A-cyclus zestiende zondag door het jaar

 Zondag 23 juli 2017

  • Eerste lezing: Wijsheid 12,13.16-19
  • Tweede lezing: Romeinen 8,26-27
  • Evangelielezing: Matteüs 13,24-43
  • Ingesproken lezingen
  • Commentaar: De zachtheid van GOD

 

Wijsheid 12,13.16-19

Eerste lezing uit het boek Wijsheid

 

Hij bestuurt ons met veel goedertierenheid

 

Naast U is er geen andere God
die zorg draagt voor alles,
geen andere God, voor wie Gij waar zoudt moeten maken
dat Gij niet onrechtvaardig hebt geoordeeld.
Uw macht is de grond van uw rechtvaardigheid,
en omdat Gij over allen heerst,
behandelt Gij allen ook met zachtheid.
Waar men aan uw volstrekte macht niet gelooft,
daar toont Gij uw kracht
en bij hen die haar ervaren hebben,
neemt Gij alle grond tot overmoed weg.
Gij echter, die over de macht beschikt,
met veel zachtheid spreekt Gij uw oordeel uit
en Gij bestuurt ons met veel goedertierenheid,
want Gij kunt uw macht tonen, wanneer Gij maar wilt.
Door zo te doen hebt Gij uw volk geleerd,
dat de rechtvaardige een vriend van de mensen moet zijn,
en hebt Gij uw zonen hoopvol gestemd
dat Gij, daar waar gezondigd wordt,
de kans tot inkeer biedt.

 

Romeinen 8,26-27

Tweede lezing uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Rome

 

De Geest komt onze zwakheid te hulp

 

Broeders en zusters,

De Geest komt onze zwakheid te hulp.
Want wij weten niet eens hoe wij behoren te bidden,
maar de Geest zelf pleit voor ons
met onuitsprekelijke verzuchtingen.
En Hij die de harten doorgrondt,
weet waar de Geest op zint,
want Hij pleit voor de heiligen naar Gods bedoeling.

 

Matteüs 13,24-43

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs

 

De oogst is het einde van de wereld

 

In die tijd hield Jezus de menigte deze gelijkenis voor:
"Het Rijk der hemelen gelijkt op een man
die op zijn akker goed zaad had gezaaid,
maar terwijl de mensen sliepen, kwam zijn vijand,
zaaide onkruid tussen de tarwe en ging heen.
Toen de halmen opgeschoten waren en vrucht hadden gezet,
was ook het onkruid te zien.
Nu gingen de knechten naar hun meester en zeiden hem:
"Heer, ge hebt toch goed zaad op uw akker gezaaid?
Hoe komt het dan dat er onkruid op staat?"
Hij antwoordde hun:
"Dat is het werk van een vijand".
De knechten zeiden tot hem:
"Wilt ge dan dat we het bijeengaren?"
Maar hij zei:
"Neen, ik ben bang dat ge, wanneer ge het onkruid bijeengaart,
de tarwe mee uittrekt.
Laat beide samen opgroeien tot de oogst,
en met de oogsttijd zal ik de maaiers zeggen:
Haalt eerst het onkruid bijeen
en bindt het in bussels om te verbranden;
maar slaat de tarwe op in mijn schuur."

(Een andere gelijkenis hield Jezus hun voor:
"Het Rijk der hemelen gelijkt op een mosterdzaadje,
dat iemand op zijn akker zaaide.
Dat is wel het allerkleinste zaadje,
maar wanneer het is opgeschoten,
is het groter dan de andere tuingewassen;
het wordt een boom,
zodat de vogels in zijn takken komen nestelen."
Nog een andere gelijkenis vertelde Jezus hun:
"Het Rijk der hemelen gelijkt op gist,
die een vrouw in drie maten bloem verwerkte,
totdat deze in hun geheel gegist waren."

Dit alles sprak Jezus tot het volk in gelijkenissen
en zonder gelijkenissen leerde Hij hun niets,
opdat in vervulling zou gaan het door de profeet gesproken woord:
"Ik zal mijn mond openen in gelijkenissen,
Ik zal openbaren
wat verborgen is geweest vanaf de grondvesting der wereld."

Toen liet Hij de menigte gaan en keerde naar huis terug.
Zijn leerlingen kwamen nu naar Hem toe en zeiden:
"Leg ons de gelijkenis uit van dat onkruid op de akker."
Hij gaf hun ten antwoord:
"Die het goede zaad zaait, is de Mensenzoon;
de akker is de wereld;
het goede zaad, dat zijn de kinderen van het Rijk;
het onkruid de kinderen van het kwaad,
en de vijand die het zaaide, is de duivel.
De oogst is het einde van de wereld
en de maaiers zijn de engelen.
Zoals nu het onkruid wordt bijeengebracht en in het vuur verbrand,
zo zal het ook gaan op het einde van de wereld.
De Mensenzoon zal zijn engelen uitzenden
en zij zullen uit zijn Rijk bijeenbrengen
allen die tot zonde verleiden en ongerechtigheid bedrijven
om hen in de vuuroven te werpen,
waar geween zal zijn en tandengeknars.
Dan zullen de rechtvaardigen in het Koninkrijk van hun Vader
schitteren als de zon.
Wie oren heeft, hij luistere.")

 

Ingesproken lezingen

 

COMMENTAAR

– Jean Bastiaens –

De zachtheid van GOD

 

De Hebreeuwse Bijbel bestaat uit drie delen: Tora (u weet wel: de 'reisgids' voor onderweg), Profetie, en Wijsheid & Gebed. Het hart van dat geheel is de Tora: daarin ligt het visioen van GOD met deze wereld verwoord, dat is de blauwdruk voor het leven in een land 'van melk en honing'. Dat visioen is niet naïef, integendeel: het is uiterst realistisch, geënt op de sterktes en de zwaktes van het mensengeslacht. Rond de Tora hebben zich de profeten geschaard. Hun opdracht is de Tora te bewaken en door te geven in telkens nieuwe omstandigheden. En rond de profeten staan de wijzen en rechtvaardigen: zij laten zien hoe men met de inspiratie van Tora en Profeten het dagelijks leven vorm kan geven. Je kunt het je visueel ook zo voorstellen: in het midden van de kring staat Mozes, in een kring rondom hem staan de profeten, en in nog wijdere kring rond de profeten staan de wijzen en rechtvaardigen. Samen vormen zij de heilige gemeenschap van Israël, het volk van GOD. Ze zijn geroepen om een gemeenschap van heiligen te zijn, dat wil zeggen van mensen die zich willen toewijden aan GOD. En van deze gemeenschap is Jezus de messias, in wie alle beloften tot vervulling komen. Krachtens deze beloften wordt het beloofde land verwijd tot het visioen van het Koninkrijk van de Hemel. En krachtens deze beloften krijgen ook de volken deel aan het heil van Godswege voor zijn volk.

De eerste lezing komt uit de buitenste kring, die van de wijzen en rechtvaardigen. De lezing is in feite een gebed tot GOD 'die zorg draagt voor alles'. De tekst is een zeer mooie beschouwing over de 'macht' van GOD: deze macht uit zich hierin dat hij alles behandelt 'met zachtheid'. Het is geen overweldigende macht, geen macht die zich uit in geweld – zoals dat in onze wereld schering en inslag is. De macht van GOD is zijn goedheid en 'de zachtheid waarmee hij een oordeel uitspreekt'. Want GOD is telkens weer uit op vergeving, en hij wil ons – wanneer we gezondigd hebben – de 'kans tot inkeer' bieden. En juist hierin mag de mens GOD navolgen: door naar GOD te kijken, kan de rechtvaardige ook zelf 'een vriend van de mensen' worden. Wij zijn geroepen om de mensen met een open geest, een gastvrij hart en met welwillendheid tegemoet te treden. Op die manier maken we deel uit van de kring van wijzen en rechtvaardigen.

De tweede lezing is zelf geen gebed, maar gaat wel over het bidden. Soms stromen de woorden spontaan uit onze mond, maar het gebeurt ook dat de omstandigheden zo complex zijn, dat we niet meer weten hoe we moeten bidden. Soms vallen we helemaal stil, en lijkt GOD ver weg. Paulus maant ons aan om nooit te wanhopen. De lezing beslaat twee volzinnen, en driemaal klinkt daarin het woord 'Geest': de Geest komt ons te hulp, meer nog, de Geest bidt en pleit voor ons, ook wanneer we het niet meer zien zitten. Wanneer we niet meer kunnen bidden, kunnen we het zo stil maken in onszelf dat we het gebed van de heilige Geest in ons binnenste horen. 'GOD draagt zorg voor alles', hoorden we in de eerste lezing, ook wanneer de woorden ons ontvallen.
De evangelielezing vertelt ons ook iets over de 'zachtheid' van GOD. Het begin en het einde van de lezing omsluiten het geheel: de parabel van de man die goed zaad had gezaaid (A) en een uitleg daarvan (A'). Daartussen vinden we twee kleinere gelijkenissen (over het mosterdzaadje en over 'gist in drie maten bloem') en een korte duiding over het feit dat Jezus nu uitsluitend in gelijkenissen spreekt. Ik focus op de eerste gelijkenis. Een gelijkenis vertelt iets over de wijze waarop het Koninkrijk van de Hemel nabij komt, of hoe het er daar aan toe gaat. Welnu, in het Koninkrijk van de Hemel moeten tarwe en onkruid samen opgroeien. Daar is geen plaats voor puristen of fanatici die zeggen dat er voor onkruid geen plaats kan zijn. Een wereld van uitsluitend 'tarwe' bestaat niet, of het moest zijn dat we zo'n wereld met geweld in het leven zouden willen roepen – maar dan houdt de tarwe op om symbool voor het goede te zijn. Nee, het oordeel is aan GOD. En, zo vernamen we in de eerste lezing: 'Met veel zachtheid spreekt Gij uw oordeel uit'. De zachtheid van GOD uit zich hier vooral in het feit dat de rechtvaardigen het recht niet in eigen handen mogen nemen. Niet wij oordelen, we kunnen dat trouwens niet. Het is GOD die oordeelt. En wanneer dat gebeurt, zal wel duidelijk worden dat wat niet standhoudt in het vuur verdwijnt.

Aan het einde (A') wordt een bepaalde uitleg gegeven aan de gelijkenis. 'Wat niet standhoudt' wordt hier: 'Wie niet standhoudt'. De gelijkenis zelf (A) kun je op drie niveaus lezen: als slaande op een realiteit die zich in ons eigenlijk innerlijk afspeelt (1), als slaande op een tweespalt in de eigen gemeenschap (2 - denk aan de bestrijding van de 'valse profeten' in het Matteüsevangelie) of als slaande op de kinderen van het Rijk versus de kinderen van het Kwaad (3). De uitleg (A') bewandelt alleen het derde pad.

Het kwaad houdt uiteindelijk geen stand. En de bedrijvers van ongerechtigheid houden uiteindelijk geen stand. Maar alleen GOD en de Mensenzoon kunnen het kluwen ontwarren.

volg ons

over deze blog

Deze blog gaat op zoek naar de betekenis van Bijbelteksten.

In onze artikels wijzen we vaak de weg naar meer informatie die te vinden is in het Bijbelhuis.

Hier leest u ook artikels over onze bijzondere programmatie of evenementen.

Breng deze pagina regelmatig een bezoekje. Je vindt hier geregeld nieuwe teksten.

Jean Bastiaens, directeur van Bijbelhuis Zevenkerken.