A-cyclus eenentwintigste zondag door het jaar

Zondag 27 augustus 2017

  • Eerste lezing: Jesaja 22,19-23
  • Tweede lezing: Romeinen 11,33-36
  • Evangelielezing: Matteüs 16,13-20
  • Ingesproken lezingen
  • Commentaar: Een stevig fundament voor het Petrusambt

 

Jesaja 22,19-23

Eerste lezing uit de profeet Jesaja

 

De sleutel van Davids huis

 

Zo spreekt de Heer tot Shebna, de overste van de tempel:
'Ik zal u van uw post verjagen
en u stoten uit uw ambt.
En dan zal Ik mijn dienaar roepen,
Eljakim, de zoon van Chilkia,
en hem bekleden met uw gewaad,
hem tooien met uw sjerp
en aan hem uw taak in handen geven.
Hij zal een vader zijn
voor de bewoners van Jeruzalem
en voor het huis van Juda.
De sleutel van Davids huis
zal Ik op zijn schouder leggen,
en als hij opendoet, zal niemand sluiten,
en als hij sluit, zal niemand opendoen.
Ik zal hem vastslaan
als een spijker op een stevige plek,
en hij wordt een erezetel
voor het huis van zijn vader.'
Zo spreekt de almachtige Heer.

 

Romeinen 11,33-36

Tweede lezing uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Rome

 

O onpeilbare rijkdom van Gods wijsheid en kennis

 

O onpeilbare rijkdom van Gods wijsheid en kennis!
Hoe ondoorgrondelijk zijn zijn beslissingen,
hoe onnaspeurlijk zijn wegen!
Wie kent de gedachte des Heren?
Wie is zijn raadsman geweest?
Wie kan vergoeding eisen
voor wat hij God heeft gegeven?
Want uit Hem en door Hem en voor Hem
zijn alle dingen.
Hem zij de glorie in eeuwigheid! Amen.

 

MatteÜs 16,13-20

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs

 

Ik zal u de sleutels geven van het Rijk der hemelen

 

In die tijd kwam Jezus in de streek van Caesarea van Filippus
en Hij stelde zijn leerlingen deze vraag:
'Wie is, volgens de opvatting van de mensen, de Mensenzoon?'
Zij antwoordden:
'Sommigen zeggen Johannes de Doper, anderen Elia,
weer anderen Jeremia of een van de profeten.'
'Maar gij - sprak Hij tot hen -, wie zegt gij dat Ik ben?'
Simon Petrus antwoordde:
'Gij zijt de Christus, de messias, de Zoon van de levende God.'
Jezus hernam:
'Zalig zijt gij, Simon, zoon van Jona,
want niet vlees en bloed hebben u dit geopenbaard
maar mijn Vader die in de hemel is.
Op mijn beurt zeg Ik u:
Gij zijt Petrus;
en op deze steenrots zal Ik mijn kerk bouwen
en de poorten der hel zullen haar niet overweldigen.
Ik zal u de sleutels geven van het Rijk der hemelen
en wat gij zult binden op aarde zal ook in de hemel gebonden zijn,
en wat gij zult ontbinden op aarde
zal ook in de hemel ontbonden zijn.'
Daarop verbood Hij zijn leerlingen nadrukkelijk
iemand te zeggen, dat Hij de Christus was.

PDF-bestand van deze lezingen

 

Ingesproken lezingen


 

COMMENTAAR

Jean Bastiaens

Een stevig fundament voor het Petrusambt

 

De eerste lezing en de evangelielezing van deze zondag gaan over 'sleutelmacht': de bevoegdheid die mensen in handen krijgen om op het hoogste niveau 'deuren te openen' en besluiten te bekrachtigen. Voor we daar op ingaan, kijken we in het kort naar de tweede lezing. Die lezing is het slot van hfd. 9-11 uit de Brief aan de Romeinen, dat wil zeggen het slot van het gedeelte waarin Paulus uitvoerig heeft nagedacht over de relatie tussen het volk Israël en de andere volken, de 'heidenen'. Volgens Paulus dagen de niet-Joodse volgelingen van Jezus het volk van Jezus uit om zich te laten aanspreken door deze nieuwe leer met gezag. Hij eindigt zijn hartstochtelijk betoog met een grote doxologie, en die doxologie is de tweede lezing voor deze zondag. Paulus is er rotsvast van overtuigd dat zijn volksgenoten zich eenmaal zullen toekeren naar Jezus, het maakt deel uit van het goddelijk plan. Aan GOD komt alle eer toe, want Hij zal niet aflaten om te juister tijd jood en heiden binnen een en hetzelfde verbond te verzamelen. Derhalve moeten ook wij er alles aan doen om onophoudelijk te werken aan de verzoening van jood en heiden, want een Kerk die niet in dialoog is met het Joodse volk is een Kerk zonder fundament. Op dat punt houdt Paulus ons scherp.

In de eerste lezing gaat het over een man met een hoge rang. Zijn naam is Shebna, hij is een soort eerste minister van de koning. Maar zijn gedrag stemt niet met zijn ambt overeen, zodat hij uit zijn ambt verstoten zal worden. De sleutelmacht die hij bezit vaak is de 'sleuteldrager' belangrijker voor het bestuur dan de koning zelf zal worden overgedragen aan iemand die het ambt wel waardig zal uitoefenen. Dat is Eljakim. Hij zal het huis van Israël besturen als een echte vader, en de sleutelmacht die hij zal krijgen zal hij dan ook effectief kunnen uitvoeren het volk zal zijn besluiten toejuichen en bekrachtigen. Al in een vroeg stadium werd deze tekst in een messiaans perspectief gelezen en toegepast op Jezus (zie Openbaring 3,7).

Ook in de evangelielezing gaat het om sleutelmacht. De lezing figureert als een kantelmoment in het Matteüsevangelie. Jezus neemt zijn leerlingen apart, ver weg van het volk, buiten de grens van Galilea, in de buurt van Caesarea van Filippus. Het gaat over iets heel delicaats: de identiteit van Jezus. Wat zeggen de mensen allemaal over Jezus, hoe kijken ze naar hem? Het antwoord van de leerlingen op deze vraag is niet niks: de mensen hebben daadwerkelijk hoge verwachtingen van Jezus. Want ze zien in hem een profeet zoals Johannes de Doper, ja zelfs een machtig profeet zoals Elia, de voorbode van de messiaanse tijd. En sommigen denken aan de hartstochtelijke profeet Jeremia wanneer ze Jezus horen en zien optreden. Maar hoe kijken zijn eigen leerlingen nu naar Jezus? Simon Petrus vertolkt het gevoelen van de groep, en ze zijn de eersten die het magische woord durven uitspreken: voor hen is Jezus de messias! In de tijd waarin Jezus leeft, heeft het woord 'messias' geen ongevaarlijke bijklanken, want het kan gemakkelijk geassocieerd worden met verzet tegen de heersende machten. Het heeft dus lang geduurd eer het hoge woord eruit was. En Simon verduidelijkt de titel met een andere messiaanse titel: 'Zoon van de levende GOD'. Werd zo de gezalfde koning niet genoemd? (Psalm 2,7)

De leerlingen kijken Jezus gespannen aan. Hoe zal Hij reageren op deze belijdenis? Zal Hij beamen wat ze in Hem zien? Wat een opluchting is het, wanneer Jezus zijn reactie begint met een zaligspreking: 'Zalig ben jij, Simon, zoon van Jona.' En Jezus gaat nog een hele stap verder wanneer Hij verklaart dat deze belijdenis hun is ingegeven door de Vader in de hemel. Oef! Het is dus waar: Jezus is de messias! Maar wat de leerlingen zo lang voor zich hebben gehouden, mogen ze ook nu niet naar buiten brengen. Jezus verbiedt hun zelfs om ook maar aan iemand te zeggen dat Hij inderdaad de messias is veel te gevaarlijk, in tal van opzichten! Jezus weet dat er nog heel wat uitgeklaard zal moeten worden.

Maar Simon krijgt zijn zaligspreking, nu al. Het is een mooie, treffende parallel: zoals Simon Jezus heeft beleden als de messias (Lectionarium: 'de Christus'), zo zal Jezus nu Simon belijden als 'de steenrots', als Petrus dus, want dat is Grieks voor 'steenrots'. Petrus is dus eigenlijk geen naam, maar een titel. Zoals Christus eigenlijk ook geen naam is, maar een titel.

Wat zegt Jezus? Op de belijdenis van Simon en de andere leerlingen, zal Jezus verder kunnen bouwen. Simon wordt de 'rots' waarop Jezus zijn messiaanse gemeenschap zal kunnen vestigen. Deze messiaanse gemeenschap heet 'kerk': gemeenschap van geroepenen. Voor die gemeenschap zal Simon sleuteldrager zijn: een vader die de besluiten van de gemeenschap verzamelt en bekrachtigt en die zo de toegang naar het Koninkrijk van de Hemel open houdt.

 

PDF-bestand van dit commentaar

volg ons

over deze blog

Deze blog gaat op zoek naar de betekenis van Bijbelteksten.

In onze artikels wijzen we vaak de weg naar meer informatie die te vinden is in het Bijbelhuis.

Hier leest u ook artikels over onze bijzondere programmatie of evenementen.

Breng deze pagina regelmatig een bezoekje. Je vindt hier geregeld nieuwe teksten.

Jean Bastiaens, directeur van Bijbelhuis Zevenkerken.