B-cyclus negenentwintigste zondag door het jaar

ZONDAG 21 OKTOBER 2018

 

  • Eerste lezing: Jesaja 53,10-11
  • Tweede lezing: Hebreeën 4,14-16
  • Evangelie lezing: Marcus 10,35-45
  • Ingesproken lezingen
  • Commentaar: Leren afzien van geweld

  

Jesaja 53,10-11

Eerste lezing uit de profeet Jesaja

 

De HEER heeft besloten zijn dienaar te vernederen  en hem te doen lijden.

 

De HEER heeft besloten zijn dienaar te vernederen
en hem te doen lijden.
Waarlijk, hij gaf zijn leven als zoenoffer
maar hij zal een nageslacht zien
en het raadsbesluit van de HEER komt door hem tot vervulling.
Na zijn lijden
zal hij het licht zien en verzadigd worden.
Door zijn zwoegen
zal mijn rechtvaardige dienaar velen rechtvaardigen.
Hij zal zich belasten met hun fouten.

 

 

Hebreeën 4,14-16

Tweede lezing uit de brief aan de Hebreeën

 

Laten wij daarom vrijmoedig naderen tot de troon van Gods genade

 

 

Broeders en zusters,
Nu wij een verheven hogepriester hebben,
een die de hemelen is doorgegaan,
Jezus, de Zoon van God,
nu moeten wij vasthouden aan onze belijdenis.
Want wij hebben een hogepriester
die in staat is mee te voelen met onze zwakheden.
Hij werd zelf op allerlei manieren op de proef gesteld,
precies zoals wij, afgezien dan van de zonde.
Laten wij daarom vrijmoedig naderen tot de troon van Gods genade,
om barmhartigheid en genade te verkrijgen
en tijdige hulp.

 

 

Marcus 10,35-45 of 10,42-45

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Marcus

 

de Mensenzoon is niet gekomen om gediend te worden,  maar om te dienen  en om zijn leven te geven als losprijs voor velen

 

 

(Toen kwamen Jakobus en Johannes, de zonen van Zebedeüs,
naar Hem toe en zeiden:
“Meester, wij willen dat U voor ons doet wat wij U vragen.”
Hij antwoordde hun:
“Wat wilt ge dan dat Ik voor u doe?”
Zij zeiden Hem:
“Geef dat in uw glorie een van ons aan uw rechter-
en de ander aan uw linkerhand moge zitten.”
Maar Jezus zei hun:
“Ge weet niet wat ge vraagt.
Zijt ge in staat de beker te drinken die Ik drink
en met het doopsel gedoopt te worden
waarmee Ik gedoopt word?”
Zij antwoordden Hem:
“Ja, dat kunnen wij.”
“Inderdaad,
- gaf Jezus toe -
de beker die Ik drink zult gij drinken,
en met het doopsel waarmee Ik gedoopt word,
zult gij gedoopt worden;
maar het is niet aan Mij
u te doen zitten aan mijn rechter- of linkerhand,
omdat alleen zij dit verkrijgen voor wie dit is bereid.”
Toen de tien anderen dit hoorden,
werden ze kwaad op Jakobus en Johannes.
Jezus echter riep hen bij zich en sprak tot hen:)
“Gij weet dat zij die als heersers der volkeren gelden,
hen met ijzeren vuist regeren
en dat de groten misbruik maken van hun macht over hen.
Dit mag bij u niet het geval zijn;
wie onder u groot wil worden
moet dienaar van u zijn,
en wie onder u de eerste wil zijn moet aller slaaf wezen,
want ook de Mensenzoon is niet gekomen om gediend te worden,
maar om te dienen
en om zijn leven te geven als losprijs voor velen.”

 PDF-bestand van deze lezingen

 

Ingesproken lezingen

 

 

Commentaar

Jean Bastiaens

Leren afzien van geweld

De eerste lezing en het laatste gedeelte van de evangelielezing rijmen op elkaar. Bij Marcus gaat het immers over een ‘dienaar’, die zijn leven zal geven ‘als losprijs voor velen’. Diezelfde ‘velen’ komen voor in de lezing uit Jesaja 53 – dit hoofdstuk wordt tijdens de liturgie van Goede Vrijdag in zijn geheel gelezen. Bij Jesaja gaat het om de ‘Knecht des Heren’, een profeet die zich tot doel heeft gesteld om het volk dat zich genesteld heeft tussen de vleespotten van Babel, te bewegen de uittocht naar het land van belofte te aanvaarden. Om een nieuwe toekomst mogelijk te maken, moet men het oude soms resoluut achter zich laten. Zoiets doet altijd pijn. Je moet durven sterven aan het heden, en vertrouwen dat er een nieuwe, betere toekomst mogelijk is. Dat is de weg die Abraham is gegaan, de weg die het volk onder Mozes is gegaan, en nu moet het Joodse volk dat in ballingschap leeft diezelfde weg gaan. Het leidt tot een harde botsing met de profeet, die dienaar of Knecht wordt genoemd. De inzet van de Knecht, de gave van zijn leven tot het uiterste, zal echter het keerpunt worden in een dramatische geschiedenis. ‘Hij gaf zijn leven als een zoenoffer’, horen we in de vertaling van het lectionarium, en ook: ‘Hij zal velen’ – ook al hadden zij bloed aan hun handen – ‘tot de gerechtigheid brengen’.

Jezus is eenzelfde weg gegaan als de Knecht uit het boek Jesaja. Ook hij is gebotst op de hardheid van het volk dat de status quo verkoos boven de verandering en de ommekeer. Er zijn zoveel redenen om te volharden in een leven dat misschien comfortabel en toch niet juist is. Hoe breng je onder mensen verandering tot stand? Hoe kun je mensen doen omkeren op onheilzame wegen?

Niet door geweld! Als er iets is dat in het evangelie als een paal boven water staat, dan is het de radicale afwijzing van elke vorm van geweld. Ook hierin is Jezus de navolger van de Knecht ‘in wie geen geweld en geen bedrog was’ (Jesaja 53,9). Maar geweld is alomtegenwoordig en neemt duizenden vormen aan. Er is het fysieke geweld, maar ook het geweld van het woord, het psychisch geweld, of er is het geweld van het zwijgen. Het kleeft ons allemaal aan! Hoe keren we de macht van het geweld, hoe stoppen we de spiraal van het geweld?

Het antwoord van Jezus luidt: leren dienen. Het moeilijkste wat er is. Maar tevens is dit de sluitsteen van de navolging. Jezus komt er met zijn leerlingen over te spreken naar aanleiding van een vraag van de zonen van Zebedeüs. Jakobus en Johannes zijn namelijk tot het inzicht gekomen dat het onvermijdelijk is dat Jezus zal sterven, en dat zijn dood geen zwart gat betekent, geen totale mislukking – maar iets anders. Dit is een overrompelend inzicht, waar de andere leerlingen – Petrus voorop – nog niet aan toe zijn. De twee verbinden dit inzicht met een logische vraag: ‘Als je in je glorie bent binnengegaan, laat ons ook dan dicht bij je mogen zijn, ter rechter- en linkerzijde.’ Jezus is ontroerd door hun vraag, maar beseffen ze wel de draagwijdte van hun woorden? Kunnen zij het aan om net als Jezus ondergedompeld te worden in de nacht (de doop)? Kunnen zij net als Jezus de beker drinken van Getsemane (de eucharistie)? Ja – dat kunnen zij. Het antwoord is even verrassend als onthutsend. Jezus aanvaardt het antwoord, en toch kan Hij hun geen bevoorrechte plaats beloven.

Als de andere leerlingen horen wat de twee aan Jezus gevraagd hebben, zijn ze stijf van woede. Hoe is het mogelijk? Waar zijn die met hun verstand? En menen ze op de koop toe verheven te zijn boven de anderen? We hoeven er geen doekjes om te winden: waar mensen als een groep samen onderweg zijn, komen onvermijdelijk allerlei spanningen boven drijven. Zo was het toen, en zo is het vandaag.

En juist op dat gevoelige moment – die pijnlijke confrontatie in de groep – komt Jezus met zijn bevrijdend inzicht: afzien van geweld, in welke vorm dan ook, kan alleen maar als je de weg leert gaan van het dienen. Dat is niet de gangbare weg, zegt Jezus. Kijk maar naar de heersers en de groten der aarde: hoe zij hun eigen volk onderdrukken, zichzelf verrijken en zich alsmaar meer macht toe-eigenen. Voorbeelden te over in onze tijd! Het dringende appèl van Jezus is gericht tot elk van ons, en vooral tot hen die een leidende functie hebben: maak geen misbruik van je macht, in welke vorm dan ook, maar word dienaar, zoals ik dienaar ben geworden en mijn leven heb gegeven. Het schijnbaar onmogelijke is toch mogelijk geworden, omdat hij – Jezus – met zijn doorgang door de dood ons voor dit dienende leven heeft vrijgemaakt. 

PDF-bestand van deze commentaar

volg ons

over deze blog

Deze blog gaat op zoek naar de betekenis van Bijbelteksten.

In onze artikels wijzen we vaak de weg naar meer informatie die te vinden is in het Bijbelhuis.

Hier leest u ook artikels over onze bijzondere programmatie of evenementen.

Breng deze pagina regelmatig een bezoekje. Je vindt hier geregeld nieuwe teksten.

Jean Bastiaens, directeur van Bijbelhuis Zevenkerken.