B-cyclus Pasen

 

ZONDAG 5 APRIL 2015

 

  • Eerste lezing: Handelingen 10,37-43
  • Tweede lezing: Kolossenzen 3,1-4
  • Evangelielezing: Johannes 20,1-9
  • Ingesproken lezingen
  • Commentaar: Cirkelen rond het geheim!

 

 

HANDELINGEN 10,37-43

Eerste lezing uit de Handelingen der Apostelen

 

Hij gaf ons de opdracht aan het volk te prediken, en te getuigen dat Hij de door God aangestelde rechter is

 

In die tijd nam Petrus het woord en sprak:

'Gij weet wat er overal in Judea gebeurd is;
hoe Jezus van Nazaret zijn optreden begon in Galilea
na het doopsel dat Johannes predikte,
en hoe God Hem gezalfd heeft
met de heilige Geest en met kracht.
Hij ging weldoende rond
en genas allen
die onder de dwingelandij van de duivel stonden,
want God was met Hem.
En wij getuigen van alles
wat Hij in het land van de Joden en in Jeruzalem gedaan heeft.
Hem hebben ze aan het kruishout geslagen en vermoord.
God heeft Hem echter op de derde dag doen opstaan
en laten verschijnen,
niet aan het hele volk
maar aan de getuigen die door God tevoren waren uitgekozen,
aan ons die met Hem gegeten en gedronken hebben
nadat Hij uit de doden was opgestaan.
Hij gaf ons de opdracht aan het volk te prediken, en te getuigen
dat Hij de door God aangestelde rechter is
over de levenden en de doden.
Van Hem leggen alle profeten het getuigenis af,
dat ieder die in Hem gelooft
door zijn Naam vergiffenis van zonde verkrijgt.'

 

 

KOLOSSENZEN 3,1-4

Tweede lezing uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Kolosse

 

wanneer Hij verschijnt zult ook gij met Hem verschijnen in heerlijkheid.

 

Broeders en zusters,

Als gij dan met Christus ten leven zijt gewekt
zoekt wat boven is,
daar waar Christus zetelt aan de rechterhand Gods.
Zint op het hemelse, niet op het aardse.
Gij zijt immers gestorven
en uw leven is nu met Christus verborgen in God.
Christus is uw leven,
en wanneer Hij verschijnt
zult ook gij met Hem verschijnen in heerlijkheid.

 

 

JOHANNES 20,1-9

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes

 

zij hadden nog niet begrepen hetgeen er geschreven stond, dat Hij namelijk uit de doden moest opstaan.

 

 

Op de eerste dag van de week kwam Maria Magdalena
vroeg in de morgen - het was nog donker - bij het graf
en zag dat de steen van het graf was weggerold.
Zij liep snel naar Simon Petrus
en naar de andere, de door Jezus beminde leerling
en zei tot hen:
'Ze hebben de Heer uit het graf genomen
en wij weten niet waar ze Hem hebben neergelegd.'
Daarop gingen Petrus en de andere leerling op weg naar het graf.
Ze liepen samen vlug voort,
maar die andere leerling snelde Petrus vooruit
en kwam het eerst bij het graf aan.
Vooroverbukkend zag hij de zwachtels liggen
maar hij ging niet naar binnen.
Simon Petrus die hem volgde kwam ook bij het graf
en trad wel binnen.
Hij zag dat de zwachtels er lagen,
maar dat de zweetdoek die zijn hoofd had bedekt
niet bij de zwachtels lag,
maar ergens afzonderlijk opgerold op een andere plaats.
Toen ging ook de andere leerling
die het eerst bij het graf was aangekomen naar binnen;
hij zag en geloofde
want zij hadden nog niet begrepen hetgeen er geschreven stond,
dat Hij namelijk uit de doden moest opstaan.

PDF-bestand van deze lezingen

 

 

Ingesproken lezingen

 

 

COMMENTAAR

- Jean Bastiaens -

Cirkelen rond het geheim!


Voor de dagmis van paaszondag schotelt de liturgie ons drie prachtige lezingen voor. De tweede lezing bouwt daarbij voort op de eerste. De evangelielezing staat apart en cirkelt rond het geheim.
In de eerste lezing horen we Petrus aan het woord die een rede houdt nadat een niet-Jood tot geloof gekomen is, een Romeinse centurio nog wel: Cornelius. Petrus is tot een belangrijk nieuw inzicht gekomen: GOD kent geen aanzien des persoons en iedereen, Jood en heiden, kan Hem welgevallig zijn. De horizon van Petrus wordt plotseling verbreed en 'zo wijd als alle werkelijkheid' (H.Berger). Zijn rede is opgebouwd naar het patroon van het vroegchristelijk kerygma: de oerverkondiging over het heil in Jezus. Men kan de lezing dan ook vergelijken met een geloofsbelijdenis. Heel het leven van Jezus komt in zijn wezenlijke ijkpunten aan bod: het doopsel van Johannes, de zalving van Jezus met heilige Geest, het optreden in Galilea, Judea en Jeruzalem, zijn weldoende rondgaan in woord en daad tot aan zijn dood op het kruis. Het tweede deel van het kerygma gaat over zijn opwekking uit de macht van de dood, over zijn verschijningen, de ooggetuigen en de zending. Die zending omvat de verkondiging van de opdracht van de Mensenzoon, namelijk: Hij is de door GOD aangestelde rechter over levenden en doden. Het kerygma eindigt met de verwijzing naar de Schriften - Tora, Profeten en Wijsheid - en naar de vrucht van geloof: de vergeving van zonden.
De tweede lezing uit de Brief aan de Kolossenzen bouwt hierop voort. Door het geloof in Christus - die gezalfde en messias is - is ons leven ondersteboven gegooid: hoewel we leven, zijn we gestorven, en is ons leven nu getekend door Christus die ons deel zal geven aan de heerlijkheid van GOD, dat wil zeggen aan het geheim van zijn Naam JHWH.
Na deze opfrissing van de dynamiek en de kracht van ons geloof, komen we tot stilstand bij de evangelielezing van Sint Jan. Het brede perspectief wordt nu plotseling vernauwd naar een intieme scene: het is vroeg in de morgen, en Maria (uit het dorp Magdala) is op weg naar het graf. Ze mist Jezus en wil dicht bij Hem zijn, al is het dan ook bij een dood lichaam. Als ze bij de grafplaats aankomt, ziet ze dat de steen is weggerold. Intuitief beseft ze dat er iets helemaal veranderd is, en het eerste wat ze doet is naar Simon Petrus en de beminde leerling rennen om hun te zeggen dat 'de Heer uit het graf genomen is' en dat ze niet weet waar Hij is neergelegd. Dit is de eerste fase van het zien. In de vertaling van het lectionarium volgt het werkwoord 'zien' nog driemaal.
Petrus en de beminde leerling - dat wil zeggen de leerling die destijds aan tafel 'rustte aan het hart van Jezus' (Johannes 13,23) - snellen nu op hun beurt naar de grafplaats. De beminde leerling komt als eerste aan en ziet de zwachtels liggen. Maar hij wacht op Petrus. Als Petrus is aangekomen, gaat hij het graf binnen en ziet zowel de zwachtels als de zweetdoek, waarbij de zweetdoek netjes apart ligt opgerold. Nu gaat ook de beminde leerling naar binnen: hij ziet (zonder object) en gelooft.
Viermaal horen we dus het refrein van het zien: en dit refrein maakt duidelijk dat er zich in de hoofden van de leerlingen een bewustzijnsproces afspeelt. Wat zegt het teken van het lege graf? Wat zeggen de tekenen van de zwachtels en de apart opgerolde zweetdoek?
Het antwoord op deze vraag cirkelt rond het geheim. Want het antwoord is niet zomaar te verkrijgen. Het zien moet doorbreken naar het geloven. Het is een clickmoment. Maar tezelfdertijd een moment dat lang voorbereid is, in een proces van zoeken, vinden, verliezen en opnieuw vinden. Degene die het eerst de stap van zien naar geloven zet, is niet voor niets de 'beminde leerling', hij die rustte aan het hart van Jezus: want op Bijbelse grond heeft kennen en inzicht verwerven altijd te maken met beminnen en je toevertrouwen aan.
Zo horen we in de liturgie op paasdag vanuit de evangelielezing niets over het verschijnen van Jezus. Het lege graf staat centraal. Cirkelen rond het geheim. Het geheim van een liefdesavontuur.

PDF-bestand van deze commentaar

 

volg ons

over deze blog

Deze blog gaat op zoek naar de betekenis van Bijbelteksten.

In onze artikels wijzen we vaak de weg naar meer informatie die te vinden is in het Bijbelhuis.

Hier leest u ook artikels over onze bijzondere programmatie of evenementen.

Breng deze pagina regelmatig een bezoekje. Je vindt hier geregeld nieuwe teksten.

Jean Bastiaens, directeur van Bijbelhuis Zevenkerken.