Lectionarium negende zondag door het jaar

 

ZONDAG 29 MEI 2016 VAN DE C-CYCLUS

  • Eerste lezing: 1 Koningen 8,41-43
  • Tweede lezing: Galaten 1,1-2.6-10
  • Evangelielezing: Lucas 7,1-10
  • Ingesproken lezingen
  • Commentaar: Het ontwapenend geloof van een vreemdeling

 

1 Koningen 8,41-43

Uit het eerste boek Koningen

 

doe alles waarom de vreemdeling U smeekt. Dan zullen alle volken der aarde U Ieren kennen en U, evenals uw volk Israël, vrezen

 

 

In die dagen bad Salomo in de tempel als volgt:
“Heer, ook als een vreemdeling, die niet tot uw volk Israël behoort,
omwille van uw Naam uit een ver land komt,
en gaat bidden in deze tempel
omdat hij gehoord heeft van uw grote naam,
uw krachtige hand en uw uitgestrekte arm,
luister dan vanuit de hemel, uw woonstede,
en doe alles waarom de vreemdeling U smeekt.
Dan zullen alle volken der aarde U Ieren kennen
en U, evenals uw volk Israël, vrezen;
dan zullen zij weten dat over deze tempel, die ik gebouwd heb,
uw Naam is uitgeroepen.”

 

 

Galaten 1,1-2.6-10

Uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Galatië.

 

Er zijn alleen maar lieden die u in verwarring brengen

 

 

Broeders en zusters. 

Ik sta verbaasd, dat gij zo spoedig van Hem die u tot de genade geroepen heeft
afvalt om een ander evangelie aan te hangen.
Er bestáát geen ander.
Er zijn alleen maar lieden die u in verwarring brengen
en proberen het evangelie van Christus te verdraaien.
Maar al zouden wijzelf of een engel uit de hemel of wie dan ook
een evangelie verkondigen dat afwijkt van wat wij u verkondigd hebben,
hij zij vervloekt!
Wat ik vroeger heb gezegd, herhaal ik nu:
als iemand u een ander evangelie verkondigt dan gij ontvangen hebt,
hij zij vervloekt!
Wie tracht ik nu voor mij te winnen, de mensen of God?
Zoek ik soms de gunst van mensen?
Als ik nog de gunst van mensen zocht zou ik geen dienaar van Christus zijn.

 

 

Lucas 7,1-10

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas

 

“Ik zeg u: zelfs in Israël heb Ik zo’n groot geloof niet gevonden.”

 

 

In die tijd ging Jezus, na afloop van zijn onderricht aan het luisterende volk naar Kafarnaüm. Daar was een honderdman,
die een knecht had aan wie hem veel gelegen was;
die knecht was ziek en lag op sterven.
Omdat de honderdman Jezus hoorde
zond hij enkele oudsten van de Joden naar Hem toe
met het verzoek zijn knecht te komen genezen.
Bij Jezus gekomen riepen zij met aandrang zijn hulp in.
Ze zeiden: “Hij verdient dat Gij hem deze gunst bewijst,
want hij houdt van ons volk en hij heeft op eigen kosten
de synagoge voor ons gebouwd.”
Daarop ging Jezus met hen mee.
Maar toen Hij niet ver meer van het huis was
liet de honderdman Hem door vrienden zeggen:
“Heer, doe geen verdere moeite;
ik ben niet waard dat Gij onder mijn dak komt.
Daarom meende ik ook er geen aanspraak op te mogen maken
persoonlijk naar U toe te komen.
Maar een woord van U is voldoende om mijn knecht te doen genezen.
Want al ben ik zelf een ondergeschikte,
ik heb weer manschappen onder mij;
en tot de een zeg ik: ga, en hij gaat,
en tot een ander: kom, en hij komt,
en aan mijn knecht: doe dit, en hij doet het.”
Toen Jezus dit hoorde stond Hij verwonderd over hem.
Hij keerde zich om en zei tot het volk dat Hem volgde:
“Ik zeg u: zelfs in Israël heb Ik zo’n groot geloof niet gevonden.”
Toen de mensen die gestuurd waren in het huis terugkeerden,
vonden zij de knecht weer gezond.

PDF-bestand van deze lezingen

 

 

Ingesproken lezingen

 

 

COMMENTAAR

Jean Bastiaens

Het ontwapenend geloof van een vreemdeling

In 1988 verscheen er een prachtig boek van Julia Kristeva over de vreemdeling. Zij gaf haar verkennende studie over de vreemdeling de uitdagende titel mee: ‘De vreemdeling in onszelf’. Hoeveel ongemak, hoeveel angsten en hoeveel onzekerheden projecteren wij niet op de vreemdeling? En hoe anders zou de wereld eruitzien, wanneer wij zouden ontdekken dat die vreemdeling heel vaak de spiegel is van wat er in onszelf leeft? Kristeva noemt de vreemdeling ‘de verborgen kant van onze identiteit’. Wie openstaat voor de vreemdeling, gaat op een gegeven moment ontdekken dat de vreemdeling niet langer de belichaming hoeft te zijn van onze haat.

In de Bijbel speelt de vreemdeling een aanzienlijke rol. In de geschriften van de Tora leeft het besef dat de vreemdeling bescherming van node heeft, en respect – ‘want gij waart zelf vreemdelingen in Egypte’. Onze eigen herkomst en identiteit zijn dus verbonden met het ‘vreemd zijn’, het niet thuis zijn, het onderweg zijn. Een gemeenschap die zich openstelt voor de vreemdeling, geeft ook zichzelf de mogelijkheid om zich te bevrijden van een starre en artificiële identiteit. De vreemdeling breekt onze gezindheid open, laat zien dat de dingen niet moeten zijn zoals ze zijn en dat het ook allemaal anders kan. De vreemdeling brengt kleur in ons leven. De gemeenschappen die Paulus had gesticht in Galatië of in Korinte, zagen zich voortdurend uitgedaagd om nieuwe en aanvankelijk vreemde wegen te gaan. In Korinte kon je volk van allerlei slag tegenkomen.

De eerste lezing van deze zondag biedt ons een prachtig gebed van de wijze koning Salomo. Hij heeft begrepen dat elke gemeenschap de vreemdeling nodig heeft. De tempel, de woonplaats van Gods heilige Naam, moet dus ook openstaan voor de vreemdeling: hij/zij mag binnentreden in wat voor ons vertrouwd is en mag het in zekere zin ook verstoren. Want het is van oudsher bekend: god heeft een boontje voor de vreemdeling! De tempel zal niet het symbool worden van nationale trots, maar de plaats van de ontmoeting. Dat alles raakt aan de roeping van Israël.

In de evangelielezing zijn we getuige van de markante ontmoeting tussen Jezus en een vreemdeling. Jezus is in Kafarnaüm, een beetje zijn thuisbasis. Daar woont ook een overste van een Romeinse legereenheid, waarschijnlijk was hij in dienst van Herodes Antipas, want in Galilea was er op zich geen Romeinse legerbasis. De man in kwestie is zeker geen Jood, ook geen proseliet, maar waarschijnlijk wel een Godvrezende: hij had zich immers geëngageerd om de bouw van een (nieuwe) synagoge in Kafarnaüm mogelijk te maken. Hij was een man van twee werelden: loyaal aan het (door velen gehate) Romeinse gezag enerzijds, aangetrokken door het Joodse geloof en de Joodse leefwijze anderzijds. In de tijd van Jezus was het Jodendom open genoeg om voor zulke mensen een plaats te hebben.

Jezus deelt deze openheid en laat zich zonder verdere bevraging overhalen om het huis van de man te bezoeken. Want in dat huis ligt een zwaar zieke, niet de zoon van de legeroverste, maar zijn knecht – nota bene! Deze man was blijkbaar niet voor een gat te vangen: hij verbond in zich niet alleen de Joodse en de heidense leefwereld, maar hij oversteeg ook nog eens de afstand die er normaliter bestaat tussen een slaaf en zijn meester.

De legeroverste blijft buiten beeld. Eerst stuurt hij oudsten naar Jezus. Nu, enige tijd later, stuurt hij vrienden om Jezus te zeggen dat hij niet tot in zijn huis hoeft te komen: ‘Heer, ik ben niet waardig dat gij onder mijn dak komt.’ – het zinnetje dat ons zo dierbaar is geworden in de communieritus van de eucharistieviering. De overste wil geen aanspraak maken op een ontmoeting met Jezus: zijn woord volstaat om zijn doodzieke slaaf te doen genezen. De honderdman kent uit eigen ervaring de macht van het woord: zijn bevel wordt immers ook altijd direct en feilloos opgevolgd. Hij dicht Jezus blijkbaar eenzelfde macht en gezag toe, maar dan wel op het domein van leven en dood. Dan houdt het verhaal een halte: Jezus is een en al verwondering nu Hij hoort wat de vrienden van de overste Hem komen melden. Deze vreemdeling openbaart aan Israël wat de kracht van het geloof vermag. En je zou er bijna overlezen, maar het verhaal eindigt met de achteloze constatering dat de vrienden, eenmaal weer aangekomen bij de zieke slaaf, hem daar gezond en wel aantreffen. Het is een verhaal vol van contrasten, en het mag ook ons als lezer raken met verwondering. Als Jezus deze vreemdeling als voorbeeld stelt voor Israël – en dus ook voor ons! – hoezeer zouden wij dan niet ons hart verruimen en onze kerkpoorten openen voor wie ons anders en vreemd voorkomt?

PDF-bestand van deze commentaar

volg ons

over deze blog

Deze blog gaat op zoek naar de betekenis van Bijbelteksten.

In onze artikels wijzen we vaak de weg naar meer informatie die te vinden is in het Bijbelhuis.

Hier leest u ook artikels over onze bijzondere programmatie of evenementen.

Breng deze pagina regelmatig een bezoekje. Je vindt hier geregeld nieuwe teksten.

Jean Bastiaens, directeur van Bijbelhuis Zevenkerken.