A-cyclus tweede Paaszondag

ZONDAG 23 APRIL 2017

  • Eerste lezing: Handelingen 2,42-47
  • Tweede lezing: 1 Petrus 1,3-9
  • Evangelielezing: Johannes 20,19-31
  • Ingesproken lezingen
  • Commentaar: Herboren tot een leven van hoop

 


Handelingen 2,42-47

Uit de Handelingen der Apostelen

 

 

De eerste christenen legden zich ernstig toe
op de leer der apostelen,
bleven trouw aan het gemeenschappelijk leven
en ijverig in het breken van het brood en het gebed.
Ontzag beving eenieder,
want door de apostelen
werden vele wonderbare tekenen verricht.
Allen die het geloof hadden aangenomen,
waren eensgezind en bezaten alles gemeenschappelijk.
Ze waren gewoon hun bezittingen en goederen te verkopen
en die onder allen te verdelen naar ieders behoefte.
Dagelijks bezochten ze trouw en eensgezind de tempel,
braken het brood in een of ander huis,
genoten samen hun voedsel
in blijdschap en eenvoud van hart,
loofden God en stonden bij het hele volk in de gunst.
En elke dag bracht de Heer er meer bijeen,
die gered zouden worden.

 

 

1 Petrus 1,3-9

Uit de eerste brief van de heilige apostel Petrus

 

 

Dierbaren,
Gezegend is God,
de Vader van onze Heer Jezus Christus,
die ons in zijn grote barmhartigheid
deed herboren worden tot een leven van hoop
door de opstanding van Jezus Christus uit de dood.
Een onvergankelijke, onbederfelijke, onaantastbare erfenis
is voor u weggelegd in de hemel.
In Gods kracht geborgen door het geloof,
wacht gij op het heil, dat al gereed ligt
om op het eind van de tijd geopenbaard te worden.
Dan zult gij juichen,
ook al hebt gij nu, als het zo moet zijn,
voor een korte tijd te lijden
onder allerlei beproevingen.
Maar die zijn nodig
om de deugdelijkheid van uw geloof te bewijzen,
uw geloof,
dat zoveel kostbaarder is dan vergankelijk goud,
dat toch ook door vuur gelouterd wordt.
Dan zal, wanneer Jezus Christus zich openbaart,
lof, heerlijkheid en eer uw deel zijn.
Hem hebt gij lief zonder Hem ooit gezien te hebben.
In Hem gelooft gij,
ofschoon gij Hem ook nu niet ziet.
Hoe onuitsprekelijk,
hoe hemels zal uw vreugde zijn,
als gij het einddoel van uw geloof,
uw redding,
bereikt.

 

 

Johannes 20,19-31

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes

 

 

Op de avond van de eerste dag van de week,
toen de deuren van de verblijfplaats der leerlingen
gesloten waren uit vrees voor de Joden,
kwam Jezus binnen,
ging in hun midden staan en zei:
"Vrede zij u."
Na dit gezegd te hebben toonde Hij hun zijn handen en zijn zijde.
De leerlingen
waren vervuld van vreugde toen zij de Heer zagen.
Nogmaals zei Jezus tot hen:
"Vrede zij u.
Zoals de Vader Mij gezonden heeft
zo zend Ik u"
Na deze woorden blies Hij over hen en zei:
"Ontvangt de heilige Geest.
Als gij iemand zonden vergeeft,
dan zijn ze vergeven,
en als gij ze niet vergeeft,
zijn ze niet vergeven."
Tomas, een van de twaalf, ook Didymus genaamd,
was echter niet bij hen toen Jezus kwam.
De andere leerlingen vertelden hem:
"Wij hebben de Heer gezien."
Maar hij antwoordde:
"Zolang ik in zijn handen niet het teken van de nagelen zie,
en mijn vinger in de plaats van de nagelen kan steken,
en mijn hand in zijn zijde leggen,
zal ik zeker niet geloven."
Acht dagen later waren zijn leerlingen weer in het huis bijeen,
en nu was Tomas er bij.
Hoewel de deuren gesloten waren kwam Jezus binnen,
ging in hun midden staan en zei:
"Vrede zij u."
Vervolgens zei Hij tot Tomas:
"Kom hier met uw vinger en bezie mijn handen.
Steek uw hand uit en leg die in mijn zijde
en wees niet langer ongelovig maar gelovig."
Toen riep Tomas uit:
"Mijn Heer en mijn God !"
Toen zei Jezus tot hem:
"Omdat ge Mij gezien hebt gelooft ge?
Zalig die niet gezien en toch geloofd hebben."
In het bijzijn van zijn leerlingen
heeft Jezus nog vele andere tekenen gedaan
die niet in dit boek zijn opgetekend,
maar deze hier zijn opgetekend opdat gij moogt geloven
dat Jezus de Christus is,
de Zoon van God,
en opdat gij door te geloven
leven moogt in zijn Naam.

PDF-bestand van deze lezingen

 

 

Ingesproken lezingen

 

Commentaar

Jean Bastiaens

Herboren tot een leven van hoop

Acht dagen geleden hebben we Pasen gevierd, met de indrukwekkende paaswake en de frisse viering van paasmorgen. De dood heeft Jezus niet in zijn macht kunnen houden. Die macht is gebroken toen de Vader Jezus door de dood heen tot nieuw leven heeft opgewekt. We moeten ons hoofd en onze geest wegdraaien van het donkere graf - dat trouwens leeg is - en keren naar het licht. GOD wil ons in een nieuwe realiteit plaatsen: Jezus is de Levende, en samen met de opwekking van Jezus is ook ons eigen leven herboren. We horen het in de prachtige tweede lezing van deze zondag: "Gezegend is GOD, die ons deed herboren worden tot een leven van hoop door de opstanding van Jezus Christus uit de dood." De opstanding van Jezus gaat samen met een nieuwe geboorte van ons eigen leven. We weten ons mee opgenomen in het kruismysterie van Jezus, en ons leven krijgt een nieuwe, frisse dynamiek. In die zin bevestigt de wedergeboorte van ons eigen leven wat GOD aan Jezus heeft gedaan toen Hij Hem deed verrijzen.

Ook het evangelie vertelt zo'n verhaal van nieuw leven. Op de eerste dag van de week - de dag van de ontdekking van het lege graf - zijn de leerlingen samen. Ze hebben zich opgesloten. Ze voelen zich murw geslagen, als dood, en hun ziel is even kil als het lege graf. Angst beheerst hun bestaan, angst dat de Joodse leiders nu ook hen zouden viseren. In deze situatie van totale ontreddering, verschijnt Jezus aan de leerlingen. De afgeslotenheid waarin de leerlingen leven, kan Jezus niet weerhouden om binnen te komen. Plotseling staat Hij daar, en zijn aanwezigheid verlicht hun hart. Het eerste woord dat Jezus spreekt, is meteen het belangrijkste woord uit heel de Bijbel: "Vrede zij u!" Te midden van angst en ontreddering, komt Jezus vrede brengen. En deze vrede heelt, bouwt op, verzamelt de verloren gelopen gedachten van de leerlingen tot een nieuw, bemoedigend "zien". De vreugde die de leerlingen nu voelen opkomen, verdrijft alle sporen van angst en vertwijfeling. Het voelt aan als "herboren worden". Jezus bevestigt dit door over hen te blazen, zoals GOD ooit de eerste mens de levensadem "inblies" (Genesis 2,7). Jezus is opgestaan, en de leerlingen worden herschapen. Wat zij nu ontvangen is niet de eerste levensadem, maar de Geest die Jezus hun beloofd had. En deze Geest lijkt op de wind die waait waarheen hij wil (Johannes 3,8). De Geest brengt tot leven, veroorzaakt beweging, doet mensen opstaan uit passiviteit en machteloosheid.

De gave van de Geest is dan ook verbonden met een zending. De leerlingen worden naar buiten gedreven, om daar het werk van Jezus verder te zetten. Dat werk wordt hier samengevat als "het vergeven van zonden". Het vergeven van zonden komt normaal gesproken alleen aan GOD toe. Want alleen Hij weet wat er in mensen omgaat, alleen Hij kent het hart van de mens. Maar Jezus had, als de Mensenzoon, de bevoegdheid ontvangen om te vergeven en te genezen. Want vergeving van zonden brengt een diep proces van heling en genezing tot stand. Dit werk mogen de leerlingen nu verderzetten. En het kan ook gebeuren dat er geen vergeving mogelijk is, omdat iemand zijn hart verhardt. Zo kon ook Jezus aan de leidinggevenden die de blindgeborene aan een proces hadden onderworpen, geen vergeving aanbieden (Johannes 9,41).

De leerlingen hebben iets ongelooflijks meegemaakt, maar Tomas was er niet bij. Hij is een buitenstaander die met scepsis de vreugde van de andere leerlingen aanschouwt. Er is meer nodig om hem te overtuigen. Hij heeft de voorwaarde voor zijn geloven al vastgelegd: "Zolang ik in zijn handen niet het teken van de nagels zie". Hij wil boter bij de vis. En daarmee lijkt hij op de mens die op zoek is naar bewijzen "Godsbewijzen" juist omdat hij een buitenstaander blijft. Maar Jezus komt ook hem tegemoet: jawel, de gekruisigde is de Verrezene! En zalig zijn al die mensen, zegt Jezus dan, die geen harde bewijzen in handen hebben, en toch geloven.

Ook de eerste lezing van dit "beloken Pasen" is een pareltje. Het maakt duidelijk wat het "herboren" worden voor de eerste leerlingen concreet betekende. En dat is niet niks. In de eerste zin worden de vier pijlers van het leven van de Jezusbeweging genoemd (ze werden nog geen "christenen" genoemd, ook al suggereert de tekst van het lectionarium dit. Dat zal pas gebeuren in Antiochie" zie Handelingen 11,26). Die vier pijlers zijn: het onderricht van de apostelen (de catechese), het gemeenschappelijk leven (communio), het breken van het brood (eucharistie) en het gebed. Met dit "gebed" bedoelde Lucas wel het Joodse gebed waaraan de leerlingen deelnamen, zoals ze ook trouw de tempel bleven bezoeken. Deze vier pijlers zijn in staat om een paasgemeenschap op te bouwen en vleugels te geven: een gemeenschap waar alles gedeeld wordt.

PDF-bestand

volg ons

over deze blog

Deze blog gaat op zoek naar de betekenis van Bijbelteksten.

In onze artikels wijzen we vaak de weg naar meer informatie die te vinden is in het Bijbelhuis.

Hier leest u ook artikels over onze bijzondere programmatie of evenementen.

Breng deze pagina regelmatig een bezoekje. Je vindt hier geregeld nieuwe teksten.

Jean Bastiaens, directeur van Bijbelhuis Zevenkerken.