Lectionarium tiende zondag door het jaar

ZONDAG 5 JUNI 2016 VAN DE C-CYCLUS

  • Eerste lezing: 1 Koningen 17, 17-24
  • Tweede lezing: Galaten 1,11-19
  • Evangelielezing: Lucas 7,11-17
  • Ingesproken lezingen
  • Commentaar: Dood, waar is uw angel?

 

1 Koningen 17, 17-24

Eerste lezing uit het boek 1 Koningen

 

 

Enige tijd later werd het kind van Elia’s gastvrouw ziek,
en wel zo ernstig dat ten slotte alle leven uit hem week.
Toen zei de vrouw tegen Elia:
‘Wat heb ik u misdaan, godsman?
Bent u soms naar me toe gekomen om mijn zonden aan het licht te brengen
en mijn zoon te doden?’
‘Geef mij uw zoon,’ zei hij,
en hij nam de jongen van haar schoot
en droeg hem naar boven, naar de kamer die hij in gebruik had,
en legde hem op zijn eigen bed.
Toen riep hij de HEER aan en vroeg:
‘HEER, mijn GOD, waarom treft u juist deze weduwe,
die mij gastvrijheid verleent, door haar zoon te doden?’
Hij strekte zich driemaal over het kind uit,
daarbij de HEER aanroepend met de woorden:
‘HEER, mijn GOD, laat toch de levensadem in de borst van dit kind terugkeren.’
De HEER verhoorde Elia’s smeekbede:
de levensadem keerde terug in de borst van het kind,
en het leefde weer.
Elia nam het kind op,
droeg het naar beneden en gaf het aan zijn moeder terug.
‘Kijk, uw zoon leeft,’ zei hij.
Toen zei de vrouw tegen Elia:
Nu weet ik dat u door GOD gezonden bent
en dat u werkelijk namens de HEER spreekt.’

 

Galaten 1,11-19

Tweede lezing uit de Galatenbrief

 

 

 

Ik verzeker u, broeders en zusters,
dat het evangelie dat ik u verkondigd heb
niet door mensen is bedacht
– ik heb het ook niet van een mens ontvangen of geleerd –
maar dat Jezus mij is geopenbaard.
U hebt gehoord hoe ik vroeger volgens de Joodse godsdienst leefde,
dat ik de gemeente van GOD fanatiek vervolgde
en zette mij vol overgave in voor de tradities van ons voorgeslacht.
Maar toen besloot GOD,
die mij al vóór mijn geboorte had uitgekozen
en die mij door zijn genade heeft geroepen,
zijn Zoon aan mij te openbaren
opdat ik Hem aan de heidenen zou verkondigen.
Ik heb toen geen mens om raad gevraagd
en ben ook niet naar Jeruzalem gegaan,
naar hen die eerder apostel waren dan ik.
Ik ben onmiddellijk naar Arabia gegaan
en ben van daar weer teruggekeerd naar Damascus.
Pas drie jaar later ging ik naar Jeruzalem
om Kefas kennis te ontmoeten,
en bij hem bleef ik twee weken.
Maar van de overige apostelen heb ik niemand gezien,
behalve Jakobus, de broer van de Heer.

 

 

Lucas 7,11-17

Uit het evangelie volgens Lucas

 

 

 

 

Niet lang daarna ging Jezus naar een stad die Naïm heet,
en zijn leerlingen en een grote menigte gingen met hem mee.
Toen hij de poort van de stad naderde,
werd er net een dode naar buiten gedragen,
de enige zoon van een weduwe.
Een groot aantal mensen vergezelde haar.
Toen de Heer haar zag, werd hij door medelijden bewogen en zei tegen haar:
‘Weeklaag niet meer.’
Hij kwam dichterbij, raakte de lijkbaar aan
– de dragers bleven stilstaan – en zei:
‘Jongeman, ik zeg je: sta op!
De dode richtte zich op en begon te spreken,
en Jezus gaf hem terug aan zijn moeder.
Allen werden vervuld van ontzag en loofden GOD met de woorden:
‘Een  profeet is onder ons opgestaan,’
en ‘GOD heeft zich om zijn volk bekommerd!’
Het nieuws over hem verspreidde zich in heel Judea en in de wijde omtrek.

PDF-bestand van deze lezingen

 

 

Ingesproken lezingen

 

 

COMMENTAAR

Jean Bastiaens

Dood, waar is uw angel?

Wat is er mooier wanneer een mens zijn leven kan voltooien en in vrede kan sterven? Wie zo iets meemaakt, heeft aan den lijve iets uitermate indrukwekkends ondervonden. Wij zijn sterfelijke wezens, en ons sterven hoort bij het leven. Wie vanuit een voltooid leven kan sterven, geeft een cadeau aan wie daarvan getuige mag zijn.

Omgekeerd kan een onvoltooid leven ons met grote en door pijn omgeven vragen achterlaten. En nog moeilijker wordt het wanneer jonge mensen moeten sterven, die eigenlijk nog een heel leven voor zich zouden moeten hebben. Soms hoor je ouders zeggen: Had ik maar de plaats van mijn kind kunnen innemen. Tegen een veel te vroege dood komen we in opstand. Terecht. En het is wraakroepend wanneer kinderen de inzet worden van een conflict tussen volwassenen en het onderspit moeten delven.

In de lezingen van vandaag zijn we tweemaal getuige van zo’n schrijnend drama: een moeder – een weduwe nog wel – verliest haar enige zoon. Kan de dood zijn schrikbarend gelaat duidelijker aan ons tonen? Wanneer we de realiteit van de weduwe van Sarefat – eerste lezing – en van de weduwe van Naïm tot ons door laten dringen, beseffen we dat zowel Elia als Jezus geconfronteerd worden met een hartverscheurende situatie. En toch reageren ze heel verschillend.

Bekijken we eerst eens zorgvuldig de eerste lezing. De tekst is helder opgebouwd: na de inleidende zin hebben we een a, b, c - c’, b’, a’ structuur. Wat de vrouw tegen Elia zegt aan het begin (‘Man Gods, …’) en aan het einde (‘Nu weet ik zeker…’) verhoudt zich als a en a’. Het antwoord van Elia en zijn handelwijze met de zoon zijn b en b’. In het midden staan dan c en c’, telkens ingeleid door de woorden ‘Heer, mijn GOD’. Neem even rustig de tijd om de tekst zo als een mooi opgebouwde eenheid te ontdekken. Het verhaalde is schrikbarend, maar de opbouw van het verhaal schenkt niettemin rust. In deze woelige geschiedenis is GOD aan het werk!

Elia heeft geprofiteerd van de weduwe, bij wie hij zijn intrek heeft genomen. Zij herkent in hem een ‘man Gods’, maar juist daardoor is haar reactie op de dood van haar enige zoon des te feller: ‘Hebt u bij mij uw intrek genomen om mijn zonden openbaar te maken door mijn zoon te doen sterven?’ De verbijsterende dood van de jongen brengt de weduwe in verband met de fundamentele gebrokenheid van haar eigen leven. Zij heeft weet van een verborgen maar diep verankerde samenhang tussen zonde en dood. Elia heeft, met zijn komst, deze samenhang aan het licht gebracht. En zij klaagt hem erom aan.

Elia op zijn beurt klaagt GOD aan: heel het land kreunt onder de dood vanwege een zware hongersnood, maar moet nu juist ook deze enige zoon getroffen worden? Is er dan werkelijk geen enkel perspectief meer? Elia loopt vooruit op wat GOD krachtens zijn wezen aan de mens toezegt: léven! Hij gaat driemaal languit op het kind liggen en brengt als het ware zijn eigen levenskracht en zijn gebed over op de jongen. En de jongen komt tot leven. Elia geeft hem terug aan zijn moeder, die op haar beurt Elia bevestigt in zijn profetische zending.

Wanneer Jezus de weduwe van Naïm ontmoet, is Hij direct uit het lood geslagen. Want hoewel een grote groep mensen hem omringt, heeft Hij meteen alleen nog maar oog voor de weduwe. Hij wordt door medelijden bewogen – een echt lucaans thema. Zich bewust van zijn messiaanse opdracht en in de kracht van de Geest, spreekt Hij het scheppingswoord uit over de jongen: ‘Ik zeg je: sta op!’ En meteen komt de jongen overeind. En Jezus ‘gaf hem terug aan zijn moeder’ – een citaat uit de eerste lezing. En de menigte bevestigt Jezus in zijn profetische zending.

De scène maakt duidelijk dat Jezus de incarnatie van Elia is. Elia heeft heel zijn leven gewijd aan een strijd met de machten van de dood, en dus ook met de macht van de Baäl-religie. En zoals Elia, komt ook Jezus in opstand tegen alles wat onder de noemer van de dood valt. Wanneer Hij het verhaal vertelt van de vader en de twee zonen, herkennen we de slotwoorden van de vader aan het adres van de oudste zoon: ‘Je broer was dood en is weer tot leven gekomen.’ (Lucas 15,32) Jezus heeft aan de gebroken mensen die Hij tegenkwam, het leven willen teruggeven: aan zieken, uitgestotenen, verloren gelopenen, collaborerenden… En zo kon zelfs de gestorven zoon van de weduwe van Naïm niet aan zijn drang naar het leven ontsnappen. En Hij was erop bedacht zijn eigen leven te geven, opdat wij het zouden ontvangen als ‘leven in overvloed’.

PDF-bestand van deze commentaar

volg ons

over deze blog

Deze blog gaat op zoek naar de betekenis van Bijbelteksten.

In onze artikels wijzen we vaak de weg naar meer informatie die te vinden is in het Bijbelhuis.

Hier leest u ook artikels over onze bijzondere programmatie of evenementen.

Breng deze pagina regelmatig een bezoekje. Je vindt hier geregeld nieuwe teksten.

Jean Bastiaens, directeur van Bijbelhuis Zevenkerken.