C-cyclus zevenentwintigste zondag door het jaar

ZONDAG 6 OKTOBER 2019

  • Eerste lezing: Habakuk 1,2-3;2,2-4
  • Tweede lezing: 2 Timoteüs 1,6-8.13-14
  • Evangelielezing: Lucas 17,5-10
  • Ingesproken lezingen
  • Commentaar: Trouw en betrouwbaar

 

Habakuk 1,2-3; 2,2-4

Uit de Profeet Habakuk

 

 

Hoelang moet ik nog roepen, HEER,
terwijl Gij maar niet luistert?
Hoelang moet ik de hemel nog geweld aandoen,
terwijl Gij maar geen uitkomst brengt?
Waarom laat Gij mij onrecht lijden
en ziet Gij die ellende maar aan?
Waarom moet ik leven te midden van geweld en verdrukking
en waarom rijst er twist
en moet men lijden onder tweedracht?
De HEER gaf mij antwoord:
“Schrijf het visioen op,
zet het duidelijk op schrift,
zodat men het vlot kan lezen.
Want dit visioen,
- al wacht het de vastgestelde tijd nog af, -
hunkert niettemin naar zijn vervulling:
het vertelt geen leugen.
Al blijft het ook uit, geef het wachten niet op,
want komen doet het beslist
en het komt niet te laat.
Bezwijken zal hij
die in zijn hart niet deugt;
de rechtvaardige echter blijft leven door zijn trouw.”

 

2 Timoteüs 1,6-8.13-14

Uit de tweede brief van de heilige apostel Paulus aan Timoteüs

 

 

Dierbare,
Vergeet niet het vuur aan te wakkeren van Gods genade
die in u is door de oplegging van mijn handen.
Want God
heeft ons niet een geest geschonken van vreesachtigheid
maar een geest van kracht, liefde en bezonnenheid.
Schaam u dus niet van onze Heer te getuigen.
Schaam u evenmin voor mij, zijn gevangene.
Draag uw deel in het lijden voor het evangelie.
Neem als richtsnoer
de gezonde beginselen die gij uit mijn mond hebt vernomen
en houd ze vast in het geloof en de liefde van Christus Jezus.
Bewaar de u toevertrouwde schat
met de hulp van de heilige Geest die in ons woont.

 

Lucas 17,5-10

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas

 

 

In die tijd zeiden de apostelen tot de Heer:
“Geef ons meer geloof.”
De Heer antwoordde:
“Als ge een geloof hadt als een mosterdzaadje,
zoudt ge tot die moerbeiboom zeggen:
Maak uw wortels los uit de grond en plant u in de zee,
en hij zou u gehoorzamen.
Wie van u zal tot de knecht
die hij in dienst heeft als ploeger of veehoeder
bij diens thuiskomst van het land zeggen:
Kom meteen aan tafel en tast toe?
Zal hij niet eerder zeggen:
Maak mijn maaltijd klaar;
omgord je en bedien mij terwijl ik eet en drink;
daarna kun je zelf eten en drinken?
Moet hij die knecht soms dankbaar zijn
omdat hij heeft uitgevoerd wat hem is opgedragen?
Zo is het ook met u:
wanneer ge alles hebt gedaan wat u opgedragen werd,
zegt dan: Wij zijn maar gewone knechten;
wij hebben alleen maar onze plicht gedaan.”

PDF-bestand van deze lezingen

 

Ingesproken lezingen

 

Commentaar

Jean Bastiaens

Trouw en betrouwbaar

Het sleutelwoord van de lezingen van deze zondag is ‘trouw’. Dat is een fundamenteel Bijbels woord. Het Griekse woord voor ‘geloven’ (pisteuein) heeft zowel de betekenis van ‘geloven in’ als van ‘vertrouwen op’. Geloven is een akte van vertrouwen. We weten allemaal hoe fundamenteel het is dat een mens vanaf zijn geboorte een basisvertrouwen leert op te bouwen (aangeduid als ‘basic trust’). Het kind moet erop leren vertrouwen dat zijn moeder het niet verlaten zal. Dit basisvertrouwen is uitermate belangrijk voor het uitgroeien tot een evenwichtige persoonlijkheid, zodat men kan leren leven met de leemtes en de grenzen van het leven. Wie in zijn vroege jaren onvoldoende basisvertrouwen heeft opgebouwd, zal later als volwassene vaak geneigd zijn zich vast te klampen aan wat men verkregen heeft of bereikt heeft. Geloven is een permanente oefening in vertrouwen en daarom ook in het aanvaarden van wat in het heden kan en wat (nog) niet kan. Als kind halen we ons vertrouwen uit de omgang met de moeder. Als gelovige halen we ons vertrouwen bij GOD. Waarom? Omdat GOD zelf trouw en betrouwbaar is. De trouw van GOD is niet afhankelijk van onze trouw of ontrouw. Want hoe dikwijls verlaten wij Hem niet door ons vertrouwen louter te stellen in onszelf, of in afgoden zoals eer, macht en bezit? Telkens wanneer wij terugkeren op onze schreden en we ons bewust worden van onze ontrouw, merken we dat GOD nog steeds daar is, ja dat Hij op de uitkijk staat om ons te omhelzen en een ring aan de vinger te schuiven.
In de eerste lezing is er iemand aan het woord die in crisis verkeert. Tweemaal horen we de ‘hoelang nog-vraag’, en driemaal de ‘waarom-vraag’. Waarom spreekt GOD niet wanneer wij Hem nodig hebben? Waarom is Hij afwezig? Waarom laat Hij onrecht toe? Hoelang duurt dit lijden nog? Waarom overkomt dit alles juist mij? Wanneer komt er een einde aan twist en oorlog? Deze vragen worden dagelijks uit duizend monden gehoord, bij ons vaak in stilte, in Syrië of Egypte luidop. De werkelijkheid is vaak hard, en we willen dat GOD de stommiteiten van mensen teniet doet. Wat is het antwoord dat opklinkt in de eerste lezing? Wees standvastig in je geloof en blijf ook zelf trouw.
Van Abraham wordt gezegd dat hij gerechtvaardigd is door zijn geloof. In de Nieuwe Bijbelvertaling is dat zo vertaald: ‘Abraham vertrouwde op JHWH en deze rekende hem dit toe als een rechtvaardige daad.’ (Genesis 15,6) Aan het einde van de lezing uit Habakuk horen we dat de ‘rechtvaardige blijft leven door zijn trouw’. Dat rijmt op elkaar. Gelovigen zijn Abrahamskinderen, die volgehouden de weg van de beproevingen gaan en die er gelouterd uit komen als gelovige en geloofwaardige mensen.
Ook Timoteüs wordt in de tweede lezing opgeroepen om standvastig te zijn, en zich niet te schamen: noch voor het evangelie van de Heer, noch voor Paulus die als een misdadiger in de gevangenis is geworpen. De lezing gaat zelfs nog een stapje verder: ‘Draag uw deel in het lijden voor het evangelie.’ Wanneer je leven gegrondvest is in een diep vertrouwen, kun je het lijden dat je onvermijdelijk ten deel valt misschien ook beter een plaats geven.
In de evangelielezing komen de apostelen aan het woord, en het zijn zijzelf die ‘om meer geloof’ vragen. Want van geloof heb je nooit genoeg. Je kunt alsmaar verder groeien in die wonderlijke dynamiek van winnen en verliezen, van ontvangen en uit handen geven. De liefde kan alsmaar sterker en vindingrijker worden. Jezus beaamt hun vraag: reeds het geloof van zo’n klein mosterdzaadje is voldoende om iets groots tot stand te brengen. Het geloof in Jezus kan een geweldige kracht ontketenen in mensen, waardoor ze huis en haard achter zich laten om zich te ontfermen over mensen die verdwaald zijn in de ‘hoelang nog-vragen’ en de ‘waarom-vragen’.
Er volgt in de evangelielezing nog een tweede deel, dat losjes met het voorafgaande verbonden is. De apostelen moeten zich spiegelen aan de houding van een knecht die thuiskomt van zijn werk op het land en die niet meteen aan de tafel kan aanschuiven; hij moet immers eerst nog zijn meester bedienen. Pas daarna kan hij zelf aan tafel gaan. Jezus gebruikt het beeld om de apostelen – zij die verantwoordelijkheid dragen – een les voor te houden: bij GOD valt niets te claimen. Het is niet omdat je apostel bent, dat je de beste plaats of de meeste eerbetuiging voor jezelf kunt opeisen. Alles is immers genade. Als gelovigen weten we ons vooral begiftigd met zoveel zaken die we gekregen hebben. In het oude Joodse geschrift Spreuken van de Vaderen (Pirke Aboth 2,9) vinden we een mooie parallel van deze gedachte: ‘Als je veel Tora hebt geleerd, dicht jezelf dan geen grote verdienste toe, want daarvoor was je juist geschapen.’

PDF-bestand van deze commentaar

volg ons

over deze blog

Deze blog gaat op zoek naar de betekenis van Bijbelteksten.

In onze artikels wijzen we vaak de weg naar meer informatie die te vinden is in het Bijbelhuis.

Hier leest u ook artikels over onze bijzondere programmatie of evenementen.

Breng deze pagina regelmatig een bezoekje. Je vindt hier geregeld nieuwe teksten.

Jean Bastiaens, directeur van Bijbelhuis Zevenkerken.