A-cyclus negentiende zondag door het jaar

Zondag 13 augustus 2017

  • Eerste lezing: 1 Koningen 19,9a.11-13a
  • Tweede lezing: Romeinen 9,1-5
  • Evangelielezing: Matteüs 14,22-33
  • Ingesproken lezingen
  • Commentaar: Elia en Petrus hebben een lesje te leren

 

 

1 Koningen 19,9a.11-13a

Eerste lezing uit het eerste boek der Koningen

In die dagen kwam de profeet Elia bij Goreb, de berg van God

 

In die dagen kwam de profeet Elia bij de Horeb, de berg van God.
Daar ging hij een grot binnen en overnachtte er.
Maar de Heer zei tot hem:
"Ga naar buiten en treed aan voor de Heer op de berg."
Toen trok de Heer voorbij.
Voor Hem uit ging een hevige storm,
die bergen deed splijten en rotsen verbrijzelde.
Maar de Heer was niet in de storm.
Op de storm volgde een aardbeving.
Maar ook in de aardbeving was de Heer niet.
Op de aardbeving volgde vuur.
Maar ook in het vuur was de Heer niet.
Op het vuur volgde het suizen van een zachte bries.
Zodra Elia dit hoorde,
bedekte hij zijn gezicht met zijn mantel,
ging naar buiten en bleef staan
aan de ingang van de grot.

 


Romeinen 9,1-5

Tweede lezing uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Rome

 

Uit hen komt de Christus voort naar het vlees

 

Broeders en zusters,
Ik spreek de waarheid in Christus, ik lieg niet,
mijn geweten waarborgt het mij in de heilige Geest:
in mijn hart is grote droefheid
en een pijn die niet ophoudt.
Waarlijk, ik zou wensen
zelf vervloekt en van Christus gescheiden te zijn,
als ik mijn broeders en stamverwanten daarmee kon helpen.
Immers, zij zijn Israëlieten,
hun behoort de aanneming tot zonen,
de heerlijkheid, de verbonden, de wetgeving,
de eredienst en de beloften;
van hen zijn de aartsvaders
en uit hen komt de Christus voort naar het vlees,
die, boven alles verheven, God is:
de gezegende tot in de eeuwigheid! Amen.

 

MatteÜs 14,22-33

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs

 

"Kleingelovige, waarom hebt ge getwijfeld?"

 

Na de broodvermenigvuldiging
dwong Jezus zijn leerlingen in de boot te gaan
en alvast naar de overkant te varen,
terwijl Hij het volk naar huis zou zenden.
Toen Hij het volk had weggezonden,
ging Hij de berg op om in afzondering te bidden.
De avond viel en Hij was daar alleen.
De boot was reeds een heel eind uit de kust verwijderd
en werd geteisterd door de golven,
want zij hadden tegenwind.
Tegen de morgen
kwam Jezus te voet over het meer naar hen toe.
Maar toen de leerlingen Hem zo over het meer zagen gaan,
raakten zij van streek
omdat zij een spook meenden te zien
en zij begonnen van angst te schreeuwen.
Maar Jezus zei onmiddellijk tot hen:
"Weest gerust, Ik ben het.
Vreest niet."
"Heer, - antwoordde Petrus - als Gij het zijt,
zeg mij dan dat ik over het water naar U toe moet komen."
Waarop Jezus sprak:
"Kom!"
Petrus stapte uit de boot
en liep over het water naar Jezus toe.
Maar toen hij merkte hoe hevig de wind was,
werd hij bang;
hij begon te zinken en schreeuwde:
"Heer, red mij!"
Terstond stak Jezus zijn hand uit en greep hem vast,
terwijl Hij tot hem zei:
"Kleingelovige,
waarom hebt ge getwijfeld?"
Nadat zij in de boot gestapt waren,
ging de wind liggen.
De inzittenden wierpen zich voor Hem neer en zeiden:
"Waarlijk, Gij zijt de Zoon van God."

PDF-Bestand van bovenstaande lezingen

 

Ingesproken lezingen

 

COMMENTAAR

Jean Bastiaens

Elia en Petrus hebben een lesje te leren


De lezingen van deze zondag zijn buitengewoon rijk. Dit is nu echte spijs die ons kan voeden, die ons gemoed kan opbouwen en die onze gemeenschap hechter kan maken. Laten we beginnen met de tweede lezing uit de Romeinenbrief. Hoe kort deze lezing ook is, het belang ervan kan moeilijk onderschat worden. De tekst is een samenvatting van het thema dat Paulus drie hoofdstukken lang zal uitdiepen (Romeinen 9-11) en dat handelt over de relatie tussen de Jezusgemeente en het Joodse volk. De Jood Paulus lijdt aan het feit dat de meerderheid van zijn 'broeders en stamverwanten' Jezus niet kunnen erkennen als de messias van Israël. Hij zou er alles voor over hebben mochten al zijn volksgenoten Jezus werkelijk leren kennen als degene die alle beloften die aan Israël gedaan werden, vervult en realiseert. Maar de tijden zitten niet mee: er is de Romeinse bezetting en de daarmee gepaard gaande spanningen, de verdeeldheid onder het Joodse volk dat in allerlei politieke en religieuze stromingen uiteenvalt, de sterk uiteenlopende visies op de komst van de messias. Voor Paulus zijn in Christus ' de messias ' een aantal fundamentele breuklijnen opgeheven: want in Hem 'zijn er geen Joden of heidenen meer, geen slaven of vrijen, geen mannen of vrouwen' (Galaten 3,28). Deze radicale omwenteling valt niet overal in goede aarde. Maar Paulus is er rotsvast van overtuigd dat het Joodse volk als geheel eenmaal tot het inzicht zal komen dat GOD in Jezus vertroosting en heil is komen brengen. Hij somt nog eens op waarom dit zo zal zijn: want zij zijn Israëlieten, zij zijn door GOD aangenomen als zijn kinderen, aan hen heeft GOD zijn heerlijkheid geopenbaard, zijn verbonden geschonken enz. Paulus eindigt deze opsomming door te zeggen dat zijn broeders, het Joodse volk, van de aartsvaders afstammen en dat uit hen Christus is voortgekomen. In de meeslepende tekst die hierop zal volgen (hfd. 9-11), zal Paulus het visioen openhouden dat zijn broeders eenmaal de barmhartigheid van GOD zullen aannemen en dat heel het volk van Israël gered zal worden. Dit visioen heeft de Kerk helaas al te dikwijls verduisterd. Ik zou me ' om in de retorische stijl van Paulus te blijven ' de haren uit het hoofd willen trekken, moest ik de voorgangers in dit land ertoe kunnen bewegen om deze fundamentele lezing en de andere lezingen van Paulus niet te weren uit de zondagse liturgie!
De eerste lezing en het evangelie van deze zondag horen bij elkaar. In de eerste lezing horen we hoe GOD aan Elia verschijnt. Elia heeft er een voettocht van veertig dagen en veertig nachten opzitten. Hij is aangekomen bij de Horeb, ook wel de Sinai genaamd, de berg waar ook Mozes ooit, in een kloof, een Godsopenbaring heeft gehad. Elia is moe. Hij had gestreden tegen de profeten die handlangers geworden waren van de Baalreligie. Hij had tegenstanders gedood en was uiteindelijk op de vlucht geslagen voor de vrouw die het op zijn leven gemunt had: Izebel. Elia vluchtte weg, totaal alleen, en verzonk in een depressie. Een engel wist hem uit zijn verlamming te halen en zette hem aan om iets te eten en te drinken. Daarna ging Elia dus naar de Horeb. Wanneer hij daar aankomt en op de berg in een grot wil overnachten, verschijnt GOD aan hem. Maar GOD verschijnt niet aan hem zoals destijds op de Sinai, toen Hij neerdaalde in vuur, terwijl de aarde hevig trilde en in rook gehuld was (Exodus 19,16-18). Nee, nu is GOD juist niet te vinden in de geweldige elementen van storm of aardbeving of vuur. Integendeel, nu is GOD te vinden in iets heel kwetsbaars en heel stils, iets zo zacht als 'het suizen van een zachte bries'. Na alles wat Elia heeft meegemaakt, moet hij zijn gewelddadig en eenzaam optreden alsook zijn godsbeeld bijstellen. GOD leert Elia een lesje.
Wat we hier te horen krijgen, gaat terug op een diep menselijke ervaring. Ons geloofsleven kent, als het goed is, een bepaalde leercurve. We groeien op met bepaalde godsbeelden, die we dan later weer moeten loslaten. Dikwijls hebben we, onbewust, in onze jeugd een godsbeeld aangenomen dat later helemaal niet meer bij ons past. Maar ook los daarvan moeten we onze beelden van GOD telkens weer bijstellen, omdat geen enkel beeld het geheim van GOD volledig en juist kan weergeven.
Simon Petrus heeft ook een lesje te leren. Na de wonderlijke gebeurtenis van 'vijf broden en twee vissen' trekt Jezus zich terug om de nacht in gebed door te brengen. De leerlingen stuurt hij vooruit, naar de overkant van het meer. Na het succes van het broodwonder, krijgen de leerlingen nu te maken met tegenwind. Het is nacht. De zee wordt woelig. Ze komen niet meer vooruit. Een storm steekt op. En dan opeens is Jezus daar. De leerlingen hebben ieder onderscheidingsvermogen verloren en denken een spook te zien. Jezus komt op hen af, en spreekt de woorden: 'Vrees niet. Ik ben!' Het klinkt als een echo van de Godsnaam JHWH: ik-zal-er-zijn. Nu vat Petrus moed. Maar moed en overmoed liggen bij hem dicht bij elkaar, zodat hij ' aan angst ten prooi ' door de zee dreigt opgeslokt te worden. En hij roept en bidt, zoals Jona: 'HEER, red mij!' En Jezus redt hem. Het geloof en het vertrouwen van Petrus zullen nog verder uitgepuurd moeten worden.

PDF-Bestand van deze commentaar

 

volg ons

over deze blog

Deze blog gaat op zoek naar de betekenis van Bijbelteksten.

In onze artikels wijzen we vaak de weg naar meer informatie die te vinden is in het Bijbelhuis.

Hier leest u ook artikels over onze bijzondere programmatie of evenementen.

Breng deze pagina regelmatig een bezoekje. Je vindt hier geregeld nieuwe teksten.

Jean Bastiaens, directeur van Bijbelhuis Zevenkerken.