C-cyclus zesentwintigste zondag door het jaar

ZONDAG 29 SEPTEMBER 2019

  • Eerste lezing: Amos 6,1a.4-7
  • Tweede lezing: 1 Timoteüs 6,11-16
  • Evangelielezing: Lucas 16,19-31
  • Ingesproken lezingen
  • Commentaar: De wijde kloof tussen arm en rijk

 

Amos 6,1a.4-7

Uit de profeet Amos

 

 

Dit zegt de almachtige HEER:
“Wee, de zorgelozen in Sion,
de zelfverzekerden op Samaria’s berg.
Zij liggen op ivoren bedden
en strekken zich uit op hun rustbanken;
zij eten de lammeren van de kudde op
en de kalveren uit de stal.
Zij verzinnen maar liederen
bij het getokkel van de harp,
en denken dat hun speeltuig dat van David evenaart;
zij drinken wijn uit brede schalen
en zalven zich met de kostelijke olie,
maar om Jozef’s ondergang bekreunen zij zich niet.
Daarom gaan zij als eersten de ballingschap in,
en is het gedaan met de feesten
van hen die daar lui liggen uitgestrekt.”

 

1 Timoteüs 6,11-16

Uit de eerste brief van de heilige apostel Paulus aan Timoteüs

 

 

Dierbare,
Streef naar gerechtigheid,
godsvrucht, geloof, liefde, volharding, zachtmoedigheid.
Strijd de goede strijd van het geloof,
grijp het eeuwige leven.
Daartoe zijt gij geroepen,
daartoe hebt gij de goede belijdenis afgelegd
ten overstaan van vele getuigen.
Ik beveel u voor het aanschijn van God die alles ten leven wekt,
en van Christus Jezus,
die voor Pontius Pilatus de goede belijdenis heeft afgelegd:
bewaar dit gebod onbevlekt en ongerept
tot de verschijning van onze Heer Jezus Christus
die God ons te rechter tijd zal doen aanschouwen,
Hij, de gelukzalige,
de enige Heerser,
de grote Koning en de opperste Heer
die alleen onsterfelijkheid bezit en woont in ongenaakbaar licht.
Geen mens heeft Hem gezien of is in staat Hem te zien.
Hem zij eer en eeuwige macht!
Amen.

 

Lucas 16, 19-31

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas

 

 

In die tijd zei Jezus tot de Farizeeën:

Er was eens een rijke man
die gewoon was zich te kleden in purperen gewaden en fijn linnen
en die dagelijks uitbundig feestvierde.
Een bedelaar die Lazarus heette,
lag voor de poort van zijn huis, overdekt met zweren.
Hij hoopte zijn maag te vullen
met wat er overschoot van de tafel van de rijke man;
maar er kwamen alleen honden aanlopen,
die zijn zweren likten.
Op zekere dag stierf de bedelaar,
en hij werd door de engelen weggedragen
om aan Abrahams hart te rusten.
Ook de rijke stierf en werd begraven.
Toen hij in het dodenrijk, waar hij hevig gekweld werd,
zijn ogen opsloeg, zag hij in de verte Abraham
met Lazarus aan zijn zijde.
Hij riep: “Vader Abraham, heb medelijden met mij
en stuur Lazarus naar me toe.
Laat hem het topje van zijn vinger in water dompelen
om mijn tong te verkoelen,
want ik lijd pijn in deze vlammen.”
Maar Abraham zei:
“Kind, bedenk wel dat jij je deel van het goede
al tijdens je leven hebt ontvangen,
terwijl Lazarus niets dan ongeluk heeft gekend;
nu vindt hij hier troost, maar lijd jij pijn.
Bovendien ligt er een wijde kloof tussen ons en jullie,
zodat wie van hier naar jullie wil gaan dat niet kan,
en ook niemand van jullie naar ons kan oversteken.”
Toen zei de rijke man:
“Dan smeek ik u, vader, dat u hem
naar het huis van mijn vader stuurt,
want ik heb nog vijf broers.
Hij kan hen dan waarschuwen,
zodat ze niet net als ik in dit oord van martelingen terechtkomen.”
Abraham zei:
“Ze hebben Mozes en de profeten: laten ze naar hen luisteren!”
De rijke man zei: “Nee, vader Abraham,
maar als iemand van de doden naar hen toe komt,
zullen ze tot inkeer komen.”
Maar Abraham zei: “Als ze niet naar Mozes en de profeten luisteren,
zullen ze zich ook niet laten overtuigen
als er iemand uit de dood opstaat.”

 

PDF-bestand van deze lezingen

 

Ingesproken lezingen

 

Commentaar

Jean Bastiaens

De wijde kloof tussen arm en rijk

In de tweede lezing van deze zondag richt Paulus zich tot zijn medewerker Timoteüs, volgens De Handelingen ‘de zoon van een gelovig geworden Joodse vrouw en een niet-Joodse vader’. (16,1) Timoteüs is zijn moeder achterna gegaan en ook lid geworden van de Jezusbeweging. Hij had een goede naam en Paulus besluit om hem aan te nemen voor zijn zendingswerk. Timoteüs zal Paulus begeleiden op zijn reizen en zelf ook leren om het leiderschap op zich te nemen. We kunnen hem een ambtsdrager noemen. In de lezing horen we hoe Paulus hem opdraagt om standvastig te zijn en ‘de goede strijd van het geloof te strijden’. Bij zijn doop heeft Timoteüs immers een schitterend getuigenis afgelegd, zoals Jezus dat gedaan heeft ten overstaan van Pontius Pilatus. Timoteüs moet blijven uitzien naar Jezus, die eens zal komen als de verheerlijkte Mensenzoon, om zo zijn werk als ambtsdrager ten einde toe te kunnen verwezenlijken. Alle ambtsdragers van de Kerk van vandaag mogen zich door deze woorden aangesproken weten. En de gelovigen worden uitgenodigd om te bidden voor hun ambtsdragers en hen te steunen in hun taak. Zo wordt een gemeenschap opgebouwd!

De eerste lezing en de evangelielezing vormen een mooie twee-eenheid. Amos spreekt tot de leidende klasse, zowel in het Zuidrijk (‘Sion’) als in het Noordrijk (‘op Samaria’s berg’). Het literaire genre is dat van een wee-spreuk die uitloopt op een onheilsaankondiging. De bovenlaag van de bevolking geniet van een gunstige conjunctuur: de economie doet het niet slecht, en ze kunnen het zich permitteren om te feesten, drinkgelagen te houden en tijd te spenderen aan luxe en wellness (‘ze zalven zich met kostelijke olie’). De opsomming van de aanklacht heeft iets van een dreun: Amos werkt toe naar een climax. En wat is die climax: ‘Maar om Jozefs ondergang – dat is de ondergang van het Noordrijk – bekommeren ze zich niet.’ En ze zullen zelf de vruchten plukken van hun onverantwoord leidersgedrag: ze zullen de ballingschap ingaan.

Ook in de evangelielezing gaat het om het gedrag van een rijke man. Wie rijk is, draagt een verantwoordelijkheid. Men is immers niet rijk voor zichzelf – dat is althans een gedachte die Lucas zeer dierbaar is. Jezus is in gesprek met farizese leiders en wil hun een spiegel voorhouden. Daartoe vertelt Hij het verhaal van de arme Lazarus en de rijke man. De naam Lazarus komt uit het Hebreeuws en betekent ‘degene die door GOD geholpen wordt’. In de ogen van de schrijvers van het Oude Testament staan de armen, door hun levenswijze, vaak dichter bij GOD dan de rijken. Soms wordt ‘armen’ zelfs een synoniem voor ‘vromen’ of voor ‘rechtvaardigen’. Maar met Lazarus is het echt erg gesteld: hij is niet alleen maar arm, maar ook ziek. Hij lijdt en iedereen kan dat zien. De rijke man sluit zijn ogen voor het lijden, want hij is vol van zijn eigen leven dat gevuld wordt met ‘uitbundige feestjes’. Wanneer Lazarus sterft, krijgt hij toegang tot het ‘messiaans banket’ en ligt hij aan de boezem van Abraham, zoals de geliefde leerling ooit lag aan de boezem van Jezus. De rijke sterft ook, en hij krijgt natuurlijk ‘een eervolle begrafenis’ – zo herkenbaar, zo realistisch. In de onderwereld krijgt de rijke man – die geen naam heeft, en daarom voor elk van ons kan staan – een zicht op het feestbanket, en op Abraham en Lazarus. De ingebakken hoogmoed van de rijke gaat zo ver, dat hij zelfs nu Lazarus wil inschakelen in zijn eigen programma: Lazarus moet hem maar van zijn lijden komen verlossen door hem water te geven, of even later horen we de rijke zeggen dat Lazarus maar zijn broers moet gaan verwittigen. Aan de arrogantie van zulke rijken komt werkelijk geen eind!

De lezing eindigt in een grote verrassing. Abraham is niet bereid om Lazarus voor het karretje van de rijke man te laten spannen. Abraham zegt: je broers hoeven helemaal niet verwittigd te worden, want sabbat na sabbat kunnen ze luisteren naar de Tora (‘Mozes’) en naar de Profeten. En inderdaad, reeds in de tijd van Jezus werd op sabbat in de synagoge altijd zowel uit de Tora als uit de profetische geschriften gelezen. Daar staat alles in wat een mens nodig heeft om te leven, en om te leren de juiste keuzes te maken die recht en gerechtigheid bevorderen. Nee, antwoordt de rijke man: als iemand uit de dood opstaat, dán zullen de mensen pas echt wakker worden en zich bekeren. Het mirakel doet het toch altijd goed!? Wat is het onthutsende antwoord van Abraham? ‘Wie niet luistert naar Mozes en de Profeten, die zal zich ook niet laten overtuigen door iemand die uit de doden opstaat.’ Dat antwoord moeten we eens rustig tot ons laten doordringen.

Merkwaardig: in het Johannesevangelie wordt een man met dezelfde naam, Lazarus, voor de ogen van velen uit het graf opgewekt. En dat leidt daar juist niet tot geloof of tot ommekeer!

PDF-bestand van deze commentaar

volg ons

over deze blog

Deze blog gaat op zoek naar de betekenis van Bijbelteksten.

In onze artikels wijzen we vaak de weg naar meer informatie die te vinden is in het Bijbelhuis.

Hier leest u ook artikels over onze bijzondere programmatie of evenementen.

Breng deze pagina regelmatig een bezoekje. Je vindt hier geregeld nieuwe teksten.

Jean Bastiaens, directeur van Bijbelhuis Zevenkerken.