C-cyclus zesde Paaszondag

ZONDAG 26 MEI 2019

  • Eerste lezing: Handelingen 15,1-2.22-29
  • Tweede lezing: Apocalyps 21,10-14.22-23
  • Evangelielezing: Johannes 14,23-29
  • Ingesproken lezingen
  • Commentaar: De dynamiek van het voorlopige

 

 

Handelingen 15,1-2.22-29

Uit de Handelingen van de Apostelen

 

De heilige Geest en wij hebben namelijk besloten  u geen zwaardere last op te leggen  dan het strikt noodzakelijke

 

 

In die dagen verkondigden enige mensen
die van Judea waren gekomen, aan de broeders de leer:
“Indien ge u niet naar Mozaïsch gebruik laat besnijden,
kunt ge niet gered worden.”
Toen hierover onenigheid ontstond
en Paulus en Barnabas
in een felle woordenwisseling met hen raakten,
droeg men Paulus en Barnabas
en enkele andere leden van de gemeente op
met deze strijdvraag
naar de apostelen en oudsten in Jeruzalem te gaan.
Deze besloten samen met de hele gemeente
enige mannen uit hun midden te kiezen
en met Paulus en Barnabas naar Antiochíë te sturen:
Judas, bijgenaamd Barsabbas,
en Silas, mannen van aanzien onder de broeders,
en hun het volgende schrijven mee te geven:
“De apostelen en de oudsten zenden hun broederlijke groet
aan de broeders uit de heidenen in Antiochíë,
Syrië en Cilícië.
Daar wij gehoord hebben
dat sommigen van ons
u door woorden in verwarring hebben gebracht
en uw gemoederen hebben verontrust,
zonder dat ze van ons enige opdracht hebben gekregen
hebben wij eenstemmig besloten
enige mannen uit te kiezen en naar u toe te sturen,
in gezelschap van onze dierbare Barnabas en Paulus,
mensen die zich geheel en al hebben ingezet
voor de naam van onze Heer Jezus Christus.
Wij hebben dus Judas en Silas afgevaardigd,
die ook mondeling hetzelfde zullen overbrengen.
De heilige Geest en wij hebben namelijk besloten
u geen zwaardere last op te leggen
dan het strikt noodzakelijke: namelijk
u te onthouden van spijzen die aan afgoden geofferd zijn,
van bloed, van verstikt vlees
en van ontucht.
Als gij uzelf daarvoor in acht neemt
zal het u goed gaan.
Vaarwel!”

 

 

Apokalyps 21,10-14.22-23

Uit het boek Openbaring van de heilige apostel Johannes

 

 

de Stad heeft het licht van zon en maan niet nodig,  want de luister van God verlicht haar  en haar lamp is het Lam

 

Een engel bracht mij, Johannes,
in de geest op een zeer hoge berg
en toonde mij de heilige Stad, Jeruzalem,
terwijl zij van GOD uit de hemel neerdaalde,
stralend van de heerlijkheid Gods:
zij schitterde als het kostbaarste gesteente
en als kristalheldere jaspis.
De Stad
was omringd door een zeer hoge muur met twaalf poorten
en aan de poorten stonden twaalf engelen:
namen waren daarop gegrift,
de namen van de twaalf stammen van Israël.
Er waren drie poorten op het oosten, drie op het noorden,
drie op het zuiden en drie op het westen.
En de stadsmuur had twaalf grond-stenen
en daarop stonden de twaalf namen
van de twaalf apostelen van het Lam.
Maar een tempel zag ik er niet
want GOD, de Heer, de Albeheerser is haar tempel
zoals ook het Lam.
En de Stad heeft het licht van zon en maan niet nodig,
want de luister van GOD verlicht haar
en haar lamp is het Lam.

 

 

Johannes 14,23-29

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes

 

Als iemand Mij liefheeft  zal hij mijn woord onderhouden;  mijn Vader zal hem liefhebben

 

 

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen:
“Als iemand Mij liefheeft
zal hij mijn woord onderhouden;
mijn Vader zal hem liefhebben
en Wij zullen tot hem komen en verblijf bij hem nemen.
Wie Mij niet liefheeft
onderhoudt mijn woorden niet;
en het woord dat gij hoort is niet van Mij
maar van de Vader die Mij gezonden heeft.
Dit zeg Ik u terwijl Ik nog bij u ben,
maar de Helper,
de heilige Geest die de Vader in mijn Naam zal zenden,
Hij zal u alles leren
en u alles in herinnering brengen wat Ik u gezegd heb.
Vrede laat Ik u na;
mijn vrede geef Ik u.
Niet zoals de wereld die geeft, geef Ik hem u.
Laat uw hart niet verontrust of kleinmoedig worden.
Gij hebt Mij horen zeggen:
Ik ga heen maar Ik keer tot u terug.
Als gij Mij zoudt liefhebben
zoudt gij er blij om zijn dat Ik naar de Vader ga
want de Vader is groter dan Ik.
Nu, eer het gebeurt, zeg Ik het u,
opdat gij, wanneer het gebeurt, zult geloven.”
 

PDF-bestand met deze lezingen

 

 

Ingesproken lezingen

 

 

 

Commentaar

Jean Bastiaens

De dynamiek van het voorlopige

 

De drie lezingen van deze zesde paaszondag vormen een mooi triptiek, waarbij de tweede lezing in het centrum staat en de eerste lezing en het evangelie een omringende functie krijgen. De tweede lezing, uit het boek Openbaring, bevat namelijk het aangrijpende visioen van het nieuwe Jeruzalem. De heilige stad daalt uit de hemel neer en is een en al schittering. De muren van de stad bevatten twaalf poorten, verspreid over de vier windrichtingen, en boven deze poorten staan de namen van de twaalf stammen van Israël. De poorten worden bewaakt door engelen, eveneens twaalf in getal. Wanneer men dan de heilige stad binnengaat, blijken twaalf grondstenen de structuur van de plaats te markeren. Op deze stenen staan de namen van de twaalf apostelen van het Lam. Het volk van het eerste verbond en het volk van het vernieuwde verbond wonen daar samen in die stad, voor hen is deze heilige plaats bestemd. Dit nieuwe Jeruzalem heeft niet langer een tempel van node om daar de heilige Naam van GOD te laten wonen. Want ‘GOD zelf is haar tempel’, en zijn Aanwezigheid maakt het licht van zon of maan overbodig. En ook het Lam werpt een warme en lichtende gloed over de bewoners van deze stad.

Johannes heeft het visioen gezien, het is voor hem een pakkend beeld geworden, de basis van een diepgeworteld besef dat deze wereld toekomst heeft en bestemd is voor een ondefinieerbaar geluk. Laten we het visioen in onze liturgie de plaats geven die het toekomt. Gelukkig is de lector die het visioen voor de aanwezigen tot leven mag wekken.

De lezing uit het boek Handelingen en de evangelielezing helpen om het visioen te aarden. In beide lezingen speelt de heilige Geest een welbepaalde rol. In het evangelie zegt Jezus aan zijn leerlingen de bijstand van de heilige Geest toe: ‘Hij zal u alles leren en u alles in herinnering brengen wat ik u gezegd heb.’ Die Geest krijgt bij Johannes de naam Parakleet, dat wil zeggen dat Hij doet wat een goede advocaat doet: een mens bijstaan, ondersteunen, en voor hem ten beste spreken. Jezus vertrekt naar zijn Vader, en dat is niet alleen goed, maar ook noodzakelijk, want anders kan Hij de Parakleet niet sturen. Die heilige Geest zal de leerlingen van toen en ook ons vandaag helpen om het woord van Jezus te onderhouden en het te vervullen. Jezus moet heengaan, opdat ook wij in beweging komen. Daarom betekent het Griekse woord voor ‘Geest’ drie dingen: adem, wind en geest, de drie scheppende krachten die het nieuwe bestaan van de Jezusvolgeling in beweging houden.

De eerste lezing getuigt van die beweging: want de gemeenschap van Jezusvolgelingen groeit, en Paulus en Barnabas zijn in staat geweest om met succes het goede nieuws van het Koninkrijk van GOD te verspreiden. Ze bezaten de vrijmoedigheid en de innerlijke vrijheid om het evangelie te brengen op ongekend terrein, hoewel het uitgangspunt van hun verkondiging altijd de synagoge bleef. Elke groei brengt ook pijnen met zich mee, en zo hoeven we niet verbaasd te staan wanneer er sprake is van onenigheid over de te volgen koers. Volgens enkele Joodse Jezusvolgelingen uit Judea zouden niet-Joden die tot geloof gekomen zijn en opgenomen willen worden in de gemeenschap, ook besneden moeten worden. Want de besnijdenis geldt van oudsher als het teken van het verbond, het toebehoren aan het verbond en aan het volk van het verbond. En wie besneden is, neemt ook heel de Tora op zich. Maar dit bracht de niet-Joodse volgelingen in grote problemen, vooral op het gebied van de omgangsvormen, zodat Paulus en Barnabas voor deze nieuwe gelovigen een andere inplanting voorzagen. Het leidt tot een intens conflict, waar men niet zomaar uit geraakt. Het wijze besluit wordt genomen om de kwestie – die het hart van het verkondigingswerk raakt – voor te leggen aan het college van apostelen en oudsten in de moedergemeente, dat wil zeggen in Jeruzalem. De eigenlijke bespreking is uit de lezing weggesneden, we springen van hoofdstuk 15 vers 2 meteen naar vers 22. Maar we vernemen het besluit, en dat luidt: ‘De heilige Geest en wij (!) hebben namelijk besloten u geen zwaardere last op te leggen dan het strikt noodzakelijke.’ En dat strikt noodzakelijke heeft betrekking op het zich onthouden van afgodendienst, van moord, van ontucht en – omwille van de tafelgemeenschap – van niet ritueel geslacht vlees. Met deze nieuwe regeling kunnen allen vrede nemen, voorlopig toch. Want er zullen nog nieuwe uitdagingen komen, en nieuwe problemen zullen zich melden. Maar wie het visioen van de heilige stad Jeruzalem voor ogen blijft houden, weet dat elke regeling voortaan in het licht van de dynamiek van het voorlopige staat – krachtens de heilige Geest!

PDF-bestand van deze commentaar

volg ons

over deze blog

Deze blog gaat op zoek naar de betekenis van Bijbelteksten.

In onze artikels wijzen we vaak de weg naar meer informatie die te vinden is in het Bijbelhuis.

Hier leest u ook artikels over onze bijzondere programmatie of evenementen.

Breng deze pagina regelmatig een bezoekje. Je vindt hier geregeld nieuwe teksten.

Jean Bastiaens, directeur van Bijbelhuis Zevenkerken.