C-cyclus vierde zondag van de veertigdagentijd


ZONDAG 31 MAART 2019

 

  • Eerste lezing: Jozua 5, 9a.10-12
  • Tweede lezing: 2 Korintiërs 5, 17-21
  • Evangelielezing: Lucas 15, 1-3.11-32
  • Ingesproken lezingen
  • Commentaar: Thuiskomen bij de Vader

  

Jozua 5, 9a.10-12

Eerste lezing uit het boek Jozua

Zij aten gedurende heel het jaar wat Kanaän voortbracht

 

In die dagen sprak de HEER tot Jozua:
"Vandaag heb Ik de smaad van Egypte van u afgewenteld."
Terwijl de Israëlieten in Gilgal gelegerd waren,
vierden zij het Paasfeest op de veertiende dag van de maand,
in de avond in de vlakte van Jericho.
En daags na Pasen, juist op die dag,
aten zij ongezuurd brood en geroosterd graan
dat van het land zelf afkomstig was.
De volgende dag hield het manna op;
ze konden nu eten wat het land voortbracht.
Voortaan kregen de Israëlieten geen manna meer;
zij aten gedurende heel het jaar wat Kanaän voortbracht.

 

2 Korintiërs 5, 17-21

Tweede lezing uit de tweede brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Korinte

Wie in Christus is, is een nieuwe schepping:  het oude is voorbij, het nieuwe is al gekomen

 

Broeders en zusters,
Wie in Christus is, is een nieuwe schepping:
het oude is voorbij, het nieuwe is al gekomen.
En dit alles komt van God.
Hij heeft ons door Christus met zich verzoend
en ons, apostelen, de dienst van die verzoening toevertrouwd.
Ja, God was het
die in Christus de wereld met zich verzoende:
Hij telde de fouten van de mensen niet
en ons gaf Hij de boodschap van de verzoening mee.
Wij zijn dus gezanten van Christus,
God roept u op door ons woord.
Wij smeken u in Christus' naam:
laat u met God verzoenen!
Hem die geen zonde heeft gekend,
heeft Hij voor ons tot zonde gemaakt,
opdat wij door Hem Gods eigen heiligheid zouden worden.

  

Lucas 15, 1-3.11-32

Lezing uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas 

 Hij snelde op hem toe,  viel hem om de hals en kuste hem hartelijk

 

In die tijd
kwamen de tollenaars en zondaars van allerlei slag bij Jezus
om naar Hem te luisteren.
De Farizeeën en de schriftgeleerden morden daarover en zeiden:
"Die man ontvangt zondaars en eet met hen."
Hij hield hun deze gelijkenis voor:
"Een man had twee zonen.
Nu zei de jongste van hen tot zijn vader:
Vader geef mij het deel van het bezit waarop ik recht heb.
En de vader verdeelde zijn vermogen onder hen.
Niet lang daarna pakte de jongste zoon alles bij elkaar
en vertrok naar een ver land.
Daar verkwistte hij zijn bezit in een losbandig leven.
Toen hij alles opgemaakt had
kwam er een verschrikkelijke hongersnood over dat land
en hij begon gebrek te lijden.
Nu ging hij in dienst bij een der inwoners van dat land
die hem het veld instuurde om varkens te hoeden.
En al had hij graag zijn buik willen vullen
met de schillen die de varkens aten,
niemand gaf ze hem.
Toen kwam hij tot nadenken en zei:
Hoeveel dagloners van mijn vader hebben eten in overvloed,
en ik verga hier van de honger.
Ik ga weer naar mijn vader
en ik zal hem zeggen:
Vader, ik heb misdaan tegen de hemel en tegen u;
ik ben niet meer waard uw zoon te heten
maar neem mij aan als een van uw dagloners.
Hij ging dus op weg naar zijn vader.
Zijn vader zag hem al in de verte aankomen
en hij werd door medelijden bewogen;
hij snelde op hem toe,
viel hem om de hals en kuste hem hartelijk.
Maar de zoon zei tot hem:
Vader, ik heb misdaan tegen de hemel en tegen u,
ik ben niet meer waard uw zoon te heten.
Doch de vader gelastte zijn knechten:
Haalt vlug het mooiste kleed en trekt het hem aan,
steekt hem een ring aan zijn vinger en trekt hem sandalen aan.
Haalt het gemeste kalf en slacht het; laten we eten en feestvieren,
want deze zoon van mij was dood en is weer levend geworden,
hij was verloren en is teruggevonden.
Ze begonnen dus feest te vieren.
Intussen was zijn oudste zoon op het land.
Toen hij echter terugkeerde en het huis naderde
hoorde hij muziek en dans.
Hij riep een van de knechten
en vroeg wat dat te betekenen had.
Deze antwoordde:
Uw broer is thuisgekomen
en uw vader heeft het gemeste kalf laten slachten
omdat hij hem gezond en wel heeft teruggekregen.
Maar hij werd kwaad en wilde niet naar binnen.
Toen zijn vader naar buiten kwam en bij hem aandrong
gaf hij zijn vader ten antwoord:
Al zoveel jaren dien ik u en nooit heb ik uw geboden overtreden,
toch hebt gij mij nooit een bokje gegeven
om eens met mijn vrienden feest te vieren.
En nu die zoon van u is gekomen
die uw vermogen heeft verbrast met slechte vrouwen,
hebt ge voor hem het gemeste kalf laten slachten.
Toen antwoordde zijn vader:
Jongen, jij bent altijd bij me
en alles wat van mij is, is ook van jou.
Maar er moet feest en vrolijkheid zijn,
omdat die broer van je dood was en levend is geworden,
verloren was en is teruggevonden."

PDF-bestand van deze lezingen

 

INGESPROKEN LEZINGEN

 

COMMENTAAR

Jean Bastiaens

Thuiskomen bij de Vader

Deze zondag biedt ons het bekende evangelieverhaal van de twee zonen. Het gaat telkens om een proces van vervreemding en om het thuiskomen. Aan de twee zonen wordt in het verhaal evenveel tekst gewijd: we moeten dus beide zonen in het vizier houden, en niet alleen de jongste. Tussen deze twee tekstdelen in staat het gedeelte dat gewijd is aan het handelen van de vader. Ook dat krijgt de nodige aandacht. Aan het begin van dit drieluik staat een inleiding, en het is belangrijk die in het achterhoofd te houden. Jezus richt zich met deze gelijkenis tot zijn publiek van Farizeeën en Schriftgeleerden, die ontevreden zijn over Jezus: Hij gaat om met mensen van bedenkelijk allooi, met ‘tollenaars en zondaars van allerlei slag’. Hij praat niet alleen met hen, maar schuift ook nog eens bij hen aan tafel. ‘En zo iemand wil ons – wij die ons best doen om goed te leven en integer te zijn – bij de les houden?’

De eerste zoon heeft een los karakter. Hij maakt graag plezier en wil de wereld verkennen. Hij laat zich niet gauw met een kluitje in het riet sturen, en wil telkens nieuwe dingen ontdekken. Het leven moet geleefd worden, ten volle! Vanuit zijn jeugdig elan durft hij zijn vader om zijn erfdeel te vragen. Geld moet rollen. Bye sweet home! En de vader geeft hem zijn deel. In de jongste zoon kunnen we het verlangen van de moderne tijd herkennen: het leven moet ons een kick geven, en mag vooral niet de indruk wekken saai of grijs te zijn.

De jongste zoon is een en al geluk met zijn erfdeel. De wereld ligt voor hem open. Is het niet heerlijk om te kunnen uitdelen en geliefd te zijn? Is het niet fantastisch om omgeven te zijn door veel mensen en plezier te maken? Maar: het liedje duurt niet langer dan de geldbeurs vol is. Wanneer er niks meer te verteren valt, blijven de vrienden weg. Hongersnood en economische crisis doen de rest: merkwaardig hoe dicht het hemelbed en de goot bij elkaar kunnen liggen. Nu komt het aan op overleven, maar daar is de jongste zoon niet goed in. Scheel van de honger, verhuurt hij zich als werkkracht aan iemand die ook nog eens misbruik van hem maakt: zijn rantsoen is zo klein, dat hij zelfs de schillen van de varkens die hij hoedt zou willen opeten. Dan staat er dat kleine zinnetje dat heel zijn eenzaamheid typeert: ‘Niemand gaf ze hem.’

Aanbeland op de bodem van ongeluk en ellende, komt de jongste zoon tot inkeer. Er staat letterlijk dat hij ‘bij zichzelf komt’. Eindelijk komt hij bij zichzelf! En dit vermogen om tot verinnerlijking te komen, wijst hem een uitweg die een terugweg is - naar zijn vader.

Na deze scène zwenkt de camera naar de thuisbasis, naar een vader die in zijn hart al zo lang uitkijkt naar de terugkomst van zijn zoon. Eindelijk is hij daar! ‘Door medelijden bewogen’ – zegt het evangelie – ‘snelt hij op hem toe.’ Want de vader weet wel hoe de vork in de steel zit, hij kent zijn zoon toch. Zonder woorden omhelst de vader zijn jongste zoon en kust hem: Welkom thuis! Het is een andere jongen, de zoon is een man geworden die weet heeft van het leven: ‘Ik ben niet meer waard uw zoon genoemd te worden!’ Maar daar heeft de vader geen oren naar: ‘Haal vlug het mooiste kleed, het moet feest zijn!’

Dan verschijnt de tweede zoon op het toneel, de oudste, de zoon met het grote verantwoordelijkheidsgevoel. Wanneer hij thuiskomt, weet hij meteen dat er iets niet in de haak is. Muziek en dans en feest? Vol argwaan vraagt hij een knecht naar de toedracht. Het verhaal brengt in hem een oude woede naar boven, en hij weigert het huis binnen te gaan. Ook nu gaat de vader zijn zoon tegemoet om zich over hem te ontfermen. Nu komt naar boven waar de oudste zoon al zo lang aan lijdt: hij doet zijn plicht, houdt zich aan alle geboden (!) van het huis, maar dat heeft zijn vader er niet toe bewogen hem eens te belonen met een feestje voor hem en zijn vrienden. ‘Daarentegen’ – en nu verheft zich zijn stem – ‘die zoon van u, die heel uw vermogen heeft verbrast met slechte vrouwen…’. Hij, de plichtsgetrouwe zoon heeft nooit ten volle geleefd, en waarschijnlijk is hij innerlijk  jaloers op zijn broer die dat wel heeft gedaan. De vader tracht de zoon te troosten, en ook nu staat er een prachtig zinnetje: ‘Alles wat van mij is, is ook van jou.’ Maar zo heeft de zoon het nooit begrepen, en hij heeft er ook niet naar geleefd. Op het einde van het verhaal horen we de vader spreken over een broer die dood was en levend is geworden, en je vraagt je af wie van de twee zonen ten slotte levend is geworden, en wie er nu eigenlijk dood is.

PDF-bestand van deze commentaar 

volg ons

over deze blog

Deze blog gaat op zoek naar de betekenis van Bijbelteksten.

In onze artikels wijzen we vaak de weg naar meer informatie die te vinden is in het Bijbelhuis.

Hier leest u ook artikels over onze bijzondere programmatie of evenementen.

Breng deze pagina regelmatig een bezoekje. Je vindt hier geregeld nieuwe teksten.

Jean Bastiaens, directeur van Bijbelhuis Zevenkerken.