A-cyclus zesde zondag door het jaar

ZONDAG 12 FEBRUARI 2017

  • Eerste lezing: Wijsheid van Jezus Sirach 15,15-20
  • Tweede lezing: 1 Korintiërs 2,6-10
  • Evangelielezing: Matteüs 5,17-37
  • Ingesproken lezingen
  • Commentaar: De Tora van Jezus

 

Sirach 15,15-20

Uit het boek Wijsheid van Jezus Sirach

 

 

Wanneer gij wilt, kunt gij de geboden onderhouden,
en het is ook verstandig te doen wat de Heer behaagt.
Hij heeft vuur en water voor u neergezet:
gij kunt uw hand uitstrekken naar wat ge verkiest.
Voor de mensen liggen het leven en de dood,
en wat een mens behaagt, wordt hem gegeven.
Want groot is de wijsheid van de Heer,
zijn macht is geweldig en Hij ziet alles.
Zijn ogen zijn gericht op wie Hem vrezen
en iedere daad van de mens is Hem bekend.
Hij heeft niemand bevolen te zondigen
en aan niemand verlof gegeven om kwaad te doen.

 

1 Korintiërs 2,6-10

Uit de eerste brief van de heilige apostel Paulus aan de Christenen van Korinte

 

 

Broeders en zusters,
Wij spreken onder de volmaakten over wijsheid,
maar dat is niet de wijsheid van deze wereld
of van de machten die deze wereld beheersen,
waarvan de ondergang trouwens op handen is.
Wij verkondigen een goddelijke wijsheid,
die verborgen was,
het geheime plan,
door GOD van alle eeuwigheid ontworpen
en bestemd voor onze verheerlijking.
Geen van de machthebbers van deze wereld heeft ervan geweten.
Als zij ervan geweten hadden,
zouden zij de Heer der heerlijkheid niet gekruisigd hebben.
Dit zijn de dingen waarvan de Schrift zegt:
"Geen oog heeft ze gezien, geen oor heeft ze gehoord,
geen mens kan het zich voorstellen,
al wat GOD bereid heeft voor die Hem liefhebben.”
Maar aan ons heeft GOD het geopenbaard door de Geest,
want de Geest van GOD doorgrondt alles,
zelfs de diepste geheimen van GOD.

 

Matteüs 5,17-37

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs

 

 

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen:
“Denkt niet dat Ik gekomen ben
om Wet of Profeten op te heffen.
“Ik ben niet gekomen om op te heffen,
maar om de vervulling te brengen.
Want voorwaar, Ik zeg u:
Eerder nog zullen hemel en aarde vergaan,
dan dat één jota of haaltje vergaat uit de Wet,
voordat alles geschied is.
Wie dus een van die voorschriften,
zelfs het geringste,
opheft en zo de mensen leert,
zal de geringste geacht worden in het Rijk der hemelen,
maar wie ze onderhoudt en leert
zal groot geacht worden in het Rijk der hemelen.
Ik zeg u: Als uw gerechtigheid
die van de schriftgeleerden en Farizeeën niet ver overtreft,
zult gij zeker niet binnengaan in het Rijk der hemelen.
Gij hebt gehoord dat tot onze voorouders is gezegd:
Gij zult niet doden.
“Wie doodt zal strafbaar zijn voor het gerecht.
Maar Ik zeg u:
Alwie vertoornd is op zijn broeder,
zal strafbaar zijn voor het gerecht.
En wie tot zijn broeder zegt: raka,
zal strafbaar zijn voor het Sanhedrin;
en wie zegt: dwaas,
zal strafbaar zijn met het vuur van de hel.
Als gij uw gave komt brengen naar het altaar
en daar schiet u te binnen
dat uw broeder iets tegen u heeft,
laat dan uw gave voor het altaar achter,
ga u eerst met uw broeder verzoenen
en kom dan terug om uw gave aan te bieden.
Haast u het eens te worden met uw tegenpartij,
zolang ge nog met hem onderweg zijt;
anders zou uw tegenpartij
u wel eens aan de rechter kunnen overleveren,
en de rechter u aan de gerechtsdienaar,
en zoudt gij in de gevangenis worden geworpen.
Voorwaar, Ik zeg u:
Ge zult daar niet uitkomen,
voordat ge tot de laatste penning hebt betaald.
Gij hebt gehoord dat er gezegd is:
Gij zult geen echtbreuk plegen.
Maar Ik zeg u:
Alwie naar een vrouw kijkt om haar te begeren,
heeft in zijn hart al echtbreuk met haar gepleegd.
Indien uw rechteroog u tot zonde dreigt te brengen,
ruk het uit en werp het van u weg;
want het is beter voor u,
dat één van uw lichaamsdelen verloren gaat
dan dat heel uw lichaam in de hel wordt geworpen.
En als uw rechterhand u tot zonde dreigt te brengen,
hak ze af en werp ze van u weg;
want het is beter voor u,
dat één van uw lichaamsdelen verloren gaat
dan dat heel uw lichaam in de hel terecht komt.
Ook is er gezegd:
Wie zijn vrouw verstoot,
moet haar een scheidingsbrief geven.
Maar Ik zeg u:
Wie zijn vrouw verstoot,
behalve in geval van ontucht,
brengt haar ertoe echtbreekster te worden;
en wie een verstoten vrouw huwt,
begaat echtbreuk.
Eveneens hebt gij gehoord,
dat tot onze voorouders gezegd is:
Gij zult geen valse eed doen,
maar gij zult voor de Heer uw eden houden.
Maar Ik zeg u in het geheel niet te zweren;
noch bij de hemel,
want dat is de troon van GOD;
noch bij de aarde, want dat is zijn voetbank;
noch bij Jeruzalem, want dat is de stad van de grote Koning.
Ook bij uw hoofd moet gij niet zweren,
want gij kunt niet één haar wit of zwart maken.
Maar uw ja moet ja zijn en uw neen, neen;
en wat daar nog bij komt, is uit den boze.”

PDF-bestand van deze lezingen

 

Ingesproken lezingen

 

 

Commentaar

Jean Bastiaens

De Tora van Jezus

Op deze zesde zondag door het jaar staat er een groot stuk uit de Bergrede op het menu. Deze unieke kans om tot het hart van Jezus’ prediking door te dringen mogen we ons niet laten ontgaan. Daarom is het aangewezen om héél de tekst te lezen (Matteüs 5,17-37) en er geen verknipte versie van te maken. Deze tekst is immers een indrukwekkend monument, een beginselverklaring bijna van Jezus voor de leerlingen die hem dierbaar zijn.

Om een goed startpunt te vinden voor de uitleg, is het zinvol eerst de lezing uit het boek Sirach te bekijken. Deze begint met een aansporing: ‘Wanneer gij wilt, kunt gij de geboden onderhouden.’ Misschien zegt ons dat niet veel, want wij hebben het niet zo op met ‘geboden’. We moeten ons daarom verplaatsen in de Joodse leefwereld: het gebod om de naam van GOD niet voor eigen doeleinden te misbruiken, om met Pasen op bedevaart te gaan of om geen vlees van bijvoorbeeld het varken te eten, zijn niet zomaar ‘geboden’. Deze geboden zijn een manier om GOD te zoeken en te vinden, ze helpen ons om GOD een plaats te geven in ons dagelijks leven, tot in de keuken toe. Het vervullen van deze geboden leidt tot meer liefde voor GOD, dat is toch de bedoeling. Het is waar dat geboden vaak iets dubbelzinnigs hebben: men kan ze ook gaan misbruiken om er anderen mee om de oren te slaan, zoals maar al te vaak gebeurt, ook in de Kerk van vandaag. Maar dat is een verkeerd gebruik van de Tora, die bedoeld is als een reisgids voor mensen die zich onderweg weten.

Ook Jezus is in deze rijke traditie opgegroeid. Hij heeft, als twaalfjarige, het ‘juk van de Tora’ op zich genomen, Hij is op sabbat naar de synagoge gegaan, en op de grote bedevaartfeesten reisde Hij met zijn ouders naar de heilige stad Jeruzalem. Jezus heeft de indringende en onvervangbare waarde van de Tora goed aangevoeld, maar was er daardoor ook van overtuigd dat zulke grote en heilige teksten misbruikt konden worden. Wie een gebod uit de Tora met liefde en met respect voor de intrinsieke betekenis uitvoert, die ‘vervult’ dat gebod. Wie het gebod echter mechanisch uitvoert of er eigen, verborgen doelen mee nastreeft, die heft het gebod op. Welnu, in de inleiding van de evangelielezing van deze zondag (verzen 17-20) zegt Jezus dat Hij gekomen is ‘om Wet en Profeten te vervullen’, niet om ze ‘op te heffen’.

Na de inleiding volgen er vier concretiseringen, die steeds op dezelfde manier ingeleid worden: ‘U hebt gehoord dat (tot onze voorouders) is gezegd’. In het geheel zijn er zes concretiseringen van de wijze waarop Jezus de Tora vervult, maar de laatste twee worden bewaard voor de volgende zondag. De eerste concretisering betreft het verbod om niet te doden. Wie dat toch doet moet zich verantwoorden voor het gerecht. Uit dit gebod leidt Jezus een nieuw gebod af: je moet ook niet in haat jegens een broeder of zuster van je leven, want wie leeft met haat in het hart jegens een naaste is op weg om iemand te doden. Ultieme haat voert naar de dood. En het doden begint als het ware bij het haten. Wat Jezus hier doet, is dat Hij de Tora radicaliseert en aanscherpt: wie de ware zin van het verbod om te doden overdenkt, komt tot de conclusie dat het verbod om te haten hierbij ingesloten is. Wie zijn broeder of zuster haat en het tot een proces voor de rechter laat komen, moet er rekening mee houden dat hij of zij dan tot de laatste cent zal moeten betalen – en die rechter zou GOD zelf wel eens kunnen zijn!

Bijzonder mooi en heel typerend voor Jezus is dat Hij de normale gang van zaken omgooit: Hij zegt niet dat wanneer je iets tegen een ander hebt, je het eerst moet goed maken vooraleer met een vroom hart aan de liturgie deel te nemen. Nee, Hij zegt: als het je te binnen schiet dat een broeder of zuster van je iets tegen jou heeft, stop dan je gang naar het gebedshuis en ga je eerst verzoenen. Kom daarna terug, om in kracht en in vrede deel te nemen aan de cultus, liturgie te vieren. Deze manier van doen is onder mensen uiterst zeldzaam, maar een echt kenmerk van een ware volgeling van Jezus!

De tweede en derde concretisering betreffen de echtbreuk. Jezus roept een halt toe aan mannen die, binnen het kader van de patriarchale samenleving, hun vrouw om onduidelijke of ondeugdelijke redenen de laan uitsturen met een scheidingsbrief. Die brief geeft haar dan het recht om opnieuw te trouwen. Een vrouw die wordt weggestuurd, is uiterst kwetsbaar. Zal zij nog iemand vinden? Zal ze in haar levensonderhoud kunnen voorzien? Wat zijn haar rechten jegens de kinderen? En Jezus gaat nog een stap verder in zijn radicalisering van het verbod: wie als getrouwde man naar een vrouw kijkt met de bedoeling om met haar te slapen, die heeft in zijn hart reeds echtbreuk gepleegd!

Is deze Tora van Jezus levengevend? Wie ernaar leeft, zal het ondervinden.

PDF-bestand van deze commentaar

volg ons

over deze blog

Deze blog gaat op zoek naar de betekenis van Bijbelteksten.

In onze artikels wijzen we vaak de weg naar meer informatie die te vinden is in het Bijbelhuis.

Hier leest u ook artikels over onze bijzondere programmatie of evenementen.

Breng deze pagina regelmatig een bezoekje. Je vindt hier geregeld nieuwe teksten.

Jean Bastiaens, directeur van Bijbelhuis Zevenkerken.