C-cyclus vijfde Paaszondag

 ZONDAG 19 mei 2019

  • Eerste lezing: Handelingen 13,14.43-52
  • Tweede lezing: Apocalyps 7,9.14b-17
  • Evangelielezing: Johannes 10,27-30
  • Ingesproken lezingen
  • Commentaar: Kerkgemeenschap in beeld

 

 

Handelingen 14,21-27

Uit de Handelingen van de Apostelen

 

Hij had voor de heidenen de poort van het geloof geopend

 

 

In die dagen keerden Paulus en Barnabas terug naar Lystra, Ikonium en Antiochíë.
Daar bevestigden zij de leerlingen in hun goede gesteldheid,
spoorden hen aan in het geloof te volharden
en zeiden dat wij door vele kwellingen
het Rijk Gods moeten binnengaan.
In elke gemeente stelden zij
na gebed en vasten oudsten voor hen aan,
en vertrouwden hen toe aan de Heer,
in wie zij nu geloofden.
Zij reisden door Pisídië naar Pamfylië,
predikten het woord in Perge
en bereikten Attália.
Daar gingen ze scheep naar Antiochíë,
vanwaar zij,
aan Gods genade toevertrouwd,
vertrokken waren naar het werk dat zij volbracht hadden.
Na hun aankomst riepen zij de gemeente bijeen
en vertelden alles wat God met hun medewerking
tot stand had gebracht,
en hoe Hij voor de heidenen de poort van het geloof had geopend.

 

 

Apokalyps 21,1-5a

Uit het boek Openbaring van de heilige apostel Johannes

 

 

Zie, ik maak alles nieuw

 

Ik, Johannes, zag een nieuwe hemel en een nieuwe aarde;
de eerste hemel en de eerste aarde waren verdwenen
en de zee bestond niet meer.
En ik zag de heilige Stad, het nieuwe Jeruzalem,
van God uit de hemel neerdalen,
schoon als een bruid die zich voor haar man heeft getooid.
Toen hoorde ik een machtige stem die riep van de troon:
“Zie hier Gods woning onder de mensen!
Hij zal bij hen wonen.
Zij zullen zijn volk zijn
en Hij, God-met-hen, zal hun God zijn.
en Hij zal alle tranen van hun ogen afwissen,
en de dood zal niet meer zijn;
geen rouw, geen geween, geen smart zal er zijn,
want al het oude is voorbij.”
En Hij die op de troon is gezeten, sprak:
“Zie, Ik maak alles nieuw.”

 

 

 

Johannes 13,31-33a.34-35

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes

 

 

Nu is de Mensenzoon verheerlijkt  en God is verheerlijkt in Hem

 

In die tijd zei Jezus tot de leerlingen:
“Nu is de Mensenzoon verheerlijkt
en God is verheerlijkt in Hem.
Als God in Hem verheerlijkt is
zal God ook Hem in zichzelf verheerlijken,
ja, Hij zal Hem spoedig verheerlijken.
Kindertjes, nog maar kort zal Ik bij u zijn.
Een nieuw gebod geef Ik u: gij moet elkaar liefhebben;
zoals Ik u heb liefgehad,
zo moet ook gij elkaar liefhebben.
Hieruit zullen allen kunnen opmaken
dat gij mijn leerlingen zijt:
als gij de liefde onder elkaar bewaart.”

PDF-bestand van deze lezingen 

 

 

Ingesproken lezingen

De opnames volgen nog

 

 

 

Commentaar

Jean Bastiaens

De nieuwe liefde

 

Met Pasen wordt alles anders, zo laat ons de evangelist Johannes verstaan. Let op: ‘met Pasen’, en dus niet ‘na Pasen’. En Pasen is hetzelfde als Pesach: uittocht, doortocht en intocht. Het moment van de doortocht is het kruis, en de kruisiging – hoe pijnlijk ook – maakt deel uit van het ene paasgebeuren. We horen het Jezus vandaag in het Johannesevangelie zeggen: ‘NU is de Mensenzoon verheerlijkt.’ Waar slaat dat nu op? Op twee dingen: het slaat op de voetwassing, het verbluffende teken dat Jezus net aan zijn leerlingen gesteld heeft. Maar het slaat ook op het verraad van Judas, die tijdens de maaltijd van de voetwassing het gezelschap verlaat om zijn eigen weg te gaan. Tijdens de voetwassing heeft Jezus zich klein gemaakt, en een daad van intense liefde gesteld jegens zijn leerlingen. Hij is de Dienaar. En in dat teken heeft Hij GOD groot gemaakt en Hem ‘verheerlijkt’. Het vertrek van Judas kan dit niet ongedaan maken, integendeel. Want Judas zal een schakel zijn in de keten van gebeurtenissen, zodat Jezus zijn weg als Dienaar tot het einde zal kunnen gaan. Na de voetwassing, zal Jezus aan het kruis GOD groot maken, verheerlijken. En GOD zal zichzelf in Jezus kunnen verheerlijken.

Het is voor ons een wat vreemd woord geworden, dat ‘verheerlijken’. Het woord cirkelt rond het geheim van wie GOD is: Hij is degene die geen mensenkind ooit heeft gezien en die door niemand met het gewone oog gezien kan worden. Hij is de GOD die zich onttrekt aan onze fantasieën, aan onze religieuze noden, aan onze projecties. Hij is de gans Andere. Maar Hij maakt zich aan ons bekend door zijn woord, door de weg die Hij met ons gegaan is, sinds Abraham een begin heeft gemaakt met het ondernemen van de uittocht. Hij openbaart zich als de barmhartige en tedere GOD, die zijn volk wil aannemen als zijn bruid – een thema dat de tweede lezing uit het boek Openbaring zal opnemen. De ‘heerlijkheid’ van GOD is zijn volstrekt unieke wijze van aanwezig zijn: Hij trekt mee met zijn volk op de wijze van uitocht, doortocht en intocht. Hij roept Abraham, Hij roept Mozes, Hij roept een slavenvolk uit Egypte, om zijn volk te worden. Ook deze terminologie van het verbond vinden we terug in de tweede lezing: ‘Hij zal bij hen wonen. Zij zullen zijn volk zijn en Hij, GOD-met-hen, zal hun GOD zijn.’

Dit aanwezig stellen van GOD, zal op een bijzondere wijze door Jezus gebeuren. Hij combineert in zich de taak van Mozes en van Jozua: van uittocht en intocht. Hij stelt de aanwezigheid van GOD – die Liefde is – present. Het kruis – steen des aanstoots – wordt het teken van de liefde. Het kruis heeft niets te maken met een voorwaarde die GODs liefde aan Jezus stelde! Het kruis moeten we niet bekijken van de kant van GOD – alsof hij het levensoffer van Jezus nodig heeft – maar van de kant van Jezus: Hij geeft zijn leven ten bate van zijn leerlingen, opdat zij de weg zouden vinden naar het nieuwe land, groene weiden, ‘leven in overvloed’ (Joh 10,10).

De intense en mysterievolle relatie tussen Jezus en GOD, en omgekeerd, zal ook de relaties tussen de leerlingen onderling nieuw gaan kleuren. Bij de voetwassing liet Jezus aan zijn leerlingen verstaan dat zij voortaan ook elkaar de voeten dienen te wassen – want een leerling staat niet boven zijn meester (Joh 13,16)! En nu het kruis in het vizier komt, laat Jezus verstaan dat de leerlingen elkaar op een nieuwe manier moeten liefhebben. Waar ligt dat nieuwe dan in? Is er dan sprake van een andere liefde? In zekere zin wel. En daarom noemt Jezus het ook ‘een nieuw gebod’: ‘Zoals ik u heb liefgehad, zo moet ook gij elkaar liefhebben.’ Deze nieuwe liefde draagt het kenmerk van de voetwassing in zich. Deze nieuwe liefde vindt haar oorsprong in de liefde tussen Jezus en zijn Vader. En deze liefde maakt alles nieuw: mensen veranderen, de loochenaar wordt een navolger, en de verspreide groep van leerlingen wordt een levengevende gemeenschap.

Dat wonder van die nieuwe gemeenschap komt in de eerste lezing in beeld. Hier wordt het tweede deel van de eerste zendingsreis van Paulus beschreven. Paulus is vertrokken uit zijn thuisbasis in Syrië, uit de multiculturele stad Antiochië. Vandaar is hij over Cyprus naar Pisidië vertrokken, naar een andere stad met de naam Antiochië, en naar de steden Ikonium, Lystra en Derbe. Wat zijn hier de tekenen van de nieuwe liefde? Het eerste teken is dat van Paulus en Barnabas die onverdroten en ondanks vele moeilijkheden, met blijmoedige geest nieuwe gemeenschappen weten op te bouwen. Het tweede teken is dat van de eenheid: wanneer Paulus en Barnabas terugkeren naar hun thuisbasis, Antiochië in Syrië, dan wordt hun verhaal in een geest van openheid ontvangen. Want ook niet-Joden worden met vreugde opgenomen in het verbond van GOD met zijn volk.

PDF-bestand van deze commentaar

volg ons

over deze blog

Deze blog gaat op zoek naar de betekenis van Bijbelteksten.

In onze artikels wijzen we vaak de weg naar meer informatie die te vinden is in het Bijbelhuis.

Hier leest u ook artikels over onze bijzondere programmatie of evenementen.

Breng deze pagina regelmatig een bezoekje. Je vindt hier geregeld nieuwe teksten.

Jean Bastiaens, directeur van Bijbelhuis Zevenkerken.