Nadenkend over de verrijzenis van Jezus

 

Een commentaar bij de lezingen van vandaag

 

Broeders en zusters,

 

De lezingen van deze zesde Paaszondag maken duidelijk dat we ons in een tussentijd bevinden. In de paasnacht hebben we vernomen dat het graf leeg was. De historische Jezus is sinds die dag voorgoed van het toneel verdwenen. De leerlingen hebben stap voor stap ontdekt dat Hij voortaan op een andere manier aanwezig is. Hij was bij hen als ze samen de Schriften lazen en erover nadachten hoe reeds alles wat met Jezus was gebeurd in het Oude Testament geschreven staat. Hun ogen werden beetje bij beetje geopend. Hij was bij hen als ze samen kwamen om het brood te breken, als ze zich Hem herinnerden, zijn woorden en zijn daden, en op zijn gezag de beker van het vernieuwde verbond hieven – want Hij had hun gevraagd dat te blijven doen. Meer en meer wisten ze, met een innerlijke zekerheid: Jezus leeft, zoals Hij gezegd heeft; wij blijven met Hem verbonden door zijn woorden en zijn tekens. En ze herkenden Hem als een vreemdeling die met hen meeging op weg naar Emmaüs, een vreemdeling die zich kenbaar maakt. En ze herkenden Hem staande op het strand van het meer van Galilea, onbekend en tegelijkertijd heel bekend. Maar telkens als ze de hand op Hem wilden leggen, was Hij uit hun zicht verdwenen. En ze realiseerden zich: ja, Jezus leeft, Hij is de verheerlijkte Heer, de Christus, maar niet meer op dezelfde wijze als voorheen.

Eigenlijk zijn er twee tussentijden: de tijd tussen Pasen en Hemelvaart, dat is de eerste, en de tijd tussen Hemelvaart en Pinksteren, dat is de tweede. Die eerste tussentijd is een tijd om te wennen aan het feit dat Jezus  niet langer als historische persoon aan zijn leerlingen verscHijnt, maar als de verheerlijkte Heer die thuis is bij de Vader. Jezus verscHijnt als de Aanwezige, maar anders dan voorheen. Met de ogen van het geloof kunnen de leerlingen de nieuwe verscHijningsvorm van Jezus herkennen, voor anderen blijft Hij ongezien. Maar wat de leerlingen zien en ervaren is even reëel, is even sterk, ja zelfs sterker dan wat ze zagen toen Hij nog in levende lijve onder hen verkeerde. De verscHijningsverhalen zijn geen historische verslagen van gebeurtenissen, het zijn geloofsverhalen. En dat niet in de betekenis van: je gelooft het of je geloof het niet. Maar wel in deze betekenis: Jezus bleef hen nabij wanneer zij zich met Hem verbonden voelden, zich op Hem afstemden, en deze nieuwe nabijheid en aanwezigheid wekte geloof. Het geloof in Jezus als de verrezene. Dit geloof was een geschenk, en de uitwerking ervan was: vrede.

We horen het Jezus vandaag zeggen in het evangelie: ‘Mijn vrede geef ik jullie, mijn vrede laat ik jullie na’ – en: ‘deze vrede kan de wereld jullie niet geven’. Deze gewaarwording van vrede was iets helemaal nieuws voor de leerlingen: het betekende verbondenheid, heling van twijfel en angst, diep vertrouwen, intense vreugde. Deze vrede is de uitwerking van het geloof in de verrezene. En ik zeg niet: van het geloof in de verrijzenis, maar: van het geloof in de verrezene!

Dit alles is nog maar het begin. Jezus zegt tegen zijn leerlingen: je zou blij moeten zijn dat ik niet meer onder jullie ben zoals vroeger. Ik ben immers op weg naar de Vader. En wanneer ik bij mijn Vader ben, zal Hij het ongelooflijke doen: Hij zal de kracht van de heilige Geest, die mij heeft bezield en die ik bij mijn doop van Hem ontving, ook over jullie laten komen – namens mij.

Deze heilige Geest krijgt bij Johannes een aparte naam: Hij wordt de parakleet genoemd, de vertrooster, de bijstandsverlener, de voorspreker. De Geest van Jezus zal vaardig worden over zijn leerlingen  en hen zenden, precies zoals Jezus gezonden werd toen Hij gedoopt werd en de Geest ontving. De tweede tussentijd is die voorbereidingstijd waarin de leerlingen intens en vol verwachting uitzien naar de verwerkelijking van die belofte. De Geest zal ons zenden. De Geest zal het ongelooflijke mogelijk maken.

De parakleet zal, in Jezus’ woorden, twee dingen doen: aan de ene kant zal Hij – of moet ik zeggen ‘Zij’, want in het Hebreeuws is Geest / ruach vrouwelijk – ons onderrichten. De Geest zal ons duidelijk maken wat de betekenis is van Jezus’ woorden en daden. Hij zal inzicht verschaffen, wijsheid, vaardigheid om te handelen. Het tweede is dat de parakleet ons alles in herinnering zal brengen, alles wat Jezus aangaat. Wanneer de woorden van Jezus bij ons – in ons hart – in goede aarde vallen, zullen zij vrucht dragen en blijvend aanwezig zijn.

De eerste lezing uit het boek Handelingen geeft ons een inkijkje in de werkzaamheid van de Geest. Het is een mooie illustratie van wat de Geest vermag. Er is een conflict ontstaan in de vroege Jezus- beweging. Het conflict gaat over de vraag onder welke voorwaarden niet-Joden – die zich in toenemende mate aandienen om deel te mogen uitmaken van de messiaanse gemeente – opgenomen kunnen worden in die nieuwe gemeenschap. We spreken van een tijd waarin Joden de meerderheid uitmaken van de Jezusbeweging. Moeten ook alle niet-Joden zich laten besnijden en bijgevolg de hele Tora, inclusief alle spijswetten en reinheidsvoorschriften, onderhouden? Dat laatste maakt een toetreding bijna onmogelijk, want dan zouden  ze zich moeten terugtrekken uit hun families en hun werkkring. Zoals altijd waren er in dit conflict scherpslijpers en mensen die meer genuanceerd wilden denken, die bereid waren grenzen te verleggen. Paulus en Barnabas waren tot het inzicht gekomen dat het onmogelijk was om aan niet-Joden álle voorschriften van de Tora op te leggen. Het conflict loopt zo hoog op, dat er een concilie wordt bijeengeroepen, in de stad Jeruzalem. Het eerste concilie. Jakobus, de broeder des Heren, laat de verschillende partijen hun verhaal doen: eerst Simon Petrus, dan Paulus en Barnabas, en de anderen. Intense beraadslaging, gepaard gaande met gebed en lofzang, leidt gaandeweg tot een nieuw inzicht en tot een consensus. De deelnemers hebben dat eerste concilie en de wijze van beraadslagen ervaren als geleid door de kracht van de heilige Geest. En daarom zeggen ze, bij de voorstelling van het besluit: ‘De heilige Geest en wij hebben besloten dat…’. Het besluit is een goed compromis dat van niet-Joden niet het onmogelijke vraagt, en dat het mogelijk maakt dat Joden en niet-Joden samen aan dezelfde tafel zitten en samen eten.

Dat is de belofte die ons wacht, dat is het perspectief van de tijd na Pinksteren: goede samenwerking en bereidheid tot luisteren, het toewerken naar nieuwe modellen van geloofsverkondiging en van kerk-zijn zal mogelijk zijn krachtens de inwerking van de heilige Geest. En we hoeven daarbij niet bang te zijn voor conflicten, want het verhaal uit de Handelingen laat zien dat conflicten, mits goed aangepakt, de voorbode kunnen zijn van een levengevende kerkvernieuwing.

Amen.

 

volg ons

over deze blog

Deze blog gaat op zoek naar de betekenis van Bijbelteksten.

In onze artikels wijzen we vaak de weg naar meer informatie die te vinden is in het Bijbelhuis.

Hier leest u ook artikels over onze bijzondere programmatie of evenementen.

Breng deze pagina regelmatig een bezoekje. Je vindt hier geregeld nieuwe teksten.

Jean Bastiaens, directeur van Bijbelhuis Zevenkerken.