C-cyclus zeventiende zondag door het jaar

ZONDAG 28 JULI 2019

 

  • Eerste lezing: Genesis 18,20-32
  • Tweede lezing: Kolossenzen 2,12-14
  • Evangelielezing: Lucas 11,1-13
  • Ingesproken lezingen
  • Commentaar: Het gebed als ons dagelijks brood

 

Genesis 18,20-32

Uit het boek Genesis

 

 

In die dagen zei de HEER:
“Luid stijgt de roep om wraak uit Sodom en Gomorra op!
Uitermate zwaar is hun zonde!
Ik ga naar beneden om te zien,
of hun daden werkelijk overeenstemmen met de roep
die tot Mij is doorgedrongen;
Ik wil het weten.”
Toen gingen de mannen op weg in de richting van Sodom.
De HEER bleef echter nog bij Abraham staan.
Abraham trad op Hem toe en zei:
“Wilt Ge werkelijk met de boosdoeners
ook de rechtvaardigen verdelgen?
Misschien zijn er vijftig rechtvaardigen in de stad;
zult Gij die dan verdelgen?
Zult Gij de stad geen vergiffenis schenken
omwille van de vijftig rechtvaardigen die er wonen?
Zoiets kunt Ge toch niet doen:
de rechtvaardigen samen met de boosdoeners laten sterven!
Dan zou het de rechtvaardigen vergaan als de boosdoeners;
dat kunt Ge toch niet doen!
Zal Hij die de hele aarde oordeelt, geen recht laten geschieden?”
En de HEER zei:
“Als Ik in de stad Sodom vijftig rechtvaardigen vind,
zal Ik omwille van hen de hele stad vergiffenis schenken.”
Abraham begon weer en zei:
“Mag ik zo vrij zijn tot mijn Heer te spreken,
ofschoon ik maar stof en as ben?
Misschien ontbreken er aan de vijftig rechtvaardigen vijf;
zult Gij dan toch om die vijf de hele stad verwoesten?”
En Hij zei:
“Ik zal haar niet verwoesten,
als Ik er vijfenveertig vind.”
Opnieuw sprak Abraham tot Hem:
“Misschien zijn er maar veertig te vinden.”
En de HEER zei:
“Dan zal Ik het, omwille van die veertig, niet doen.”
Nu zei Abraham:
“Laat mijn Heer niet kwaad worden,
als ik nog eens aandring: misschien zijn er maar dertig te vinden.”
En de HEER zei:
“Ik zal het niet doen, als Ik er dertig vind.”
Abraham zei opnieuw:
“Ik ben wel vrijpostig als ik bij mijn Heer blijf aandringen;
maar misschien worden er maar twintig gevonden.”
En de HEER zei:
“Ook omwille van die twintig zal Ik de stad niet verwoesten.”
Abraham zei nogmaals:
“Laat mijn Heer niet kwaad worden,
als ik nog één keer spreek, misschien zijn er maar tien te vinden.”
En de HEER zei:
“Ik zal de stad niet verwoesten, zelfs al zijn er maar tien.”

 

Kolossenzen 2,12-14

Uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Kolosse

 

 

Broeders en zusters,

In de doop zijt gij met Christus begraven,
maar ook met Hem verrezen,
door uw geloof in de kracht van GOD
die Hem uit de dood deed opstaan.
Ook u
die dood waart ten gevolge van uw zonden
en door uw morele onbehouwenheid
heeft GOD weer levend gemaakt met Hem.
Hij heeft ons al onze zonden vergeven.
Hij heeft de oorkonde verscheurd,
die met haar bezwarende bepalingen tegen ons getuigde.
Hij heeft haar vernietigd en aan het kruis genageld.

 

Lucas 11,1-13

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas

 

 

Op een keer was Jezus ergens aan het bidden.
Toen Hij ophield zei een van zijn leerlingen tot Hem:
“Heer,
leer ons bidden,
zoals Johannes het ook aan zijn leerlingen geleerd heeft.“
Hij sprak tot hen:
“Wanneer ge bidt, zegt dan:
Vader, uw Naam worde geheiligd,
uw Rijk kome.
Geef ons iedere dag ons dagelijks brood,
en vergeef ons onze zonden,
want ook wijzelf vergeven aan ieder die ons iets schuldig is.
En leid ons niet in bekoring.”
Hij vervolgde:
“Stel, iemand van u heeft een vriend.
Midden in de nacht gaat hij naar hem toe en zegt:
Vriend, leen mij drie broden,
want een vriend van mij is van een reis bij mij aangekomen
en ik heb niets om hem voor te zetten.
Zou die ander van binnen uit dan antwoorden:
Val me niet lastig;
de deur is al op slot en mijn kinderen en ik liggen in bed;
ik kan niet opstaan om het u te geven?
Ik zeg u,
als hij al niet opstaat en het hem geeft omdat hij zijn vriend is,
zal hij toch opstaan en hem geven al wat hij nodig heeft,
om zijn onbescheiden aandringen.
Tot u zeg Ik hetzelfde:
Vraagt en u zal gegeven worden;
zoekt en gij zult vinden;
klopt en er zal worden opengedaan.
Want al wie vraagt verkrijgt;
wie zoekt vindt;
en voor wie klopt doet men open.
Is er soms onder u een vader die aan zijn zoon een steen zal geven
als deze hem om brood vraagt?
Of als hij om vis vraagt
zal hij hem toch in plaats van vis geen slang geven?
Of als hij een ei vraagt
zal hij hem toch geen schorpioen geven?
Als gij dus - ofschoon ge slecht zijt -
goede gaven aan uw kinderen weet te geven,
hoeveel te meer zal dan uw Vader in de hemel
de heilige Geest geven aan wie Hem erom vragen.”

PDF-bestand van deze lezingen

 

Ingesproken lezingen

 

Commentaar

Jean Bastiaens

Het gebed als ons dagelijks brood

In aansluiting bij de lezingen van de vorige zondag, staat ook deze zondag in het teken van het gebed. Het gebed is een van de mooiste geschenken in het mensenleven, omdat het altijd beschikbaar is. Bidden kunnen we altijd en overal. En er zijn vele manieren om te bidden. Het kenmerk van ieder gebed is de inkeer. We stoppen onze voeten die hun weg door de wereld gaan, om de weg naar binnen te gaan. Hoewel veel manieren van bidden gepaard gaan met woorden – het Onzevader, het Weesgegroet, de Psalmen enz. – is de grondtoon van het gebed toch altijd de stilte. De woorden waarmee we bidden komen uit de stilte en verdwijnen daar ook weer. Die stilte is niet noodzakelijk een afwezigheid van lawaai, want midden in de drukste winkelstraat kan het gebeuren dat we tot een gebed komen. Maar de afwezigheid van lawaai kan ons wel helpen om de weg naar binnen te vinden. Het gebed is voor een christen de dagelijkse hoeveelheid water die hij nodig heeft om goed te functioneren. Zoals ons lichaam hunkert naar water en vocht, zo hunkert onze ziel naar het gebed. En wie te lang buiten het gebed om leeft, voelt vanzelf hoe zijn geloof daardoor begint te verschralen.

We noemen Abraham de vader van het geloof, en dat is mede omdat hij een man van het gebed was. Zijn verlangens, zijn angsten, zijn zorgen en zijn dank wist hij voor GOD te brengen. Abraham had een grote vertrouwelijkheid gevonden in zijn omgang met GOD, en dat blijkt eens te meer uit de eerste lezing van deze zondag waar Abraham voorspraak doet om de steden Sodom en Gomorra te behoeden voor vernietiging. Deze steden hadden een kwalijke reputatie, het waren oorden waar recht en gerechtigheid niets te betekenen hadden. En GOD dacht bij zichzelf: ‘In Abraham zal een volk opstaan dat rechtvaardig en goed zal handelen, met hem zal ik een nieuwe toekomst uitbouwen. Maar Sodom en Gomorra zijn bezig hun eigen toekomst te vernietigen.’ (zie Genesis 18,16-21) Het is inderdaad schrikbarend om te zien hoe toen en ook vandaag hele volkeren al hun energie stoppen in het doen van ongerechtigheid en het afslachten van elkaars mensen. Heeft de mensheid in al die eeuwen dan zo weinig geleerd?

Maar Abraham verzet zich tegen het plan van GOD. Misschien een beetje uit eigenbelang, omdat zijn neef Lot daar als vreemdeling woont. En Abraham wordt de voorbidder voor Sodom en Gomorra. Tot zesmaal toe weet hij GOD te vermurwen om af te zien van zijn plan indien er vijftig, of veertig, of dertig of uiteindelijk maar tien rechtvaardigen wonen. Zelfs met het getal van tien rechtvaardigen neemt GOD, op voorspraak van Abraham, genoegen. Sindsdien volstaan er tien mensen om een geloofsgemeenschap (een ‘synagoge’) te vormen. Tien rechtvaardigen volstaan om gist te zijn in het deeg van de wereld, om zout der aarde te zijn en zo de zichzelf vernietigende volken te behoeden voor bederf en verwoesting. Maar het zal nog erger worden met Sodom en Gomorra, wanneer zij de twee engelen die bij Lot gastvrij onderdak hebben gevonden, willen verkrachten. Lot en zijn familie worden gered, maar de stad blijft niet gespaard. De vrouw van Lot verandert in een zoutpilaar, omdat zij zich vergaapte aan de tragische vernietiging van de steden.

De wereld is vol van brandhaarden, ook vandaag is dat helaas een bittere waarheid. We kennen de brandhaarden bij naam en we zien hoe niet alleen soldaten, maar ook burgervaders, vrouwen en zelfs kinderen op brutale wijze worden omgebracht. Zoals Abraham, komen we in opstand tegen onschuldig vergoten bloed. En we bidden dat de rechtvaardigen de gruwel zouden kunnen doen keren.

Ook in de evangelielezing wordt het vrijmoedig, ja zelfs onbescheiden aandringen in het gebed gunstig beoordeeld. Lucas is de evangelist die zich, meer dan Marcus of Matteüs, aangetrokken weet door de kracht van het gebed. Het verhaal over de vriend die ons midden in de nacht komt wakker maken om brood, staat dan ook alleen bij hem. En het meest essentiële waarom we telkens weer mogen bidden, is de gave van de heilige Geest – en ook dat is karakteristiek voor Lucas. Aan het begin van de lezing vinden we er het Onzevader, het mooiste en meest dierbare gebed van elke Jezusvolgeling. En juist in dit gebed komt heel duidelijk aan het licht dat het gebed niet alleen een appèl is aan GOD, maar ook altijd aan onszelf. In het gebed engageren we ook onszelf, zoals Abraham. We vragen om vergeving en we schenken zelf vergeving. We vragen om brood en we delen ons brood. We bidden om Gods rijk, en we brengen het nabij door ons vrij & moedig leven.

PDF-bestand van deze commentaar

 

volg ons

over deze blog

Deze blog gaat op zoek naar de betekenis van Bijbelteksten.

In onze artikels wijzen we vaak de weg naar meer informatie die te vinden is in het Bijbelhuis.

Hier leest u ook artikels over onze bijzondere programmatie of evenementen.

Breng deze pagina regelmatig een bezoekje. Je vindt hier geregeld nieuwe teksten.

Jean Bastiaens, directeur van Bijbelhuis Zevenkerken.