A-cyclus zevenentwintigste zondag door het jaar

 Zondag 8 oktober 2017

  • Eerste lezing: Jesaja 5,1-7
  • Tweede lezing: Filippenzen 4,6-9
  • Evangelielezing: Matteüs 21,33-43
  • Ingesproken lezingen
  • Commentaar: God verwacht veel van zijn Kerk!

 

Jesaja 5,1-7

Eerste lezing uit de profeet Jesaja

 

De wijngaard van de HEER der hemelse machten  is het huis Israël.

 

Ik wil zingen voor mijn vriend,
zingen het lied van mijn vriend en zijn wijngaard.
Mijn vriend had een wijngaard,
die lag op een vruchtbare helling.
Hij spitte hem om en maakte hem vrij van stenen,
hij plantte er uitgelezen wingerden;
in het midden bouwde hij een toren
en hij kapte er een perskuip uit.
Toen hoopte hij druiven te krijgen,
maar de wijngaard gaf enkel wilde vruchten.
En nu, inwoners van Jeruzalem,
mannen van Juda,
nu moet gij de rechters zijn
over mij en mijn wijngaard!
Wat had ik nog meer kunnen doen voor mijn wijngaard
en heb ik voor hem niet gedaan?
Ik had op druiven gehoopt!
Waarom geeft hij mij wilde vruchten?
Ik zal u dan nu vertellen,
wat ik ga doen met mijn wijngaard.
Ik haal zijn omheining weg,
dat hij kaalgevreten kan worden.
Ik maak zijn muren stuk,
dat hij platgetrapt kan worden.
Ik maak van hem een verwilderd stuk grond;
hij wordt niet langer gesnoeid
en met geen hak meer bewerkt;
distels en dorens schieten er op,
en aan de wolken verbied ik
hun regen op hem te laten vallen.
De wijngaard van de Heer der hemelse machten
is het huis Israël.

 

 

Filippenzen 4,6-9

Tweede lezing uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Filippi

 

Houdt uw aandacht gevestigd op al wat waar is.


Broeders en zusters,
Weest onbezorgd.
Laat al uw wensen bij God bekend worden
in gebed en smeking, en nooit zonder dankzegging.
En de vrede van God, die alle begrip te boven gaat,
zal uw harten en uw gedachten behoeden in Christus Jezus.
Ten slotte, broeders en zusters,
houdt uw aandacht gevestigd op al wat waar is,
al wat edel is, wat rechtvaardig is en rein,
beminnelijk en aantrekkelijk,
op al wat deugd heet en lof verdient.
En brengt in praktijk wat u geleerd is en overgeleverd,
en wat gij van mij hebt gehoord en gezien.
Dan zal de God van vrede met u zijn.


Matteüs 21,33-43

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs

 

Het rijk Gods

 

In die tijd sprak Jezus
tot de hogepriesters en de oudsten van het volk:
"Luistert naar deze gelijkenis:
Er was eens een landeigenaar die een wijngaard aanlegde;
hij zette er een heining omheen,
hakte een wijnpers erin uit en bouwde een wachttoren.
Daarop verpachtte hij hem aan wijnbouwers
en vertrok naar den vreemde.
Toen de tijd van de oogst gekomen was,
zond hij zijn dienaren naar de wijnbouwers
om de opbrengst in ontvangst te nemen.
Maar de wijnbouwers grepen zijn dienaren vast.
Zij mishandelden de een, doodden de ander
en stenigden een derde.
Daarop zond hij andere dienaren, talrijker dan de eersten;
maar zij behandelden hen op dezelfde manier.
Ten slotte stuurde hij zijn zoon naar hen toe,
in de veronderstelling dat zij zijn zoon wel zouden ontzien.
Maar toen de wijnbouwers de zoon zagen,
zeiden ze onder elkaar:
"Dat is de erfgenaam;
vooruit, laten we hem vermoorden
en ons zijn erfenis toeëigenen."
Ze grepen hem vast,
wierpen hem de wijngaard uit en doodden hem.
Wanneer nu de eigenaar van de wijngaard komt,
wat zal hij dan wel met die wijnbouwers doen?"
Ze antwoordden Hem:
"Hij zal die misdadigers een ellendige dood doen sterven
en zijn wijngaard
zal hij aan andere wijnbouwers verpachten,
die hem de opbrengst
op de vastgestelde tijd zullen afdragen!"
Toen sprak Jezus tot hen:
"Hebt gij nooit in de Schrift gelezen:
De steen die de bouwlieden hebben afgekeurd,
is juist de hoeksteen geworden.
Op last van de Heer is dat gebeurd
en het is wonderbaar in onze ogen.
Daarom zeg Ik u:
Het Rijk Gods zal u ontnomen worden
en gegeven aan een volk
dat wel de vruchten daarvan opbrengt."

PDF-bestand van deze lezingen

 

Ingesproken lezingen

 

COMMENTAAR BIJ DE ZONDAGSLEZINGEN

– Jean Bastiaens –

GOD verwacht veel van zijn Kerk!

 

De lezingen van deze zondag zijn heel confronterend: ze bevragen ons op wat wij, christenen, van de Kerk gemaakt hebben. De Kerk is een gemeenschap van mensen die door GOD geroepen zijn, en die roeping is een gevolg van het leren kennen van Jezus. Tora en evangelie vormen samen het richtsnoer voor het handelen in en vanuit de Kerk. Deze gemeenschap moet een vrijplaats zijn voor mensen die gekwetst of kwetsbaar zijn, voor zondaars, hoeren en tollenaars – zie de evangelielezing van de vorige zondag. De deuren moeten wijd open staan, gastvrijheid staat als vaandel voor de poorten. De Kerk nodigt uit, in het besef dat het oordeel aan GOD toekomt, aan Hem alleen. Maar wat hebben wij ervan gemaakt? Is de gemeenschap van mensen een gebouw van stenen geworden dat wij in stand wensen te houden als een te koesteren bezit? Is de vaandel van de gastvrijheid vervangen door die van de opgeheven vinger? Is de mentaliteit van de pelgrim verruild voor de mentaliteit van wie denkt dat hij er al is?

In de eerste lezing horen we hoe de profeet Jesaja zijn volk op gelijkaardige manier bevraagt. Eerst zingt hij een liedje, een hoopvol en blijmoedig gestemd liedje: het gaat over een vriend die een wijngaard had en er alles voor deed opdat deze wijngaard een lusthof zou worden, beladen met de heerlijkste vruchten. Daartoe heeft hij zich uitgesloofd voor de wijngaard: de juiste grond gekozen, alles omgespit en vrij van stenen gemaakt, de beste loten geplant. En omdat hij overtuigd was van de opbrengst, bouwde hij ook al een toren en een perskuip. Wat verheugde deze vriend zich over wat zijn wijngaard zou kunnen worden!

Maar het is anders uitgedraaid. De wijngaard bracht slechts wilde vruchten voort, geen edele vruchten. Na het liedje volgt het rechtsgeding. De profeet roept het huis van Juda en het volk van Israël tot de orde: de eigenaar van de wijngaard zal deze voortaan aan zichzelf overlaten. Hijzelf trekt zich terug. Gevolg is dat wilde dieren de boel kaalvreten, dat de aanplanting vertrapt wordt, dat alles verwildert en verdort. GOD had van Israël de vruchten van de gerechtigheid verwacht, maar vindt het tegendeel. Hij is diep teleurgesteld. Het aanvankelijk lieflijk liedje blijkt nu een treurlied te zijn.

De overgang naar de evangelielezing is van hieruit niet groot. Jezus is in gesprek met de leden van het Sanhedrin: hogepriesters en oudsten (en dus niet met de Farizese leiders). Het Sanhedrin is het hoogste gezag en waakt over het welzijn van het volk en over de heilige plaats. Alles speelt zich af in Jeruzalem. Jezus vertelt hun een gelijkenis over een landeigenaar en zijn wijngaard. In het tweede deel van de gelijkenis vindt er een verschuiving plaats ten opzichte van het lied van Jesaja: de landeigenaar stuurt zijn dienaren om de opbrengst in ontvangst te nemen. Of er opbrengst is weten we niet, maar de dienaren van de landeigenaar worden gemolesteerd en zelfs gedood. Ten slotte stuurt de landeigenaar zijn zoon – maar ook deze wordt gegrepen en gedood, omdat de wijnbouwers zelf heer en meester willen worden over de wijngaard. Jezus stelt zijn gehoor de vraag wat er nu moet gebeuren. En de hogepriesters en oudsten horen zichzelf zeggen: ‘Hij zal die misdadigers een ellendige dood doen sterven en zijn wijngaard zal hij aan andere wijnbouwers verpachten.’ Zo zeggen zij, ironisch genoeg, zelf wat er hun te wachten zou kunnen staan.

Nu komt het meest delicate stukje van de evangelielezing. Jezus citeert Psalm 118 – een Paaspsalm over een GOD die redding brengt! – en eindigt met de woorden: ‘Het Koninkrijk van GOD zal u ontnomen worden en gegeven aan een volk dat wel de vruchten daarvan opbrengt.’ Tot wie zegt Jezus dit? Tot de leden van het Sanhedrin, tot de verantwoordelijke leiders van dat moment. Zij kunnen geen leiders meer zijn van het volk van GOD. Wat er bij dat leiderschap op het spel moet staan is niet de zorg om het land als zodanig, zelfs niet om de heilige stad en de tempel als zodanig, maar om het Koninkrijk van GOD.  Hun handelen is gediskwalificeerd, omdat zij de profetische stem in de kiem gesmoord hebben ten gunste van de eigen machtspositie. En hun handelen wordt gediskwalificeerd omdat zij nu hetzelfde zullen doen met Jezus, de Zoon: hem willen ze arresteren en uit de weg ruimen (zie Matteüs 21,46 – vergelijk dat met Mt 20,18).

Wie is dat ‘volk’ dat wel de vruchten van het Koninkrijk van GOD zal opbrengen? Het is het volk dat Jezus rond zich verzamelt. Waaruit bestaat dat nieuwe volk? Allereerst uit Joden: de twaalf apostelen, de vrouwen die met Jezus meereizen (Mt 27,55), Joodse leerlingen zoals de twee blinden die op de weg van Jericho door Jezus genezen werden. En dat volk zal later ook niet-Joden insluiten. Want het messiaanse volk – de Kerk – bestaat en moet bestaan uit Jood én heiden.

 

PDF-bestand van dit commentaar

volg ons

over deze blog

Deze blog gaat op zoek naar de betekenis van Bijbelteksten.

In onze artikels wijzen we vaak de weg naar meer informatie die te vinden is in het Bijbelhuis.

Hier leest u ook artikels over onze bijzondere programmatie of evenementen.

Breng deze pagina regelmatig een bezoekje. Je vindt hier geregeld nieuwe teksten.

Jean Bastiaens, directeur van Bijbelhuis Zevenkerken.