Lectionarium tweeëndertigste zondag door het jaar

ZONDAG 6 NOVEMBER 2016 VAN DE C-CYCLUS

  • Eerste lezing: 2 Makkabeeën 7,1-2.9-14
  • Tweede lezing: 2 Tessalonicenzen 2,16-3,5
  • Evangelielezing: Lucas 20,27-38
  • Ingesproken lezingen
  • Commentaar: Deze wereld en de komende wereld

 

2 Makkabeeën 7,1-2.9-14

Eerste lezing uit het boek 2 Makkabeeën

 

 

In die dagen werden zeven broers met hun moeder gevangen genomen.
De koning wilde ze dwingen van het verboden varkensvlees te eten
door ze met roeden en zwepen te geselen.
De eerste van hen, die optrad als hun woordvoerder,
sprak als volgt:
Waarom wilt gij ons ondervragen en wat wilt gij van ons te weten komen?
Wij zijn bereid te sterven, liever dan de wetten van onze voorouders te overtreden.
Toen de eerste gestorven was, riep de tweede broer,
kort voordat hij de geest gaf:
Booswicht, gij kunt ons wel het tegenwoordige leven ontnemen,
Maar de Koning der wereld zal ons, die voor zijn wetten sterven,
laten opstaan tot een eeuwig leven.
Na hem werd de derde gemarteld.
Zonder enige vrees sprak hij:
Ik heb deze ledematen van God gekregen; uit eerbied voor zijn wetten doe ik er afstand van,
maar ik hoop ze eens weer terug te krijgen.
De koning en zijn omgeving stonden verbaasd over zoveel moed bij de jongeman,
die zijn folteringen zonder één moment van zwakte doorstond.
Toen hij dood was werd de vierde broer op dezelfde wijze gefolterd en gepijnigd.
Op het punt te sterven riep hij nog uit:
Het is niet zo erg door mensen omgebracht te worden,
wanneer wij mogen vertrouwen op Gods belofte dat Hij ons weer zal laten verrijzen.
Voor u echter zal er geen verrijzenis tot een nieuw leven zijn!

 

2 Tessalonicenzen 2,16-3,5

Tweede lezing uit de tweede brief van de apostel Paulus aan de christenen van Tessalonica

 

 

Broeders en zusters,
Moge de Heer Jezus Christus zelf,
moge God, onze Vader die ons zijn liefde heeft betoond,
en die ons in zijn genade eeuwige troost en blijde hoop heeft geschonken,
uw harten bemoedigen en sterken met alle goeds, in woord en daad.
Voorts, broeders en zusters, bidt voor ons,
opdat het woord des Heren overal zoals bij u zijn luisterrijke loop mag volbrengen,
en opdat wij verlost worden van die kwaadaardige en boze lieden;
want het geloof is niet aller deel.
Maar de Heer is getrouw:
Hij zal u sterken en behoeden voor de boze.
In de Heer vertrouwen wij op u dat gij doet wat wij bevelen
en dit ook zult blijven doen.
Moge de Heer uw harten neigen tot de liefde Gods
en tot de standvastigheid van Christus.

 

Lucas 20,27-38

Lezing uit het Heilig evangelie van de Heer Jezus Christus volgens Lucas

 

 

In die tijd kwamen enigen van de Sadduceeën, die de verrijzenis loochenen,
bij Jezus met de vraag: “Meester, wij zien bij Mozes geschreven staan: Als iemand een getrouwde broer heeft die kinderloos sterft, dan moet hij diens vrouw nemen en aan zijn broer een nageslacht geven. Nu waren er eens zeven broers. De eerste trouwde en stierf kinderloos. De tweede en de derde namen de vrouw en de een na de ander stierven ze alle zeven zonder kinderen na te laten. Het laatste stierf ook de vrouw. Van wie van hen is zij nu bij de verrijzenis de vrouw? Alle zeven toch hebben haar tot vrouw gehad."
Jezus sprak tot de Sadduceeën:
"De kinderen van deze wereld huwen en worden ten huwelijk gegeven,
maar zij die waardig gekeurd zijn deel te krijgen aan de andere wereld
en aan de verrijzenis uit de doden,
huwen niet en worden niet ten huwelijk gegeven.
Zij kunnen immers niet meer sterven omdat zij als engelen zijn;
en, als kinderen van de verrijzenis zijn zij kinderen van God.
Dat de doden verrijzen, heeft ook Mozes aangeduid waar het gaat over de braamstruik,
doordat hij de Heer noemt: de God van Abraham,
De God van Isaäk en de God van Jakob.
De Heer is toch geen God van doden maar van levenden
want voor Hem zijn allen levend."

PDF-bestand van deze lezingen

 

Ingesproken lezingen

 

Commentaar

Jean Bastiaens

Deze wereld en de komende wereld

De eerste lezing en het evangelie van deze zondag staan in het teken van de dood. Is de dood het einde van alle leven, onherroepelijk, of is de dood een grens die gepasseerd moet worden? In de geseculariseerde samenleving leeft de zich almaar verder verbreidende voorstelling dat de dood een absoluut eindpunt is. Bijgevolg moeten we het leven maximaal leven en eruit zien te halen wat erin zit. We willen zoveel mogelijk meemaken en beleven, verre reizen ondernemen, bij zijn met de laatste nieuwe ontwikkelingen op technologisch gebied. Maar niet iedereen kan aan de wedloop van zo’n verschroeiend leven meedoen. Steeds meer mensen vallen uit de boot. Onder hen zijn er ook die afhaken, die het hoge levenstempo niet langer aankunnen. En wat met het levenseinde? Als moderne levensgenieters, die daar ook hard voor moeten werken, hebben we voor de ouderen onder ons weinig tijd. Zij moeten het zien te redden, alleen in het lege huis, of in een zorgcentrum. De laatste levensweg kan dan zwaar worden. Waartoe nog leven?

In de Bijbelse geschriften komt een andere levensvisie tot uitdrukking. Daar ontvangt de mens het leven van GOD, en dat elke dag opnieuw. Volgens het scheppingsgedicht van Genesis 1 begint de dag aan de vooravond: elke dag groeien we door de nacht heen naar de nieuwe morgen. Elke dag is een levensgang van duisternis naar het licht. Schepping is dan ook niet zozeer iets dat zich in het verleden heeft afgespeeld, maar vooral iets dat zich in het heden afspeelt. Daarom volgt het scheppingsgedicht ook het leefritme van de mens, van zes dagen arbeiden en de aan GOD gewijde sabbatsdag. Deze structuur van zes dagen die bekroond wordt door de sabbatsdag, beleven we telkens opnieuw. Ons leven en ons werken staan dan ook in het teken van scheppingsarbeid. Wij zijn allemaal scheppende mensen, in navolging van GOD.

Gelukkig is de mens die zijn leven – opgevat als deelname aan de schepping – mag voltooien en mag intreden in de definitieve sabbatsrust. Maar deze voltooiing van het leven is niet iedereen gegeven. In de eerste lezing gaat het over een moeder en haar zeven zonen. Zij zullen allemaal de martelaarsdood sterven, als gevolg van een rigide machtspolitiek van de Syrische koning Antiochus IV. Deze koning kijkt neer op de levensvisie en de leefwijze van het gewone Joodse volk. Hij wil dit volk verheffen tot de verlichte cultuur van het Hellenisme. Hoe kan dit Joodse volk zich ooit verder ontwikkelen als het altijd een geïsoleerd leven blijft leiden op basis van achterhaalde wetten en voorschriften? Zij moeten zich aanpassen aan de moderne tijden, zo vindt deze breeddenkende koning. Ze moeten worden zoals de anderen, eten wat de anderen eten enzovoorts. Maar het volk wil trouw blijven aan het verbond met de GOD van hemel en aarde. En deze trouw uit zich in het vasthouden aan de overleveringen, zelfs als het gaat om het afzien van iets schijnbaar triviaals zoals het nuttigen van varkensvlees. De moeder en haar zeven zonen krijgen de keuze: kiezen voor het leven, maar dan wel een leven dat gedicteerd wordt door de grillen van de moderne despoot. Of kiezen voor de dood, als blijk van trouw en van vertrouwen op GOD die ‘geen GOD van doden maar van levenden’ is (evangelielezing).

Zal GOD jonge mensen die hun leven geven in de hoop het van Hem terug te krijgen, in de steek laten? Waar is de gerechtigheid van GOD als het leven van jonge en rechtvaardige mensen zou eindigen in een absurde dood? De zeven broers en hun moeder sterven in het rotsvaste geloof dat zij door GOD gered zullen worden en dat de tiran ter verantwoording zal worden geroepen.

De evangelielezing sluit dicht op de eerste lezing aan, zelfs met het getal zeven: de Sadduceeën – een conservatieve groepering uit de betere kringen – zijn niet tuk op veranderingen en verrassingen die men niet in handen heeft. In hun levensvisie is er geen plaats voor een opstanding van de rechtvaardigen: alles moet in dit leven gebeuren, en het is ook in dit leven dat GOD het goede zal belonen en het kwaad zal straffen. Zij hebben het uiteraard ook niet erg op met Jezus, die merkwaardige vrijdenker die alles in vraag stelt en die in plaats van een ‘koninkrijk van machthebbers’ een ‘Koninkrijk van GOD’ aankondigt. Zij willen Hem klem zetten met een absurde casus over zeven broers die achtereenvolgens allemaal dezelfde vrouw gehuwd hebben en allemaal gestorven zijn. Maar Jezus laat zich niet vangen. Want de vraag van de Sadduceeën is een vraag die typerend is voor ‘deze wereld’. En de huidige wereld is inderdaad op menig vlak absurd, indien men haar niet betrekt op ‘de komende wereld’. Welnu, in de komende wereld zal blijken dat GOD geen GOD is van doden, maar van levenden. En dat perspectief verandert alles!

PDF-bestand van deze lezingen

volg ons

over deze blog

Deze blog gaat op zoek naar de betekenis van Bijbelteksten.

In onze artikels wijzen we vaak de weg naar meer informatie die te vinden is in het Bijbelhuis.

Hier leest u ook artikels over onze bijzondere programmatie of evenementen.

Breng deze pagina regelmatig een bezoekje. Je vindt hier geregeld nieuwe teksten.

Jean Bastiaens, directeur van Bijbelhuis Zevenkerken.