C-cyclus derde zondag van de advent


ZONDAG 16 DECEMBER 2018

 

Herziene teksten voor de derde zondag van de advent van de C-cyclus.
Meer hierover vind je onder Lectionarium is toe aan vernieuwing

Eerste lezing: Sefanja 3, 14-18a
Tweede lezing: Filippenzen 4, 4-7
Evangelielezing: Lucas 3, 10-18
Ingesproken lezingen
Commentaar: Orde op zaken stellen

 

 

Sefanja 3, 14-18a

Eerste lezing: profetie van Sefanja

 

Verheug u en wees blij, Jeruzalem

 

Jubel van vreugde, dochter Sion,
juich, Israël,
verheug u en wees blij, Jeruzalem,
met heel uw hart!
Het vonnis dat op u drukte,
werd door de HEER vernietigd.
Hij heeft uw vijand verjaagd.
De HEER, de Koning van Israël, is in uw midden:
nu hoeft u geen onheil meer te vrezen!
Op die dag zal er tot Jeruzalem gezegd worden:
'Vrees niet, Sion, en laat uw handen niet hangen.
De HEER, uw God, zal in uw midden zijn
als een reddende held.
Uitermate verheugt Hij zich om u,
door zijn liefde maakt Hij u nieuw
zoals op een feestdag.'

Filippenzen 4, 4-7

Tweede lezing: Uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen in Filippi

 

De vrede van God, die alle begrip te boven gaat

 

Broeders en zusters,

verheug u in de Heer te allen tijde.
Nog eens: verheug u!
Uw vriendelijkheid moet bij alle mensen bekend zijn.
De Heer is nabij.
Wees niet bezorgd,
maar laat al uw wensen bij God bekend worden telkens als u bidt en smeekt,
en nooit zonder dankzegging.
Dan zal de vrede van God, die alle begrip te boven gaat,
uw hart en gedachten in Christus Jezus bewaren.

 

 

Lucas 3, 10-18

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas

 

Wie voedsel heeft, moet delen met wie niets heeft

 

In die tijd stelden de mensen Johannes de vraag:
'Wat moeten wij doen?'
Johannes gaf hun ten antwoord:
'Wie twee stel onderkleren heeft, moet delen met wie niets heeft,
en wie voedsel heeft, moet hetzelfde doen.'
Er kwamen ook tollenaars om gedoopt te worden
en ze zeiden tegen hem:
'Meester, wat moeten wij doen?'
Hij antwoordde hun:
'Vorder niet méér dan voor u is vastgesteld.'
Ook soldaten ondervroegen hem:
'En wij, wat moeten wij doen?'
Hij antwoordde:
'Pers niemand af,
beschuldig niemand valselijk,
en neem genoegen met uw soldij.'
Omdat het volk vol verwachting was
en allen zich over Johannes de vraag stelden,
of hij niet de Messias zou zijn,
gaf Johannes aan allen het antwoord:
'Ik doop u met water, maar er komt iemand die sterker is dan ik;
ik ben het niet waard de riem van zijn sandalen los te maken.
Hij zal u dopen met heilige Geest en met vuur.
De wan heeft Hij in zijn hand om zijn dorsvloer grondig te reinigen
en de tarwe te verzamelen in zijn schuur,
maar het kaf zal Hij verbranden in onblusbaar vuur.'
Op deze en nog vele andere wijzen spoorde Johannes hen aan
en bracht hij aan het volk het goede nieuws.

PDF-bestand van deze lezingen

 

Ingesproken lezingen

 

Commentaar

Jean Bastiaens

Orde op zaken stellen

Met de derde zondag van de advent steken we een tandje bij: de bekering waartoe we worden uitgenodigd, wordt nu concreet in de verf gezet. Want het gaat natuurlijk niet om mooie gedachten en troostrijke woorden alleen: we moeten ook daden stellen, die duidelijk laten zien wat de vrucht is van onze bekering. Het is goed er nog eens op te wijzen dat het hier niet alleen om een individuele opdracht gaat, maar ook om de opdracht van een geloofsgemeenschap. Want ook een gemeenschap kent haar ups en downs, haar zelfingenomenheid en verstarde verhoudingen. Goed leiderschap zorgt ervoor dat er binnen de gemeenschap ruimte ontstaat voor reflectie, voor bezinning en voor verandering. Dat vraagt om een cultuur van overleg en de bereidheid om mensen invloed te laten uitoefenen op 'hoe het erbij ons aan toe gaat'.
De lezingen laten twee facetten van de bekering oplichten: de noodzaak van vergeving en verzoening, en het orde op zaken stellen als gevolg van die verzoening.
In de eerste lezing uit Sefanja horen we een profetie over de stad Jeruzalem, de stad Gods. Er is reden tot vreugde en blijdschap, want 'het vonnis dat op u drukte, werd door de HEER vernietigd.' Deze woorden doen onwillekeurig denken aan het begin van het Troostboek van Jesaja: 'Troost, troost mijn volk. (...) Maak Jeruzalem bekend dat haar slavendienst voorbij is, dat haar schuld is voldaan.' (40,1-2) Er gebeurt veel kwaad in een mensenleven en in het leven van talrijke volken, maar er moet ook een tijd komen dat men het kwaad achter zich kan laten. Een volk kan niet eeuwig treuren over aangedaan onrecht. Een mens kan niet eeuwig blijven piekeren over wat hij fout heeft gedaan. Zonder vergeving kan niemand leven, niet vergeven is onmenselijk " niet des mensen. De GOD van Israël kent de kwetsbaarheid van zijn volk, het onrecht dat bedreven werd, het verraad en het egoïstisch verlangen naar overmatige rijkdom. Wanneer de oneerlijkheid en het bedreven onrecht boven tafel komen, stort de mens de diepte in. Maar hoe erg het kwaad ook geweest is, er moet op een gegeven moment ruimte komen voor vergeving en verzoening. Anders staan ontgoocheling, verbittering en cynisme op de loer. In de eerste lezing horen we dan ook het bevrijdend woord dat het vonnis dat mensen neerdrukte, door de HEER zelf is vernietigd.
Er is geen advent mogelijk, geen uitkijken naar iets nieuws, zonder ommekeer en zonder een stap in de richting van vergeving en verzoening. In de eerste lezing klinkt een uitnodiging: láát je verzoenen! Wees geen keikop, maar ga in op de vraag om vergeving en verzoening mogelijk te maken. GOD is geen kruidenier: Hij maakt geen rekensom van onze fouten en vergissingen. Wie is Hij dan wel? Hij is degene zie zegt: 'Vrees niet " Ik ben bij je!' En dan volgt dat prachtige zinnetje, nog steeds in de eerste lezing: 'Door zijn liefde maakt Hij u nieuw.'
Pas wanneer we de nood aan en de noodzaak van vergeving door ons heen hebben laten gaan, zijn we klaar om een volgende stap te zetten. Dat horen we in de evangelielezing. De mensen hebben zich door Johannes laten dopen, een doop van ommekeer 'tot vergeving van zonden' (evangelielezing van de vorige zondag). Nu komt er ruimte bij hen vrij voor de volgende stap. Spontaan stellen zij de vraag: 'Wat moeten we doen?' Die vraag komt niet alleen uit de mond van mensen allerhande, maar ook uit de mond van tollenaars en soldaten " en dat zijn doorgaans geen softies. Wat is het antwoord van Johannes?
De eerste aanwijzing die Johannes geeft geldt eigenlijk iedereen, en gaat over bezit: word mededeelzaam en laat anderen delen in wat je hebt. Mensen die niets hebben, hebben recht op wat jij teveel hebt. Mensen die honger lijden, hebben recht op jouw overschot. Dat lijkt vanzelfsprekend, maar is het natuurlijk allerminst. Wat betekent dit voor mij?
De tweede en derde aanwijzing gelden concrete beroepsgroepen: tollenaars en soldaten. Bij de tollenaars draait het allemaal om geld. En geld heeft de neiging de gedaante van een afgod aan te nemen: omwille van (méér) geld, zijn we vaak bereid onze principes overboord te gooien. Bij de soldaten draait het om macht: zij worden door Johannes opgeroepen hun macht niet te misbruiken, en zich te houden aan de juiste maat.
Zo is de trits volledig: bezit, geld en macht. Tezamen kunnen zij een draaikolk van onrecht veroorzaken. Maar wie geproefd heeft van vergeving en verzoening, vindt ook de weg naar het herstel van de ethiek in zijn leven.

 PDF-bestand van deze commentaar

volg ons

over deze blog

Deze blog gaat op zoek naar de betekenis van Bijbelteksten.

In onze artikels wijzen we vaak de weg naar meer informatie die te vinden is in het Bijbelhuis.

Hier leest u ook artikels over onze bijzondere programmatie of evenementen.

Breng deze pagina regelmatig een bezoekje. Je vindt hier geregeld nieuwe teksten.

Jean Bastiaens, directeur van Bijbelhuis Zevenkerken.