C-cyclus vierde zondag van de advent


ZONDAG 23 DECEMBER 2018

 

Herziene teksten voor de vierde zondag van de advent van de C-cyclus.

Meer hierover vind je onder Lectionarium is toe aan vernieuwing.

Eerste lezing: Micha 5, 1-4a
Tweede lezing: Hebreeën 10, 5-10
Evangelielezing: Lucas 1, 39-45
Ingesproken lezingen
Commentaar: Vrouwen maken een nieuw begin

 

 

Micha 5, 1-4a

Profetie van Micha

 

zijn macht zal reiken tot aan de uiteinden van de aarde

 

Dit zegt de HEER:
'Uit u, Betlehem in Efrata,
het kleinste onder Juda's stammen,
uit u zal geboren worden
hij die over Israël moet heersen.
In het verre verleden ligt zijn oorsprong,
in lang vervlogen dagen.'
Daarom zal de HEER hen
overlaten aan hun lot,
tot de tijd aanbreekt
dat de zwangere vrouw haar kind heeft gebaard.
Dan komt de rest van zijn broeders weer samen
met de zonen van Israël.
Dan neemt hij de macht in handen
en zal hij hen hoeden
door de kracht van de HEER,
door de verheven naam van de HEER zijn God.
In veiligheid zullen zij wonen,
omdat zijn macht zal reiken
tot aan de uiteinden van de aarde.
Hijzelf zal Vrede zijn.

 

 

Hebreeën 10, 5-10

Tweede lezing uit de brief aan de Hebreeën

 

Ik ben gekomen, God, om uw wil te doen.

 

Broeders en zusters,

Als Christus in de wereld komt, zegt Hij:
'Slachtoffers en gaven hebt U niet gewild,
maar U hebt mij een lichaam gegeven.
Brandoffers en zoenoffers konden U niet behagen.
Toen zei Ik:
Hier ben Ik.
Zoals er in de boekrol over Mij geschreven staat:
Ik ben gekomen, God, om uw wil te doen.'

Christus begint dus met te zeggen:
'Slachtoffers en gaven, brandoffers en zoenoffers hebt U niet gewild,
die konden U niet behagen',
hoewel de wet voorschrijft dat ze gebracht moeten worden.
En daarna zegt Hij:
'Hier ben Ik,
Ik ben gekomen om uw wil te doen'.
Hij schaft dus het eerste af om het tweede te laten gelden.
Door die wil zijn wij geheiligd, eens en voor altijd,
door het offer van het lichaam van Jezus Christus.

 

Lucas 1, 39-45

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas

 

Gezegend ben jij onder de vrouwen en gezegend is de vrucht van je schoot

 

In die dagen reisde Maria met spoed naar het bergland,
naar een stad in Juda.
Zij ging het huis van Zacharias binnen en groette Elisabet.
Zodra Elisabet de groet van Maria hoorde,
sprong het kind op in haar schoot.
Elisabet werd vervuld met de heilige Geest
en riep met luide stem:
'Gezegend ben jij onder de vrouwen
en gezegend is de vrucht van je schoot.
Waaraan heb ik het te danken
dat de moeder van mijn Heer naar mij toe komt?
Zie, zodra ik je groet hoorde
sprong het kind van vreugde op in mijn schoot.
Zalig zij die geloofd heeft dat in vervulling zal gaan
wat haar namens de Heer gezegd is.'

PDF-bestand van deze lezingen

 

Ingesproken lezingen

 

Commentaar

Jean Bastiaens

Vrouwen maken een nieuw begin

De vorige zondagen stonden Johannes de Doper en zijn gezagvol optreden onder het volk centraal. Vandaag zijn het vrouwen die aan het woord komen. We komen meteen terecht in een ander woordenveld: er is sprake van zegen, van een schoot die zwanger is, er is sprake van vreugde en zaligheid. Kortom: we staan voor een nieuwe episode, want nieuw leven kondigt zich aan.
De eerste lezing uit het boek Micha spreekt van een nieuw begin. En ook dit begin heeft met baren van doen. GOD zal zijn volk herstellen, maar deze redding komt uit onverwachte hoek. Weliswaar komt de nieuwe telg die GOD over zijn volk zal aanstellen, uit Juda, maar dan wel uit een van de meest onbeduidende plaatsjes in Juda: uit Betlehem in het gebied van Efrata. Je moet ver teruggaan in de tijd – tot de 'tronk van Isaï' (Jesaja 11,1) – om te weten dat deze telg moet heersen over Israël. Deze telg zal een 'zoon van David' zijn. Het is inderdaad al eeuwen geleden dat een koning als David het herdersambt uitoefende over zijn volk. Na Solomo, de zoon en opvolger van David, valt het rijk uiteen en valt er niet bijster veel goeds te vertellen over de koningen, noch over die van het Noordrijk, noch over die van het Zuidrijk. Maar de 'vervlogen dagen' keren weer, en een moeder zal een kind baren dat door de kracht van de HEER het verdeelde Israël weer samenbrengt. De macht van deze koningszoon zal zich uitstrekken 'tot aan de uiteinden van de aarde', hij zal eindelijk weer veiligheid garanderen voor de bewoners van het land. De belofte sluit af met de garantie dat deze herder 'een man van vrede' zal zijn, een 'vredevorst' (Jesaja 9,5). Voor een geteisterd volk klinkt deze boodschap als muziek in de oren.
Vandaag, op de derde adventszondag, horen we deze oude belofte opnieuw. En wanneer de lezing uit Micha gekoppeld wordt aan het evangelie van Lucas, beseffen we dat we met de ontmoeting van twee vrouwen getuige zijn van de vervulling van een eeuwenoude droom. Die droom heeft te maken met een volk en een land. Die droom gaat over vrede en veiligheid, over leiderschap dat ontleend is aan 'de macht en de verheven naam van de HEER'. Wie zal die herder zijn en hoe zal hij zijn taak uitoefenen?
De evangelielezing vraagt erom gevisualiseerd te worden: we moeten deze bijzondere ontmoeting tussen de twee vrouwen voor ogen zien te krijgen. Het begint met Maria die, na de wonderbaarlijke ontmoeting met de engel, meteen haar huis in Nazaret verlaat en op weg gaat naar Elisabet, haar verwante. Elisabet was onvruchtbaar, zoals Sara. En zoals Sara zal zij op oude leeftijd een kind baren, een kind van de belofte. Maria reist 'met spoed', ze kan niet wachten op wat zich heeft aangekondigd als het begin van een nieuw tijdperk.
Wanneer Maria het huis binnengaat en Elisabet begroet, wordt Elisabet gewaar dat het kind in haar schoot de groet beantwoordt. En zij beseft, overweldigd door de heilige Geest, dat haar kind het nieuwe leven begroet dat zich verbergt in de schoot van Maria. Een grote helderheid grijpt Elisabet aan, en zij zal Maria drievoudig zegenen.
De eerste zegen betreft Maria zelf: 'Gij zijt gezegend onder de vrouwen!' Het betekent: meer dan alle vrouwen die ooit gezegend zijn, ben jij gezegend. Dezelfde zegenspreuk werd ooit gezegd tot Judit (Judit 13,18), een sterke vrouw die Judea zou redden uit de klauwen van een tiran en zijn leger. Judit op haar beurt is weer gelinkt aan de profetes Debora en haar strijdmakker Jaël, een niet-Joodse vrouw. En het overwinningslied van Judit (hoofdstuk 16) zet haar eveneens op één lijn met Mirjam en Debora, die op cruciale momenten in de geschiedenis van Israël een zegelied mochten aanheffen. Ook Maria zal later haar vreugdelied zingen, dat we kennen als het Magnificat en dat helemaal parallel staat met het lied van Hanna, de moeder van Samuël. Kortom: Maria en Elisabet staan in de traditie van een netwerk van vrouwen die de geschiedenis een wending hebben gegeven.
De tweede zegenbede betreft Jezus, 'de vrucht van haar schoot'. Jezus betekent 'GOD brengt redding', en juist dat is hier aan de orde. De derde zegenbede betreft het geloof van Maria, die door haar ja-woord een nieuw begin heeft mogelijk gemaakt.
Wie de lezingen tot zich laat doordringen, kan niet anders dan deelgenoot worden van de vreugde van de vrouwen. GOD bereidt een feest voor zijn volk!

PDF-bestand van deze commentaar

 

volg ons

over deze blog

Deze blog gaat op zoek naar de betekenis van Bijbelteksten.

In onze artikels wijzen we vaak de weg naar meer informatie die te vinden is in het Bijbelhuis.

Hier leest u ook artikels over onze bijzondere programmatie of evenementen.

Breng deze pagina regelmatig een bezoekje. Je vindt hier geregeld nieuwe teksten.

Jean Bastiaens, directeur van Bijbelhuis Zevenkerken.