C-cyclus tweede zondag van de veertigdagentijd

 

ZONDAG 17 maart 2019 

 

  • Eerste lezing: Genesis 15, 5-12.17-18
  • Tweede lezing: Filippenzen 3, 17-4,1
  • Evangelielezing: Lucas 9, 28b-36
  • Ingesproken lezingen
  • Commentaar: Over de uittocht van Abram en de uittocht van Jezus

 

Genesis 15, 5-12.17-18

Eerste lezing uit het boek Genesis

 

Abram zag een rokende oven en een vurige fakkel,  die tussen de stukken doorging.

 

In die dagen leidde God Abram naar buiten en zei:
"Kijk naar de hemel en tel de sterren, als ge kunt."
En Hij verzekerde hem:
"Zo talrijk wordt uw nageslacht."
Abram geloofde de HEER en deze rekende hem dat
als gerechtigheid aan.
Toen zei God tot hem:
"Ik ben de HEER, die u uit Ur in Chaldea heb geleid
om u dit land in bezit te geven."
Abram vroeg:
"HEER God, hoe kan ik weten dat ik het inderdaad zal krijgen?"
Hij zei tot hem:
"Haal een driejarige koe, een driejarige bok,
een driejarige ram, een tortel en een jonge duif."
Abram haalde dit alles, sneed de dieren middendoor,
en legde de stukken tegenover elkaar;
alleen de vogels sneed hij niet door.
Er kwamen roofvogels op de dode dieren af,
maar Abram joeg ze weg.
Bij zonsondergang viel Abram in een diepe slaap;
hevige angst en duisternis overviel hem.
Toen de zon was ondergegaan,
en het helemaal donker was geworden,
zag Abram een rokende oven en een vurige fakkel,
die tussen de stukken doorging.
Op die dag sloot de HEER een verbond met Abram.
Hij zei:
"Aan uw nakomelingen schenk Ik dit land,
vanaf de beek van Egypte tot aan de grote rivier, de Eufraat."

 

 Filippenzen 3, 17–4, 1

Tweede lezing uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Filippi

 

 uit de hemel verwachten wij onze verlosser,  de Heer Jezus Christus

 

Broeders en zusters,
(Volgt mij na en houdt hen voor ogen
die zich gedragen naar het voorbeeld dat ik u gegeven heb.
Want ik heb er u al vaak over gesproken
en moet het nu onder tranen herhalen:
velen leiden een leven dat hen indeelt
bij de vijanden van Christus' kruis.
Zij zijn op weg naar de ondergang,
hun buik is hun God,
in hun schande stellen zij hun eer,
zij hebben hun zinnen gezet op het aardse.
Maar) ons vaderland is in de hemel
en uit de hemel verwachten wij onze verlosser,
de Heer Jezus Christus.
Hij zal ons armzalig lichaam herscheppen
en het gelijkvormig maken aan zijn verheerlijkt lichaam,
met dezelfde kracht
die Hem in staat stelt het heelal aan zich te onderwerpen.
Daarom, mijn beminde broeders en zusters, naar wie ik zo verlang,
mijn vreugde en mijn kroon,
houdt aldus stand in de Heer, mijn geliefden.

  

Lucas 9, 28b-36

Lezing uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas

 

 Laten wij drie tenten bouwen,  een voor U, een voor Mozes en een voor Elia

 

In die tijd nam Jezus
Petrus, Johannes en Jakobus met zich mee
en besteeg de berg om er te bidden.
Terwijl Hij in gebed was veranderde zijn gelaat van aanblik
en werden zijn kleren verblindend wit.
En zie, twee mannen waren met Hem in gesprek;
het waren Mozes en Elia
die in heerlijkheid verschenen waren,
en zij spraken over zijn heengaan
dat Hij in Jeruzalem zou voltrekken.
Petrus en zijn metgezellen waren intussen door slaap overmand.
Klaar wakker geworden zagen zij zijn heerlijkheid
en de twee mannen die bij Hem stonden.
Toen dezen van Hem heen wilden gaan zei Petrus tot Jezus:
"Meester, het is goed dat wij hier zijn.
Laten wij drie tenten bouwen,
een voor U, een voor Mozes en een voor Elia."
Maar hij wist niet wat hij zei.
Terwijl hij zo sprak, kwam er een wolk die hen overschaduwde.
Toen de wolk hen omhulde, werden zij door vrees bevangen.
Uit de wolk klonk een stem die sprak:
"Dit is mijn Zoon, de Uitverkorene,
luistert naar Hem."
Terwijl de stem weerklonk
bemerkten zij dat Jezus alleen was.
Zij zwegen erover
en verhaalden in die tijd aan niemand iets
van wat zij gezien hadden.

PDF-bestand van deze lezingen

 

INGESPROKEN LEZINGEN

 

 

COMMENTAAR

Jean Bastiaens

Over de uittocht van Abram
en de uittocht van Jezus

Op de tweede zondag van de veertigdagentijd gaat het over 'uittocht': het joods-christelijk geloof is altijd weer gericht op het wegtrekken uit oude en vastgeroeste patronen, hoe comfortabel die soms ook mogen zijn. Deze fundamentele karaktertrek komt heel duidelijk tot uitdrukking in de levensloop van Abra(ha)m: hij leidt het leven van een rondtrekkende Godzoeker, altijd op weg, altijd uitgedaagd om een nieuwe stap te zetten. Abram was kinderloos, want het ging Sara niet 'naar de wijze der vrouwen'. Maar Abram leeft van de belofte, en deze belofte bevat twee componenten: hij zal toch een nageslacht verwerven, en hij zal een land in bezit krijgen. De beginverzen uit de eerste lezing gaan over het nageslacht: hoewel kinderloos, krijgt Abram de belofte van een nageslacht 'ontelbaar als de sterren aan de hemel'. Abram vertrouwt op GOD, hij gelooft GOD op zijn woord, en deze houding maakt van hem een gerechte, dat wil zeggen iemand die zijn leven heeft afgestemd op de wil van GOD.
De tweede belofte gaat over een land. GOD sluit een verbond met Abram. Het ritueel dat wordt beschreven moet wel heel oud zijn: Abram kiest uit zijn groot- en kleinvee enkele dieren, plus een tortel en een jonge duif. De oude Hebreeuwse zegswijze luidt dat een verbond 'gesneden' wordt. Zo worden hier de dieren doorgesneden. Ze liggen daar als aas voor de gieren. Dan valt Abram in een diepe slaap, en trekken 'een rookkolom en een vuurzuil' (vergelijk Exodus 19,18) tussen de stukken door. Wanneer Abram het verbond houdt, zal hij het koninklijke land ontvangen uit de hand van de EEUWIGE, maar wanneer hij het verbond schendt, zal het hem vergaan zoals de dode dieren die spoedig zullen vergaan. De belofte van het verbond wordt door een stem bekrachtigd: de nakomelingen van Abram – niet hijzelf – zullen dit land in bezit nemen, en de reikwijdte van dit land beslaat de ruimte tussen het gebeuren van de uittocht uit Egypte en het gebeuren van de uittocht uit Babel. Dit land heeft de dimensies van een geestelijke ruimte.
De evangelielezing heeft het ook over een uittocht. We zijn in het gezelschap van Jezus en drie van zijn leerlingen. Jezus bestijgt een berg, met de uitdrukkelijke bedoeling zich daar aan het gebed te wijden. Daar, op die hoge en eenzame plaats, wordt het gelaat van Jezus veranderd en krijgt het een stralende aanblik, zoals dat ooit gebeurde met Mozes toen die op de berg Sinaï in gesprek was met GOD. (Exodus 34,29) Terwijl dat gebeurt, verschijnen Mozes en Elia, die met Jezus in gesprek zijn. Waarover gaat het? Lucas gebruikt in zijn evangelie de Griekse term 'exodos', dat zowel 'heengaan' ('sterven') als 'uitgaan' ('uittocht') betekent. Jezus zal een uittocht moeten ondernemen, en deze uittocht zal een sterven zijn. En het is in Jeruzalem dat Jezus deze uittocht zal volbrengen. Het is natuurlijk niet toevallig dat juist Mozes en Elia met Jezus hierover in gesprek zijn: zowel Mozes als Elia hebben een uittocht beleefd, zij hebben beiden op de berg Gods (de Sinaï) een Godsontmoeting gehad, en beider levenseinde is in zekere zin een open einde: Mozes'graf is onbekend (Deuteronomium 34,6), en Elia is in een wagen van vuur ten hemel gevaren (2 Koningen 2,11). Mozes' naam is voor altijd verbonden met de Tora, het heilig onderricht, terwijl de naam van Elia verbonden blijft met de strijd om de absolute uniciteit van GOD. Beiden zijn de grote profeten van het verleden, maar beiden zijn ook figuren van de toekomst (Maleachi 3,22-24). De grote geschiedenis van Israël komt als het ware op dit ene moment samen, nu Mozes en Elia in gesprek zijn met Jezus en praten over diens 'uittocht die Hij in Jeruzalem zal voltrekken'.
Petrus en de andere twee leerlingen schieten wakker en zijn getuige van dit stralende tafereel van Jezus, omringd door Mozes en Elia. Petrus voelt meteen aan hoe heel de geschiedenis van Israël en heel Israëls hoop hier samenvloeien. Hij wil dit moment vasthouden, fixeren: 'Laten we drie tenten bouwen.' Maar hij weet niet wat de betekenis is van wat hij ziet. Hij kan nog niet begrijpen dat de 'heerlijkheid' die zij op Jezus' gelaat zien, te maken heeft met een uittocht en met een sterven in Jeruzalem. Pas veel later, wanneer alles volbracht is, zullen zij het gaan begrijpen, en pas dan zullen ze er ook over kunnen spreken.
De stem uit de hemel noemt Jezus, analoog aan de doopscène, 'Zoon' en 'Uitverkorene': Jezus zal de koninklijke weg gaan, dat wil zeggen de weg van de Dienaar. Maar nieuw is wat daarna volgt: 'Luister naar Hem!' Want vanaf nu wordt alles anders.

PDF-bestand van deze commentaar 

volg ons

over deze blog

Deze blog gaat op zoek naar de betekenis van Bijbelteksten.

In onze artikels wijzen we vaak de weg naar meer informatie die te vinden is in het Bijbelhuis.

Hier leest u ook artikels over onze bijzondere programmatie of evenementen.

Breng deze pagina regelmatig een bezoekje. Je vindt hier geregeld nieuwe teksten.

Jean Bastiaens, directeur van Bijbelhuis Zevenkerken.