LECTIONARIUM ACHTTIENDE ZONDAG DOOR HET JAAR

ZONDAG 31 JULI 2016 VAN DE C-CYCLUS

 

  • Eerste lezing: Prediker 1,2; 2,21-23
  • Tweede lezing: Kolossenzen 3, 1-5.9-11
  • Evangelielezing: Lucas 12,13-21
  • Ingesproken lezingen
  • Commentaar: Rijk zijn bij God

 

Prediker 1,2; 2,21-23

Uit het boek Prediker

 

 

 

IJdelheid der ijdelheden, zegt Prediker,
ijdelheid der ijdelheden, en alles is ijdelheid!
Er zijn mensen die zich aftobben en inspannen
met wijsheid en kennis van zaken,
maar wat ze verdienen, moeten ze afgeven aan anderen,
die zich niet inspanden.
Ook dat is ijdelheid en grote onbillijkheid.
Wat heeft een mens tenslotte aan al zijn geploeter,
en aan de zorgen waarmee hij zich op aarde kwelt?
Alle dagen bereiden hem leed, en ergernis is zijn loon;
zelfs 's nachts vindt hij geen rust;
ook dat is ijdelheid.

 

Kolossenzen 3, 1-5.9-11

Uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Kolosse

 

 

 

Broeders en zusters,

Als gij met Christus ten leven zijt gewekt
zoekt wat boven is,
daar waar Christus zetelt aan de rechterhand Gods.
Zint op het hemelse, niet op het aardse.
Gij zijt immers gestorven
en uw leven is nu met Christus verborgen in God.
Christus is uw leven,
en wanneer Hij verschijnt
zult ook gij met Hem verschijnen in heerlijkheid.
Maakt dus radicaal een einde aan immorele praktijken,
ontucht, onzedelijkheid, hartstocht, begeerlijkheid
en de hebzucht die gelijk staat met afgoderij.
En beliegt elkaar niet meer.
Gij hebt de oude mens met zijn gedragingen afgelegd
en u bekleed met de nieuwe mens,
die op weg is naar het ware inzicht,
terwijl hij zich vernieuwt naar het beeld van zijn Schepper.
Dan is er geen sprake meer van Griek of Jood;
besnedene of onbesnedene,
barbaar of Skyth,
van slaaf of vrije mens.
Dáár is alleen Christus,
alles in allen.

 

Lucas 12,13-21

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas

 

 

 

In die tijd zei iemand uit het volk tegen Jezus:
“Meester, zeg aan mijn broer dat hij de erfenis met mij deelt.”
Maar Jezus antwoordde hem:
“Man, wie heeft mij tot rechter of verdeler over u aangesteld?”
En Hij sprak tot hem:
“Pas op en wacht u voor alle hebzucht!
Want geen enkel bezit, - al is het nog zo overvloedig -
kan uw leven veilig stellen.”
Hij vertelde hun de volgende gelijkenis:
“Het land van een rijk man had een grote oogst opgeleverd.
Daarom overlegde deze bij zichzelf:
Wat moet ik doen?
Ik heb geen ruimte om mijn oogst te bergen.
En hij zei:
Dit ga ik doen:
ik breek mijn schuren af en bouw grotere:
daarin zal ik dan heel mijn rijkdom aan koren opbergen.
Dan zal ik tot mijzelf zeggen:
Man, je hebt een grote rijkdom liggen, voor lange jaren;
rust nu uit,
eet en drink en geniet ervan!
Maar God sprak tot hem:
Dwaas!
Nog deze nacht komt men je leven van je opeisen;
en al die voorzieningen die je getroffen hebt,
voor wie zijn die dan?
Zo gaat het met iemand die schatten vergaart voor zichzelf,
maar niet rijk is bij God.”

PDF-bestand van deze lezingen

 

Ingesproken lezingen

 

Commentaar

Jean Bastiaens

Rijk zijn bij GOD

De drie lezingen van deze zondag vertonen een mooie samenhang. Een reden te meer om de brief van Paulus (of liever: van zijn navolger die deze brief aan de christenen in Kolosse schreef) mee aan bod te laten komen. De lezing uit de brief stelt de genade van ons doopsel centraal. De doop is niet iets dat ooit eenmaal, in een ver verleden, is gebeurd. Velen onder ons waren baby’s toen ze gedoopt werden, en weten daar dus niets meer van. Nee, de doop is een bron van blijvende genade. Sinds ons doopsel zijn wij bekleed met Christus, mogen wij leven in zijn naam, naar zijn voorbeeld. In het sacrament van de doop is ons leven ‘verplaatst’: het centrum van ons leven is niet meer ons eigen ik, ons ego; voortaan staat Christus in het centrum. ‘Christus is uw leven!’, zo heet het in deze lezing. Dat houdt voor ons een permanente oefening in: in alle wisselende omstandigheden van ons leven trachten niet onszelf als maatstaf en als centrum te nemen, maar Jezus, en dat in steeds ruimere mate. De doop is dus geen afgesloten gebeurtenis, maar heeft iets in gang gezet dat nog altijd bezig is. Daarom mag ik altijd met vreugde en grote blijdschap terugdenken aan mijn doopsel, in verbondenheid met al degenen die mij op deze weg hebben geleid.

De tweede lezing formuleert kernachtig wat het doopsel heeft bewerkt: ‘Gij hebt de oude mens met zijn gedragingen afgelegd en u bekleed met de nieuwe mens.’ Dat is dus niet alleen een constatering van iets dat ooit gebeurd is, het is vooral een oproep om wat toen begonnen is telkens opnieuw realiteit te laten worden. Want de oude mens is nooit definitief weg, en de nieuwe mens is voor een groot deel ook nog belofte. Wat de ‘oude mens’ is wordt duidelijk beschreven: dat is mijn leven voor zover ik mij laat leiden door ‘allerlei immorele praktijken, door ontucht, onzedelijkheid, hartstocht, begeerlijkheid en de hebzucht die gelijk staat met afgoderij.’ Dat is duidelijke taal. De hebzucht wordt gelijkgesteld met afgoderij, omdat de hebzucht ons tot slaaf maakt van wat we begeren. Wie hebzuchtig is, is nog niet echt vrij. Welnu, we zijn op weg naar die volkomen vrijheid die Christus ons beloofd heeft, en dat betekent dat we bereid zijn om oplettend te leven en telkens te onderscheiden waar en wanneer we opnieuw tot slavernij zijn vervallen. Het staat er zo mooi geschreven: op die manier zullen we ons telkens ‘vernieuwen naar het beeld van onze Schepper’.

De vrijheid waartoe wij geroepen zijn, heeft een radicaal karakter. Barrières, afscheidingen en valse identiteiten moeten telkens opgeruimd worden: er is geen sprake meer van ‘Griek of Jood, van besnedene of onbesnedene, van slaaf of vrije…’. In één woord: wanneer wij de genade van ons doopsel steeds intenser beleven en kunnen verwerkelijken, zal Christus meer en meer ‘alles in allen’ worden.

De evangelielezing bespeelt dezelfde thematiek. Het gaat om een voorbeeldverhaal. We vinden het alleen bij Lucas, die dan ook een bijzondere antenne heeft voor alles wat te maken heeft met geld, hebzucht, machtsuitoefening en hang naar absolute zekerheid. De lezing begint met de vraag van een man aan het adres van Jezus om uitspraak te doen in een rechtsgeding. Het gaat over een erfenis. Er is niets dat mensen – verwanten – zozeer uit elkaar kan spelen als de verdeling van een erfenis. Jezus weigert tussenbeide te komen, en wijst een andere weg. Met geld en bezit willen mensen hun leven – hun toekomst – veiligstellen. Dat is van alle tijden. Maar dit gaat wel ten koste van iets dat veel meer waard is. Jezus vertelt het verhaal van de rijke die een grote oogst heeft binnengehaald en alles wil opslaan in schuren om zo verzekerd te zijn van een gerust, comfortabel en veilig bestaan. Maar diezelfde nacht nog wordt het leven van hem opgeëist! En dan stelt zich de vraag: waar heb ik nu feitelijk voor geleefd? Voor zekerheid, voor bezit, voor eer, voor macht, voor prestige enz.? Maar juist al die zaken zijn hoogst onzeker. Alles welbeschouwd is dat allemaal juist ‘ijl en ijdel’, horen we Prediker zeggen in de eerste lezing. Je kunt een leven opbouwen zonder GOD, zoals de rijke in feite doet. Maar hij maakt zijn leven daarmee niet zekerder. En vooral: hij maakt zijn leven daarmee niet gelukkiger, want hij is in alles aangewezen op zichzelf en zijn eigen resultaten (‘voorraden’). En het vraagt heel wat energie om het opgebouwde bezit te beschermen en te beveiligen.

Jezus wijst ons een andere weg, een uitweg. We hoeven ons leven niet te verzekeren, want wie in Christus gedoopt is en zich bekleed heeft met de nieuwe mens, heeft een grote innerlijke vrijheid en een geloofszekerheid ontvangen. Zo iemand mag je rijk noemen – rijk bij GOD!

PDF-bestand van deze commentaar

volg ons

over deze blog

Deze blog gaat op zoek naar de betekenis van Bijbelteksten.

In onze artikels wijzen we vaak de weg naar meer informatie die te vinden is in het Bijbelhuis.

Hier leest u ook artikels over onze bijzondere programmatie of evenementen.

Breng deze pagina regelmatig een bezoekje. Je vindt hier geregeld nieuwe teksten.

Jean Bastiaens, directeur van Bijbelhuis Zevenkerken.