B-cyclus drieëntwintigste zondag door het jaar

ZONDAG 9 SEPTEMBER 2018

 

  • Eerste lezing: Jesaja 35,4-7a
  • Tweede lezing: Jakobus 2,1-5
  • Evangelielezing: Marcus 7,31-37
  • Ingesproken lezingen
  • Commentaar: Effata! Bloei open!

 

 

Jesaja 35,4-7a

Eerste lezing uit de profeet Jesaja

 

 De lamme zal springen als een hert

 

Spreek tot allen die de moed verloren hebben:
"Vat moed en vreest niet:
uw God komt om de wraak te voltrekken,
God komt om te vergelden en om u te redden.
Dan gaan de ogen van de blinden weer open
en zullen de oren van de doven geopend worden.
De lamme zal springen als een hert
en jubelen zal de tong van de stomme.
Ja, in de steppe zullen beken ontspringen,
rivieren in de woestijn.
De dorre vlakte wordt een vijver,
het dorstige land één waterbron."

 

 

Jakobus 2,1-5

Tweede lezing uit de brief van de heilige apostel Jakobus

 

 Verbindt dit geloof toch niet met partijdigheid en vleierij!

 

Broeders en zusters,

Gij die gelooft in onze Heer Jezus Christus,
de Heer der heerlijkheid,
verbindt dit geloof toch niet met partijdigheid en vleierij!
Ik bedoel dit:
veronderstel, er treedt in uw samenkomst een man binnen,
keurig gekleed en met gouden ringen aan zijn vingers,
en tegelijkertijd komt er ook een arme man aan in schamele kleren;
als gij nu opziet tegen de rijk geklede man
en hem een ereplaats aanbiedt,
terwijl gij tegen de arme zegt:
"Blijf daar maar staan", of:
"Ga hier op de grond zitten, bij mijn voetbank",
maakt ge u dan niet schuldig
aan een kwaadaardige discriminatie?
Luistert, lieve broeders en zusters:
God heeft de armen naar de wereld uitverkoren
om rijk te zijn in het geloof
en erfgenamen van het koninkrijk
dat Hij beloofd heeft aan wie Hem liefhebben.

 

 

Marcus 7,31-37

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Marcus

  

"Effeta" Ga open.

 

In die tijd vertrok Jezus uit de streek van Tyrus
en begaf zich over Sidon naar het meer van Galilea,
midden in de streek van Dekápolis.
Men bracht een doofstomme bij Hem
en smeekte Hem dat Hij deze de hand zou opleggen.
Jezus nam hem terzijde, buiten de kring van het volk,
stak hem de vingers in de oren
en raakte zijn tong met speeksel aan.
Vervolgens sloeg Hij zijn ogen ten hemel,
zuchtte en sprak tot hem:
"Effeta"
wat betekent:
Ga open.
Terstond gingen zijn oren open,
en werd de band van zijn tong losgemaakt,
zodat hij normaal sprak.
Hij verbood het aan iemand te zeggen;
maar met hoe meer nadruk Hij dat verbood,
des te luider verkondigden zij het.
Buiten zichzelf van verbazing riepen zij uit:
"Hij heeft alles welgedaan,
Hij laat doven horen en stommen spreken."

PDF-bestand van deze lezingen

 

 

Ingesproken lezingen

 

 

 

Commentaar

Jean Bastiaens

Effata! Bloei open!


De sleutel voor de drie lezingen van deze zondag staat helemaal aan het begin, in de eerste lezing uit de profeet Jesaja: 'Spreek tot allen die de moed verloren hebben.' Dat is een zinnetje dat in onze tijd veel oproept. Voor hoeveel Grieken geldt dit niet, voor hen die hun werk hebben verloren en aan de rand van de armoede zijn komen te leven? Voor hoeveel inwoners van de stad Homs in Syrië? Voor hoeveel burgers in Oost-Congo? Voor hoeveel mensen die op de vlucht geslagen zijn en geen gastvrijheid ondervinden, nergens? Voor hoeveel landgenoten die de hoop hebben verruild voor cynische gelatenheid? Wie heeft het gezag en het charisma om mensen weer moed in te spreken?
De crisis slaat bij ons hard toe. Er zijn zoveel Spaanse jongeren die van de scholen en universiteiten komen en geen werk vinden. Wie geeft hun toekomst?
De tijd waarin we de hoofdstukken 34-35 van het boek Jesaja moeten situeren, was niet minder penibel. We bevinden ons in de tijd van de Babylonische ballingschap. Hooggeplaatsten en leiders van het volk waren gevangen genomen en weggevoerd naar Babel, naar het land waar het met Abraham nota bene allemaal begonnen was. Het gewone volk bleef achter, wezenloos, zonder tempel, zonder leiders, zonder uitzicht. Het machtsvacuüm werd snel ingenomen door anderen, met name ook door het volk van Edom, ten zuiden van Juda. Edom profiteerde van de zwakte van Juda, nam territoria in beslag en palmde brutaal vitale handelswegen in. Heel hoofdstuk 34 van het boek Jesaja is een aanklacht tegen de legermachten van de sterken, een wanhoopskreet tegen het onrecht een volk aangedaan, een roep om nieuwe toekomst.
Hoofdstuk 35 belooft een nieuwe toekomst. GOD zal komen, zo staat er in de eerste lezing, om de wraak te voltrekken, dat wil zeggen de wraak jegens het tirannieke Edom. Het onrecht zal een einde nemen. GOD zal dat kleine volkje dat denkt dat met de ballingschap en haar gevolgen alles ten einde is, redden. Je moet als profeet goede kaarten op zak hebben om een volk in zo'n situatie toe te spreken, hoop in te spreken. Wat zal het gevolg zijn van 'de komst' van GOD? Het volk zal – zo weet de profeet – uit zijn verlamming bevrijd worden. Die verlamming uit zich op drie fronten: men is niet meer in staat om te luisteren, noch om te spreken, noch om in beweging te komen. Ellende, armoede en verdrukking kunnen een mens volkomen passief maken. Uit die verlamming zal GOD hen redden. Hoe? Op twee manieren. Hij zal een Perzische leider doen opstaan, Cyrus, die een einde zal maken aan de ballingschap. En Hij zal een profeet doen opstaan die, als lijdende dienaar, het volk de weg zal wijzen. Jazeker, we leven nog in de woestijn, zegt de profeet. Maar: de steppe zal bloeien!
Een paar eeuwen later brengen mensen uit de streek van Dekapolis een doofstomme man bij Jezus. Zijn de tijden zoveel beter dan tijdens de ballingschap? Niet zo veel. De Romeinen hebben het land in hun greep en regeren met ijzeren hand. Er is veel onzekerheid, frustratie, ingehouden woede. De man bij wie Jezus de handen zal opleggen, is dubbel beperkt: hij kan niet horen en niet spreken. Hij leeft opgesloten in zichzelf, de communicatie met de buitenwereld is minimaal. Jezus neemt de man apart, raakt oren en tong aan en roept: Effata! Ga Open! En alle knellende banden vallen van de man af, hij kan weer volwaardig deelnemen aan het leven, luisteren en zich uitdrukken.
Men heeft dit ritueel vergeleken met wat er bij het doopsel gebeurt: we worden aangeraakt door Jezus die ons genezen wil van onze blindheid, onze ingeboren verstoktheid, die van ons bevrijde mensen maakt die open en onbevangen kunnen leven. Het woord 'Effata' heeft Marcus uit het Aramees bewaard, als om te zeggen dat we hier met een cruciale gebeurtenis geconfronteerd worden. En even later, wanneer Jezus voor de tweede maal een menigte brood te eten geeft, zal blijken dat de leerlingen zelf blind zijn voor wat er onder hun ogen gebeurt.
Is er verandering mogelijk? Herhaalt de geschiedenis zichzelf? Zijn we overgeleverd aan het spel van politieke en financiële grootmachten? De lezingen bieden een tegenstem, en we kunnen het niet beter samenvatten dan door twee zinnen uit de beide testamenten te verbinden: "Spreek tot allen die de moed verloren hebben: Effata! Ga open!"

PDF-bestand van deze lezingen

volg ons

over deze blog

Deze blog gaat op zoek naar de betekenis van Bijbelteksten.

In onze artikels wijzen we vaak de weg naar meer informatie die te vinden is in het Bijbelhuis.

Hier leest u ook artikels over onze bijzondere programmatie of evenementen.

Breng deze pagina regelmatig een bezoekje. Je vindt hier geregeld nieuwe teksten.

Jean Bastiaens, directeur van Bijbelhuis Zevenkerken.