B-cyclus dertigste zondag door het jaar

ZONDAG 28 OKTOBER 2018

 

  • Eerste lezing: Jeremia 31,7-9
  • Tweede lezing: Hebreeën 5,1-6
  • Evangelielezing: Marcus 10,46-52
  • Ingesproken lezingen
  • Commentaar: Je geloof zal je genezen

 

 

Jeremia 31,7-9

Eerste lezing uit de profeet Jeremia

 

De HEER heeft redding gebracht aan zijn volk

 

Dit zegt de HEER:
"Jubel van vreugde om Jakob,
juich om de heerser der volken;
bazuin het rond, prijs GOD en zeg:
de HEER heeft redding gebracht aan zijn volk,
aan de rest van Israël.
Ik haal hen terug uit het noorden,
van het einde der aarde breng Ik hen bijeen,
ook de blinden en lammen,
de zwangere en barende vrouwen.
In dichte drommen keren zij terug.
In tranen gingen ze heen;
getroost leid Ik hen terug.
Ik voer hen naar stromende beken,
over gebaande wegen waarop ze niet struikelen.
Ik ben toch Israëls Vader,
en Efraïm is mijn eerstgeborene."

 

 

Hebreeën 5,1-6

Tweede lezing uit de brief aan de Hebreeën

 

Ook Christus  heeft zichzelf niet de eer van het hogepriesterschap toegekend

 

Broeders en zusters,

Elke hogepriester wordt genomen uit de mensen
en aangesteld voor de mensen
om hen te vertegenwoordigen bij GOD
en om gaven en offers op te dragen voor de zonden.
Hij is in staat onwetenden en dwalenden geduldig te verdragen
daar hij ook zelf aan zwakheid onderhevig is;
daarom moet hij als hij offers voor de zonden opdraagt,
even goed aan zijn eigen zonden denken
als aan die van het volk.
En niemand kan zich die waardigheid aanmatigen:
men moet evenals Aäron door GOD geroepen worden.
Ook Christus
heeft zichzelf niet de eer van het hogepriesterschap toegekend;
dat heeft GOD gedaan die Hem zei:
"Gij zijt mijn zoon,
Ik heb u heden verwekt."
En elders zegt Hij:
"Gij zijt priester voor eeuwig, op de wijze van Melchisédek."

 

 

Marcus 10,46-52

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Marcus

 

“Rabboeni, maak dat ik zien kan!”

 

In die tijd
kwam Jezus vergezeld van zijn leerlingen in Jericho.
Maar toen ze,
vergezeld van een flinke menigte
weer uit Jericho wegtrokken,
zat een blinde bedelaar langs de weg,
Bartimeüs, de zoon van Timeüs.
Zodra hij hoorde dat het Jezus de Nazarener was,
begon hij luidkeels te roepen:
"Jezus, Zoon van David,
heb medelijden met mij!"
Velen snauwden hem toe te zwijgen,
maar hij riep nog veel harder:
"Zoon van David, heb medelijden met mij!"
Jezus bleef staan en zei:
"Roept hem eens hier."
Ze riepen de blinde toe:
"Heb goede moed!
Sta op, Hij roept u."
Hij wierp zijn mantel af,
sprong overeind en kwam naar Jezus toe.
Jezus vroeg hem:
"Wat wilt ge dat Ik voor u doe?"
De blinde antwoordde Hem:
"Rabboeni, maak dat ik zien kan!"
En Jezus sprak tot hem:
"Ga, uw geloof heeft u genezen."
Terstond kon hij zien
en hij sloot zich bij Hem aan op zijn tocht.

PDF-bestand van deze lezing

 

Ingesproken lezingen

 

 

Commentaar

Jean Bastiaens

Je geloof zal je genezen

Vroeg of laat lopen we allemaal wel een aantal kneuzingen op in ons leven. De route van ons leven wordt meestal maar voor een beperkt gedeelte door onszelf bepaald. Er zijn nieuwe en onverwachte omstandigheden die ons leven plots een andere wending geven. We lopen blutsen en builen op, en soms ook wel meer. Ieder van ons heeft nood aan heling. We zijn ontgoocheld. Er sluimert een diep verdriet in ons. We kunnen een verlies maar niet verwerken. We werden afgewezen. En ga zo maar door. Het is des te moeilijker hiermee om te gaan in een tijd waar je eigenlijk alleen maar mag zeggen hoe goed alles gaat. Niemand wil een loser zijn. En dus zeggen we dat het ons voor de wind gaat, dat alles ‘fantastisch’ en ‘keitof’ is. En diep in ons schuilt er die andere stem die niet gehoord mag worden. Maar er komt een dag dat we die stem niet meer kunnen negeren. Dat we onze ontgoochelingen en onze pijn onder ogen moeten zien. Dat is het begin van de genezing.

Zowel in de eerste lezing als in het evangelieverhaal gaat het om genezing. Bij Jeremia horen we dat het volk ‘in tranen heen ging’, maar nu getroost terugkeert. Dat volk heeft de Assyrische machtspolitiek meegemaakt, een nietsontziende verdeel-en-heerspolitiek die van alle tijden is. Vele mensen zijn gevlucht of weggejaagd van hun eigen grond. Van het Noordrijk van weleer – Israël of Efraïm genoemd, in onderscheid met het Zuidrijk Juda – blijft er eigenlijk niets over. Maar zelfs als alles kapot en voorbij lijkt, is er nog redding. GOD ontfermt zich over ‘de rest van Israël’. Het verdeelde en verslagen volk wordt weer verzameld: allen die zwaar geleden hebben en die ‘blinden en lammen’ worden genoemd. Er is toekomst, want GOD ontfermt zich over ‘de zwangere en barende vrouwen’. Het visioen van Jeremia doet denken aan het vers uit Psalm 126: ‘Zij die in tranen zaaien, zullen oogsten met gejuich.’

Kijk, daar zit hij langs de weg, de man die in tranen zaait. Hij is blind. Zijn bestaan is herleid tot dat van een bedelaar: totaal afhankelijk van de goedheid van andere mensen. Maar die goedheid is er niet altijd. Bedelaars weten hoe hard mensen kunnen zijn. Hij is thuis in Jericho en heeft vernomen dat Jezus de stad heeft aangedaan. Het zicht heeft hij verloren, maar horen kan hij des te beter. De naam van Jezus doet de ronde. In hem ontstaat het verlangen Hem te ontmoeten, Hem te leren kennen. Er wordt een roepstem in hem wakker.

De bedelaar heeft een naam: Bartimeüs, zoon van Timeüs. Die naam is belangrijk, want zijn eigen geschiedenis is ermee verbonden. Bartimeüs heeft zich geïnstalleerd op de uitvalsweg van de stad. Jezus zal daar langskomen. Hij wacht. En wanneer Jezus dan eindelijk daar is, begint hij uit alle macht te roepen: ‘Jezus, Zoon van David, heb medelijden met mij!’ Een variant op het Jezusgebed. Het zinnetje staat er twee keer, als om ons uit te nodigen om het ook in de mond te nemen en te proeven wat dat met ons doet. Ook Jezus heeft een geschiedenis: hij is ‘Zoon van David’, en dus verbonden met het wel en wee van het volk Israël.

Als er hoog volk voorbij komt, zitten bedelaars meestal in de weg. Bij hoog staatsbezoek worden in bepaalde landen soms hele slums weggevaagd: want bij ons is er geen armoede hoor! De omstanders ergeren zich aan het geroep van Bartimeüs. ‘Ze snauwen hem toe te zwijgen’ – Marcus vertelt het ons in zijn typerende directe stijl. Niemand wil hem gehoor geven. Behalve één. En dat is Jezus. Tussen het gejoel door hoort Hij de roep van de blinde bedelaar. Het raakt Hem, en Hij blijft staan. De omstanders draaien als een blad in de wind, en moedigen Hem nu aan op te staan en naar Jezus te gaan. Let op de twee met betekenis geladen zinnetjes: ‘Sta op. Hij roept u!’

Bartimeüs wordt geroepen. En dan gebeurt er iets dat je niet verwacht. Jezus stelt hem een vraag: ‘Wat wil je dat ik voor je doe?’ Komaan Jezus, zie je dan niet dat die man blind is? Ja, dat ziet Jezus wel, maar blind waaraan, blind waarvoor? Voor het genezingsproces is het essentieel dat de man eerst zijn verlangen uitspreekt. En hij zegt het met heel zijn hart: ‘Rabboeni, maak dat ik kan zien!’ En dan spreekt Jezus dat scheppend en bevrijdend woord: ‘Ga, uw geloof (!) heeft u genezen.’

Wie is die Bartimeüs in het Marcusevangelie? Dat zijn wijzelf, die dit woord horen en het ons eigen maken. Wij willen Jezus volgen, maar weten dikwijls niet hoe. Er is zoveel dat ons doet vertragen, al die dingen die wij diep weggestopt hebben. Maar er klinkt een blijde boodschap: je geloof zal je genezen! En onze ogen zullen opengaan. 

PDF-bestand van deze commentaar

volg ons

over deze blog

Deze blog gaat op zoek naar de betekenis van Bijbelteksten.

In onze artikels wijzen we vaak de weg naar meer informatie die te vinden is in het Bijbelhuis.

Hier leest u ook artikels over onze bijzondere programmatie of evenementen.

Breng deze pagina regelmatig een bezoekje. Je vindt hier geregeld nieuwe teksten.

Jean Bastiaens, directeur van Bijbelhuis Zevenkerken.