B-cyclus feest van de heilige Drie-Eenheid

ZONDAG 27 MEI 2018

 

  • Eerste lezing: Deuteronomium 4,32-34.39-40
  • Tweede lezing: Romeinen 8,14-17
  • Evangelielezing: Matteüs 28,16-20
  • Ingesproken lezingen
  • Commentaar: De Mensenzoon is Zoon van GOD

 

 

DEUTERONOMIUM 4,32-34.39-40

Uit het boek Deuteronomium

 

De HEER is God in de hemel boven en op de aarde beneden; er is geen ander.

 

Mozes sprak tot het volk en zei:
Ga de oude tijden maar na die u zijn voorafgegaan
vanaf de dag dat God mensen op de aarde schiep.
Kijk maar van het ene uiteinde van de hemel tot aan het andere:
is er ooit zo iets groots gebeurd
of is er ooit iets dergelijks gehoord?
Heeft een volk ooit een God uit het vuur horen spreken zoals gij
en daarbij het leven behouden?
Of heeft ooit een God gepoogd
uit een ander volk u te komen uitkiezen door beproevingen,
door tekenen en wonderen,
door oorlogen, met sterke hand en opgestoken arm,
door grote, schrikwekkende daden,
zoals de HEER uw God
die voor uw ogen in Egypte heeft verricht?
Erken dan heden en prent het in uw hart:
de HEER is God
in de hemel boven en op de aarde beneden;
er is geen ander.
Onderhoud zijn voorschriften en geboden die ik u heden geef.
Dan zult gij met uw kinderen gelukkig zijn
en lang leven op de grond die de HEER uw God u voor altijd schenkt.'

 

 

ROMEINEN 8,14-17

Uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Rome

 

Gij hebt de geest van het kindschap ontvangen die ons doet uitroepen: ‘Abba, Vader!’

 

Broeders en zusters,

Allen die zich laten leiden door de Geest van God
zijn kinderen van God.
De Geest die gij ontvangen hebt is er niet een van slaafsheid
die u opnieuw vrees zou aanjagen.
Gij hebt de geest van het kindschap ontvangen
die ons doet uitroepen:
'Abba, Vader!'
De Geest zelf bevestigt het getuigenis van onze geest
dat wij kinderen zijn van God.
Maar als wij kinderen zijn
dan zijn wij ook erfgenamen,
en wel erfgenamen van God, tezamen met Christus,
daar wij delen in zijn lijden om ook te delen in zijn verheerlijking.

 

 

MATTEÜS 28,16-20

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs

 

De berg die Jezus hun aangewezen had

 

De elf leerlingen begaven zich naar Galilea,
naar de berg die Jezus hun aangewezen had.
Toen zij Hem zagen
wierpen ze zich in aanbidding neer;
sommigen echter twijfelden.
Jezus trad nader en sprak tot hen:
'Mij is alle macht gegeven in de hemel en op aarde.
Gaat dus
en maakt alle volkeren tot mijn leerlingen en doopt hen
in de Naam van de Vader en de Zoon en de heilige Geest,
en leert hun
te onderhouden alles wat Ik u bevolen heb.
Ziet, Ik ben met u
alle dagen
tot aan de voleinding der wereld.'

PDF-bestand van deze lezingen

 

 

Ingesproken lezingen

 

COMMENTAAR

. – Jean Bastiaens –

De Mensenzoon is Zoon van GOD


Nu we het feest van Pinksteren hebben gevierd, worden we uitgenodigd om GOD te danken omwille van de grootsheid van zijn liefde. We doen als het ware een stapje achteruit en we overschouwen alles wat we de laatste tijd hebben doorgemaakt: Asdag, de woestijnperiode van veertig dagen, de Goede Week, de paaswake en de paasmorgen, de paastijd met zijn prachtige lezingen en dan ten slotte de pinksterdag. Het is een tocht geweest van een goede honderd dagen. En het vergaat ons nu zoals Mozes, toen hij aan het einde gekomen was van de lange reis: hij besteeg de berg Nebo en overschouwde het beloofde land. Hij zag alles wat er achter hem lag, heel die geschiedenis, en keek naar het land dat voor hem lag. De Joodse legenden vertellen dat Mozes op die berg een lang gesprek heeft gehad met GOD, op het einde waarvan hij met een kus van GOD is gestorven.
Jezus roept zijn leerlingen samen op een berg in Galilea. Zoals Mozes op de berg Nebo, zo overschouwen zij als het ware heel het land waar zich zo veel heeft afgespeeld. En ze ontmoeten Jezus, en aanbidden Hem. Het is een gewijd moment. Een moment van intense dankbaarheid, van diepe vreugde, maar ook van twijfel en huiver om wat nog komen gaat. Dan treedt Jezus op hen toe en spreekt tot hen: 'Mij is alle macht gegeven in de hemel en op aarde.'
Als Jezus deze woorden in de mond neemt, kunnen de leerlingen niet anders dan denken aan wat er in het boek Daniël geschreven staat: 'In mijn nachtelijke visioenen zag ik dat er met de wolken van de hemel iemand kwam die eruitzag als een mens. Hij naderde de oude wijze en werd voor hem geleid. Hem werden macht, eer en het koningschap verleend, en alle volken en naties, welke taal zij ook spraken, dienden hem. Zijn heerschappij was een eeuwige heerschappij die nooit ten einde zou komen, zijn koningschap zou nooit te gronde gaan.' (Daniël 7, 13-14) Het gaat over 'iemand die eruit zag als een mens', over de Mensenzoon! Tot nu toe was die titel, die alleen Jezus in de mond nam, altijd in duister gehuld. Wat bedoelde Jezus daarmee? Wie was die Mensenzoon? Maar nu vallen de puzzelstukken in elkaar: de Mensenzoon is de Zoon van GOD. Aan deze Zoon wordt het koningschap overgedragen, totdat alles zal zijn voltooid.
En ook nu zien de leerlingen alles nog eens terug: hoe Jezus het doopsel van Johannes onderging, en hoe Hij, aan het water ontstegen, de titel kreeg van Geliefde Zoon en van Dienaar. Daar was het begonnen met die zoon van David, met die Welbeminde die de opdracht had om dienaar te zijn, Knecht des Heren. En nu staan ze hier op de berg, oog in oog met de Mensenzoon, die het koningschap aanvaardt en zijn leerlingen aanstelt tot gezanten van zijn koninkrijk: 'Ga op weg, de weg die leidt naar alle volken, en maak ook hen tot mijn leerlingen!'
Zoals dat bij Jezus het geval was, zo zal het elke nieuwe leerling vergaan: bij het doopsel ontvangt de leerling de Geest. Wat is die Geest? Het is de kracht van GOD. En deze kracht werkt in de mens en doet hem uitroepen: Abba! Vader! De leerling wordt opgenomen in dezelfde relatie die ook Jezus bezielde en leert GOD net als Jezus in vertrouwen aan te roepen. Hij die is de énige GOD, die is JHWH of IK-ZAL-ER-ZIJN – deze GOD mogen wij naderen en door de Geest aanspreken met Abba. Paulus laat het ons in de tweede lezing duidelijk verstaan, dat ook wij krachtens dit alles kind van GOD zijn, mee opgenomen in het liefdesavontuur van Vader, Zoon en Geest.
Deze zaken behoren tot de orde van het schouwen. Van Daniël wordt gezegd dat hij na het hierboven genoemde visioen 'tot in het diepst van zijn gemoed geraakt was' (Daniël 7, 15). Mozes begreep niet waarom hij het beloofde land niet kon binnengaan, maar GOD liet het hem volgens de Joodse traditie in visioenen verstaan. Van onszelf uit is het onmogelijk om het liefdesavontuur van Vader, Zoon & Geest te verstaan. De Geest moet het ons influisteren, zegt Paulus. Hoe herkennen we de influisteringen van de Geest? Aan het feit dat ze ons opbouwen, sterk maken, vertrouwen geven. Stevig gegrondvest op dit vertrouwen, kunnen de leerlingen openstaan voor de opdracht die zij van Jezus ontvangen: maak alle volken bekend met de nieuwe maatstaven van het Koninkrijk van de Hemel, maak hen tot mensen die bereid zijn bij mij in de leer te gaan ('leerling' te zijn) en wijs hen de weg naar het doopsel, die hen opneemt in het liefdesavontuur van Vader, Zoon & Geest.

PDF-bestand van dit commentaar

volg ons

over deze blog

Deze blog gaat op zoek naar de betekenis van Bijbelteksten.

In onze artikels wijzen we vaak de weg naar meer informatie die te vinden is in het Bijbelhuis.

Hier leest u ook artikels over onze bijzondere programmatie of evenementen.

Breng deze pagina regelmatig een bezoekje. Je vindt hier geregeld nieuwe teksten.

Jean Bastiaens, directeur van Bijbelhuis Zevenkerken.