar de overwinning brengen. Deze overwinning wordt, anders dan bij de Makkabeeën, niet door geweld verkregen, maar door de actief-geweldloze belijdenis van de Tora. GOD zal hen door de dood heen naar het leven voeren, waar zij zullen schitteren als de sterren.

In de tijd van Jezus wordt het Joodse volk opnieuw in de tang genomen, nu door de Romeinen. En ook nu weer zijn er mensen die het op een akkoordje met de machthebber willen gooien, en anderen die zich verzetten, met of zonder geweld. Het gewone volk is de situatie meer dan beu, en kreunt onder de bezetting, en ziet ernaar uit dat GOD zijn reddende hand weer zal opheffen. Er waren verzetsbewegingen actief, maar ook boetebewegingen zoals die van Johannes de Doper. De leerlingen van Jezus hoopten dat Hij zijn Messiasschap zou waarmaken door ‘het koningschap over Israël te herstellen’ (Handelingen 1,6). Maar ook nu zou Jezus kiezen voor de weg die de Lijdende Dienaar Hem was voorgegaan.

De evangelielezing moeten we dus tegen eenzelfde achtergrond begrijpen als de eerste lezing. Het zijn parallelle teksten. Jezus zal de Romeinen niet buiten gooien. Hij zal een andere weg wijzen. En de Romeinen zullen het nog veel bonter maken dan in Jezus’ eigen dagen: een kleine veertig jaar na zijn dood zullen de Romeinen Jeruzalem innemen en platbranden, en de tempel verontreinigen door het plaatsen van een afgodsbeeld om diezelfde tempel daarna te vernietigen. Hoe standhouden in tijden van geweld en ondraaglijke verdrukking?

Jezus zegt: houd je ogen blijvend gericht op mij, want ik blijf met jullie, en ik zal komen als de Mensenzoon die aan alle verschrikkingen een einde maakt. Wanneer? Dat weet niemand, zelfs de Zoon niet, alleen de Vader. Maar de Naam van die Vader blijft onverkort: ik-zal-er-zijn!

 PDF-bestand van deze commentaar

volg ons

over deze blog

Deze blog gaat op zoek naar de betekenis van Bijbelteksten.

In onze artikels wijzen we vaak de weg naar meer informatie die te vinden is in het Bijbelhuis.

Hier leest u ook artikels over onze bijzondere programmatie of evenementen.

Breng deze pagina regelmatig een bezoekje. Je vindt hier geregeld nieuwe teksten.

Jean Bastiaens, directeur van Bijbelhuis Zevenkerken.