Lectionarium elfde zondag door het jaar

ZONDAG 12 JUNI 2016 VAN DE C-CYCLUS

  • Eerste lezing: 2 Samuël 12,7-10.13
  • Tweede lezing: Galaten 2,16.19-21
  • Evangelielezing: Lucas 7,36-8,3
  • Ingesproken lezingen
  • Commentaar: Zo ruimhartig als GOD

 

2 Samuël 12,7-10.13

Uit het tweede boek Samuël

 

 

 

In die dagen sprak de profeet Nathan tot David:
“Zo spreekt de HEER, de God van Israël;
Ik heb u gezalfd tot koning over Israël,
ik heb u bevrijd uit de macht van Saul,
ik heb u het huis van uw heer geschonken
en u de beschikking gegeven over de vrouwen van uw heer;
ik heb u het huis van Israël en Juda gegeven,
en als dat te weinig is, wil ik er nog evenveel aan toevoegen.
“Waarom hebt gij dan het gebod van de HEER geminacht
en gedaan wat hem mishaagt?
Uria de Hethiet hebt gij met het zwaard geslagen,
zijn vrouw hebt gij u toegeëigend
en hemzelf hebt gij vermoord door het zwaard van de Ammonieten.
“Welnu het zwaard zal nooit meer wijken van uw huis,
omdat gij Mij hebt geminacht
en de vrouw van Uria de Hethiet tot vrouw hebt genomen.”
Toen zei David tot Natan:
“Ik heb tegen de HEER gezondigd.”
Natan antwoordde:
“Dan heeft de HEER u deze zonde vergeven:
gij zult niet sterven.”

 

 

Galaten 2,16.19-21

Uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de Galaten

 

 

 

Broeders en zusters,

Wij weten dat de mens niet gerechtvaardigd wordt
door de wet te onderhouden,
maar alleen door het geloof in Christus Jezus.
Ook wij zijn daarom in Christus Jezus gaan geloven,
om rechtvaardiging te verkrijgen door het geloof,
en niet door daden die de wet voorschrijft;
“Want door zulke daden zal geen mens gerechtvaardigd worden,”
zegt de Schrift.
Want ik ben dood voor de wet;
door de wet ben ik gestorven
om te leven voor God.
Met Christus ben ik gekruisigd.
Ik leef niet meer.
Christus leeft in mij.
Dit sterfelijk bestaan is voor mij nog slechts
leven vanuit het geloof in Gods Zoon,
die mij heeft liefgehad en zichzelf voor mij heeft overgeleverd.
Alleen zó erken ik de genade van God.
Als de wet ons kon rechtvaardigen,
dan was Christus voor niets gestorven.

 

 

Lucas 7,36-8,3 (of: Lucas 7,36-50)

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas.

 

 

 

In die tijd vroeg een van de Farizeeën Jezus bij zich te eten,
Jezus trad het huis van de Farizeeër binnen en ging aanliggen.
Een vrouw nu, die in de stad als zondares bekend stond,
was te weten gekomen
dat Jezus in het huis van de Farizeeër te gast was.
Zij nam een albasten vaasje met balsem mee
en ging schreiend achter Hem, bij zijn voeten staan.
Haar tranen maakten zijn voeten nat,
die ze met haar hoofdhaar afdroogde.
Zij kuste ze keer op keer en zalfde ze met de balsem.
Toen de Farizeeër die Hem uitgenodigd had dit zag,
zei hij bij zichzelf:
“Als dit een profeet was zou Hij weten
wie en wat voor een vrouw het is die Hem aanraakt;
het is immers een zondares.”
Jezus gaf hem ten antwoord :
“Simon, ik heb u iets te zeggen.”
Waarop deze zei:
“Zeg het, Meester.”
“Een geldschieter had twee schuldenaars
de een was hem vijfhonderd, de ander vijftig denariën schuldig.
“Omdat zij die niet konden teruggeven
schold hij ze aan allebei kwijt.
“Wie van hen zal nu het meest van hem houden?”
“Ik veronderstel,
– antwoordde Simon –
diegene aan wie hij het meeste heeft kwijtgescholden.”
Jezus zei tot hem:
“Uw oordeel is juist.”
Daarop keerde Hij zich tot de vrouw en zei tot Simon:
“Ge ziet die vrouw daar?
Ik kwam uw huis binnen;
ge hebt niet eens water over mijn voeten gegoten,
maar mijn voeten zijn nat geworden door haar tranen
en zij heeft ze met haar haren afgedroogd.
Gij hebt Mij niet eens een kus gegeven,
maar zij hield sinds Ik binnenkwam
niet op mijn voeten te kussen.
Gij hebt mijn hoofd niet met olie gezalfd,
maar zij heeft mijn voeten gezalfd met balsem.
Daarom zeg ik u:
haar zonden zijn haar vergeven, al zijn ze nog zo talrijk
want zij heeft veel liefde betoond.
Weinig liefde betoont hij
aan wie weinig wordt vergeven.”
Daarop sprak Hij tot haar:
“Uw zonden zijn u vergeven.”
De andere gasten vroegen zich af:
“Wie is deze man, die zelfs zonden vergeeft?”
Jezus zei tot de vrouw:
“Uw geloof heeft u gered: ga in vrede.”
(Er volgde nu een tijd
waarin Hij predikend rondtrok door stad en dorp
en de Blijde Boodschap van het Rijk Gods verkondigde.
De twaalf vergezelden Hem
en ook enkele vrouwen
die van boze geesten en ziekten verlost waren:
Maria, die Magdalena wordt genoemd,
uit wie zeven duivels waren weggegaan,
Johanna, de vrouw van Herodes’ rentmeester Chuzas,
Suzanna en vele anderen,
die uit eigen middelen voor hen zorgden.)

 

PDF-bestand van deze lezingen

 

 

Ingesproken lezingen

 

 

COMMENTAAR

Jean Bastiaens

Zo ruimhartig als GOD

Laten we maar met de deur in huis vallen. Wie in zijn leven veel kwaad heeft berokkend aan zijn medemens en in talrijke opzichten de wil van god heeft genegeerd, en dan tot inkeer komt en zich toewendt naar god en vergeving vindt – zo iemand put uit deze onmetelijke liefde van god een nieuwe liefde die naar alle kanten overvloeit. Mensen die een dergelijke ommekeer in hun leven hebben meegemaakt – van notoire ‘zondaar’ naar ‘kind van god’ – bezitten soms een overmaat aan liefde. Deze overmaat aan liefde wordt door hen die altijd zuinigjes op het rechte pad zijn gebleven, als overdreven en soms ook als ongepast ervaren: ze voelen zich er ongemakkelijk bij. Dit is exact van toepassing op de vrouw uit het evangelie en haar kritische observator, Simon de Farizeeër.

Laten we eens kijken wat er gebeurt. Jezus is te gast bij Simon, die Hem verwelkomt met een feestmaal waarbij de gasten ‘aanliggen’. Dat is niet niks. In de tijd dat de deuren van de huizen nog gewoon openstonden, was het niet vreemd dat er opeens iemand binnenkwam. Een vrouw! Ze gaat recht op Jezus af, zonder zich te excuseren of om toelating te vragen, en begint aan een reeks van opzienbarende handelingen: ze is vol emotie en weent daarom, ze laat haar tranen neervallen op de voeten van Jezus, ze maakt zomaar haar haren los en droogt daarmee de voeten van Jezus. En nog veel meer: ze kust de voeten van Jezus met haar betraande lippen, en ze zalft zijn voeten met een geurige balsem. Wat een tafereel!

Simon valt bijna van zijn stoel. De conversaties van het gastmaal zijn stilgevallen. Jezus ziet hoe de verbolgen ogen van Simon de vrouw verwijtend aanstaren. Simon is niet alleen ongemakkelijk door het gedrag van de vrouw, maar ook boos op Jezus: hoe kan deze dit zomaar toelaten? Dan is Hij blijkbaar toch niet de profeet waar Simon Hem voor hield!

Maar Jezus laat het wel toe. En nu wil Hij Simon voor zich winnen, Hij wil hem over de streep halen die hij tussen zichzelf en de vrouw en nu ook tussen zichzelf en Jezus getrokken heeft. De toon waarmee Jezus zijn gastheer aanspreekt klinkt bekommerd en liefdevol: ‘Simon, ik wil je iets zeggen.’ En Simon laat het toe: ‘Zeg het maar, rabbi!’ En zoals de profeet Nathan ooit de onwillige David tot inzicht had gebracht met de eenvoudige parabel van de rijke die het lammetje van de arme stal, zo tracht Jezus een ommekeer teweeg te brengen in het brein van Simon door het vertellen van de gelijkenis van de geldschieter en de twee schuldenaars. Wie zal het meest zijn liefde betuigen aan de geldschieter, hij die vijfhonderd denariën – vijfhonderd maal het dagloon van een arbeider! – kreeg kwijtgescholden, of degene die ‘slechts’ vijftig denariën kreeg kwijtgescholden? Simons antwoord klinkt schoorvoetend, alsof hij wel aanvoelt waar Jezus naartoe wil: ‘Ik veronderstel: degene aan wie het meeste werd kwijtgescholden.’ En Jezus prijst Simon om zijn juiste oordeel.

En dan volgt niets dan de praktische uitwerking. In een niet verwijtende toon laat Jezus het verschil zien tussen het aanvaardbare maar toch ‘zuinige’ gedrag van Simon, en het van intensiteit kolkende gedrag van de vrouw. Met een heel precieze beschrijving maakt Jezus het verschil duidelijk. Waar komt die overmaat van liefde van de vrouw vandaan? Haar werd veel kwijtgescholden – door god! De vrouw weerspiegelt als het ware de gratuite en altijd verrassende liefde die eigen is aan god. Simon zelf heeft waarschijnlijk niet zoveel kerven op zijn stok, hij heeft altijd goed geleefd, maar op basis daarvan veroordeelt hij nu wel het gedrag van de vrouw. En Jezus zegt hem: Wie weinig moet worden kwijtgescholden, die is meestal ook zelf weinig gul en overvloedig in het betonen van liefde. Wie de schoen past, trekke hem aan!

Dit is evangelie – blijde boodschap – op het scherp van de snee. Alle snaren van onze menselijke emoties kunnen hier meetrillen. En bijna onvermijdelijk gaat de lezer ook zelf zijn positie zoeken: sta ik meer in de schoenen van Simon, of juist meer in de schoenen van de vrouw? Met het beantwoorden van die vraag, wordt meteen ook duidelijk in welke richting de boodschap van dit evangelie voor mij persoonlijk gezocht moet worden. Een beklijvende oefening.

Dan volgt er nog een scène waarin Jezus de vrouw persoonlijk aanspreekt. Want tot nu toe heeft Hij alleen over haar gesproken. En Hij bevestigt in de vrouw wat bij haar tot dit grote vermogen om lief te hebben heeft geleid: ‘Uw zonden zijn u vergeven.’ En dit keer zijn het Jezus’ woorden die aanstoot geven aan de andere gasten die aanliggen. Maar Jezus laat zich niet uit het veld slaan. Hij looft de vrouw omdat zíj begrepen heeft uit welke bron Jezus zelf leeft: ‘Uw geloof heeft u gered. Ga in vrede!’

PDF-bestand van deze commentaar

volg ons

over deze blog

Deze blog gaat op zoek naar de betekenis van Bijbelteksten.

In onze artikels wijzen we vaak de weg naar meer informatie die te vinden is in het Bijbelhuis.

Hier leest u ook artikels over onze bijzondere programmatie of evenementen.

Breng deze pagina regelmatig een bezoekje. Je vindt hier geregeld nieuwe teksten.

Jean Bastiaens, directeur van Bijbelhuis Zevenkerken.