A-cyclus vijftiende zondag door het jaar

 Zondag 16 juli 2017 

  • Eerste lezing: Jesaja 55, 10-11
  • Tweede lezing: Romeinen 8, 18-23
  • Evangelielezing: Matteüs 13, 1-23
  • Ingesproken lezingen
  • Commentaar: Hoor, Israël

 

jesaja 55, 10-11

Eerste lezing uit het boek Jesaja

 

Het woord keert niet vruchteloos terug

 

Zo spreekt de Heer:

„Zoals de regen en de sneeuw uit de hemel vallen
en daar pas terugkeren
wanneer zij de aarde hebben gedrenkt,
haar vruchtbaar hebben gemaakt
en haar met groen hebben bedekt,
wanneer zij het zaad aan de zaaier hebben gegeven,
en het brood aan wie moet eten;
zó zal het ook gaan met het woord dat komt uit mijn mond;
het keert niet vruchteloos naar Mij terug,
het keert pas weer wanneer het mijn wil heeft volbracht
en zijn zending heeft vervuld.”

  

 

romeinen 8, 18-23

Tweede lezing uit de brief van de Heilige apostel Paulus aan de Christenen van Rome

 

Openbaring

 

Broeders en zusters,

Ik ben ervan overtuigd, dat het lijden van deze tijd
niet opweegt tegen de heerlijkheid
waarvan ons de openbaring te wachten staat.
Ook de schepping verlangt vurig naar de openbaring van Gods kinderen.
Want zij is onderworpen aan een zinloos bestaan,
niet omdat zij het zelf wil,
maar door de wil van Hem die haar daaraan onderworpen heeft.
Maar zij is niet zonder hoop,
want ook de schepping zal verlost worden
uit de slavernij der vergankelijkheid
en delen in de glorierijke vrijheid van de kinderen Gods.
Wij weten immers dat de hele natuur kreunt
en barensweeën lijdt, altijd door.
En niet alleen zij, ook wijzelf,
die toch reeds de eerstelingen van de Geest hebben ontvangen,
ook wij zuchten over ons eigen lot,
zolang wij nog wachten op de verlossing van ons lichaam.



matteüs 13, 1-23

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs

 

De zaaier

 

Op zekere dag had Jezus zijn huis verlaten
en zat aan de oever van het meer.
Toen verzamelde zich bij Hem een menigte zó talrijk,
dat Hij in een boot moest stappen om daarin plaats te nemen,
terwijl de hele menigte langs het strand bleef staan.
Hij sprak tot hen over vele dingen in gelijkenissen.
„Eens,” zo begon Hij, „ging een zaaier uit om te zaaien.
Bij het zaaien viel een gedeelte op de weg
en de vogels kwamen het opeten.
Een ander gedeelte viel op de rotsachtige plekken,
waar het niet veel aarde had;
het schoot snel op, omdat het in ondiepe grond lag.
Toen de zon was opgekomen,
kreeg het te lijden van de hitte,
zodat het verdorde bij gebrek aan wortel.
Weer een ander gedeelte viel onder de distels
en deze schoten op, zodat het verstikte.
Een ander gedeelte ten slotte viel op goede grond
en leverde vrucht op:
deels honderd-, deels zestig-, deels dertigvoudig.
Wie oren heeft, hij luistere.”
Zijn leerlingen kwamen Hem vragen:
„Waarom spreekt Gij tot hen in gelijkenissen?”
Hij gaf hun ten antwoord:
„Aan u is het gegeven de geheimen
van het Rijk der hemelen te kennen,
maar aan hen is het niet gegeven.
Aan wie heeft, zal gegeven worden, en wel in overvloed;
maar wie niet heeft, hem zal nog ontnomen worden, zelfs wat hij heeft.
Als Ik tot hen spreek in gelijkenissen,
dan is het omdat zij, ofschoon zij ogen hebben,
niet zien en ofschoon zij oren hebben, niet horen of begrijpen.”
„Zo wordt in hen de profetie van Jesaja vervuld die aldus luidt:
‘Met uw oren zult gij luisteren en toch niet verstaan,
met uw ogen zult gij kijken en toch niet zien.’
Want verhard is het hart van dit volk,
met hun oren luisteren ze slecht en hun ogen doen zij dicht,
uit vrees dat zij zouden zien met hun ogen,
met hun oren zouden horen,
met hun hart zouden verstaan,
zich zouden bekeren en Ik zou hen genezen.”
„Maar gelukkig úw ogen, omdat zij zien, en úw oren, omdat zij horen!
Want voorwaar, Ik zeg u:
‘Vele profeten en rechtvaardigen hebben verlangd te zien wat gij ziet,
maar zij hebben het niet gezien;
en te horen wat gij hoort, maar zij hebben het niet gehoord’.”
„Gij dan, luistert naar de gelijkenis van de zaaier:
zo dikwijls iemand het woord van het Koninkrijk wel hoort maar niet begrijpt,
komt de boze en rooft weg wat gezaaid ligt in zijn hart;
dat is hij die op de weg gezaaid is.
Die op rotsachtige plekken werd gezaaid,
is hij die het woord hoort en het terstond met blijdschap opneemt:
maar hij heeft geen wortel geschoten,
hij leeft bij het ogenblik,
en als hij omwille van het woord verdrukt of vervolgd wordt,
komt hij onmiddellijk ten val.
Die gezaaid werd tussen distels is hij die het woord wel hoort,
maar dit wordt door de zorgen van de wereld
en de begoocheling van de rijkdom verstikt
en zo blijft het zonder vruchten.
Maar die in goede aarde werd gezaaid,
is hij die het woord hoort en begrijpt
en daarom vrucht draagt:
bij de een is de opbrengst honderdvoudig,
bij een ander zestigvoudig en bij een ander dertigvoudig.”

PDF-document met deze lezingen 

 

Ingesproken lezingen

 

commentaar

– Jean Bastiaens –

Hoor, Israël


Voor veel mensen van vandaag is de persoon van Jezus een vage gestalte. Ze bezochten in hun jeugd een katholieke school en hoorden daar een en ander over de Bijbel en over Jezus. Maar dat alles is vervaagd en werd vermengd met beelden uit de media en spaarzaam bijgewoonde liturgische vieringen. De prikkel om echt te weten wie die Jezus van Nazaret nu was en wat Hij deed, ontbreekt. Nochtans is dat wat er nodig is: een gezonde nieuwsgierigheid en een zekere openheid voor een persoon die de wereldgeschiedenis ingrijpend veranderde en die tot op de dag van vandaag miljoenen mensen in beweging brengt. Nieuwsgierigheid, openheid, intellectuele eerlijkheid – dat is de grondslag op basis waarvan een kennismaking met Jezus echt mogelijk is. Jezus en het christendom wachten erop om herontdekt te worden.

In de eerste lezing horen we dat het woord van GOD – en dat geldt dus ook voor het woord van Jezus – een kracht in zich draagt die losstaat van onze intenties. De lezing vormt ongeveer het einde van het tweede deel van het boek Jesaja dat gaat over de uittocht uit Babylon en de terugtocht naar het land dat ooit aan Abraham beloofd werd. GOD heeft zijn woord gesproken door de profeet – de Knecht – die er zijn leven voor gegeven heeft. En dat woord, gesproken door de profeet en ontvangen door de hoorders, zal zijn werk doen, zoals de regen de velden drenkt en groeikracht geeft aan de gewassen. Er is maar één voorwaarde: het woord moet gehoord worden. Het is een refrein dat we kennen uit het evangelie: „Wie oren heeft om te horen, moet luisteren.” GOD kan veel bewerken, maar Hij kan niet bewerken dat mensen de bereidheid tonen om zich open te stellen voor dat woord of voor Jezus, het mensgeworden Woord.

Die opdracht om te horen, om goed te luisteren, geldt echter ook ons die reeds tot geloof gekomen zijn. En daarmee zijn we bij de evangelielezing van deze zondag. Die bestaat uit drie delen. In het middelste deel vragen de leerlingen aan Jezus waarom Hij in gelijkenissen spreekt. En precies dan zal Jezus vrijuit spreken over die ene voorwaarde van het ‘horen’. Hij raakt een teer punt aan waarmee ook de vroege Jezusbeweging worstelde: waarom is er weerstand tegen Jezus, de redder, de genezer, de verlosser, de messias? Waarom zijn er velen die volmaakt onverschillig zijn tegenover Hem? Waarom ziet men niet wie Hij werkelijk is? Die vragen werden gesteld in een tijd waarin de Joodse leiders – na de crisis van het jaar 70 en de verwoesting van de heilige tempel – formeel afstand namen van de Jezusbeweging. De volgelingen van Jezus voelden zich in de steek gelaten, opzijgezet, niet gewaardeerd. In de tijd van Jezus’ eigen dagen was het echter niet veel beter: ook toen was er veel weerstand en verzet. Zegt Lucas ons niet dat er op de pinksterdag 120 leerlingen bijeen waren, slechts 120?

Jezus citeert de profeet Jesaja om dit merkwaardige feit van weerstand, verzet en onverschilligheid te verklaren. Deze mensen hebben 'hun hart verhard'. Het hart is naar de Bijbelse betekenis nochtans de plaats waar een mens tot een volheid van kennen kan komen, daar waar wil, verstand en gevoel tot integratie komen en in contact komen met de grondverlangens van de mens. Wie zijn hart verhardt, blokkeert zichzelf. De waarneming van de zintuigen blijft dan oppervlakkig en beperkt, er vindt geen doorstroming plaats. En merkwaardig genoeg kan dit zelfs gebeuren omdat de mens bang is voor de genezing die hem te wachten zou staan als hij zijn hart zou deblokkeren, openstellen. Een onthutsend inzicht.

Twee delen flankeren de reflectie van Jezus over de verharding van het hart. In het eerste deel vertelt Jezus de gelijkenis van de zaaier. In het tweede deel spitst Hij die gelijkenis toe op één bepaalde uitwerking ervan: niet de zaaier staat centraal, maar het zaad en de weg die het zaad vindt om te ontkiemen. In die uitleg staat dus de hoorder van het woord centraal. Er zijn vier manieren om te luisteren. De eerste manier is oppervlakkig, zonder het verlangen om door te dringen in de diepere betekenislagen van het verhaal of het woord. Hier krijgt het woord eenvoudigweg niet de kans om te kiemen, het wordt meteen weggegraaid door hem die aan de grondslag staat van elk kwaad. De tweede manier van luisteren is een dubbelzinnige: zolang het goed gaat, is men enthousiast en wil men meedoen, zodra het minder goed gaat, haakt men af. Heel herkenbaar. De derde manier van luisteren is gestoeld op waarachtige belangstelling, maar wordt bedreigd door de drukte en de zorgen van het leven. Dat kennen wij allemaal wel: druk, druk, druk. Bij de vierde manier van luisteren valt het zaad in goede aarde. Het krijgt de kans om te ontkiemen en door te groeien. En véél vrucht te dragen.

PDF-document met commentaar 

volg ons

over deze blog

Deze blog gaat op zoek naar de betekenis van Bijbelteksten.

In onze artikels wijzen we vaak de weg naar meer informatie die te vinden is in het Bijbelhuis.

Hier leest u ook artikels over onze bijzondere programmatie of evenementen.

Breng deze pagina regelmatig een bezoekje. Je vindt hier geregeld nieuwe teksten.

Jean Bastiaens, directeur van Bijbelhuis Zevenkerken.