B-cyclus vierentwintigste zondag door het jaar

ZONDAG 16 SEPTEMBER 2018

 

  • Eerste lezing: Jesaja 50, 5-9A
  • Tweede lezing: Jakobus 2,14-18
  • Evangelielezing: Marcus 8,27-35
  • Ingesproken lezingen
  • Commentaar: Van 'Jezus messias' naar 'Jezus de christus'

 

 

Jesaja 50, 5-9a

Eerste lezing uit de profeet Jesaja

 

Mijn gezicht heb ik niet afgewend

 

God de HEER heeft tot mij gesproken
en ik heb mij niet verzet,
ik ben niet teruggedeinsd.
Mijn rug bood ik aan wie mij sloegen,
mijn wangen aan wie mij de baard uitrukten,
en mijn gezicht heb ik niet afgewend
van wie mij smaadden en bespuwden.
God de HEER zal mij helpen:
daarom zal ik niet beschaamd staan.
Hij die mij vrij zal spreken is nabij.
Wie is mijn tegenstander?
Laten we samen voor de rechter treden!
Wie is mijn tegenpartij?
Laat hij tegenover mij komen staan!
God de HEER zal mij helpen:
wie zal mij schuldig verklaren?

 

 

Jakobus 2,14-18

Tweede lezing uit de brief van de heilige apostel Jakobus

 

Zo is ook het geloof  op zichzelf genomen,  zonder zich in daden te uiten,  dood

 

Broeders en zusters,

wat baat het een mens
te beweren dat hij geloof heeft
als hij geen daden kan laten zien?
Kan zo'n geloof hem soms redden?
Stel dat een broeder of zuster geen kleren heeft
en niets om te eten,
en iemand van u zou zeggen:
"Geluk ermee!
Houd u warm en eet maar goed",
en hij zou niets doen om in hun stoffelijke nood te voorzien -
wat heeft dat voor zin?
Zo is ook het geloof
op zichzelf genomen,
zonder zich in daden te uiten,
dood.
Misschien zal iemand zeggen:
"Gij hebt de daad
en ik heb het geloof."
Dan antwoord ik:
"Bewijs me eerst
dat ge geloof hebt als ge geen daden kunt tonen;
dan zal ik u uit mijn daden mijn geloof bewijzen."

 

 

Marcus 8,27-35

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Marcus

 

Wie zijn leven verliest omwille van Mij en het Evangelie  zal het redden

 

In die tijd trok Jezus met zijn leerlingen
naar de dorpen rond Caesaréa van Filippus.
Onderweg stelde Hij aan zijn leerlingen de vraag:
"Wie zeggen de mensen dat Ik ben?"
Zij antwoordden Hem:
"Johannes de Doper;
anderen zeggen Elia
en weer anderen zeggen dat Gij een van de profeten zijt."
Daarop stelde Hij hun de vraag:
"Maar gij, wie zegt gij dat Ik ben?"
Petrus antwoordde:
"Gij zijt Christus."
Maar Hij verbood hun nadrukkelijk
met iemand hierover te spreken.
Daarop begon Hij hun te leren
dat de Mensenzoon veel zou moeten lijden
en door de oudsten,
de hogepriesters en de schriftgeleerden verworpen moest worden,
maar dat Hij, na ter dood te zijn gebracht,
drie dagen later zou verrijzen.
Hij sprak deze woorden zonder terughoudendheid.
Toen nam Petrus Jezus terzijde
en begon Hem ernstig daarover te onderhouden.
Maar zich omkerend keek Hij naar zijn leerlingen
en voegde Petrus op strenge toon toe:
"Ga weg, satan,
terug!
want gij laat u leiden door menselijke overwegingen
en niet door wat God wil."
Nadat Hij
behalve zijn leerlingen ook het volk bij zich had laten komen,
sprak Hij tot hen:
"Wie mijn volgeling wil zijn
moet Mij volgen door zichzelf te verloochenen
en zijn kruis op te nemen.
"Want wie zijn leven wil redden
zal het verliezen.
Maar wie zijn leven verliest omwille van Mij en het Evangelie
zal het redden."

PDF-bestand van deze lezingen

 

Ingesproken lezingen

 

 

 

Commentaar

Jean Bastiaans

Van 'Jezus messias' naar 'Jezus de christus'

Een aantal zondagen na elkaar lezen we uit de brief van Jakobus. Hier klinkt inderdaad een ander geluid dan we gewoon zijn, want de brieven van Paulus ademen een heel andere sfeer. Veelal denkt men dat met Jakobus de 'broeder des Heren' bedoeld wordt. Deze Jakobus speelt een belangrijke rol in de vroege Jezusbeweging van Jeruzalem en zal er een leidinggevende positie verwerven. Tijdens het zogenaamde eerste apostelconcilie (zie Handelingen 15) is deze Jakobus een soort van voorzitter die het gezag heeft om de belangrijkste conclusies te trekken. Hij is een Jood, zoals Jezus en de andere leerlingen van het eerste uur. En voor elke Jood is 'godsdienst' op de eerste plaats een praktische zaak: een zaak van het handelen, van het dagelijkse doen, van het 'wandelen met GOD' in het heel concrete van elke dag. Daar horen dus rituelen bij, zegenbeden, voorschriften in verband met eten en drinken, en ga zo maar door. Want een geloof dat niet tastbaar wordt in onze dagelijkse beslommeringen, is een geloof dat zweeft. Het geloof moet incarneren in ons dagdagelijks bestaan. En zo komt Jakobus tot die radicale uitspraak dat 'het geloof, op zichzelf genomen, zonder zich te uiten in daden, dood is' – een uitspraak die op het eerste gezicht lijkt in te gaan tegen wat de apostel Paulus zegt en verkondigt. Maar schijn bedriegt. Het gaat erom te leven binnen het spanningsveld van geloof en overgave enerzijds – 'alles is genade' – en van onze daden en concrete handelingen anderzijds – 'geloof moet zich uiten in daden'. Die spanning mogen we niet opheffen ten gunste van het een of het andere.
Ook Jezus was een Jood. Het is eigenlijk bizar dat we dat moeten benadrukken. Maar dat komt door het feit dat de vier evangeliën zoals wij die nu kennen voltooid zijn door de tweede generatie van geloofsleerlingen: niet door de generatie van Petrus, Jakobus of Paulus, maar door de generatie van Marcus, Lucas en Matteüs, of – nog later – door Johannes. Het gehoor van Marcus bestond reeds voor een groot gedeelte uit niet-Joden. Die kenden geen Hebreeuws en spraken geen Aramees. Zij spraken Grieks. En dus schreef Marcus zijn evangelie in het Grieks, en wel in een heel eenvoudig, volkstalig Grieks. Het fascinerende van Marcus is, dat hij deze eenvoudige taal wist te verbinden met een groot literair talent: zijn evangelie is een literaire parel, waar nog steeds geen enkele Schriftgeleerde op is uitgekeken!
En dus ademen onze evangeliën de onvermijdelijke spanning van de ontmoeting en de confrontatie van een Joodse wereld en een heidense (= niet-Joodse) wereld. Het is uitermate belangrijk dit steeds voor ogen te houden, want anders gaat men bij het interpreteren van bijvoorbeeld een polemiek tegen Schriftgeleerden of Farizeeën onvermijdelijk de mist in. Voor de eerste leerlingen van Jezus – allemaal Joden – was Jezus de 'messias': een Joodse term met een Joodse geschiedenis, verankerd in de Heilige Schrift. Omwille van zijn gemengd gehoor, vertaalt Marcus deze term in het Grieks: 'messias' wordt 'christus' – dat is geen eigennaam, maar een titel. We horen het Petrus op bijna onnatuurlijke wijze tegen Jezus zeggen in het evangelie van deze zondag: 'Gij zijt Christus.' In het lectionarium staat er een hoofdletter, maar er zou evengoed een kleine letter kunnen staan: 'Gij zijt de christus', dat wil zeggen 'de messias'. Beide woorden betekenen 'gezalfde': want toen Jezus bij het doopsel van Johannes het water inging, ontving Hij bij het boven komen de kracht van de heilige Geest. Hij werd er 'gezalfd' met de heilige Geest, aangesteld tot de messias van Israël, om het Koninkrijk van GOD te verkondigen en een nieuw tijdperk te doen aanbreken. De stem uit de hemel zei: 'Jij bent mijn geliefde Zoon, in jou vind ik vreugde!'
Maar wat betekent dat concreet voor de zending van Jezus, dat Hij de messias van Israël is? Petrus en de andere leerlingen denken er iets van te weten. Zij zien in Jezus de messias, 'de christus', en zij denken in termen van 'overwinning en vrijheid'. Maar Jezus denkt in heel andere termen: Hij verbindt de opdracht van de messias met verwerping, met smaad, met lijden en dood, maar ook met opstanding. Marcus vertelt ons van een zware clash tussen Jezus en Petrus, de woorden liegen er niet om. Probeer er niet overheen te lezen – 'Ga weg, Satan!' – maar ze te proeven en ze te wegen. Over het kruis kun je onmogelijk spreken in termen van vanzelfsprekendheid of in clichés: men moet vechten met die boodschap van Jezus, om ze te leren verstaan – zoals Petrus!

PDF-bestand van dit commentaar

volg ons

over deze blog

Deze blog gaat op zoek naar de betekenis van Bijbelteksten.

In onze artikels wijzen we vaak de weg naar meer informatie die te vinden is in het Bijbelhuis.

Hier leest u ook artikels over onze bijzondere programmatie of evenementen.

Breng deze pagina regelmatig een bezoekje. Je vindt hier geregeld nieuwe teksten.

Jean Bastiaens, directeur van Bijbelhuis Zevenkerken.