B-cyclus dertiende zondag door het jaar

 ZONDAG 1 juli 2018

 

  • Eerste lezing: Wijsheid 1, 13-15; 2,23-24
  • Tweede lezing: 2 Korintiërs 8,7.9.13.15
  • Evangelielezing: Marcus 5,21-43
  • Ingesproken lezingen
  • Commentaar: Kom uit je schulp en leef!

 

 

Wijsheid 1, 13-15; 2,23-24

Eerste lezing uit het boek Wijsheid

 

Hij toch heeft alles geschapen om te leven

 

Niet God heeft de dood gemaakt
en Hij schept geen behagen
in de ondergang van de levenden.
Hij toch heeft alles geschapen om te leven:
gezond zijn de schepselen der aarde,
geen dodelijk vergif wordt in hen gevonden
en de onderwereld heeft geen macht op aarde,
want de gerechtigheid is onsterfelijk!
God heeft immers de mens geschapen
voor de onsterfelijkheid,
Hij heeft hem gemaakt tot een afspiegeling
van zijn eigen Wezen.
Maar door de afgunst van de duivel
kwam de dood in de wereld.

 

 

2 Korintiërs 8,7.9.13.15

Tweede lezing uit de tweede brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Korinte

 

hoe Hij om uwentwil arm is geworden, terwijl Hij rijk was, opdat gij rijk zoudt worden door zijn armoede.

 

Broeders en zusters,

gij munt reeds in zoveel opzichten uit:
in geloof, welsprekendheid, wetenschap,
in ijver op alle gebied,
in uw liefde voor ons;
laat dan ook dit liefdewerk uitmuntend slagen!
Want de liefdedaad van onze Heer Jezus Christus
hoef ik u niet in herinnering te brengen:
hoe Hij om uwentwil arm is geworden, terwijl Hij rijk was,
opdat gij rijk zoudt worden door zijn armoede.
Het is niet de bedoeling
dat gij door anderen te ondersteunen
uzelf in verlegenheid brengt.
Er moet een zeker evenwicht tot stand komen.
(Voor het ogenblik
komt uw overvloed hun gebrek ten goede,
zodat hun overvloed eens uw gebrek kan verhelpen).
Zo ontstaat het evenwicht waarvan de Schrift spreekt:
"Hij die veel had verzameld,
had niet teveel,
en hij die weinig had verzameld
kwam toch niet tekort."

 

 

Marcus 5,21-43

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Marcus

 

Sta op!

 

In die tijd, toen Jezus weer met de boot overgestoken was
stroomde veel volk bij Hem samen.
Terwijl Hij zich aan de oever van het meer bevond
kwam er een zekere Jaïrus, de overste van de synagoge.
Toen hij Hem zag, viel hij Hem te voet
en smeekte Hem met aandrang:
"Mijn dochtertje kan elk ogenblik sterven,
kom toch haar de handen opleggen,
opdat ze mag genezen en leven."
Jezus ging met hem mee.
Een dichte menigte vergezelde Hem
en drong van alle kanten op.
Er was een vrouw bij die al twaalf jaar
aan bloedvloeiing leed.
Zij had veel te verduren gehad van een hele reeks dokters
en haar gehele vermogen uitgegeven,
maar zonder er baat bij te vinden;
integendeel, het was nog erger met haar geworden.
Omdat zij over Jezus gehoord had,
drong zij zich in de menigte naar voren
en raakte zijn mantel aan.
Want ze zei bij zichzelf:
"Als ik slechts zijn kleren kan aanraken,
zal ik genezen zijn."
Terstond hield de bloeding op
en werd ze aan haar lichaam gewaar,
dat ze van haar kwaal genezen was.
Op hetzelfde ogenblik was Jezus zich bewust
dat er een kracht van Hem was uitgegaan;
Hij keerde zich te midden van de menigte om en vroeg:
"Wie heeft mijn kleren aangeraakt?"
Zijn leerlingen zeiden tot Hem:
"Gij ziet dat de menigte van alle kanten opdringt
en Gij vraagt:
" Wie heeft Mij aangeraakt?"
Maar Hij liet zijn blik rondgaan
om te zien wie dat gedaan had.
Wetend wat er met haar gebeurd was,
kwam de vrouw zich angstig en bevend
voor Hem neerwerpen
en bekende Hem de hele waarheid.
Toen sprak Hij tot haar:
"Dochter, uw geloof heeft u genezen.
Ga in vrede en wees van uw kwaal verlost."
Hij was nog niet uitgesproken
of men kwam uit het huis van de overste van de synagoge
met de boodschap:
"Uw dochter is gestorven.
Waartoe zoudt ge de Meester nog langer lastig vallen?"
Jezus ving op wat er bericht werd
en zei tot de overste van de synagoge:
"Wees niet bang, maar blijf geloven."
Hij liet niemand met zich meegaan
behalve Petrus, Jakobus en Johannes, de broer van Jakobus.
Toen zij aan het huis van de overste kwamen
zag Hij het rouwmisbaar
van mensen die luid weenden en weeklaagden.
Hij ging naar binnen en zei tot hen:
"Waarom dit misbaar en geween?
Het kind is niet gestorven maar slaapt."
Doch ze lachten Hem uit.
Maar Hij stuurde ze allemaal naar buiten en ging
met zijn metgezellen en de vader en moeder van het kind
het vertrek binnen waar het kind lag.
Hij pakte de hand van het kind en zei tot haar:
"Talïta koemi";
wat vertaald betekent:
Meisje, sta op.
Onmiddellijk stond het meisje op en liep rond
want het was twaalf jaar.
En ze stonden stom van verbazing.
Hij legde hun nadrukkelijk op
dat niemand het te weten mocht komen,
en voegde eraan toe
dat men haar te eten moest geven.

PDF-bestand van deze lezingen

 

 

Ingesproken lezingen

 

 

Commentaar

 - Jean Bastiaens - 

Kom uit je schulp en leef!

De lezingen van deze zondag vragen van ons op een radicale beaming van het leven: de mens is niet voor de dood geschapen, maar voor het leven. GOD wil dat de mens leeft, dat is zijn eer! En toch is er zoveel 'dood' op onze aarde. En dan bedoelen we niet de sterfelijkheid die nu eenmaal bij ons mens-zijn hoort, maar de dood die midden in het leven te vinden is: ziekte, honger, doodslag, moord, oorlog, genocide, passionele haat, psychische terreur. Hoeveel miljoenen mensen zijn er de afgelopen eeuwen niet voortijdig gestorven door toedoen van andere mensen? De meest monsterlijke ideologie van de dood valt nog steeds af te lezen aan de barakken van Auschwitz. Waar komt die drijfveer om te doden toch vandaan? Wat heeft de mens zo aangetast dat hij vreugde vindt in het lafhartig ombrengen van zijn medemens?
Het boek Wijsheid – geschreven in een milieu waarin het erfgoed van de Griekse filosofie deels werd geïntegreerd in het Joodse denken – geeft een aanzet van antwoord: het zaad van de dood is de afgunst. Door afgunst zal Kaïn Abel vermoorden. Zo is het begonnen. Afgunst is de ander zijn ruimte ontnemen, zijn eigenheid – want de ander moet zijn zoals ik zelf. De door afgunst verteerde mens maakt zichzelf tot de maat van alle dingen. In zo'n wereld is er geen ruimte voor het anders-zijn van de ander, laat staan voor het succes van de ander. Inderdaad: 'de ander, dat is de hel!'
De vader van de afgunst is de 'duivel': het Griekse woord hiervoor is dia-bolos, en dat heeft te maken met een woordstam die duidt op 'uiteendrijven', 'een wig maken', 'verdeeldheid zaaien'. De 'duivel' zaait verdeeldheid, maar dan zo dat het verschil tussen mij en jou niet langer als heilzaam wordt aanvaard. Het rijk van de duivel, dat is één manier van denken, één manier van handelen, één manier van zijn. Deze duivelse ideologie komt overal voor, in alle geledingen van de samenleving en zelfs van de kerk, daar waar mensen de tolerantie en de vrijheid opofferen aan het grote eigen gelijk.
Jezus is gekomen om mensen het leven te geven, tegen de kracht van de demonen in. Wat doen 'demonen'? Die houden mensen in hun greep, maken ze afhankelijk, ontnemen een mens zijn vrijheid. Een alcoholverslaving is bijvoorbeeld zo'n demon. Ziekte kan een mens ook onvrij maken. Zo is er een vrouw die al twaalf jaar aan bloedverlies lijdt. Ze bloedt letterlijk én figuurlijk leeg: want ze verliest niet alleen haar bloed (haar levenskracht), maar ook nog eens al haar geld! En het vloeit allemaal in de richting van de geneesheren, die het euvel niet kunnen verhelpen. Het gaat blijkbaar om een dieperliggend probleem, met spirituele implicaties. De vrouw kan namelijk niets vasthouden, ze geeft alles weg, ze cijfert zich volkomen weg, en kan niet voor haarzelf opkomen. Ze is geestelijk leeg. En kijk, daar komt Jezus. Intuïtief weet ze dat Jezus haar zal kunnen redden van haar 'ziekte'. Ze denkt: als ik Hem alleen al maar kan aanraken, zal ik al genezen zijn. Nu, deze maal, neemt ze het voor zichzelf op, maar in het verborgene: niemand mag het weten! En het feit dat ze met deze aanraking Jezus en anderen onrein maakt, neemt ze op de koop toe.
De aanraking geneest haar inderdaad. Althans: het is de eerste fase van haar genezing. Het bloedverlies stopt, ze loopt niet langer leeg. Maar dat is nog niet genoeg. Jezus is zich ervan bewust dat er een kracht uit Hem is 'weggevloeid' in de richting van iemand uit de menigte. Hij wil weten wie het is. De leerlingen lachen Hem uit: hoe kun je je zoiets nu afvragen, als er een hele menigte om je te dringen staat!? Maar Jezus kijkt rond en zijn ogen ontmoeten de ogen van de zopas genezen vrouw. Ze staat aan de grond genageld. Nu beseft ze dat ze niet langer in het verborgene kan blijven. Ze móet naar buiten treden. Vol angst en helemaal bevend treedt de vrouw op Jezus toe 'en vertelt Hem de hele waarheid'. Die 'hele waarheid' gaat niet alleen over die ene handeling, maar over haar hele leven dat zich altijd in het verborgene heeft afgespeeld. Jezus laat haar de tweede stap zetten om nu, ten aanschouwen van allen, voor zichzelf op te komen. En pas wanneer dit is gebeurd, kan Hij tegen haar zeggen: 'Dochter, uw geloof heeft u genezen. Ga in vrede en wees van uw kwaal verlost.' Het doodbloeden is gestopt: de vrouw heeft dankzij haar vertrouwen in Jezus ook haar zelfvertrouwen teruggevonden. Ze kan weer midden in het leven staan, openlijk en vrijmoedig.
Marcus voegt er nog een tweede verhaal aan toe. In feite omklemt dit verhaal over een twaalfjarig meisje dat van de oudere vrouw die al twaalf jaar aan bloedverlies leed. Het zijn in zekere zin spiegelverhalen. De laatste opdracht, beste lezer, is dan ook voor u: zoek de tien verschillen!

 

PDF-bestand van deze commentaar

 

volg ons

over deze blog

Deze blog gaat op zoek naar de betekenis van Bijbelteksten.

In onze artikels wijzen we vaak de weg naar meer informatie die te vinden is in het Bijbelhuis.

Hier leest u ook artikels over onze bijzondere programmatie of evenementen.

Breng deze pagina regelmatig een bezoekje. Je vindt hier geregeld nieuwe teksten.

Jean Bastiaens, directeur van Bijbelhuis Zevenkerken.