Paashomilie

Zusters en broeders,

In de Paasnacht – de nacht die achter ons ligt – is ons het onthutsende nieuws aangekondigd: het overvloedige kwaad in de wereld, de onloochenbare macht van de zonde, het vreselijke lijden van mensen en volken – dat alles is geen fataal lot waarbij we ons moeten neerleggen. Midden in het donker van de Paasnacht hebben we een licht ontstoken: niet ons eigen licht, maar het licht van Christus. In Christus en op Hem is alle kwaad en alle lijden van deze wereld terechtgekomen, Hij heeft het gedragen, en God heeft hem door het lijden heen naar de nieuwe wereld gebracht: de wereld van zijn Koninkrijk. En dan hebben we ons eigen licht aan dat licht van Christus ontstoken: zoals we ook deze morgen het licht van onze kleine kaars hebben ontvangen van de Paaskaars. Het kleine vlammetje van ons verrijzenisgeloof steunt niet alleen op wat we zelf geloven of op onze eigen inzichten, nee! Ons eigen vlammetje ontleent zijn kracht aan Christus, die zelf – vannacht! – het Licht voor de wereld is geworden.

Het is zinvol om ons verrijzenisgeloof te vergelijken met het vlammetje van een kaars. Een vlam is van vuur, en vuur staat voor warmte, gloed en licht. Maar een vlam is ook beweeglijk, en het verandert voortdurend van vorm. Het is bovendien vatbaar voor externe invloeden: de wind kan het vlammetje groter of kleiner maken, ja zelfs doen doven. Als dat gebeurt moeten we het vlammetje van ons verrijzenisgeloof opnieuw aansteken aan Christus, die – kunnen we het genoeg zeggen? – in de Paasnacht definitief het Licht voor deze wereld is geworden.

Het verrijzenisgeloof is dus iets levendigs, iets dat altijd in beweging is, iets dat groeit en ups en downs kent. Wanneer ons moeilijkheden overkomen of wanneer we het leed van de wereld aanschouwen en beleven, kan het immers gebeuren dat ons geloof op de proef wordt gesteld. Het hoort er allemaal bij.

Dat kunnen we des te beter inzien als we het evangelie van vandaag van nabij bekijken. In de vroegte van de eerste dag van de week, na de sabbat, gaat Maria van Magdala naar het graf van Jezus. De zon begint op te komen, het morgenlicht verdrijft beetje voor beetje de duisternis van de nacht. Maria Magdalena is, sinds Jezus in haar leven was gekomen, een andere mens geworden. De kwetsuren van haar leven waren door de ontmoeting met Hem geheeld. Haar leven had een heel nieuwe oriëntatie gekregen. Ze was bevrijd van haar innerlijke tegenstrijdigheden, van haar onrust, van alle dwangmatige gedachten die haar ‘bezet’ hielden, haar ‘bezeten’ maakten. Jezus had vaart in haar leven gebracht, en creatieve liefde. Zij is bij Jezus gebleven, ook in zijn lijden en zijn verlatenheid. En nu zoekt ze hem opnieuw, gedreven door iets dat ze zelf niet kent. En zo ontdekt ze dat de steen voor het graf is weggerold.

Helemaal van de kaart, snelt ze naar de twee zuilen van de Johanneïsche Jezusbeweging: Simon Petrus en de beminde leerling. Maria kan maar aan één ding denken: het lichaam van Jezus is ontvreemd, gestolen. De mannen moeten haar te hulp komen!

Onmiddellijk gaan de twee mannen naar het graf, ze spurten, waarbij de beminde leerling een voorsprong heeft. Toch laat hij Simon als eerste het graf binnengaan. Simon ziet dat het graf leeg is, maar dat de zwachtels en de zweetdoek er wèl liggen, netjes opgevouwen. Dat is toch onmogelijk? Niemand zou toch een lijk van zijn zwachtels ontdoen! Petrus is radeloos. Dan gaat ook de beminde leerling naar binnen: hij ziet de tekens van de zwachtels en het lege graf, en in een flits begrijpt hij het: het lege graf is een teken van het feit dat de Vader Jezus door de dood heen naar het leven heeft gevoerd. ‘Hij leeft!’, flitste het door het hoofd van de beminde leerling. Ware liefde doorschouwt alles, begrijpt alles, overwint alles. ‘Hij zag en geloofde’ – staat er in het evangelie.

Wie is die beminde leerling? Deze intieme leerling van Jezus heeft geen naam, omdat hij het beeld is van elk van ons. Wij, ieder van ons, wij zijn die beminde leerling. Wij moeten met hem mee afdalen in het lege graf, kijken naar de zwachtels en de zweetdoek die daar zijn achtergelaten, wij moeten ons laten opwekken uit onze dood en uit onze angsten dat alles fataal afloopt, wij moeten ‘zien’ en tot geloof komen.

Het verrijzenisgeloof maakt van ons nieuwe mensen. Kijk maar naar Petrus: hij die Christus verloochende, is dezelfde die – zoals we in de eerste lezing hoorden – zich onder de mensen begeeft en frank en vrijmoedig spreekt over wat zich heeft voorgedaan. Het verrijzenisgeloof maakt van ons dynamische mensen die nooit, nooit de moed opgeven – omdat wij verankerd zijn en blijven in Jezus zelf. Maar ook het verrijzenisgeloof blijft geloof: krachtige intuïtie, innerlijk weten, visionaire inzichten, maar ook vatbaar voor twijfel en beproeving – denk aan de vlam!

Het verrijzenisgeloof zet miljoenen mensen op weg, drijft hen voort, om zich in te zetten voor het Koninkrijk van God, Jezus achterna. Laten wij ons vandaag bij hen aansluiten, laten wij ons geloof met overtuiging vernieuwen, en laten we met een nieuw ontloken vreugde tegen elkaar zeggen: Zalig Pasen!

 

Jean Bastiaens
Paaszondag, 16 april 2017

volg ons

over deze blog

Deze blog gaat op zoek naar de betekenis van Bijbelteksten.

In onze artikels wijzen we vaak de weg naar meer informatie die te vinden is in het Bijbelhuis.

Hier leest u ook artikels over onze bijzondere programmatie of evenementen.

Breng deze pagina regelmatig een bezoekje. Je vindt hier geregeld nieuwe teksten.

Jean Bastiaens, directeur van Bijbelhuis Zevenkerken.