B-cyclus eenendertigste zondag door het jaar

zondag 4 november 2018

  • Eerste lezing: Deuteronomium 6,2-6
  • Tweede lezing: Hebreeën 7,23-28
  • Evangelielezing: Marcus 12,28b-34
  • Ingesproken lezingen: /
  • Commentaar: Heel de mens

 

DEUTERONOMIUM 6,2-6

Eerste lezing uit het boek Deuteronomium

 

Luister dan Israël


Mozes sprak tot het volk en zei:
"Vrees de Heer uw God door al zijn voorschriften en geboden na te komen
die ik u opleg, evenals aan uw kinderen en kleinkinderen.
Dan zult gij lang blijven leven.
Luister dan, Israël, en volbreng ze nauwgezet.
Dan zult ge gelukkig zijn en talrijk worden
in het land van melk en honing dat de Heer, de God van uw vaderen,
u heeft beloofd.
Luister, Israël, de Heer is onze God, de Heer alleen!
Gij moet de Heer uw God beminnen met heel uw
hart, met heel uw zielen met al uw krachten.
De geboden die ik u heden voorschrijf,
moet ge in uw hart prenten."

 

hebreeën 7,23-28

Tweede lezing uit de brief aan de Hebreeën

Dit heeft hij eens voor al gedaan toen Hij zichzelf ten offer bracht

Broeders en zusters,
In het eerste verbond moesten meerderen priester worden
omdat de dood hen belet in functie te blijven;
maar Jezus' priesterschap is onvergankelijk,
omdat Hij in eeuwigheid blijft.
Daarom is Hij ook in staat hen voor altijd te redden
die door zijn tussenkomst God naderen,
daar Hij altijd leeft om voor hen te pleiten.
Zulk een hogepriester hadden wij ook nodig:
een die heilig is, schuldeloos, onbesmet,
afgescheiden van de zondaars, hoog verheven boven de hemelen.
Hij hoeft ook niet, zoals de hogepriesters,
elke dag opnieuw eerst voor zijn eigen zonden offers op te dragen
en daarna voor die van het volk,
want dit heeft Hij eens en voor al gedaan
toen Hij zichzelf ten offer bracht.
De wet stelt als hogepriester mensen aan, met zwakheid behept;
maar de eed die uitgesproken is ná de wetgeving wijst de Zoon aan,
die volmaakt is in eeuwigheid.

marcus 12,28b-34

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Marcus

Gij zult de Heer uw God beminnen

In die tijd trad een Schriftgeleerde op Jezus toe en
legde Hem de vraag voor: „Wat is het allereerste gebod?"
Jezus antwoordde: „Het eerste is: Hoor, Israël!
De Heer onze God is de enige heer.
Gij zult de Heer uw God beminnen
met geheel uw hart,
geheel uw ziel,
geheel uw verstand en geheel uw kracht.
Het tweede is: Gij zult uw naaste beminnen als uzelf.
Er is geen ander gebod, voornamer dat die twee."
Toen zei de Schriftgeleerde tot Hem:
„Juist, Meester, terecht hebt Ge gezegd:
Hij is de enige, en er bestaat geen andere buiten Hem;
en Hem beminnen met heel zijn hart,
heel zijn verstand en heel zijn kracht
en de naaste beminnen als zichzelf,
dat gaat boven alle brand- en slachtoffers."
Omdat Jezus zag dat hij wijs gesproken had,
zei Hij hem: „Gij staat niet ver af van het Koninkrijk Gods."
En niemand durfde Hem nog een vraag stellen.

commentaar

Jean Bastiaens

 

Heel de mens

 

De vraag of ik nu wel of niet in GOD geloof, is Bijbels gesproken niet zo interessant. Dat klinkt namelijk veel te abstract. Alsof het geloof in GOD een kwestie is van een handtekening, een daad van het verstand. Dat is het niet. Of liever: dat is het pas in tweede instantie. In de Bijbel is het allereerst te doen om je hart. Want het is in het hart dat het geluk van de mens verankerd is. De lezing uit het boek Deuteronomium stelt de zaken in een juister daglicht: de vraag die ertoe doet is wat de mens gelukkig maakt. En het eerste wat de mens gelukkig maakt, is het beminnen van GOD en het leven volgens het richtsnoer van zijn Tora. Bijbels gesproken is de belangrijkste vraag dus niet of je gelooft in GOD, maar of je Hem bemint!

Hoe kan ik GOD beminnen die ik niet kan zien en niet kan afbeelden? Het antwoord is: door te luisteren. Zo begint toch de geloofsbelijdenis die we vandaag in onze eerste lezing aangereikt krijgen: 'Hoor Israël!' En hoe moet ik luisteren? Met het hart. In de Bijbel is het hart niet zozeer de plaats van de grote emoties. Die liggen opgeslagen in de diepere regionen, in onze 'ingewanden'. Nee, het hart is allereerst de plaats van de zuivere en alomvattende kennis. Het is de kern van de spirituele mens. In het hart komen de vermogens van het verstand, van de wil en van de empathie samen. Wie leeft vanuit het hart, leeft onverdeeld. Wie kent er nog de bekende titel van het boek van Han Fortmann: 'Heel de mens'?

Leven vanuit het hart is niet evident. Het is gemakkelijker om te leven vanuit je buikgevoel. Of het is gemakkelijker om te leven in je hoofd. Maar zo leven dat je al je vermogens in je integreert, dat is een opgave. Emoties zijn er genoeg in ons leven en om ons heen. Veel van wat op ons televisiescherm verschijnt, drijft op emotie. Daar is niks mis mee, al is het wel eenzijdig. En aan de presentie van het verstand is er ook al geen tekort. Er is een grenzenloze bewondering voor alles wat met techniek te maken heeft. Zuivere wetenschap wordt hoog aangeslagen. Daar is niks mis mee, al is het wel eenzijdig. Het is typerend dat het woord dat wij paraat hebben voor dat geïntegreerde kennen, min of meer verbannen is. Dat woord is 'wijsheid'.

Hoe kan ik GOD beminnen die ik niet kan zien en niet kan afbeelden? Door met empathie te luisteren, met een onverdeelde openheid. Wie zal me dat leren? Het antwoord verrast ons: door ons hart te openen. Want het hart zelf wijst ons de weg. Het innerlijk alomvattend kenvermogen moeten wij niet zelf creëren. Het ligt in onszelf verborgen. We hoeven slechts de weg naar het hart vrij te maken. En dat gebeurt wanneer we de stormen van de emoties, de kracht van onze passies en de inzichten van het verstand verbinden en tot eenheid laten samenkomen in de zetel van het universele kennen dat het hart is.

In de evangelielezing zien we dat Jezus de geloofsbelijdenis van Israël beaamt. Het is een indrukwekkend moment dat we ons visueel kunnen trachten voor te stellen: hoe Jezus ten overstaan van de Schriftgeleerde luidop de geloofsbelijdenis van Israël uitspreekt. Maar Hij voegt er ook iets aan toe, een tweede gebod dat even belangrijk is: 'Bemin uw naaste als uzelf' (Leviticus 19,18). Door deze twee geboden naast elkaar te stellen en zo expliciet met elkaar te verbinden, opent Jezus een heel nieuwe horizon. Het beminnen van GOD met al onze kenvermogens is onafscheidelijk verbonden met dat andere gebod om onze naaste te beminnen als onszelf. Want een mens heeft geen twee harten. Met het ene hart kan hij GOD beminnen én de naaste (als zichzelf). Het is onmogelijk de naaste te haten en tezelfdertijd GOD te beminnen. Het aan elkaar vastklinken van deze twee geboden, geeft ons een betrouwbaar en feilloos instrument in handen om al ons handelen (onze daden) te evalueren en juist te beoordelen. We kunnen onszelf niets meer voorliegen. Er is geen vroomheid meer mogelijk zonder gerechtigheid. We kunnen niet meer de weegschaal vervalsen en daarna doodleuk onze 'dienst aan GOD' gaan vervullen. Het is verrassend dat de Schriftgeleerde deze conclusie zelf verbindt aan het antwoord van Jezus: GOD beminnen met heel ons wezen en de naaste als onszelf 'gaat boven alle brand- en slachtoffers'. Niet dat die laatste er niet meer toe doen. Ze krijgen alleen hun juiste plaats toegewezen.

Het evangelie geeft ons een prachtig beeld van de ontmoeting van een Schriftgeleerde en Jezus. Door vraag en antwoord wordt de tekst dialogisch opgebouwd. Om van te leren!

volg ons

over deze blog

Deze blog gaat op zoek naar de betekenis van Bijbelteksten.

In onze artikels wijzen we vaak de weg naar meer informatie die te vinden is in het Bijbelhuis.

Hier leest u ook artikels over onze bijzondere programmatie of evenementen.

Breng deze pagina regelmatig een bezoekje. Je vindt hier geregeld nieuwe teksten.

Jean Bastiaens, directeur van Bijbelhuis Zevenkerken.