C-cyclus tweede Paaszondag

ZONDAG 28 APRIL 2019

  • Eerste lezing: Handelingen 5, 12-16
  • Tweede lezing: Apocalyps 1, 9-11a.12-13.17-19
  • Evangelielezing: Johannes 20, 19-31
  • Ingesproken lezingen
  • Commentaar: Leg je hand maar in mijn zijde!

 

Handelingen 5, 12-16

Uit de Handelingen der apostelen

Door de handen van de apostelen
geschiedden er vele wondertekenen onder het volk.
Allen waren eensgezind en kwamen tezamen in de Zuilengang van Salomo.
Van de overigen durfde niemand zich bij hen te voegen,
hoezeer het volk hen ook prees.
Steeds meer gelovigen sloten zich aan bij de Heer;
grote groepen mannen, zowel als vrouwen.
Men bracht zelfs de zieken op straat
en legde ze neer op bedden en draagbaren
in de hoop dat, als Petrus voorbijging,
tenminste zijn schaduw op een van hen zou vallen.
Zelfs uit de steden rondom Jeruzalem stroomden de mensen toe.
Zij brachten zieken mee
en mensen die van onreine geesten te lijden hadden
en allen werden genezen.

 

Apocalyps 1, 9-11a.12-13.17-19

Uit het boek Openbaring van de heilige apostel Johannes

Ik, Johannes,
uw broeder en uw deelgenoot in de verdrukking
en in het koninkrijk en de verwachting van Jezus,
ik bevond mij op het eiland Patmos
omwille van het woord Gods en het getuigenis over Jezus.
Ik raakte in geestvervoering op de dag des Heren
en hoorde achter mij een stem, luid als een trompet, die riep:
"Schrijf op in een boek wat gij ziet
en stuur het aan de zeven kerken."
Ik keerde mij om om te zien wie mij had aangesproken.
En toen ik mij omkeerde zag ik zeven gouden luchters,
en tussen de luchters iemand als een Mensenzoon,
gekleed in een gewaad dat tot de voeten reikte,
het middel omgord met een gouden gordel.
Toen ik Hem zag viel ik als dood voor zijn voeten.
Maar Hij legde zijn rechterhand op mij en sprak:
"Vrees niet.
Ik ben het,
de Eerste en de Laatste,
de Levende.
Ik was dood, en zie
Ik leef in de eeuwen der eeuwen.
En Ik heb de sleutels van de dood en het dodenrijk.
Schrijft dan op wat gij gezien hebt,
én wat nu is én wat hierna geschieden zal."

 

JOHANNES 20,19-31

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes

Op de avond van de eerste dag van de week,
toen de deuren van de verblijfplaats der leerlingen
gesloten waren uit vrees voor de Joden,
kwam Jezus binnen,
ging in hun midden staan en zei:
"Vrede zij u."
Na dit gezegd te hebben toonde Hij hun zijn handen en zijn zijde.
De leerlingen
waren vervuld van vreugde toen zij de Heer zagen.
Nogmaals zei Jezus tot hen:
"Vrede zij u.
Zoals de Vader Mij gezonden heeft
zo zend Ik u."
Na deze woorden blies Hij over hen en zei:
"Ontvangt de heilige Geest.
Als gij iemand zonden vergeeft,
dan zijn ze vergeven,
en als gij ze niet vergeeft,
zijn ze niet vergeven."
Tomas, een van de twaalf, ook Dídymus genaamd,
was echter niet bij hen toen Jezus kwam.
De andere leerlingen vertelden hem:
"Wij hebben de Heer gezien."
Maar hij antwoordde:
"Zolang ik in zijn handen niet het teken van de nagelen zie,
en mijn vinger in de plaats van de nagelen kan steken,
en mijn hand in zijn zijde kan leggen,
zal ik zeker niet geloven."
Acht dagen later waren zijn leerlingen weer in het huis bijeen,
en nu was Tomas erbij.
Hoewel de deuren gesloten waren kwam Jezus binnen,
ging in hun midden staan en zei:
"Vrede zij u."
Vervolgens zei Hij tot Tomas:
"Kom hier met uw vinger en bezie mijn handen.
Steek uw hand uit en leg die in mijn zijde
en wees niet langer ongelovig maar gelovig."
Toen riep Tomas uit:
"Mijn Heer en mijn God!"
Toen zei Jezus tot hem:
"Omdat ge Mij gezien hebt gelooft ge?
Zalig die niet gezien en toch geloofd hebben."
In het bijzijn van zijn leerlingen
heeft Jezus nog vele andere tekenen gedaan,
welke niet in dit boek zijn opgetekend,
Maar deze hier zijn opgetekend opdat gij moogt geloven
dat Jezus de Christus is,
de Zoon van God,
en opdat gij door te geloven
leven moogt in zijn Naam.

PDF van deze lezingen

 

INGESPROKEN LEZINGEN

 

COMMENTAAR

Jean Bastiaens

Leg je hand maar in mijn zijde!

Na zijn sterven aan het kruis en zijn graflegging door Jozef uit Arimatea, lid van het Sanhedrin, verschijnt Jezus in het Johannesevangelie eerst aan Maria uit Magdala. Zoals bij de Emmaüsgangers, herkent Maria Jezus in eerste instantie niet. Maar als Hij haar bij name noemt, valt de sluier van haar ogen en roept ze uit: Rabboeni! Dit gebeurde op de eerste dag van de week, de dag na de sabbat. Op de daaropvolgende vroege avond, verschijnt Jezus aan de leerlingen, waarschijnlijk bedoelt Johannes de apostelen. Voor de leerlingen is het allesbehalve Pasen: ze zijn samengehokt in een afgesloten ruimte, omdat ze bang zijn geassocieerd te worden met de net terechtgestelde Jezus. Jezus breekt door de muren van hun beslotenheid en hun vrees heen, en staat plotseling voor hen. Het eerste woord dat Hij spreekt, is het woord waar de leerlingen nu het meeste nood aan hebben: Vrede! In dat woord zit van alles besloten: geruststelling, thuiskomen, de vrede vinden omdat alles wat gebeurd is uiteindelijk – ondanks de schijn van het tegendeel – toch 'goed' genoemd mag worden. We kunnen dit afleiden uit het begeleidende gebaar dat Jezus stelt: Hij toont de leerlingen de wonden in zijn handen en in zijn zijde. Deze wonden zijn niet langer teken van wreedheid, ontzetting en mislukking. Deze wonden brengen vrede – en wie denkt er dan niet aan dat woord over de Dienaar uit het boek Jesaja: 'Zijn striemen brachten ons genezing' (Jesaja 53,5) ?
Het is opmerkelijk dat Jezus niet verschijnt in een gaaf, verheerlijkt lichaam. Ja, Hij is door de Vader verheerlijkt, maar dat neemt de tekens van zijn wonden niet weg. De kruisiging van Jezus was geen smadelijke omweg, iets dat erbij genomen moest worden – het was de rechte weg die leidde naar zijn verheerlijking. Zo denkt de evangelist Johannes erover.
De aanwezigheid en de woorden van Jezus vervullen de leerlingen met vreugde – paasvreugde! Wie had ooit kunnen denken dat het kruis, zo afschuwelijk in zijn concrete toepassing, teken zou worden van heil en genezing, en diepe vreugde zou brengen? Jezus herhaalt daarom dat levengevende woord: 'Vrede zij U!' En onmiddellijk daarop volgt het pinkstermoment: de leerlingen worden uit hun beslotenheid bevrijd en de wijde wereld in gezonden. Jezus blaast over de leerlingen, zoals – bij de eerste schepping – GOD de mens de levensadem in de neus blies (Genesis 2,7). De nieuwe mens is opgestaan: en hij is een gezondene. Als gezondene zal hij (of zij) doen wat Jezus gedaan heeft: vrede brengen, mensen helen, zonden vergeven. En zoals Jezus heeft ervaren bij de genezing van de blindgeborene en de reacties van enkele Farizeeën daarop (Johannes 9,40-41), zullen ook de leerlingen ervaren dat niet iedereen open staat voor deze vergeving.
Hiermee had het evangelie afgesloten kunnen zijn. Maar dat is buiten de waard gerekend van Tomas, de leerling die er niet bij was. En Tomas, dat zijn wij, de lezers van vandaag. Want wij zijn er ook niet bij geweest, daar en toen. En zoals Tomas hebben wij moeite om tot het geloof te komen dat het kruis – de mislukking, het verdriet, de onmacht – een teken is geworden van redding en verzoening. Er bestaat een oude graffitiafbeelding uit de tweede eeuw, waarop een ezel te zien is die aan een kruis hangt: een spotprent! Tomas zal pas geloven wanneer hij zijn hand zal kunnen leggen in de zijde van Jezus – de zijde waaruit bloed en water stroomden toen deze doorboord werd (Johannes 19,34). En zo verschijnt Jezus andermaal, ook nu op de eerste dag van de week. Zijn woord van vrede is ook tot Tomas gericht, want Tomas heeft er evenzeer nood aan als de bange leerlingen van een week daarvoor. Wanneer Tomas de Levende zo ziet, wordt heel zijn wezen aangeraakt en veranderd, en hij roept uit: 'Mijn Heer en mijn God'! Deze titels werden ook door keizer Domitianus voor zichzelf opgeëist (dominus et deus noster), maar wie tot geloof komt in Jezus, wordt bevrijd van alle andere machthebbers en tirannen die zichzelf – al was het maar door hun levenswijze – een goddelijke status aanmeten. Het woord 'Heer' is in heel het Nieuwe Testament het woord bij uitstek geworden om de verrezen en verheerlijkte Heer Jezus aan te duiden. En als we zeggen dat Hij onze 'Heer' is, klinkt daarin ook altijd door wie dat voortaan niet meer is.
De zending die de leerlingen van de Levende krijgen, wordt mooi beschreven in de eerste lezing uit het boek Handelingen: de apostelen hebben alle vrees afgelegd en nemen openlijk – in de zuilengang van Salomo, in de tempel dus! – het woord. Hun vrijmoedige spreken gaat gepaard met de tekens die de vrede begeleiden: genezingen van zieke of anderszins gebroken mensen. Dat heet dan Pasen!

PDF van deze commentaar

volg ons

over deze blog

Deze blog gaat op zoek naar de betekenis van Bijbelteksten.

In onze artikels wijzen we vaak de weg naar meer informatie die te vinden is in het Bijbelhuis.

Hier leest u ook artikels over onze bijzondere programmatie of evenementen.

Breng deze pagina regelmatig een bezoekje. Je vindt hier geregeld nieuwe teksten.

Jean Bastiaens, directeur van Bijbelhuis Zevenkerken.