B-cyclus vierde zondag van de veertigdagentijd

 ZONDAG 11 MAART 2018

  • Eerste lezing: 2 Kronieken 36,14-16.19-23
  • Tweede lezing: Efeziërs 2,4-10
  • Evangelielezing: Johannes 3,14-21
  • Ingesproken lezingen
  • Commentaar: Wat er gebeurt als de schellen van je ogen vallen...

 

2 KRONIEKEN 36,14-16.19-23

Eerste lezing uit het tweede boek Kronieken

 

De koning der Chaldeeën liet de tempel in brand steken en de muur van Jeruzalem afbreken

  

In die dagen maakten ook al de voornaamste priesters
en het volk
zich herhaaldelijk schuldig aan de gruweldaden der heidenen
en ontheiligden de tempel van Jeruzalem die aan de Heer gewijd was.
En de Heer, de God van hun voorvaderen
stuurde al maar gezanten naar hen toe,
want Hij had medelijden met zijn volk en met zijn woning.
Maar zij verachtten Gods gezanten,
spotten met hun boodschap en maakten zich vrolijk over de profeten,
zodat tenslotte de toorn des Heren wel genadeloos moest
losbarsten over het volk.
De koning der Chaldeeën liet de tempel in brand steken en de
muur van Jeruzalem afbreken
en alle paleizen liet hij plat branden
zodat alle kostbaarheden verloren gingen.
Allen die aan het zwaard ontkomen waren
liet hij in ballingschap wegvoeren naar Babel,
waar zij hem en zijn zonen als slaven moesten dienen
tot het Perzische rijk aan de macht kwam.
Zo ging de voorspelling in vervulling
die de Heer bij monde van Jeremia gedaan had:
'Zolang het land zijn sabbatjaren niet vergoed gekregen heeft
zal het braak blijven liggen: zeventig jaar lang.'
In het eerste regeringsjaar van Cyrus, de koning van Perzië,
ging de voorspelling in vervulling
die de Heer bij monde van Jeremia gedaan had:
de Heer wekte de geest op van Cyrus, de koning van Perzië.
Deze liet in heel zijn koninkrijk de volgende boodschap
afkondigen en ook schriftelijk verspreiden:
'Zo spreekt Cyrus, de koning van Perzië:
De Heer, de God des Hemels
heeft mij alle koninkrijken der aarde geschonken.
Hij heeft mij opgedragen
voor Hem te Jeruzalem in Juda een tempel te bouwen:
laten allen onder u die tot het volk des Heren behoren
onder de hoede van de Heer, hun God,
terugkeren naar Jeruzalem.

 

 

EFEZIËRS 2,4-10

Tweede lezing uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Efeze

 

Aan de genade dankt gij uw heil, door het geloof; niet aan uzelf: Gods gave is het 

  

Broeders en zusters,

God, die rijk is aan erbarming,
heeft wegens de grote liefde waarmee Hij ons heeft liefgehad
ons met Christus ten leven gewekt,
hoewel wij dood waren door onze zonden;
aan zijn genade dankt gij uw redding.
En Hij heeft ons samen met Hem doen opstaan
en zetelen in de hemelen, in Christus Jezus,
om de naderbij komende Eeuwen
de overgrote rijkdom van zijn genade te tonen
door zijn goedheid jegens ons in Christus Jezus.
Ja, aan die genade dankt gij uw heil, door het geloof;
niet aan uzelf: Gods gave is het;
niet aan uw prestaties, niemand mag zich verhovaardigen.
Gods werk zijn wij,
geschapen in Christus Jezus
om in ons leven de goede daden te realiseren
die God voor ons al bereid heeft.

 

 

JOHANNES 3,14-21

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes

 

Wie de waarheid doet gaat naar het licht, opdat van zijn daden moge blijken dat zij in God zijn gedaan.

 

 

In die tijd sprak Jezus tot Nikodemus:
'De Mensenzoon moet omhoog worden geheven
zoals Mozes eens de slang omhoog hief in de woestijn,
opdat eenieder die gelooft
in Hem eeuwig leven zal hebben.
Zozeer immers heeft God de wereld liefgehad
dat Hij zijn eniggeboren Zoon heeft gegeven,
opdat alwie in Hem gelooft niet verloren zal gaan
maar eeuwig leven zal hebben.
God heeft zijn Zoon
niet naar de wereld gezonden om de wereld te oordelen,
maar opdat de wereld door Hem zou worden gered.
Wie in Hem gelooft wordt niet geoordeeld,
maar wie niet gelooft is al veroordeeld,
omdat hij niet
heeft geloofd in de Naam van de eniggeboren Zoon Gods.
Hierin bestaat het oordeel:
het licht is in de wereld gekomen,
maar de mensen beminden de duisternis meer dan het licht,
omdat hun daden slecht waren.
Ieder die slecht handelt heeft afschuw van het licht
en gaat niet naar het licht toe
uit vrees dat zijn werken openbaar gemaakt worden.
Maar wie de waarheid doet gaat naar het licht,
opdat van zijn daden moge blijken dat zij in God zijn gedaan.'

 

PDF-bestand van deze lezingen

 

 

ingesproken lezingen

 

 

COMMENTAAR

- Jean Bastiaens -

Wat er gebeurt als de schellen van je ogen vallen...

 

Het is des mensen om ons een opinie te vormen over de ander. We kijken hoe iemand zich gedraagt, reageert, redeneert, welke affectieve signalen hij uitzendt. We luisteren ook naar wat anderen over zo iemand te zeggen hebben, en laten ons beïnvloeden door positieve of negatieve waarderingen. En soms gebeurt het dat we iemand al getaxeerd hebben nog voor er nog maar één woord gewisseld is. Dat alles is des mensen.
Met welke blik kijkt GOD naar ons en naar deze wereld? Johannes geeft ons een antwoord. Hij zegt: GOD is licht, en zijn Zoon straalt dat licht uit. Wij daarentegen zijn omgeven door duisternis: we hebben over alles en nog wat een mening, maar we zien niet goed. Als we nu in het licht van GOD gaan staan, gebeurt er iets wonderlijks: we gaan niet alleen de omgeving (anders) zien, we gaan op de eerste plaats onszelf zien zoals we zijn. We komen te staan in de waarheid over onszelf. Dat veroorzaakt een schok: we hadden ons leven voor onszelf op een rijtje, we hadden misschien al een balans opgemaakt van de mooie en de minder mooie dingen in ons leven. En dan, wanneer we in het licht van GOD komen te staan, blijkt alles anders te zijn. Onze eigen oordelen en de welhaast eindeloze reeks van onze vooroordelen vallen in duigen. Want GOD kijkt met liefde naar de mens en naar de wereld. En zozeer heeft Hij de wereld liefgehad, dat Hij zijn Zoon ten bate van ons heeft geschonken – we horen het vandaag zowel uit de mond van Paulus als uit die van Johannes.
Geloof ontstaat wanneer we geplaatst worden in het licht en in de liefde die van GOD uitgaan. Dat zuivere licht en die liefde vernieuwen ons. En daarna beginnen we ook te zien hoe dit licht onze daden ontmaskert. Het is vreeswekkend en deugddoend tegelijk. Het is vreeswekkend omdat we geplaatst worden in de waarheid – en dat kan heel pijnlijk zijn! Het is deugddoend, omdat we ervaren dat GOD Liefde is.
Vanuit het geloof ontpopt zich een nieuw leven. Dat nieuwe leven wordt zowel door de lezing uit de brief aan de Efeziërs als door de evangelielezing beschreven. Johannes heeft er een typisch Joodse zinswending voor: de waarheid doen. Maar ook: vanuit het geloof stel je daden die 'in GOD gedaan zijn'. Dat heeft niets te maken met verdienste van onze kant – integendeel! Het heeft te maken met een volhardend blijven staan in het licht en in de Liefde van GOD. Vooral niet weglopen is de boodschap, ook al hebben we daar wel eens goede redenen toe. Paulus formuleert het zo: het geloof is een gave Gods, en het stelt ons in staat daden te stellen van goedheid.
Leven vanuit het geloof is, in de navolging van GOD zelf, ook een leven leiden dat niet oordeelt. Is dat mogelijk? Wat wordt ermee bedoeld? De drie lezingen van deze zondag maken ons duidelijk dat GOD medelijden heeft met zijn volk (2 Kronieken) en dat Hij ons en heel deze wereld liefheeft. Liefhebben is kansen scheppen, nieuw leven mogelijk maken – ook al lijkt het allemaal grondig verknoeid. Om dat nieuwe leven mogelijk te maken is er soms een pijnlijke ingreep nodig: in de eerste lezing is dat het harde feit van de ballingschap in Babylonië. Paulus zegt: we leven, hoewel we zijn als doden, maar in Christus worden wij uit de dood opgewekt. Johannes zegt: wie tot geloof komt, verlaat de duisternis van zijn hart en van de daden die hij stelt, en gaat naar het licht. Het is nu niet meer aan ons om het oordeel aan te zeggen aan onszelf, aan de ander of aan de wereld – al hebben we natuurlijk wel onze meningen! We geven aan GOD wat Hem toekomt – en wat Hij aan zijn Zoon heeft gegeven.
Wanneer we de drie lezingen zo in elkaars licht beschouwen, krijgt de tekst uit 2 Kronieken een extra gloed. Het volk en zijn priesters gaan zich te buiten aan gruweldaden, ze spotten met de profeten en banen hun eigen weg naar de ballingschap. Daar zijn ze terug bij af: ze leven nu als slaven, zoals destijds in Egypte. Maar als de tijd vervuld is, 'wekt GOD de geest op van Cyrus', de koning van Perzië. En deze heidense koning zal het murw geslagen volk zijn vrijheidsbrief geven. En laat nu net de profeet Jesaja deze Cyrus 'de gezalfde van JHWH' noemen (Jesaja 45,1). Over onbevooroordeeld kijken gesproken!

 

PDF-bestand van deze commentaar

 

volg ons

over deze blog

Deze blog gaat op zoek naar de betekenis van Bijbelteksten.

In onze artikels wijzen we vaak de weg naar meer informatie die te vinden is in het Bijbelhuis.

Hier leest u ook artikels over onze bijzondere programmatie of evenementen.

Breng deze pagina regelmatig een bezoekje. Je vindt hier geregeld nieuwe teksten.

Jean Bastiaens, directeur van Bijbelhuis Zevenkerken.