Lectionarium twintigste zondag door het jaar

ZONDAG 14 AUGUSTUS 2016 VAN DE C-CYCLUS

  • Eerste lezing: Jeremia 38, 4-6.8-10
  • Tweede lezing: Hebreeën 12,1-4
  • Evangelielezing: Lucas 12,49-53
  • Ingesproken lezingen
  • Commentaar: Het Woord brengt onze gezindheid aan het licht

 

 

Jeremia 38, 4-6.8-10

Eerste lezing uit het boek Jeremia

 

 

De raadsheren zeiden tegen de koning:
‘Die man moet ter dood gebracht worden.
Door zulke dingen te zeggen ondermijnt hij immers
het moreel van de inwoners
en van de soldaten die hier nog overgebleven zijn.
Hij heeft niet hun behoud voor ogen, maar hun ondergang.
Koning Sedekia antwoordde:
Doe met hem wat je wilt, ik kan jullie niet tegenhouden.’
Ebed-Melech verliet het paleis, ging naar hem toe en zei:
‘Mijn heer en koning,
het is misdadig dat deze mannen Jeremia in een waterkelder hebben gegooid.
Waarom moet hij juist daar van honger omkomen?
Elders in de stad is ook geen brood meer.’
De koning beval Ebed-Melek:
‘Ga met dertig man naar de waterkelder
en haal Jeremia naar boven voor hij sterft.’

 

 

Hebreeën 12,1-4

Tweede lezing uit de brief aan de Hebreeën

 

 

Broes en zusters,

nu wij door zo’n menigte geloofsgetuigen omringd zijn,
moeten ook wij de last van de zonde,
waarin we steeds weer verstrikt raken,
van ons afwerpen en vastberaden de strijd lopen die voor ons ligt.
Laten we daarbij de blik gericht houden op Jezus,
de grondlegger en voltooier van ons geloof:
denkend aan de vreugde die voor Hem in het verschiet lag,
liet Hij zich niet afschrikken door de schande van het kruis.
Hij hield stand en nam plaats aan de rechterzijde van de troon van GOD.
Laat tot u doordringen hoe Hij standhield
toen de zondaars zich zo tegen Hem verzetten,
opdat u niet de moed verliest en het opgeeft.
U hebt in uw strijd tegen de zonde uw leven nog niet op het spel gezet.

 


Lucas 12,49-53

Lezing uit het evangelie van Lucas

 

 


Ik ben gekomen om op aarde een vuur te ontsteken,
en wat zou Ik graag willen dat het al brandde!
Ik moet een doop ondergaan,
en Ik word hevig gekweld zolang die niet volbracht is.
Denken jullie dat Ik gekomen ben om vrede te brengen op aarde?
Geenszins, zeg Ik jullie, Ik kom verdeeldheid brengen.
Vanaf heden zullen vijf in één huis verdeeld zijn,
drie tegen twee, en twee tegen drie:
De vader zal tegenover zijn zoon staan en de zoon tegenover zijn vader,
de moeder tegenover haar dochter en de dochter tegenover haar moeder,
de schoonmoeder tegenover haar schoondochter
en de schoondochter tegenover haar schoonmoeder.

PDF-bestand van deze lezingen

 

Ingesproken lezingen

Door een fout tijdens de opnames ontbreekt de eerste lezing. Onze excuses hiervoor.

 

Commentaar

Jean Bastiaens

Het Woord brengt onze gezindheid aan het licht

Geloven is geen vrijblijvende zaak. Voor de buitenwereld komt het veelal neer op het accepteren van een aantal aannames: vooral die van het bestaan van GOD en van het geloof in een eeuwig leven. Voor ons, die het geloof van binnenuit beleven, is dat vaak nauwelijks herkenbaar. Geloven heeft voor ons op de eerste plaats te maken met een manier van in het leven staan, met een fundamentele openheid voor de Schepper, de schepping en haar rijkdom, met een radicale openheid ook voor de vele volken en voor de mens die mijn naaste kan worden. We moeten helaas constateren dat de kijk van buitenaf en de kijk van binnenuit veel te weinig met elkaar in aanraking komen. In het huidige tijdsgewricht hebben we als christenen de neiging ons op onszelf terug te plooien – terwijl het geloof juist het omgekeerde wil bewerken.

Het geloof heeft niets zoetsappigs aan zich – hoewel de heiligenbeelden die onze kerken vullen deze indruk nogal eens wekken. In de eerste lezing zijn we getuige van een harde confrontatie tussen de profeet Jeremia en de edelen van de koning. Jeremia is een profeet, dat wil zeggen hij spreekt woorden en vertolkt visies die niet zozeer van hemzelf komen, als wel van de GOD van Israël. Zolang het goed gaat in het land en de economie bloeit enzovoort, kan zo’n profeet niet zoveel kwaad voor de machthebbers. Maar in een tijd van crisis of van oorlogsdreiging is dat wel anders. Het Babylonisch leger staat voor de deur en Jeremia roept op om elke weerstand te laten varen en zich uit te leveren aan de vreemde tiran. Voor de edelen kan daarvan geen sprake zijn. Zij hebben een totaal andere visie op wat er moet gebeuren en ergeren zich blauw aan de woorden van de profeet. De aanklacht luidt dat hij de soldaten demoraliseert en het land naar de ondergang voert. De boodschap van Jeremia is nochtans omgekeerd: ‘Lever je over’, zegt hij, ‘en stad en land zullen gespaard worden.’ Buiten weten van koning Sidkia (= Sedekia) om, laten de edelen Jeremia gevangen nemen en in een droogstaande waterput werpen. Deze put is diep en helemaal van onderen gevuld met een dikke laag smurrie, waarin Jeremia dreigt weg te zinken. Monddood maken, mensen martelen, ze doen verdwijnen: het is helaas van alle tijden. Het is dankzij het optreden van een buitenstaander – de Ethiopiër Ebed-Melech, wat ‘dienaar van de koning’ betekent – dat Elia van de dood gered wordt. De politiek van de edelen en de koning zullen echter catastrofale gevolgen hebben.

In de evangelielezing gaan we voort op dezelfde toon. We horen Jezus zeggen dat Hij ‘vuur’ is komen brengen en dat Hij ernaar uitziet dat dit vuur oplaait en alles in brand zet. Wat doet vuur anders dan verteren? Maar in de smeltoven zorgt vuur ook voor een proces van loutering. Denk aan wat Sirach zegt: ‘Want goud wordt in het vuur getoetst, in de oven van de vernedering test GOD de mens die Hij aanvaardt’. (2,5) Al eerder in zijn evangelie laat Lucas optekenen dat Jezus zelf een teken is van onderscheiding, en dat zijn komst vergezeld gaat met een vuurproef: ‘Velen in Israël zullen door Hem ten val komen of juist opstaan. Hij zal een teken zijn dat betwist wordt. Zo zal de gezindheid van velen aan het licht komen.’ (2,34-35) En Johannes de Doper zei over Jezus: ‘Hij zal jullie dopen met de heilige Geest en met vuur; Hij houdt de wan in zijn hand om de dorsvloer te reinigen, het graan zal Hij bijeenbrengen in zijn schuur en het kaf in onblusbaar vuur verbranden.’ (Lucas 3,16-17)

Jezus’ optreden, zijn woorden en zijn daden, dat alles is niet vrijblijvend. Er gaat van Jezus een geweldige kracht uit die een reactie uitlokt. Mensen geven zich over aan Hem, of ze komen tegen Hem in verzet. De leerlingen van Jezus zullen dit krachtenveld ook spoedig zelf aan den lijve ervaren, wanneer ze bevraagd worden of vijandig bejegend. En in de eerste geloofsgemeenschappen merken mensen hoezeer hun keuzes zware gevolgen hebben voor hun sociaal leven: wie Jezus belijdt als redder en als énige Heer – en dus niet langer deelneemt aan bepaalde rituelen en religieuze praktijken – roept onbegrip over zich af, ja zelfs uitsluiting, beschimping of vervolging. Dat is de verdeeldheid waarover we Jezus in de evangelielezing horen spreken: ‘In één huis zullen er vijf verdeeld zijn, vader zal tegenover de zoon staan, dochter tegenover de moeder.’ Maar het vuur dat Jezus is komen brengen, is ook het vuur van het geloof dat ons aangrijpt en niet met rust laat en ons alles doet doorstaan.

De lezingen van deze zondag zijn niet geschikt voor snelle consumptie. Laat ze woord voor woord bij je binnensijpelen, en er een vuur ontsteken.

PDF-bestand van deze commentaar

volg ons

over deze blog

Deze blog gaat op zoek naar de betekenis van Bijbelteksten.

In onze artikels wijzen we vaak de weg naar meer informatie die te vinden is in het Bijbelhuis.

Hier leest u ook artikels over onze bijzondere programmatie of evenementen.

Breng deze pagina regelmatig een bezoekje. Je vindt hier geregeld nieuwe teksten.

Jean Bastiaens, directeur van Bijbelhuis Zevenkerken.