C-cyclus eenentwintigste zondag door het jaar

ZONDAG 25 AUGUSTUS 2019

  • Eerste lezing: Jesaja 66,18-21
  • Tweede lezing: Hebreeën 12,5-7.11-13
  • Evangelielezing: Lucas 13,22-30
  • Ingesproken lezingen
  • Commentaar: Wereldwijde gerechtigheid

 

 

Jesaja 66,18-21

Uit de profeet Jesaja

 

 

Dit zegt de HEER:
“Ik ken hun werken en hun gedachten,
Ik ga alle volkeren en talen bijeenroepen
en zij zullen komen en mijn glorie aanschouwen.
Voor hun ogen zal Ik tekenen verrichten.
Die gespaard gebleven zijn
zal Ik uitzenden naar de volkeren,
zelfs naar de verwijderde kusten
waar mijn faam nog niet is doorgedrongen,
en waar ze mijn glorie nog niet hebben aanschouwd;
onder alle volkeren zullen zij mijn glorie verkondigen.
En op paarden en wagens, in karossen,
op muildieren en dromedarissen
zullen zij uit alle volkeren uw broeders bijeenbrengen
op mijn heilige berg in Jeruzalem
en ze de HEER aanbieden als een offergave,
zoals de Israëlieten in reine vaten hun spijsoffers aanbieden
in de tempel van de HEER.
En ook uit de volkeren zal Ik mijn priesters kiezen en levieten,”
zo spreekt de HEER.

Hebreeën 12,5-7.11-13

Uit de brief aan de Hebreeën

 

 

Broeders en zusters,
Gij zijt het schriftwoord vergeten
dat u als kinderen aanspreekt en vermaant:
“Kind, minacht de tucht van de Heer niet,
laat u door zijn straf niet ontmoedigen.
Want de Heer tuchtigt hen die Hij liefheeft,
Hij straft ieder die Hij als zijn kind erkent.”
Het lijden dient om u te verbeteren en op te voeden;
GOD behandelt u als kinderen.
Ieder kind wordt wel ooit door zijn vader gestraft.
Tucht is nooit prettig,
op het moment zelf is er meer verdriet dan blijdschap;
maar op lange termijn
levert ze voor degenen die zich door haar lieten vormen
de heilzame vrucht op van een heilig leven.
Daarom, heft op de slappe handen,
strekt de wankele knieën,
laat uw voeten rechte wegen gaan;
het kreupele lid mag niet ontwricht worden maar moet genezen.

Lucas 13, 22-30

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas

 

 

In die tijd trok Jezus rond door steden en dorpen,
en gaf er onderricht
en Hij zette zijn reis voort naar Jeruzalem.
Iemand vroeg Hem:
“Heer, zijn het er weinig die gered worden?”
Maar Hij sprak tot hen:
“Spant u tot het uiterste in
om door de nauwe deur binnen te komen,
want, Ik zeg u, velen zullen proberen binnen te komen,
maar zij zullen daar niet in slagen.
Als eenmaal de huisvader is opgestaan en de deur gesloten heeft
en als gij dan buiten op de deur begint te kloppen
en begint te roepen: Heer, doe open!
zal Hij u antwoorden: Ik weet niet waar gij vandaan komt.
Dan zult ge opwerpen:
In uw tegenwoordigheid hebben we gegeten en gedronken,
en in onze straten hebt ge onderricht gegeven.
Maar weer zal zijn antwoord zijn:
Ik weet niet waar gij vandaan komt.
Gaat weg van Mij, gij allen, die ongerechtigheid bedrijft.
Daar zal geween zijn en tandengeknars,
wanneer gij Abraham, Isaäk en Jakob en al de profeten
zult zien in het Rijk Gods,
terwijl ge zelf buitengeworpen zult zijn.
Zij zullen komen uit het oosten en het westen,
uit het noorden en het zuiden,
en zij zullen aanzitten in het koninkrijk Gods.
Denkt eraan:
er zijn laatsten die eersten en eersten die laatsten zullen zijn.”

PDF-bestand van deze lezingen

 

Ingesproken lezingen

 

Commentaar

Jean Bastiaens

Wereldwijde gerechtigheid

Er zijn mensen die je precies kunnen vertellen wie tot de uitverkorenen van GOD behoren en wie niet. Als je dan vraagt naar het criterium, dan komt dat meestal neer op het belijden van een aantal dogmatische uitspraken en het volgen van een aantal regels op vlak van liturgie & sacramenten en op vlak van de moraal. Heldere regels geven duidelijkheid en zekerheid – dat is hun motto. En meteen kunnen ze zich ongegeneerd laten gaan in het verketteren van andere gelovigen die er andere criteria of andere gezichtspunten op nahouden. Je kunt onder christenen bijzonder enggeestige mensen tegenkomen!

De lezingen van deze zondag laten een totaal ander geluid horen. Redding kan nooit geclaimd worden door een mens. GOD heeft een visioen over deze wereld, maar de wijze waarop dat visioen verwerkelijkt wordt, ligt helemaal in zijn handen. Wanneer mensen de plaats gaan innemen van GOD en zich een rechterstoel aanmeten, dan begint zo’n ‘Goddeloze Godsdienst’ behoorlijk gevaarlijk te worden. De vraag die aan het begin van het evangelie klinkt – ‘zijn het er weinig die gered worden?’ – is eigenlijk ook zo’n gevaarlijke vraag. Jezus geeft er dan ook geen rechtstreeks antwoord op. Hij zegt alleen: ‘Doe alles wat in je vermogen ligt om naar de maatstaven van het koninkrijk Gods te leven.’ En die maatstaven hebben allereerst betrekking op het beoefenen van de gerechtigheid zoals de Tora dat ons voorhoudt. En als we willen weten hoe dat in zijn werk gaat, dat doen van de Tora in heel concrete omstandigheden, dan hoeven we maar naar Jezus te kijken: kijken hoe Hij met mensen omging, hoe Hij opkwam voor recht en gerechtigheid, hoe Hij mensen nabij was.

Onze gedachten en opvattingen over onszelf zijn in dit verband minder relevant. Natuurlijk, die gedachten steken altijd weer de kop op: Wij zullen er toch wel bij horen, want wij zijn kerkmensen, en wij spannen ons in voor goede doelen, en ga zo maar door. We lijken daarin op de mensen die Jezus noemt en die aanspraak menen te mogen maken op redding ‘omdat we in uw tegenwoordigheid gegeten en gedronken hebben’ – dat wil zeggen deelgenomen hebben aan de liturgie. En ook claimen ze die redding ‘omdat Gij in onze straten onderricht hebt gegeven’ – dat wil zeggen dat we toch de kerkelijke leer hebben gevolgd. Maar wat is het antwoord daarop? ‘Ga weg van mij, bedrijvers van ongerechtigheid!’

Al die enggeestige demonen moeten we uit ons hoofd en uit ons hart zien te verdrijven – want het zijn de verborgen gedaanten van onze hoogmoed. En in plaats van de engte, kunnen we dan de immense ruimte betreden die ons in de eerste lezing wordt voorgehouden. Het gaat bij Jesaja om het visioen van GOD: Hij wil zich een volk verzamelen dat zijn Naam kent en dat bestaat uit een bonte stoet van ‘broeders en zusters’ die uit alle windstreken komen om het feest te vieren van zijn Aanwezigheid op de heilige berg. En degenen die reeds ‘dichtbij’ zijn, zullen verrast zijn van hoe ver die mensen wel niet komen, en wie daar allemaal bij horen. Het zijn dan ook niet onze uitverkorenen, maar Góds uitverkorenen! Vele volkeren – met de meest vreemde talen – worden betrokken in dit visioen. En ja, het gaat zelfs zover, dat GOD ook uit die vreemde volken mensen kiest die Hij voegt bij de priesters en de levieten. Wie had dat gedacht!?

Hetzelfde visioen waarin heel de wereld betrokken wordt bij het werk van GOD, vinden we terug aan het einde van de evangelielezing: ‘Ze zullen komen uit het oosten en het westen, uit het noorden en het zuiden, en zij zullen aanzitten in het koninkrijk Gods.’ En degenen die er zo zeker van waren dat ze erbij hoorden, staan dan te kijken wie daar allemaal aanschuift, terwijl ze zelf buiten blijven staan, op afstand gehouden van de feestvreugde.

Zo’n evangelielezing als van deze zondag, werkt met sterke beelden die ontleend worden aan de Bijbelse leefwereld. Het blijven beelden, we moeten ze niet overladen. Maar het zijn wel sterke uitdrukkingsvormen voor een fenomeen dat van alle tijden is en dat door Jezus keer op keer aan de kaak wordt gesteld: dat van de Godsdienstige zelfingenomenheid. Blijkbaar gaat het om een gevaar dat de zo Godsdienstige mens permanent bedreigt: scheiding willen maken tussen ‘wij hier’ en ‘zij daar’, tussen wie ‘goed’ is en wie ‘minder goed’ is. Het perspectief van het evangelie is radicaal omgekeerd: gelovigen mogen zout zijn in het deeg. Gelovigen mogen smaak geven aan het leven in deze wereld. Maar zout dat zelf smakeloos is geworden, wordt weggegooid!

PDF-bestand van deze commentaar

volg ons

over deze blog

Deze blog gaat op zoek naar de betekenis van Bijbelteksten.

In onze artikels wijzen we vaak de weg naar meer informatie die te vinden is in het Bijbelhuis.

Hier leest u ook artikels over onze bijzondere programmatie of evenementen.

Breng deze pagina regelmatig een bezoekje. Je vindt hier geregeld nieuwe teksten.

Jean Bastiaens, directeur van Bijbelhuis Zevenkerken.