Allerzielen

 2 november

Schriftlezingen naar keuze uit de liturgie van de overledenen. Hierna volgt een selectie.

  • Eerste lezing: Jesaja 25, 6a.7-9
  • Tweede lezing: Apokalyps 21,1-5A.6B-7
  • Evangelielezing: Lucas 23,44-46.50.52.53.24,1-6A
  • Ingesproken lezingen 
  • Commentaar: Uit vertrouwen leven, in vertrouwen sterven

 

Jesaja 25, 6a.7-9

Eerste lezing uit de profeet Jesaja

 

Op deze berg zal hij de sluier verscheuren

 

 

In die dagen zal de HEER der hemelse machten voor alle volkeren
op deze berg een gastmaal aanrichten.
Op deze berg zal Hij de sluier verscheuren
die over de volkeren ligt,
en de doek die uitgespreid ligt over alle naties.
De HEER zal voor immer de dood vernietigen;
Hij zal de tranen van alle gezichten afwissen,
en de schande van zijn volk
wegnemen van heel het aardoppervlak.
Want zo heeft de HEER besloten.
Op die dag zal men zeggen:
'Dat is onze God op wie wij hoopten.
Hij heeft ons gered.
Dit is de HEER op wie wij ons vertrouwen hadden gesteld:
laat ons jubelen en ons verheugen
in de redding die Hij ons bracht.'

 

Apokalyps 21,1-5a.6b-7

Uit de Openbaring van de heilige apostel Johannes

 

En ik zag de heilige stad, het nieuwe Jeruzalem, van God uit de hemel neerdalen

 

 

Ik, Johannes, zag
een nieuwe hemel en een nieuwe aarde;
de eerste hemel en de eerste aarde waren verdwenen
en de zee bestond niet meer.
En ik zag de heilige stad, het nieuwe Jeruzalem,
van God uit de hemel neerdalen,
gereed als een bruid die zich voor haar man heeft getooid.
Toen hoorde ik een machtige stem die riep van de troon:
'Zie hier Gods woning onder de mensen!
Hij zal bij hen wonen.
Zij zullen zijn volk zijn,
en Hij, God-met-hen, zal hun God zijn.
En Hij zal alle tranen van hun ogen afwissen,
en de dood zal niet meer zijn;
geen rouw, geen geween, geen smart zal er zijn,
want al het oude is voorbij.'
En Hij die op de troon is gezeten, sprak:
'Zie, Ik maak alles nieuw.
Wie dorst heeft zal Ik te drinken geven
uit de bron van het water des levens, om niet,
Ik zal zijn God zijn en hij mijn kind.'

 

 

Lucas 23,44-46.50.52.53.24,1-6a

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas

 

waarom-zoekt-ge-de-levende-bij-de-doden?

 

 

Het was omtrent het zesde uur;
er viel duisternis over heel de streek
tot aan het negende uur toe
doordat de zon geen licht meer gaf.
Het voorhangsel van de tempel scheurde middendoor.
Toen riep Jezus met luide stem:
'Vader, in uw handen beveel Ik mijn geest.'
Nadat Hij dit gezegd had, gaf Hij de Geest

Nu was er een zekere Jozef,
lid van de Hoge Raad,
een welmenend en rechtschapen man.
Deze ging naar Pilatus
en vroeg om het lichaam van Jezus.
Na het van het kruis te hebben genomen,
wikkelde hij het in een lijkwade.
Vervolgens legde hij het in een graf,
dat in steen was uitgehouwen
en waarin nog nooit iemand was neergelegd.

(Op de eerste dag van de week echter
gingen de vrouwen zeer vroeg in de morgen naar het graf
met welriekende kruiden die zij klaar gemaakt hadden.
Zij vonden de steen weggerold van het graf,
gingen er binnen
maar vonden er het lichaam van de Heer Jezus niet.
Terwijl zij niet wisten wat daarvan te denken,
stonden er plotseling twee mannen voor hen
in een stralend wit kleed.
Toen zij van schrik bevangen,
het hoofd naar de grond bogen,
vroegen de mannen haar:
'Waarom zoekt ge de levende bij de doden?
Hij is niet hier,
Hij is verrezen.')

 

PDF-bestand van deze lezingen

 

Ingesproken lezingen

 

 

 

commentaar bij de LEZINGEN

— Jean Bastiaens —

Uit vertrouwen leven,
in vertrouwen sterven

 

Op Allerzielen voelen we ons verbonden met de mensen die vóór ons zijn heengegaan. Het woord 'verbondenheid' geeft goed weer waar het om gaat. En die verbondenheid stemt ons meestal ook dankbaar. We denken aan onze ouders of grootouders. Wat hebben ze ons niet allemaal meegegeven? Hoe veel hebben we niet aan hun te danken? We denken aan andere familieleden en aan goede vrienden. Die herinnering kan een kortstondig moment van gemis en droefheid oproepen, maar veel meer nog geeft de herinnering ons kracht om, gedragen door zoveel 'voorgangers', ons leven voort te zetten. We voelen ons erfgenamen van een rijke traditie en we herinneren ons de opdracht om het leven te leven, ten volle.

De liturgie van Allerzielen helpt ons om de blik voorwaarts te houden. De herinnering is belangrijk, maar niet om in het verleden te blijven steken. We kijken vooruit, naar wat komen gaat. En ook de mensen rondom ons die reeds gestorven zijn, zijn in dat toekomstperspectief geborgen. De eerste twee lezingen openen beide met een groots toekomstvisioen: omdat god Schepper is van al wat bestaat, is het onmogelijk dat Hij de macht van de dood niet zou kunnen breken. Eenmaal zal alles, hemel en aarde, vernieuwd worden. En die vernieuwing zal samengaan met de transformatie van Jeruzalem, de stad van de vrede. De Sionsberg, waar de heilige tempel stond, zal het hart van een nieuwe wereld worden. Daar zal god de smaad verwijderen die op zijn volk ligt. Daar zullen de volken en het Godsvolk zich verzoenen. Daar zal een nieuwe toekomst bezegeld worden met een feestmaal. Het kernwoord van de eerste lezing is 'vertrouwen': wat er in de geschiedenis van het Godsvolk ook aan dramatische dingen gebeurd moge zijn, het vertrouwen op god bleef uiteindelijk toch overeind. Datzelfde mag gelden voor de levens van de mensen die wij kennen en die gestorven zijn. Wat er ook met hen is gebeurd, we mogen weten dat god trouw is. Hij zal zelf de tranen wissen van alle gezichten, Hij zal helen en redden.

In de tweede lezing wordt die stad op de berg voorgesteld als het nieuwe Jeruzalem. Daar woont god onder de mensen. Daar verzamelt Hij alle individuen tot een verrezen Godsvolk en daar zal het verbond gevierd worden in kracht en vreugde. Heel hoofdstuk 37 van het boek Ezechiël klinkt bij die voorstelling op de achtergrond mee. Lees het er maar op na, want ook dat is kostbare spijs.

De evangelielezing komt uit Lucas. Dat is niet zonder reden, want het gaat over het sterven van Jezus. Bij Marcus en Matteüs sterft Jezus in een gevoel van godsverlatenheid. Bij Lucas is de toon anders. Weliswaar heerst er drie uur lang een duisternis over de hele streek, maar als het moment van sterven is aangebroken, roept Jezus met luide stem: „Vader, in uw handen beveel Ik mijn geest." Zowel uit de aanspreking met 'Vader' als het uit handen willen geven van het leven klinkt vertrouwen. Jezus sterft in overgave, ook al is Hij verraden en verloochend. De woorden van de profeet Jesaja zijn niet ver weg: „Gij zijt de heer op wie ik mijn vertrouwen heb gesteld, ik wil mij verheugen op de redding die Gij brengt."

Ook de scène van het lege graf ademt diezelfde sfeer van vertrouwen. Op de eerste dag van de week gaan de vrouwen zeer vroeg op pad, de heerlijk geurige kruiden bij zich dragend. Maar de grafsteen is weggerold. Plotseling staan daar „twee mannen in een stralend wit kleed". Bij wie het Lucasevangelie een beetje kent, gaat er nu een lichtje op. Tijdens zijn leven was Jezus eens een berg opgegaan met Petrus, Johannes en Jakobus om daar te gaan bidden (Lucas 9, 28-36). Tijdens zijn gebed verandert Jezus' aangezicht en worden zijn kleren „stralend wit". En twee mannen staan daar bij Hem, Mozes en Elia. Ze spreken met Jezus over zijn „uittocht" (in het Grieks: exhodos, dus 'exodus'). Die 'uittocht' slaat op Jezus' gang naar Jeruzalem en op zijn sterven aldaar. Jezus' kleding is echter stralend wit, het is geen lijkwade. Wanneer er nu bij het lege graf „twee mannen in een stralen wit kleed" staan om de vrouwen toe te spreken, dan klinkt dat als een echo van wat er op de berg van de transfiguratie is gebeurd. Zowel Mozes en Elia als de twee mannen bij het lege graf ondersteunen de 'uittocht' van Jezus op een positieve manier: dit sterven is geen einde, maar een doorgang. Jezus baant de weg naar iets nieuws en terwijl Hij dat doet, scheurt het voorhangsel van de tempel middendoor. Want het nieuwe Jeruzalem moet nu in het vizier komen. Wat zeggen de twee mannen tegen de door angst bevangen vrouwen? „Waarom zoek je de Levende onder de doden? Hij is niet hier. Hij is verrezen." De vrouwen moeten hun gezicht honderdtachtig graden draaien, van wat voorbij is naar wat komen gaat. Een nieuwe toekomst breekt aan.

 

PDF-bestand van deze commentaar

volg ons

over deze blog

Deze blog gaat op zoek naar de betekenis van Bijbelteksten.

In onze artikels wijzen we vaak de weg naar meer informatie die te vinden is in het Bijbelhuis.

Hier leest u ook artikels over onze bijzondere programmatie of evenementen.

Breng deze pagina regelmatig een bezoekje. Je vindt hier geregeld nieuwe teksten.

Jean Bastiaens, directeur van Bijbelhuis Zevenkerken.