Lectionarium eenendertigste zondag door het jaar

ZONDAG 30 OKTOBER 2016 VAN DE C-CYCLUS

  • Eerste lezing: Wijsheid 11,23-12,2
  • Tweede lezing: Tessalonicenzen 1,11-2,2
  • Evangelielezing: Lucas 19,1-10
  • Ingesproken lezingen
  • Commentaar: God houdt van alles wat bestaat

 

Wijsheid 11,23-12,2

Uit het boek Wijsheid

 

 

Heer, heel de aarde is voor U als een stofje op de weegschaal,
als een vroege dauwdruppel die neervalt op aarde.
Maar Gij ontfermt U over allen, want Gij vermoogt alles;
en Gij let niet op de zonden der mensen, opdat ze tot inkeer komen.
Gij houdt immers van alles wat bestaat,
en verafschuwt niets van wat Gij geschapen hebt;
want zoudt Gij iets haten, dan hadt Gij het niet geschapen.
Hoe zou er iets kunnen blijven bestaan tegen uw wil,
hoe zou behouden kunnen blijven wat Gij niet gemaakt hebt?
Ja, alles spaart Gij, want alles is van U,
en Gij heerst vol liefde over al wat leeft!
Uw onvergankelijke geest is aanwezig in alles wat bestaat.
Daarom straft Gij de zondaars met mate,
en herinnert ze waarschuwend aan hun zonden,
opdat ze hun boosheid verlaten en trouw blijven aan U, Heer.

 

Tessalonicenzen 1,11-2,2

Uit de tweede brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Tessalonica

 

 

Broeders en zusters,
Telkens opnieuw bidden wij onze God,
dat Hij u zijn roeping waardig maakt
en al uw goede voornemens en elke daad van uw geloof
met macht tot volkomenheid brengt.
Dan zal de Naam van onze Heer Jezus in u verheerlijkt worden
- en gij in Hem -
door de genade van onze God en de Heer Jezus Christus.
Wij moeten u echter verzoeken, broeders en zusters,
in verband met de komst van onze Heer Jezus Christus
en onze hereniging met Hem
niet zo gauw uw bezinning te verliezen.
Laat u toch niet opschrikken
door profetieën of uitspraken of een brief
die van ons afkomstig zouden zijn, en die beweren
dat de dag van de Heer is aangebroken.

 

Lucas 19,1-10

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas

 

 

In die tijd ging Jezus Jericho binnen.
Terwijl Hij er doorheen trok,
poogde een zekere Zacheüs,
hoofdambtenaar bij het tolwezen en een rijk man,
te zien wie Jezus was.
Maar hij slaagde daarin niet vanwege de menigte,
want hij was klein van gestalte..
Om Hem toch te zien liep hij hard vooruit
en klom in een wilde vijgeboom
omdat Jezus daar langs zou komen.
Toen Jezus bij die plaats kwam
keek Hij omhoog en zei tot hem:
“Zacheüs, kom vlug naar beneden,
want vandaag moet Ik in uw huis te gast zijn.”
Zacheüs kwam snel naar beneden en ontving Hem vol blijdschap.
Allen zagen dat en merkten morrend op:
“Hij is bij een zondaar zijn intrek gaan nemen!”
Maar Zacheüs trad op de Heer toe en sprak:
“Heer, bij deze schenk ik de helft van mijn bezit aan de armen;
en als ik iemand iets afgeperst heb
geef ik het hem vierdubbel terug.”
Jezus sprak tot hem:
“Vandaag is dit huis heil ten deel gevallen,
want ook deze man is een zoon van Abraham.
De Mensenzoon is immers gekomen om te zoeken
en om te redden wat verloren was.”

PDF-bestand van deze lezingen

 

Ingesproken lezingen

Volgen later

 

Commentaar

Jean Bastiaens

God houdt van alles wat bestaat

De lezingen van deze zondag doen ons nadenken over de liefde van GOD. De eerste lezing uit het boek Wijsheid (van Salomo) is een ontroerend gebed. GOD wordt geloofd om de liefde waarmee Hij alles geschapen heeft en om de liefde waarmee Hij al het geschapene in stand houdt. Niets is voor Hem te min, en het is ondenkbaar dat GOD zich keert tegen iets dat hijzelf gemaakt heeft. Ook zondaars worden daarom met liefde bejegend en met een wijze pedagogie weer naar het rechte pad gewezen. Uit het gebed spreekt een groot vertrouwen in de trouw en de nabijheid van GOD. We voelen ons op vertrouwde grond, het lijkt alsof de woorden ‘van het begin’ opnieuw beaamd worden: ‘en GOD zag dat het goed was.’ (Genesis 1,1-2,4a)

Die liefde voor heel de schepping wordt ook voelbaar in de evangelielezing. Het is een van de meest bekende en geliefde verhalen uit het Lucasevangelie. Zoals vorige zondag, gaat het nu eveneens over een tollenaar. Maar nu krijgt de tollenaar een naam: Zacheüs. Hij heeft bovendien een belangrijke taak in het tolwezen, want hij is hoofdambtenaar. Hij is rijk, en die rijkdom zal niet uit de lucht zijn komen vallen! In wezen is dit verhaal een evangelie ‘in het klein’: het laat zien hoe het goede nieuws dat Jezus is komen brengen in de praktijk uitpakt. Laten we de tekst stap voor stap volgen, en zien welke etappes kenmerkend zijn voor dit opstandingsverhaal.

De eerste fase is die van het verlangen. Zacheüs, tollenaar in Jericho, heeft over Jezus horen vertellen. Dat heeft zijn aandacht getrokken, meer nog: het heeft iets in hem aangeraakt. Wat dat ‘iets’ is, weet hijzelf nog niet. Het heeft te maken met een oud verlangen dat diep weggescholen lijkt, maar nu toch de kop op steekt. Zacheüs volgt zijn intuïtie en zijn verlangen: ‘Deze man wil ik ontmoeten!’ Hij moet daar wel wat voor over hebben, want hij is klein van gestalte en hij is niet de enige die Jezus wil zien. Hij lapt het gedrag dat een rijk man past aan zijn laars, en klimt pardoes in een wilde vijgenboom.

Tweede fase: Jezus komt voorbij. Er is veel volk, maar zoals zo vaak heeft Jezus een scherpe intuïtie van wie Hem het meeste nodig heeft. Hij kijkt zowaar omhoog en vangt met zijn blik de ogen van Zacheüs. Er volgt nu geen vraag, laat staan een ondervraging, maar een uitnodiging: ‘Zachëus, kom vlug naar beneden, want bij jou moet ik vandaag te gast zijn.’ In dat woordje ‘moet’ (dei in het Grieks) klinkt iets mee van ‘dit is onvermijdelijk’ en ‘dit is door GOD voorzien’. De uitnodiging staat als een huis, Jezus wil bij deze rijke tollenaar te gast zijn.

De derde fase is die van de blijdschap van het geroepen zijn. Zacheüs is ‘wakker’ geroepen, hij is aangeraakt door het woord van Jezus en wordt nu overstroomd door een grote, innerlijke blijdschap. Vliegensvlug verlaat hij de boom en onthaalt hij Jezus in zijn huis. Het is feest!

De vierde fase is die van het onbegrip van de omgeving: kijk die rijke Zacheüs nu eens aanpappen met die rondzwervende profeet! Maar vooral: wat heeft die Jezus te zoeken bij zo’n tollenaar!? Noch Zacheüs noch Jezus trekken zich van dit onbegrip iets aan. Ze kijken er doorheen.

De vijfde fase is die van de geloofspraxis of de geloofsdaad: Zachëus heeft de Levende ontmoet, en deze heeft hem tot leven gewekt. Het gevolg daarvan is, dat alles nu anders wordt. Zacheüs ziet zichzelf nu anders, en moet daarom ook zijn leven anders gaan inrichten: ‘De helft van mijn bezittingen is voor de armen, en wie afgeperst werd krijgt het viervoudig terug.’ Het is het eerste (en enige) woord dat Zacheüs luidop tot Jezus richt. Het is het woord van zijn ommekeer. Zacheüs is een nieuw mens geworden, een nieuwe schepping.

De zesde fase ten slotte is die van de beaming: wat Zacheüs heeft doorgemaakt, is geen bevlieging, maar een diepingrijpende verandering van zijn leven. Daarom kan Jezus ten overstaan van allen die het willen horen bevestigen: ‘Dit huis is heil ten deel gevallen, want ook deze man is een zoon van Abraham.’ Zachëus staat bekend als tollenaar, maar vandaag moet gezegd worden dat ook hij ‘zoon van Abraham’ is en een volwaardig lid van de Joodse gemeenschap. En Jezus voegt eraan toe, dat wat hier gebeurd is exact laat zien waartoe de Mensenzoon nu eigenlijk gekomen is.

De zes fasen van het verhaal markeren de fasen van een bekeringsproces. Daarbij gaat het niet zozeer om de bekering tot het geloof, want dat klinkt nog te abstract, maar vooreerst om de bekering tot de persoon van Jezus, de gezalfde van GOD, de Mensenzoon die al wat verloren lijkt komt zoeken. Laten we het verhaal meditatief doorlopen en zo ons eigen bekeringsproces opnieuw leven inblazen.

 PDF-bestand van deze commentaar

volg ons

over deze blog

Deze blog gaat op zoek naar de betekenis van Bijbelteksten.

In onze artikels wijzen we vaak de weg naar meer informatie die te vinden is in het Bijbelhuis.

Hier leest u ook artikels over onze bijzondere programmatie of evenementen.

Breng deze pagina regelmatig een bezoekje. Je vindt hier geregeld nieuwe teksten.

Jean Bastiaens, directeur van Bijbelhuis Zevenkerken.