15 maart 2015

Lectionarium vijfde zondag van de veertigdagentijd

 

B-CYCLUS ZONDAG 22 MAART 2015

 

  • Eerste lezing: Jeremia 31,31-34
  • Tweede lezing: Hebreeën 5,7-9
  • Evangelielezing: Johannes Johannes 12,20-33
  • Ingesproken lezingen
  • Commentaar: Hóór Israël!

 

 

JEREMIA 31,31-34

Eerste lezing uit de profeet Jeremia

 

Ik zal hun God zijn en zij zullen mijn volk zijn

 

Er komt een tijd
– godsspraak van de HEER –
dat Ik met Israël een nieuw verbond sluit.
Geen verbond zoals Ik met hun voorvaderen gesloten heb,
toen Ik hen bij de hand heb genomen
om hen uit Egypte te leiden.
Want dat verbond hebben zij verbroken,
ofschoon Ik hun meester was
– godsspraak van de Heer –.
Dit is het nieuwe verbond
dat Ik in de toekomst met Israël sluit:
Ik leg mijn wet in hun binnenste,
Ik grif ze in hun hart.
Ik zal hun God zijn
en zij zullen mijn volk zijn.
Dan hoeft niemand een ander nog voor te houden:
Leer de HEER kennen.
Want iedereen, groot en klein kent Mij dan
– godsspraak van de HEER.
Dan vergeef Ik hun misstappen,
Ik denk niet meer aan hun zonden.

 

 

HEBREEËN 5,7-9

Tweede lezing uit de brief aan de Hebreeën

 

Hij heeft in de school van het lijden gehoorzaamheid geleerd

 

Broeders en zusters,

In de dagen van zijn sterfelijk leven
heeft Christus onder luid geroep en geween
gebeden en smekingen opgedragen aan God
die Hem uit de dood kon redden.
Om zijn vroomheid is Hij verhoord:
hoewel Hij Gods Zoon was
heeft Hij in de school van het lijden gehoorzaamheid geleerd;
en toen Hij het einde had bereikt
is Hij voor allen die Hem gehoorzamen
oorzaak geworden van eeuwig heil.

 

 

JOHANNES 12,20-33

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes

 

als de graankorrel niet in de aarde valt blijft hij alleen; maar als hij sterft brengt hij veel vrucht voort.

 

Onder degenen
die bij gelegenheid van het feest optrokken ter aanbidding
waren ook enige Grieken.
Dezen nu klampten Filippus van Betsaïda in Galilea aan
en vroegen hem:
'Heer, wij zouden Jezus graag spreken.'
Filippus ging het aan Andreas vertellen
en tenslotte brachten Andreas en Filippus
de boodschap aan Jezus over.
Jezus echter antwoordde hun:
'Het uur is gekomen,
dat de Mensenzoon verheerlijkt wordt.
Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u:
als de graankorrel niet in de aarde valt
blijft hij alleen;
maar als hij sterft
brengt hij veel vrucht voort.
Wie zijn leven bemint verliest het;
maar wie zijn leven in deze wereld haat
zal het ten eeuwigen leven bewaren.
Wil iemand Mij dienen dan moet hij Mij volgen;
waar Ik ben, daar zal ook mijn dienaar zijn.
Als iemand Mij dient zal de Vader hem eren.
Nu is mijn ziel ontroerd.
Wat moet Ik zeggen?
Vader, red Mij uit dit uur?
Maar daarom juist ben Ik tot dit uur gekomen.
Vader, verheerlijk uw Naam.'
Toen kwam er een stem vanuit de hemel:
'Ik heb Hem verheerlijkt
en zal Hem wederom verheerlijken.'
Het volk dat er bij stond te luisteren
zei dat het gedonderd had.
Anderen zeiden:
'Een engel heeft tot Hem gesproken.'
Maar Jezus sprak:
'Niet om Mij was die stem
maar om u.
Nu heeft er een oordeel over de wereld plaats,
nu zal de vorst dezer wereld worden buitengeworpen;
en wanneer Ik van de aarde zal zijn omhooggeheven
zal Ik allen tot Mij trekken.'
Hiermee duidde Hij aan
welke dood Hij zou sterven.

PDF-bestand van deze lezingen

 

 

Ingesproken lezingen

 

 

COMMENTAAR

- Jean Bastiaens –

Hóór Israël!

We staan met de lezingen van vandaag op de drempel naar de laatste etappe in Jezus' leven. Het is nog maar enkele dagen voor het Joodse Pesachfeest. Jezus bereidt zich voor op wat komen gaat. Juist op dit cruciale moment willen ook niet-Joden ('Grieken') Jezus spreken, maar de insluiting van hen zal geschieden als het laatste teken zich heeft voltrokken: wanneer Jezus aan het kruis hangt, dán zal Hij allen tot zich trekken.
We zijn in de evangelielezing uit Johannes getuige van wat bij de synoptici het Getsemane-moment van Jezus is: Jezus weet dat zijn uur gekomen is, en het gebed zal Hem helpen om dit moment onder ogen te zien zonder te vluchten. We dienen ons in te stellen op de eigen taalwereld van de evangelist Johannes en diens symbolisch universum. De opgang naar het joodse Paasfeest en het lijden en sterven van Jezus staan in het teken van diens verheerlijking. Wat wordt daarmee bedoeld? In het Griekse woord voor verheerlijking zit de term doxa, en dat is de aanduiding van Gods heerlijkheid, van zijn aanwezigheid onder de mensen. Niemand heeft ooit GOD gezien, maar zijn heerlijkheid reisde met het woestijnvolk mee in de wolk en in de vuurkolom. Zijn heerlijkheid rustte ook op de tent van de samenkomst, zodat Mozes' gezicht helemaal straalde wanneer hij de tent verliet. Welnu, in de tekenen die Jezus gesteld heeft, maakt hij Gods heerlijkheid zichtbaar. In het gelaat van Jezus, die op het punt staat de dood in de ogen te kijken, komt GOD aan het licht. Want alleen als de graankorrel in de aarde valt en sterft, brengt hij veel vrucht voort. Het onuitlegbare geheim van Jezus' leven, wordt hier in eenvoudige termen onder woorden gebracht. Jezus navolgen, wil zeggen dat je met vallen en opstaan leert wat het betekent om te dienen.
De 'Getsemane-passage' van Johannes begint met de woorden: 'Nu is mijn ziel ontroerd.' Dat is nogal een zwakke vertaling voor wat er in het Grieks staat. Beter is de vertaling: 'Nu is mijn ziel in verwarring' of: 'Nu is mijn ziel diep verontrust.' Op het beslissende moment voelt Jezus de angst om zich over te geven aan wat komen gaat, om zijn bestaan uit handen te geven. Het gebed geeft Hem de woorden om vertrouwen te vinden: 'Heel mijn leven moest hierop uitlopen', of met de woorden van Johannes: 'Daarom juist ben ik tot dit uur gekomen.' En juist wanneer Jezus de beproeving overwonnen heeft, klinkt er een stem uit de hemel. Deze stem maakt duidelijk dat we hier getuige zijn van een uitzonderlijk moment. En de stem laat verstaan dat in alle tekenen die Jezus tot dan toe verricht heeft – vanaf het eerste teken op de bruiloft in Kana – GOD aan het licht is gekomen. En ook in het laatste teken zal dit zo zijn. 'En ik zal hem wederom verheerlijken' wil dan ook zeggen: ook en juist in het teken van het kruis zal GOD aan het licht komen.
Dit is geloofstaal. En in die taal heeft Johannes wat onzegbaar lijkt en wat welhaast absurd klinkt, toch een uitdrukking gegeven: het kruis waaraan Jezus zal hangen, is geen failliet, geen bewijs van mislukking of ondergang, het is een teken waarin Gods kracht zichtbaar wordt. En al wie opkijkt naar dit kruis om te worden gered, zal worden gered.
In de Getsemane-ervaring van Jezus gaat het om een worsteling met een existentiële bedreiging. Dood, geweld en agressie doen ons beven en sidderen. Dat is een serieuze realiteit, die niet zomaar weggewuifd kan worden. In de brief aan de Hebreeën wordt dit treffend onder woorden gebracht: 'In de school van het lijden heeft Hij gehoorzaamheid geleerd.' Gehoorzaamheid heeft hier niets te maken met een slaafse houding van onderwerping en alles met gehoor geven, dat wil zeggen: met mijn leven afstemmen op wat GOD van mij vraagt, op hoe Hij in mij werkzaam wil zijn. Het is niet voor niets dat de geloofsbelijdenis van Israël begint met de oproep om gehoor te geven: Hóór Israël! (Deuteronomium 6, 4).
In de eerste lezing uit het boek Jeremia klinkt deze noodzaak om te leren luisteren, om gehoor te geven, eveneens op de achtergrond mee. Want het verbond met GOD wordt gesloten wanneer het volk beaamt wat het gehoord heeft. Er wordt een nieuw verbond beloofd. De HEER kennen en beminnen zal dan een zaak van het hart zijn. Vanuit dit hart zullen we ook de Mensenzoon leren kennen en beminnen.

 

PDF-bestand van deze commentaar

 

volg ons

over deze blog

Deze blog gaat op zoek naar de betekenis van Bijbelteksten.

In onze artikels wijzen we vaak de weg naar meer informatie die te vinden is in het Bijbelhuis.

Hier leest u ook artikels over onze bijzondere programmatie of evenementen.

Breng deze pagina regelmatig een bezoekje. Je vindt hier geregeld nieuwe teksten.

Jean Bastiaens, directeur van Bijbelhuis Zevenkerken.