Zwaarden omsmeden tot ploegijzers?

Homilie: Eerste zondag van de Advent (jaar A)

Lezingen: Jesaja 2,1-5; Romeinen 13,11-14; Matteüs 24,37-44

 

Broeders en zusters,

Eindelijk, het is weer zover: de zachte dagen van de Advent hebben ons bereikt. Liturgisch gezien zijn we in een ‘sterke tijd’ van het jaar beland. De kleur groen hebben we achter ons gelaten, alles kleurt nu paars. Paars staat als liturgische kleur voor ingetogenheid, voor waakzaamheid, voor bereidheid om de dingen en ons eigen leven van een andere kant te bekijken. Weg met de sleur, de vanzelfsprekendheden, de gewoonten, de onnadenkendheid. Stop, denk na en bid – dat zijn de drie codewoorden van deze sterke tijd. Stop, denk na en bid – vooral dat laatste is heel belangrijk. De Kerk nodigt ons uit om tijd te maken voor het gebed, samen, maar ook tijd voor persoonlijk gebed. Even stil vallen, midden op de dag of op eender welk tijdstip, met een psalm of een evangelietekst in de hand. Ons laten aanspreken, ons laten bemoedigen, zodat we met hernieuwde kracht opstaan uit moedeloosheid, uit fatalisme, uit al onze negativiteit. Het persoonlijk gebed is het gaan van een weg naar de Bron, waar levend water opwelt. GOD stelt nooit teleur wanneer wij tot Hem gaan, met onze vragen, onze verlangens, ons verdriet, onze hoop, onze liefde. Laten we de uitnodiging die in deze tijd van Advent tot ons gericht wordt, niet afslaan. Laten we GOD zoeken nu Hij te vinden is!

De profeet Jesaja leeft van een diep verlangen dat in hem is gewekt door een inzicht dat hij heeft ontvangen van GOD. Hij beseft dat GOD zijn liefde aan álle mensen wil kenbaar maken, dat het moreel kompas dat GOD heeft meegedeeld in de Tora van Mozes een levenwekkende boodschap is voor álle volken. Israël is slechts een dienaar van deze boodschap. Israël is er niet omwille van zichzelf, het volk is uitverkoren om anderen de wegen naar GOD te wijzen. Uitverkiezing is een opdracht, een plicht, en ja, soms een last. Jesaja laat zijn tijdgenoten weten dat er een tijd zal aanbreken waarop Jeruzalem een bron van hoop en van licht zal zijn voor álle mensen en volken van deze aarde. Dit licht gaat uit van GOD zelf, de aantrekkingskracht komt van GOD die alle mensen naar zich toe wil trekken. Jeruzalem zal een plek worden waar mensen van elkaar kunnen leren: ‘Want de wet komt uit Sion’, dat wil zeggen uit Jeruzalem, ‘en het Woord van de Heer komt van zijn heilige berg’ – aldus Jesaja. Jeruzalem zal een plaats worden van leren, creatieve uitwisseling, ontmoeting, dialoog. Volkeren zullen niet langer elkaars rivalen zijn, juist omdat ze een nieuw oriëntatiepunt aangereikt te krijgen: ze hoeven zich niet langer te vergelijken met elkaar (wie is er sterker, beter, belangrijker, machtiger, enz.), ze zullen niet meer hoeven te concurreren, omdat hun ogen zijn afgeleid naar het Licht dat van GOD komt, naar zíjn visioen van een andere wereld.

Rivaliteit is van alle tijden. Mensen die dicht bij elkaar staan, veel gemeenschappelijk hebben en eenzelfde ideaal nastreven, worden gemakkelijk elkaars rivalen. Zij kijken naar elkaar en kunnen het moeilijk verkroppen wanneer een ander hetzelfde ideaal of verlangen béter realiseert, méér succes heeft. Maar wanneer wij onze ogen oprichten naar GOD, naar zijn Licht, en vooral naar zijn weerloze Zoon, dan worden deze gevoelens van rivaliteit omgevormd tot een nieuwe kracht van samenwerking, eerbied, respect voor ieders eigenheid en voor elke persoon. In het aanschijn van GOD worden wij pas echt mens. De profeet Jesaja beschrijft dit omvormingsproces in zijn visioen van een verandering van de met elkaar rivaliserende volkeren: ze zullen elkaar niet langer naar het leven staan, ze zullen hun wapens van eigen gelijk en verongelijktheid omsmeden tot ploegijzers, hun speren waarmee ze de ander – de concurrent – verwonden zal een sikkel worden waarmee iets gedaan kan worden dat vruchtbaar wordt voor iedereen.

Hoe actueel is dit visioen niet vandaag? Er heerst vandaag zoveel rivaliteit tussen de volken, gebaseerd op de ongelijkheid in wat deze volken kunnen bereiken aan succes, aan welvaart, aan geluk en prestige. Het een volk staart zich blind op het andere.  Agressie blijft ronddraaien in een niet te stoppen kringloop, haat en geweld baren nieuwe vormen van haat en nieuw geweld. Wie zal deze vicieuze cirkel stoppen, wie zal ons bevrijden uit dit moeras? Jesaja zegt: het Licht dat uitgaat van GOD, zíjn Liefde, zijn Tora, het nieuwe Jeruzalem. Alleen GOD kan deze wereld fundamenteel omvormen.

Om het visioen van Jesaja kans van slagen te geven, heeft GOD zijn Zoon naar deze wereld gezonden. Jezus is de zoon van Israël, de zoon van het uitverkoren volk, de ‘dienaar’ die met zijn leer (zijn Tora) en zijn leven een einde zal kunnen maken aan de vicieuze cirkel van haat en geweld tussen de mensen en de volken.

Het evangelie roept ons vandaag op om waakzaam te zijn. Wij mogen de komst van Jezus verwachten, elke dag opnieuw. Wanneer hij binnenkomt in ons leven, zal hij ons leven ook vernieuwen, nieuw elan geven. Wanneer hij binnenkomt in onze wereld, zal hij elk zwaard omsmeden tot een ploegijzer. Maar dit verwachten, dit uitkijken naar Jezus is geen passieve houding, integendeel: het is een houding van grote alertheid en bereidheid om ons op hem en zijn komst af te stemmen. Elke dag opnieuw.

Laat het gebed daarbij onze gids zijn. Laat het licht van de Adventskrans een uitdrukking van onze hoop zijn. En laat onze solidariteit met anderen, en dus ook met de acties van Welzijnszorg, een voorsmaak geven van onze manier om de wapens af te leggen en ze om te vormen tot instrumenten die hoop, vrede en gerechtigheid brengen. Ik wens u gezegende Adventsdagen toe!

 

Jean Bastiaens

 

volg ons

over deze blog

Deze blog gaat op zoek naar de betekenis van Bijbelteksten.

In onze artikels wijzen we vaak de weg naar meer informatie die te vinden is in het Bijbelhuis.

Hier leest u ook artikels over onze bijzondere programmatie of evenementen.

Breng deze pagina regelmatig een bezoekje. Je vindt hier geregeld nieuwe teksten.

Jean Bastiaens, directeur van Bijbelhuis Zevenkerken.