C-cyclus vierde zondag door het jaar

 

ZONDAG 3 februari 2019

 

 

  • Eerste lezing: Jeremia 1, 4-5.17-19
  • Tweede lezing: 1 Korintiërs 12, 31–13,13
  • Evangelielezing: Lucas 4, 21-30
  • Ingesproken lezingen
  • Commentaar: De weg van het vertrouwen gaan

 

 

Jeremia 1, 4-5.17-19

Uit het boek Jeremia

 

Ikzelf maak u heden  tot een versterkte stad

 

In die dagen kwam het woord van de HEER tot mij:
"Voordat Ik u in de moederschoot vormde, kende Ik u;
voordat ge geboren werd, heb Ik u Mij voorbehouden,
tot profeet voor de volken heb Ik u bestemd.
Omgord dan uw lendenen;
sta op en zeg tot het volk
alles wat Ik u opdraag.
Laat u door hen niet afschrikken;
anders jaag Ik u voor hun ogen de schrik op het lijf.
Ikzelf maak u heden
tot een versterkte stad,
een ijzeren zuil,
een koperen muur
tegenover het hele land,
voor de koningen en edelen van Juda,
de priesters en burgers van het land.
Zij zullen u bestrijden, maar niets tegen u vermogen.
Want Ik ben bij u om u te redden."
Zo spreekt de HEER.

 

 

1 Korintiërs 12, 31–13,13 (of: 13, 4-13)

Uit de eerste brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Korinte

 

Thans zien wij in een spiegel, onduidelijk,  maar dan van aangezicht tot aangezicht.

 

Broeders en zusters,
(Gij moet naar de hoogste gaven streven.
Maar eerst wijs ik u een weg die verheven is boven alles.
Al spreek ik met de tongen van engelen en mensen:
als ik de liefde niet heb
ben ik een galmend bekken of een schelle cimbaal.
Al heb ik de gave der profetie,
al ken ik alle geheimen en alle wetenschap,
al heb ik het volmaakte geloof dat bergen verzet:
als ik de liefde niet heb
ben ik niets.
Al deel ik heel mijn bezit uit,
al geef ik mijn lichaam prijs aan de vuurdood:
als ik de liefde niet heb
baat het mij niets.)
De liefde is lankmoedig en goedertieren;
de liefde is niet afgunstig,
zij praalt niet, zij beeldt zich niets in.
Zij geeft niet om de schone schijn,
zij zoekt zichzelf niet,
zij laat zich niet kwaad maken
en rekent het kwade niet aan.
Zij verheugt zich niet over onrecht
maar vindt haar vreugde in de waarheid.
Alles verdraagt zij, alles gelooft zij,
alles hoopt zij, alles duldt zij.
De liefde vergaat nimmer.
De gave der profetie zal verdwijnen,
tongen zullen verstommen,
de kennis zal een einde nemen.
Want ons kennen is stukwerk
en stukwerk ons profeteren.
Maar wanneer het volmaakte komt
heeft het onvolmaakte afgedaan.
Toen ik een kind was
sprak ik als een kind, voelde ik als een kind,
dacht ik als een kind;
nu ik een man geworden ben
heb ik het kinderlijke afgelegd.
Thans zien wij in een spiegel, onduidelijk,
maar dan van aangezicht tot aangezicht.
Thans ken ik slechts ten dele
maar dan zal ik ten volle kennen
zoals God mij kent.
Nu echter blijven geloof, hoop en liefde, de grote drie;
maar de liefde is de grootste.

 

 

Lucas 4, 21-30

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas

 

Hij ging midden tussen hen door en vertrok

 

In die tijd begon Jezus in de synagoge te spreken:
"Het Schriftwoord dat gij zojuist gehoord hebt
is thans in vervulling gegaan."
Allen betuigden Hem hun instemming
en verbaasden zich
dat woorden, zo vol genade uit zijn mond vloeiden.
Ze zeiden:
"Is dat dan niet de zoon van Jozef?"
Hij zei hun:
"Natuurlijk zult ge Mij dit spreekwoord voorhouden:
Geneesheer, genees uzelf:
doe al wat, naar wij hoorden, in Kafarnaüm gebeurd is,
nu ook hier in uw vaderstad."
Maar Hij gaf er dit antwoord op:
"Voorwaar, Ik zeg u:
geen profeet wordt aanvaard in zijn eigen vaderstad.
En het is waar wat Ik u zeg:
in de tijd van Elia immers,
toen de hemel drie jaar en zes maanden gesloten bleef
en een grote hongersnood uitbrak over het hele land,
waren er veel weduwen in Israël;
toch werd Elia tot niemand van haar gezonden
dan tot een weduwe te Sarepta, in het gebied van Sidon.
En in de tijd van de profeet Elisa
waren er vele melaatsen in Israël,
toch werd niemand van hen gereinigd,
behalve de Syriër Naäman."
Toen ze dit hoorden
werden allen die in de synagoge waren woedend.
Ze sprongen overeind,
joegen Hem de stad uit
en dreven Hem voort
tot aan de steile rand van de berg
waarop hun stad gebouwd was,
om Hem daar in de afgrond te storten.
Maar Hij ging midden tussen hen door en vertrok.

PDF-bestand van deze lezingen

 

 

Ingesproken lezingen

 

 

Commentaar

Jean Bastiaens

De weg van het vertrouwen gaan

Iedere mens die geboren wordt, moet de weg leren gaan van het vertrouwen. Deze weg kent veel obstakels: misschien is de jonge boreling onrustig en angstig, of misschien wordt juist de moeder door allerhande zorgen gekweld. Als alles goed gaat, kan het jonge kind zich leren hechten, kan er een vertrouwenwekkende relatie ontstaan tussen het kind en zijn moeder, die later uitgebreid wordt naar de vader en de wijde omgeving. Een stevig verankerd basisvertrouwen is het beste fundament dat een mens kan meekrijgen voor zijn verdere leven.
In het roepingsverhaal van Jeremia gaat GOD nog een stapje verder: 'Vóórdat ik u in de moederschoot vormde, kende ik u!' In het Hebreeuwse denken is dat 'kennen' altijd inclusief: het omvat alle vormen van menselijk kennen, dus ook die van de liefde. GOD is hier de Moeder die reeds vanaf het allereerste begin een relatie van vertrouwen met Jeremia is aangegaan. De hechting is sterk. Jeremia zal later zeggen: 'Als ik denk: Ik wil Hem (GOD) niet meer noemen, niet meer spreken in zijn naam, dan laait er in mijn hart een vuur op, dan brandt het in mijn gebeente. Ik doe moeite om het in bedwang te houden, maar ik kan het niet.' (NBV Jeremia 20,9) Zo is er, vanaf het begin, een ijzersterke band ontstaan tussen Jeremia en GOD. Deze band zal Jeremia in staat stellen om zijn moeilijke zending te vervullen, en dat op een historisch moment van de geschiedenis van Israël. De politieke situatie is dreigend, de koningen van Juda gaan hun ondergang tegemoet. En Jeremia moet spreken, zonder aanzien des persoons, zonder zich te bekommeren om het effect van zijn boodschap, om de vijandschap en de haat die hij zich op de hals haalt. Jeremia zal er diep voor moeten gaan, en een grote eenzaamheid moeten trotseren. Maar hij kan het, want het fundament zit goed. Zijn Godsvertrouwen is de harde rots waarop zijn leven gebouwd is. Alleen door telkens terug te keren naar dit fundament, is hij in staat om 'koningen en edelen, priesters en burgers' te weerstaan. En zo is Jeremia een echte profeet: de man die het Woord spreekt in telkens bevochten vrijheid.
Met deze lezing in het achterhoofd, hebben we de juiste context om de evangelielezing van deze zondag te beluisteren. Jezus is in de synagoge van Nazaret, de stad waar Hij is opgegroeid. Het is niet de plaats waar Hij zijn openbaar optreden is begonnen of waar Hij zijn eerste genezingen zal verrichten. Maar Hij gaat Nazaret evenmin uit de weg. Sterker nog: in Nazaret zal Hij, tijdens de synagogale dienst, zijn opdrachtverklaring bekendmaken met de woorden die Hij daarvoor vindt bij de profeet Jesaja. De bewoners van Nazaret staan sprakeloos te luisteren wanneer Jezus hun spreekt over zijn zending jegens de verdrukten, de armen, de blinden enz. Maar deze sprakeloosheid duurt niet lang. De radar van de wijdverbreide menselijke bekrompenheid zendt onmiddellijk de nodige signalen uit die de aanvankelijke onbevangen reactie overschaduwen: hoe kan deze Jezus, toch door iedereen gekend als niet meer dan een gewone zoon van Jozef, de pretentie hebben dat de woorden van de grote profeet Jesaja in hem tot vervulling komen? Argwaan, gevoed door kleinsteedse na-ijver, maait het vertrouwen weg. En pas dan laat Jezus zien dat Hij werkelijk een profeet in Israël is: Hij spreekt een profetisch woord dat zich, scherp als de snede van een zwaard, in de gehoorzenuw van de kerkgangers boort. 'Een profeet wordt niet aanvaard in zijn eigen vaderstad', zegt Hij, en Hij identificeert zijn zending met die van Elia en Elisa, die in een periode van crisis alleen bij buitenstaanders helend en genezend nabij konden zijn.
Met dit gezagvolle, profetische woord van Jezus ontploft de kerkdienst: de aanwezigen in de synagoge ontsteken in woede jegens Jezus, zij jagen Hem naar buiten en drijven Hem naar een stadsheuvel om Hem daar in de afgrond te storten. En dan staat er dat merkwaardig zinnetje: 'Maar Hij ging tussen hen door en vertrok.' Het gaat niet om een miraculeuze ontsnapping, want zulk een signaal wil Jezus de inwoners van zijn stad nu juist niet geven. Het onderstreept de volstrekte onafhankelijkheid van Jezus: Hij weet te ontsnappen aan de woede van zijn stadsgenoten en 'vervolgt zijn weg'. En waarheen leidt zijn weg? Naar Jeruzalem. Pas in die stad zal het beslag op zijn leven tot voltooiing komen.
De tweede lezing uit 1 Korintiërs 13 is een magnifieke verbindingstekst. Ook daar gaat het over een weg: 'Eerst wijs ik u een weg die verheven is boven alles', zegt Paulus. Dat is de weg van de liefde. Die liefde is hier niet zozeer een menselijk gevoel dat wij opwekken, maar een bron die in ons tot leven komt en een vuur in ons hart doet oplaaien – zoals bij Jeremia!

PDF-bestand van deze commentaar

 

volg ons

over deze blog

Deze blog gaat op zoek naar de betekenis van Bijbelteksten.

In onze artikels wijzen we vaak de weg naar meer informatie die te vinden is in het Bijbelhuis.

Hier leest u ook artikels over onze bijzondere programmatie of evenementen.

Breng deze pagina regelmatig een bezoekje. Je vindt hier geregeld nieuwe teksten.

Jean Bastiaens, directeur van Bijbelhuis Zevenkerken.