B-cyclus derde zondag van de veertigdagentijd

 Zondag 4 maart 2018

  • Eerste lezing: Exodus 20,1-17
  • Tweede lezing: 1 Korintiërs 1,22-25
  • Evangelielezing: Johannes 2,13-25
  • Ingesproken lezingen
  • Commentaar: De kracht van profetische woorden

 

Exodus 20,1-17

Eerste lezing uit het boek Exodus

 

Ik ben de HEER uw God die u heeft weggeleid uit Egypte, het slavenhuis

 

In die dagen sprak God al de woorden die hier volgen:
'Ik ben de Heer uw God
die u heb weggeleid uit Egypte, het slavenhuis.
Gij zult geen andere goden hebben ten koste van Mij.
(Gij zult geen godenbeelden maken,
geen afbeelding van enig wezen boven in de hemel,
beneden op aarde of in de wateren onder de aarde.
Gij zult u voor hen niet ter aarde buigen
en hun geen goddelijke eer bewijzen;
want Ik, de Heer uw God,
Ik ben voor hen die Mij haten een jaloerse God
die de schuld van de vaders wreekt op hun kinderen
tot het derde en vierde geslacht,
maar voor hen die Mij liefhebben en mijn geboden onderhouden
een God die goedheid bewijst tot aan het duizendste geslacht.)
Gij zult de naam van de Heer uw God niet lichtvaardig gebruiken;
want de Heer laat hen die zijn naam lichtvaardig gebruiken
niet ongestraft.
Denk aan de sabbat: die moet heilig voor u zijn.
(Zes dagen zult gij werken en alle arbeid verrichten.
Maar de zevende dag is de sabbat voor de Heer uw God.
Dan moogt gij geen enkele arbeid verrichten:
gij zelf niet, uw zoon niet, uw dochter niet,
uw slaaf niet, uw slavin niet, uw dieren niet,
zelfs niet de vreemdeling die bij u woont.
In zes dagen immers heeft de Heer de hemel, de aarde,
de zee met al wat erin is, gemaakt.
Maar de zevende dag heeft Hij gerust
en zo de sabbat gezegend en tot een heilige dag gemaakt.)
Eer uw vader en uw moeder.
Dan zult gij lang leven op de grond die de Heer uw God u schenkt.
Gij zult niet doden.
Gij zult geen echtbreuk plegen.
Gij zult niet stelen.
Gij zult tegen uw naaste niet leugenachtig getuigen.
Gij zult uw zinnen niet zetten op het huis van uw naaste;
gij zult uw zinnen niet zetten op de vrouw van uw naaste,
niet op zijn slaaf, zijn slavin,
zijn rund of zijn ezel,
op niets wat hem toebehoort.'

 

 

1 Korintiërs 1,22-25

Tweede lezing uit de eerste brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Korinte

 

Joden eisen wonderen, Grieken wijsheid. Maar wij verkondigen een gekruisigde Christus

 

Broeders en zusters,

Joden eisen wonderen, Grieken wijsheid.
Maar wij verkondigen een gekruisigde Christus,
voor Joden een aanstoot, voor heidenen een dwaasheid;
maar voor hen die geroepen zijn, Joden zowel als Grieken,
is die Christus Gods kracht en Gods wijsheid.
Want de dwaasheid van God is wijzer dan de mensen
en de zwakheid van God is sterker dan de mensen.

 

 

Johannes 2,13-25

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes

 

'Weg met dit alles! Maakt van het huis van mijn Vader geen markthal!'

 

Toen het paasfeest der Joden nabij was
ging Jezus op naar Jeruzalem.
In de tempel trof Hij de verkopers aan
van runderen, schapen en duiven
en ook de geldwisselaars die daar zaten.
Hij maakte van touwen een gesel,
dreef ze allemaal uit de tempel,
ook de schapen en de runderen;
het kleingeld van de wisselaars veegde Hij van de tafels
en Hij wierp die omver.
En tot de duivenhandelaars zei Hij:
'Weg met dit alles!
Maakt van het huis van mijn Vader geen markthal!'
Zijn leerlingen herinnerden zich dat er geschreven staat:
De ijver voor uw huis zal mij verteren.
De Joden richtten zich tot Hem met de woorden:
'Wat voor teken kunt Gij ons laten zien
dat Gij dit doen moogt?'
Waarop Jezus hun antwoordde:
'Breekt deze tempel af
en in drie dagen zal Ik hem doen herrijzen.'
Maar de Joden merkten op:
'Zesenveertig jaar is aan deze tempel gebouwd;
zult Gij hem dan in drie dagen doen herrijzen?'
Jezus sprak echter over de tempel van zijn lichaam.
Toen Hij dan ook verrezen was uit de doden
herinnerden zijn leerlingen zich dat Hij dit gezegd had,
en zij geloofden in de Schrift
en in het woord dat Jezus gesproken had.
Terwijl Hij bij gelegenheid van het paasfeest in Jeruzalem was,
begonnen er velen in zijn Naam te geloven
bij het zien van de tekenen die Hij deed.
Maar Jezus van zijn kant had geen vertrouwen in hen
omdat Hij allen kende.
Hij wist wat er in de mens stak
en daarom was het niet nodig
dat iemand Hem over de mens inlichtte.

PDF-bestand van deze lezingen

 

Ingesproken lezingen


 

 

Commentaar

- Jean Bastiaens -

De kracht van profetische woorden

Met een beetje verbeelding kunnen we ons voorstellen dat we vandaag te gast zijn in de synagoge en in de tempel. In de synagoge vinden we immers vaak een verwijzing naar 'de tien woorden' die Mozes op twee stenen tafelen aan het volk overhandigde: de geboden en verboden die JHWH God zelf op de schouders legde van zijn volk. Wie deze tien woorden als juk op zich nam, erkende het koningschap van GOD en kreeg zo deel aan zijn koninklijke heerschappij. En zo is het vandaag nog steeds. In de synagoge staan de tien woorden meestal afgekort aangeduid, soms alleen maar met Romeinse cijfers. Maar de herinnering blijft zo levend: dit zijn woorden ten leven, wie ze onderhoudt zal een gelukkig mens zijn.
Op basis van de Hebreeuwse tekst worden de eerste vijf woorden geteld tot en met de opdracht om 'vader en moeder te eren'; op de tweede tafel staan de andere geboden, die telkens beginnen met een negatie: NIET zult gij doden, echtbreuk plegen, stelen, leugenachtig getuigen, uw zinnen zetten op wat anderen toebehoort. In de joodse en christelijke traditie zijn deze woorden telkens weer uitvoerig becommentarieerd. Dat is ook nodig om ze in verbinding te brengen met de tijd waarin wij nu leven.
De eerste vijf woorden nemen de meeste hoeveelheid tekst in beslag, omdat ze voorzien worden van een motiverend commentaar. Dat commentaar is geen bijzaak, maar verankert de woorden in het geloof van Israël. Aan het begin staat een oproep om te gedenken: de Naam van GOD is JHWH, en deze Naam is voor altijd verbonden met het bevrijdend handelen van GOD. Geloof in GOD begint met het inzicht dat dit geen abstract geloof is in 'iets' of 'ergens ooit' – nee, ons geloof in GOD is onlosmakelijk verbonden met wat Hij gedaan heeft en hoe Hij geschiedenis heeft gemaakt met zijn volk. Vrijheid! Dat is het eerste woord dat in verbinding gebracht wordt met de Naam van GOD. Het verbod op het hebben van afgoden en het maken van afgodsbeelden, is daar in zekere zin een uitwerking van, en dat geldt ook voor het lichtvaardig gebruiken van de Naam.
Aparte aandacht verdient de opdracht om de sabbatsdag te gedenken: het gaat immers niet alleen om die dag op zich, waarop men zich onthoudt van elk werk, maar het gaat juist ook om het gedenken van wat GOD ons heeft voorgedaan en hoe Hij in zijn scheppend handelen te werk is gegaan. Want GOD zelf rustte op de zevende dag, en de mens – die eveneens een scheppend wezen is – doet het Hem na. Imitatio Dei is dat. En zo zijn geschiedenis en schepping ook in deze majestueuze tekst met elkaar verbonden.
Het verdient aanbeveling om de tekst in zijn geheel te laten klinken (Hoor Israël!), dus ook de verzen die in het lectionarium tussen haakjes staan.
Na ons bezoek aan de synagoge, trekken we op naar de tempel. We komen er aan, samen met Jezus. Het Joodse paasfeest is op handen, en dus is het druk in stad en tempel. Wat valt er te vieren? Natuurlijk: het feest van de vrijheid, het gedenken van de uittocht uit Egypte, het land van slavernij. En zo wordt de eerste opdracht van de tien woorden vervuld. Ook Jezus wil dat woord vervullen, daarom gaat Hij immers naar Jeruzalem. Ter plekke aangekomen, wordt Hij aangegrepen door een woede en stelt Hij een profetische handeling, helemaal in de lijn van wat andere profeten vóór Hem deden of zeiden. Jezus drijft de handelaars de tempel uit, onder het roepen van zijn profetische aanklacht: 'Maak van het huis van mijn Vader geen huis om handel te drijven!' En Hij formuleert zijn aanklacht niet voor niets in termen die Hij gedeeltelijk ontleent aan de profeet Zacharia.
De omstanders en getuigen van dit profetisch teken zijn verbaasd en verontrust: wie is Jezus dat Hij zoiets kan doen? Alleen wie door GOD gezonden is, heeft de bevoegdheid om zulk een teken te stellen. De plaatselijke leiders stellen Jezus voor het blok en vragen nota bene om een ander teken: laat ons maar zien waar jouw bevoegdheid op gestoeld is. Jezus geeft een antwoord dat, zoals zo vaak bij Johannes, verkeerd wordt geïnterpreteerd: 'Breek deze tempel af en in drie dagen zal Ik hem doen herrijzen.' Daar moeten zijn ondervragers nogal mee lachen: zie je wel, die man is niet goed bij zijn hoofd!
De leerlingen snappen het evenmin: waarom stelt Jezus uitgerekend op het Feest van de Vrijheid dit teken? Ze hebben tijd nodig. Jezus zal eerst zelf nog het Paaslam moeten worden. Pas dan, pas daarna zal bij hen het licht beginnen dagen.

 

PDF-bestand van deze commentaar

 

volg ons

over deze blog

Deze blog gaat op zoek naar de betekenis van Bijbelteksten.

In onze artikels wijzen we vaak de weg naar meer informatie die te vinden is in het Bijbelhuis.

Hier leest u ook artikels over onze bijzondere programmatie of evenementen.

Breng deze pagina regelmatig een bezoekje. Je vindt hier geregeld nieuwe teksten.

Jean Bastiaens, directeur van Bijbelhuis Zevenkerken.