B-cyclus vierde Paaszondag

ZONDAG 22 APRIL 2018

 

  • Eerste lezing: Handelingen 4,8-12
  • Tweede lezing: 1 Johannes 3,1-2
  • Evangelielezing: Johannes 10,11-18
  • Ingesproken lezingen
  • Commentaar: De góede Herder brengt ons eindelijk thuis

 

 

HANDELINGEN 4,8-12

Eerste lezing uit de Handelingen der Apostelen

 

Hij is de steen die door u, de bouwlieden, niets waard werd geacht en toch tot hoeksteen geworden is.

 

In die tijd sprak Petrus, vervuld van de heilige Geest:
'Overheden van het volk en oudsten!
Indien wij vandaag ter verantwoording geroepen worden
voor een weldaad aan een gebrekkige bewezen
waardoor deze genezen is,
dan zij het u allen en het gehele volk van Israël bekend
dat door de naam van Jezus Christus, de Nazoreeër
die gij gekruisigd hebt
maar die God uit de doden heeft doen opstaan
– dat door die Naam deze man hier gezond voor u staat.
Hij is de steen
die door u, de bouwlieden, niets waard werd geacht
en toch tot hoeksteen geworden is.
Bij niemand anders is dan ook de redding te vinden
en geen andere Naam onder de hemel
is aan de mensen gegeven
waarin wij gered moeten worden.'

 

1 JOHANNES 3,1-2

Tweede lezing uit de eerste brief van de heilige apostel Johannes

 

Wij worden kinderen van God genoemd en we zijn het ook.

 

 

Vrienden,

hoe groot is de liefde die de Vader ons betoond heeft!
Wij worden kinderen van God genoemd
en we zijn het ook.
De wereld begrijpt ons niet
en ze kent ons niet
omdat zij Hem niet heeft erkend.
Vrienden,
nu reeds zijn wij kinderen van God
en wat wij zullen zijn is nog niet geopenbaard;
maar wij weten
dat wanneer het geopenbaard wordt
wij aan Hem gelijk zullen zijn
omdat wij Hem zullen zien zoals Hij is.

 

 

JOHANNES 10,11-18

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes

 

Ik ben de goede herder. De goede herder geeft zijn leven voor zijn schapen

 

In die tijd sprak Jezus tot zijn leerlingen:

'Ik ben de goede herder.
De goede herder geeft zijn leven voor zijn schapen.
Maar de huurling,
die geen herder is en geen eigenaar van de schapen,
ziet de wolf aankomen,
laat de schapen in de steek en vlucht weg;
de wolf rooft ze en jaagt ze uiteen.
Hij is dan ook maar een huurling
en heeft geen hart voor de schapen.
Ik ben de goede herder.
Ik ken de mijnen en de mijnen kennen Mij,
zoals de Vader Mij kent en Ik de Vader ken.
Ik geef mijn leven voor de schapen.
Ik heb nog andere schapen
die niet uit deze schaapsstal zijn.
Ook die moet Ik leiden
en zij zullen naar mijn stem luisteren
en het zal worden: één kudde, één herder.
Hierom heeft de Vader Mij lief,
omdat Ik mijn leven geef
om het later weer terug te nemen.
Niemand neemt Mij het af
maar Ik geef het uit Mijzelf.
Macht heb Ik om het te geven
en macht om het terug te nemen:
dat is de opdracht die Ik van mijn Vader heb ontvangen.'

PDF-bestand van deze lezingen

 

Ingesproken lezingen

 

 

COMMENTAAR

 – Jean Bastiaens –

De góede Herder brengt ons eindelijk thuis


De vierde paaszondag heeft als evangelie de bekende passage over de goede Herder. Eigenlijk geeft de evangelist Johannes ons een nieuwe visie op een veel oudere tekst: het hoofdstuk 34 uit het boek Ezechiël. Heel dat hoofdstuk moeten we als achtergrondtekst bij het evangelie van deze zondag lezen, zodat er een diepteperspectief ontstaat. Ik citeer, als aanmoediging om het geheel te lezen, twee verzen: 'Dit zegt God, de HEER: Ik zal zelf naar mijn schapen omzien en zelf voor ze zorgen. Zoals een herder naar zijn kudde op zoek gaat als zijn dieren verstrooid zijn geraakt, zo zal ik naar mijn schapen op zoek gaan en ze redden, uit alle plaatsen waarheen ze zijn verdreven op een dag van dreigende, donkere wolken.' (34,11-12 NBV)
De evangelielezing bestaat uit drie delen: de eerste twee delen beginnen met de aanhef 'Ik ben de goede herder', het derde deel begint met de zin 'Hierom heeft de Vader mij lief'. Herderschap duidt natuurlijk op leiderschap, maar 'herder' biedt een veel mooier en ruimer beeld dan het woord 'leider'. Een herder wordt namelijk verondersteld zorg te dragen voor de kudde die hem is toevertrouwd. Kritiek op het leiderschap vormt een rode draad door heel de Bijbel. Er zijn zoveel herders 'die zichzelf weiden' (Ezechiël 34,8) of die, als het erop aankomt, de benen nemen. Tegen de achtergrond van een overheersend gebrek aan echt leiderschap, leiderschap met hart en ziel, plaatst GOD de belofte van een herder die het volk uit alle hoeken bijeen zal brengen en het waarachtig zal leiden: 'David, mijn dienaar' (Ezechiël 37,24).
In Jezus wordt deze messiaanse belofte werkelijkheid. Jezus is geen leugenachtige leider die als het erop aankomt het eigen vege lijf wil redden – voorbeelden te over in onze dagen! Jezus is de góede herder. Hij brengt de mensen die uiteengedreven zijn, die vreemden zijn geworden voor elkaar, weer samen. Zijn leiderschap is zo vrij en zo bevrijdend dat ook mensen die zich eerst niet aangesproken voelden, nu plotseling naar Hem toegetrokken worden. Naast het volk Israël – de schapen 'uit deze schaapsstal' – zijn er de ontelbare vervreemden uit alle volken die Jezus naar zich toe wenkt. Bij Hem kunnen we thuiskomen, en krijgt de droom over de wezenlijke band tussen Israël en de volken concreet gestalte.
Waaruit blijkt dat Jezus de bevrijdende leider is, en geen ideologische kwelgeest? We horen het Hem zeggen in de laatste alinea: het is in volle vrijheid dat Hij zijn leven geeft voor wie Hem lief is. 'Ik geef het uit mijzelf' – zegt Hij. Vanuit een waarachtige vrijheid heeft Jezus zijn dood aanvaard als een gave, opdat anderen zouden leven. Met deze gave, ontsproten aan een vrij hart, vervult Jezus de opdracht ('het gebod') van zijn Vader.
Met de eerste lezing uit het boek Handelingen voelen we ons ondertussen op vertrouwde grond. Petrus zet zowel het genezingswerk als het verkondigingswerk van Jezus voort – krachtens de Geest! Zijn korte toespraak voor het Sanhedrin is weer gebaseerd op de oerverkondiging omtrent Jezus – het zogenaamde Jezuskerygma. Petrus windt er geen doekjes om: 'door uw toedoen is Jezus gekruisigd,' zegt hij, maar dit is gebeurd 'opdat GOD Hem uit de doden zou kunnen laten opstaan.' En hij citeert uit een paaspsalm, Psalm 118 die gelezen wordt op het einde van het Joodse Pesachfeest: 'De steen die door de bouwlieden niets waard werd geacht, is de hoeksteen geworden.' Ook al doet de aanklacht van Petrus pijn voor wie het wil laten doordringen, toch weet GOD in zijn wonderlijke raadsbesluit van deze verworpen steen de hoeksteen te maken. En dus is er maar één zaak die ons te doen staat: geen zelfbeklag, geen schuldopstapeling, maar de in vrijheid te stellen keuze om zich te bekeren, om zich naar GOD te keren. Alleen zó kunnen we thuiskomen, 'redding vinden'.
Het woord redden klinkt in deze lezing naar het einde toe tweemaal. Het heeft te maken met de naam van Jezus, het woord 'naam' klinkt dan ook driemaal. Wat is die naam? De naam is Jezus, dat wil zeggen Jeshua. En Jeshua betekent: GOD brengt redding! Zó groot is de liefde van GOD.

 

PDF-bestand van deze commentaar

 

volg ons

over deze blog

Deze blog gaat op zoek naar de betekenis van Bijbelteksten.

In onze artikels wijzen we vaak de weg naar meer informatie die te vinden is in het Bijbelhuis.

Hier leest u ook artikels over onze bijzondere programmatie of evenementen.

Breng deze pagina regelmatig een bezoekje. Je vindt hier geregeld nieuwe teksten.

Jean Bastiaens, directeur van Bijbelhuis Zevenkerken.