Lectionarium vierentwintigste zondag door het jaar

ZONDAG 11 SEPTEMBER 2016 VAN DE C-CYCLUS

  • Eerste lezing: Exodus 32,7-11.13-14
  • Tweede lezing: 1 Timoteüs 1,12-17
  • Evangelielezing: Lucas 15,1-32
  • Ingesproken lezingen
  • Commentaar: Aangewezen op Gods genade

 

Exodus 32,7-11.13-14

Uit het boek Exodus

 

 

In die dagen sprak de HEER tot Mozes:
“Ga nu naar beneden,
want het volk dat gij uit Egypte hebt geleid,
is tot zonde vervallen.
Zij zijn nu al afgeweken van de weg
die Ik hun had voorgeschreven;
ze hebben een stierebeeld gemaakt,
ze buigen zich daarvoor neer,
ze dragen er offers voor op en schreeuwen:
Israël, dit is de god die u uit Egypte heeft geleid.”
Ook sprak de HEER tot Mozes:
“Ik zie nu hoe halsstarrig dit volk is.
Laat Mij begaan;
dan kan Ik hen in mijn brandende toorn vernietigen.
Maar van u zal Ik een groot volk maken.”
Mozes trachtte de HEER, zijn God, gunstig te stemmen en vroeg:
“Waarom HEER, uw toorn laten woeden tegen het volk
dat Gij met grote kracht en sterke hand
uit Egypte hebt geleid?
Denk aan uw dienaren Abraham, Isaäk en Israël,
aan wie Gij onder ede beloofd hebt:
Ik zal uw nageslacht talrijk maken als de sterren aan de hemel,
en heel het land waarover Ik heb gesproken
zal Ik uw nakomelingen voor altijd in bezit geven.
Het zal voor eeuwig hun erfdeel zijn.”
Toen zag de HEER af van het onheil
waarmee Hij zijn volk had bedreigd.

 

1 Timoteüs 1,12-17

Uit de eerste brief van de heilige apostel Paulus aan Timóteüs

 

 

Dierbare,
Ik zeg dank aan Hem die mij sterkt,
aan Christus Jezus onze Heer,
dat Hij mij zijn vertrouwen heeft geschonken
door mij in zijn dienst te nemen,
hoewel ik eertijds een godslasteraar was,
een vervolger en geweldenaar.
Maar mij is barmhartigheid bewezen
omdat ik, nog ongelovig, handelde in onwetendheid.
En ik werd in rijke overvloed de genade van onze Heer deelachtig
en daarmee het geloof en de liefde die in Christus Jezus zijn.
Dit woord is betrouwbaar en volkomen geloofwaardig:
“Christus Jezus is in de wereld gekomen om zondaars te redden.”
En de eerste van hen ben ik.
Daarom juist is mij barmhartigheid bewezen:
Jezus Christus wilde heel zijn lankmoedigheid bewijzen,
aan mij als eerste, als een model voor allen
die in de toekomst op Hem zouden vertrouwen
en eeuwig leven winnen.
Aan de Koning der eeuwen,
aan de onvergankelijke, onzichtbare, enige God
zij eer en roem in de eeuwen der eeuwen!
Amen.

 

Lucas 15,1-32 (of: Lucas 15:1-10)

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas

 

 

In die tijd kwamen tollenaars en zondaars van allerlei slag
bij Jezus om naar Hem te luisteren.
De Farizeeën en de schriftgeleerden morden daarover en zeiden:
“Die man ontvangt zondaars en eet met hen.”
Hij hield hun deze gelijkenis voor:
“Wanneer iemand onder u honderd schapen heeft
en er één van verliest,
laat hij dan niet de negenennegentig in de wildernis achter
om op zoek te gaan naar het verlorene
totdat hij het vindt?
En als hij het vindt legt hij het vol vreugde op zijn schouders
en hij gaat naar huis, roept zijn vrienden en buren bij elkaar
en zegt hun:
Deelt in mijn vreugde,
want mijn schaap dat verloren was geraakt heb ik gevonden.
Ik zeg u:
zo zal er in de hemel meer vreugde zijn
over één zondaar die zich bekeert,
dan over negenennegentig rechtvaardigen
die geen bekering nodig hebben.
Of welke vrouw die tien zilverstukken bezit en er één verliest,
steekt niet een lamp aan,
veegt niet het huis en zoekt niet zorgvuldig totdat ze het vindt?
En als ze het gevonden heeft
roept ze haar vriendinnen en buurvrouwen bij elkaar en zegt:
Deelt in mijn vreugde,
want het zilverstuk dat ik had verloren, heb ik gevonden.
Zo zeg Ik u, is er vreugde bij de engelen van God
over één zondaar die zich bekeert.”
(Hij sprak:
“Een man had twee zonen.
Nu zei de jongste van hen tot zijn vader:
Vader geef mij het deel van het bezit waarop ik recht heb. En hij verdeelde zijn vermogen onder hen.
Niet lang daarna pakte de jongste alles bij elkaar
en vertrok naar een ver land.
Daar verkwistte hij zijn bezit in een losbandig leven.
Toen hij alles opgemaakt had
kwam er een verschrikkelijke hongersnood over dat land
en hij begon gebrek te lijden.
Nu ging hij in dienst bij een der inwoners van dat land
die hem het veld instuurde om varkens te hoeden.
En al had hij graag zijn buik willen vullen
met de schillen die de varkens aten,
niemand gaf ze hem.
Toen kwam hij tot nadenken en zei:
Hoeveel dagloners van mijn vader ebben eten in overvloed,
en ik verga hier van honger.
Ik ga weer naar mijn vader
en ik zal hem zeggen:
Vader, ik heb misdaan tegen de hemel en tegen u;
ik ben niet meer waard uw zoon te heten
maar neem mij aan als een van uw dagloners.
Hij ging dus op weg naar zijn vader.
Zijn vader zag hem al in de verte aankomen
en hij werd door medelijden bewogen;
hij snelde op hem toe,
viel hem om de hals en kuste hem hartelijk.
Maar de zoon zei tot hem:
Vader, ik heb misdaan tegen de hemel en tegen u;
ik ben niet meer waard uw zoon te heten.
Doch de vader gelastte zijn knechten:
Haalt vlug het mooiste kleed en trekt het hem aan,
steekt hem een ring aan zijn vinger en trekt hem sandalen aan.
Haalt het gemeste kalf en slacht het; laten we eten en feestvieren,
want deze zoon van mij, was dood en is weer levend geworden,
hij was verloren en is teruggevonden.
Ze begonnen dus feest te vieren.
Intussen was zijn oudste zoon op het land.
Toen hij echter terugkeerde en het huis naderde
hoorde hij muziek en dans.
Hij riep een van de knechten
en vroeg wat dat te betekenen had.
Deze antwoordde:
Uw broer is thuisgekomen
en uw vader heeft het gemeste kalf laten slachten
omdat hij hem gezond en wel heeft teruggekregen.
Maar hij werd kwaad en wilde niet naar binnen.
Toen zijn vader naar buiten kwam en bij hem aandrong
gaf hij zijn vader ten antwoord:
Al zoveel jaren dien ik u en nooit heb ik uw geboden overtreden,
toch hebt gij mij nooit een bokje gegeven
om eens met mijn vrienden feest te vieren.
En nu die zoon van u is teruggekomen
die uw vermogen heeft verbrast met slechte vrouwen,
hebt ge voor hem het gemeste kalf laten slachten.
Toen antwoordde de vader:
Jongen, jij bent altijd bij me
en alles van mij is ook van jou.
Maar er moet feest en vrolijkheid zijn,
omdat die broer van je dood was en levend is geworden.")

PDF-bestand van deze lezingen

 

Ingesproken lezingen

 

Commentaar

Jean Bastiaens

Aangewezen op Gods genade

De drie lezingen van deze zondag vertonen een mooie samenhang. De lezing uit het boek Exodus gaat over geloofsafval: Mozes is al zo lang afwezig – hij vertoeft op de berg, voor het Aanschijn van god – en het volk verliest zijn vertrouwen en verlangt naar zekerheid. Wat biedt meer zekerheid dan een religie van de manipulatie? Zo’n religie is de Kanaänitische religie: de rituelen en de symboolhandelingen geven het gevoel dat men het onzekere leven in handen kan houden en dat men de dingen kan sturen. Dat is vaak ook de functie van een religie: handelingen stellen die de goede afloop voor onszelf (en de kwade afloop voor een ander) moeten bewerkstelligen. De religie van Kanaän draait rond vruchtbaarheid en seksualiteit, rond potentie en macht. En wat kan die aspecten beter oproepen dan de beeltenis van een jonge stier? We kennen inderdaad afbeeldingen van de Kanaänitische god Baäl die boven op een stier staat en in zijn hand de bliksem vasthoudt. Een machtige god! Het volk in de woestijn vraagt aan Aäron om zo’n stierenbeeld te maken, als drager van jhwh. Het is een fatale stap, waarin de godsdienst van de vrijheid wordt verwisseld voor de religie van de afhankelijkheid. Dat is voor god een grens te ver. Dankzij de vrijmoedigheid van Mozes wordt god ervan weerhouden het volk te verdelgen. De godsdienst van Mozes is er niet een van slaafse afhankelijkheid, gebaseerd op angst en verlangen naar zekerheid, maar is gebaseerd op een vrijheid van geest en openheid van hart.

In de tweede lezing is er ook iemand die het verlangen naar zekerheid en de behoefte aan permanente zelfbevestiging heeft opgegeven. Die iemand is Paulus. Ooit was hij een ‘geweldenaar’ – iemand die zijn overtuiging met geweld aan anderen wilde opleggen. Maar dan heeft Jezus zich aan hem geopenbaard met de vraag: ‘Paulus, waarom vervolg je mij?’ En toen begon Paulus zich te realiseren dat hij zich met zijn fanatieke godsdienstige ijver verstrikt had in de zonde. En Jezus kon hem, zondaar, het perspectief openen op ‘een godsdienst van vertrouwen’ in plaats van een ‘godsdienst van argwaan’. Het woord vertrouwen komt tweemaal voor in de lezing en heeft een centrale betekenis daarin.

Mozes trad in het krijt voor de ‘religieuze zondaars’. Paulus ontdekte zichzelf als een godsdienstige fanatiekeling, als ware zondaar. En Jezus? Over Jezus horen we aan het begin van de evangelielezing zeggen dat Hij omgang heeft met tollenaars en zondaars van allerlei slag, en dat hij zelfs met hen aan tafel gaat. Want Hij is niet gekomen om de rechtvaardigen te roepen, maar zondaars.

De lezing uit het Lucasevangelie is lang, heel hoofdstuk 15. Maar het zou ideaal zijn als men in een ruimhartig gebaar zou besluiten deze ook in zijn geheel te laten klinken. Waarom zou men een van de mooiste hoofdstukken uit het evangelie aan de mensen willen onthouden? De tekst bestaat uit een inleiding en drie delen of drie gelijkenissen. In de eerste gelijkenis gaat het over een herder die zijn negenennegentig schapen achterlaat om het éne dat verloren is te zoeken. De tweede gelijkenis gaat over een vrouw die tien drachmen in haar bezit heeft, dat is het equivalent van het loon van ongeveer tien werkdagen. Dat is dus niet heel veel, en vrouwen die geen man (meer) hadden behoorden tot de kwetsbare groepen. Wanneer ze een van haar drachmen (‘zilverstukken’, zegt het lectionarium) kwijt is, gaat ze dus naarstig op zoek naar het verlorene. In de eerste twee gelijkenissen komt het woord ‘vreugde’ vijf keer voor. Het teruggevonden schaap en de hervonden drachme laten iets aanvoelen van de vreugde in de hemel wanneer één zondaar tot inkeer en ommekeer komt.

De derde gelijkenis behandelt hetzelfde thema en is de meest ontroerende. Het bestaat uit drie delen: het eerste deel beschrijft de onafhankelijkheidsdrift van de jongste zoon, die zomaar zijn erfdeel van zijn vader opeist en de wijde wereld intrekt, de vrijheid en het geluk tegemoet. Pas wanneer de losbandige jongen in een diepe crisis duikelt, komt hij tot inzicht en tot inkeer. Het tweede deel beschrijft het gedrag van de vader en de ontmoeting van vader en zoon. De vader heeft zijn zoon nooit opgegeven! Hij laat zich niet leiden door wrok of zogenaamde rechtvaardige principes, maar door een onvoorwaardelijke liefde voor zijn zoon. Dat bleek reeds uit het feit dat hij zijn zoon had laten gaan. Het derde deel beschrijft de confrontatie tussen de oudste zoon en de nieuwe situatie, nu de jongste zoon is thuis gekomen. De oudste zoon blijkt vast te zitten in zijn scrupuleuze rechtvaardigheidsgevoelens. Hij die het nog nooit aangedurfd heeft om echt te leven, en nooit eens een feestje organiseerde, hij blijft buiten staan en is niet in staat deel te nemen aan het feest. Echt zonde!

PDF-bestand van deze commentaar

volg ons

over deze blog

Deze blog gaat op zoek naar de betekenis van Bijbelteksten.

In onze artikels wijzen we vaak de weg naar meer informatie die te vinden is in het Bijbelhuis.

Hier leest u ook artikels over onze bijzondere programmatie of evenementen.

Breng deze pagina regelmatig een bezoekje. Je vindt hier geregeld nieuwe teksten.

Jean Bastiaens, directeur van Bijbelhuis Zevenkerken.