Feest van de Heilige Petrus en Paulus

 Zondag 29 juni 2014

  • Eerste lezing: Handelingen 12,1-11
  • Tweede lezing: 2 Timoteüs 4,6-8.17-18
  • Evangelielezing: Matteüs 16,13-19
  • Ingesproken lezingen
  • Commentaar: Bevlogen leiderschap

 

Handelingen 12, 1-11

Eerste lezing uit de Handelingen van de Apostelen

 

Sla uw mantel om en volg mij 

 

In die dagen legde koning Herodes de hand op enkele leden van de kerk
om hen te mishandelen:
Jakobus, de broer van Johannes, liet hij met het zwaard ter dood brengen.
Omdat hij bemerkte dat dit de joden aangenaam was,
liet hij ook nog Petrus gevangen nemen.
Het was juist in de dagen van het ongedesemde brood.
Toen hij hem in handen had gekregen, wierp hij hem in de gevangenis
en liet hem bewaken door vier groepen soldaten, elk van vier man;
het was zijn bedoeling Petrus na het paasfeest voor het volk te leiden.
Terwijl Petrus in de gevangenis zat, werd door de kerk vurig voor hem tot God gebeden.
In de nacht vóórdat Herodes hem wilde laten voorleiden,
lag Petrus met twee kettingen vastgebonden, te slapen tussen twee soldaten,
terwijl ook voor de poort van de gevangenis wacht werd gehouden.
Opeens stond een engel des Heren bij hem en was de cel hel verlicht.
Hij stootte Petrus in de zij, wekte hem en sprak: “Sta vlug op.”
Meteen vielen de kettingen van zijn handen.
Vervolgens zei de engel: “Doe uw gordel om en bind uw sandalen onder.”
Petrus deed het. De engel hernam: “Sla uw mantel om en volg mij.”
Hij ging mee naar buiten zonder nog te beseffen
dat het werkelijkheid was wat de engel deed:
hij meende een visioen te zien.
Zij passeerden de eerste en de tweede wacht en kwamen aan de ijzeren poort,
die toegang gaf tot de stad; 
deze ging vanzelf voor hen open.
Zij traden naar buiten, liepen een straat ver en eensklaps was de engel verdwenen.
Toen kwam Petrus tot zichzelf en zei:
“Nu weet ik zeker, dat de Heer zijn engel heeft gezonden
en mij heeft ontrukt aan de macht van Herodes
en aan alles wat het volk der Joden verwachtte.”

 

2 Timoteüs 4,6-8.17-18

Tweede lezing uit de tweede brief van de heilige apostel Paulus aan Timoteüs

 

De Heer heeft mij terzijde gestaan en mij kracht gegeven 


Dierbare,
wat mij betreft, mijn bloed wordt weldra geplengd,
het uur van mijn heengaan is nabij.
Ik heb de goede strijd gestreden, de wedloop voleind, het geloof bewaard.
Nu wacht mij de krans der gerechtigheid waarmee de Heer,
de rechtvaardige Rechter, mij zal belonen op de grote dag,
en niet alleen mij, maar allen die met liefde uitzien naar zijn komst.
De Heer heeft mij terzijde gestaan en mij kracht gegeven
om mijn ambt als prediker van het evangelie ten einde toe te vervullen,
zodat alle volken ervan horen, en ik werd verlost uit de muil van de leeuw.
De Heer zal mij blijven beschermen tegen alle boze aanslagen
en mij behouden overbrengen naar zijn hemels koninkrijk.
Hem zij de heerlijkheid in de eeuwen der eeuwen!
Amen.

 

Matteüs. 16, 13-19

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs.

 

op deze steenrots zal Ik mijn kerk bouwen

 

In die tijd, toen Jezus in de streek van Caesarea van Filippus gekomen was,
stelde Hij zijn leerlingen deze vraag:
"Wie is, volgens de opvatting van de mensen, de Mensenzoon?"
Zij antwoordden:
"Sommigen zeggen Johannes de Doper, anderen Elia,
weer anderen Jeremia of een van de profeten."
"Maar gij - sprak Hij tot hen - wie zegt gij dat Ik ben?"
Simon Petrus antwoordde: "Gij zijt de Christus, de Zoon van de levende God."
Jezus hernam: "Zalig zijt gij, Simon, zoon van Jona,
want niet vlees en bloed hebben u dit geopenbaard, maar mijn Vader die in de hemel is.
Op mijn beurt zeg Ik u: Gij zijt Petrus;
en op deze steenrots zal Ik mijn kerk bouwen
en de poorten der hel zullen haar niet overweldigen.
Ik zal u de sleutels geven van het Rijk der hemelen
en wat gij zult binden op aarde, zal ook in de hemel gebonden zijn
en wat gij zult ontbinden op aarde, zal ook in de hemel ontbonden zijn."

PDF-bestand met deze lezingen 

 

ingesproken lezingen

 

 

commentaar bij de zondagslezingen

– Jean Bastiaens –

Bevlogen leiderschap

 

Dit jaar valt het feest van de heilige Petrus en Paulus op een zondag. Een buitenkans om de twee 'zuilen' van de Kerk in het licht te plaatsen. Simon Petrus was de apostel die een echte bindfiguur was voor de veelheid van kerkgemeenschappen in de eerste eeuw. Iedere evangelist schreef voor zijn eigen achterban, maar in elk evangelie komt Simon Petrus bovendrijven als een van de belangrijkste, zo niet de belangrijkste apostel. Dat geldt zelfs voor de gemeenschap waarin het Johannesevangelie ontstond en voor wie de 'beminde leerling' als oorspronkelijke getuige een zeer fundamentele betekenis had. Het feit dat we spreken over 'de twee zuilen' heeft te maken met het feit dat Paulus zelf zegt dat in Jeruzalem was afgesproken – onder het toeziend oog van Jakobus, het hoofd van de moederkerk in Jeruzalem – dat Simon Petrus de leiding op zich nam voor de verkondiging onder de Joden en Paulus voor de verkondiging onder de niet-Joden, dat wil zeggen de 'heidenen' (Galaten 2, 7-9).

Paulus was een uitermate charismatische persoonlijkheid. Hij wist mensen te boeien, te raken, te overtuigen. Hij was een en al passie voor het evangelie, zonder daarbij zijn verleden als 'vervolger van de Jezusbeweging' te willen ontkennen. Hij was wie hij was: ook een apostel, zoals 'de twaalf', zij het de minste onder de apostelen, ja zelfs een 'misbaksel' (1 Korintiërs 15, 8). Paulus was open en rechttoe rechtaan, een man met wie je kon praten. Hij wist heel goed dat zijn eigen levensgang een bewijs was van het feit dat 'alles genade' is. Het woord 'genade' krijgt in zijn brieven dan ook een bijzondere plaats en een bijzondere betekenis.

In de tweede lezing kijkt Paulus – of beter gezegd, een leerling die in zijn naam schrijft – terug op zijn leven. Paulus is zijn Heer Jezus consequent nagevolgd. Hij schrok niet terug voor ontbering, voor gevangenschap, voor vervolging, voor smaad. Altijd had hij het beeld van Jezus voor ogen. Die Jezus, die hij nooit persoonlijk had ontmoet, was voor hem de Levende, die door GOD verhoogd was na een rusteloos leven van totale inzet en dienstbaarheid. In het boek de Handelingen van de Apostelen schetst Lucas Paulus bijna als een tweede Jezus, zoals hij dat trouwens ook met Petrus en met Stefanus doet. Inderdaad, Paulus was zozeer verenigd met de Levende, dat hij kon zeggen dat hijzelf niet meer leefde, maar dat Christus in hem leefde (Galaten 2, 20). In de terugblik van de tweede lezing horen we Paulus op een ontroerende manier zeggen: „Ik heb de goede strijd gestreden, de wedloop voleind, het geloof bewaard." Dit is een devies dat iedere christen zich kan eigen maken en het zijn woorden die iedere christen op zijn sterfbed hoopt te spreken.

Petrus was eveneens een sterke persoonlijkheid, dat laten de teksten over hem toch uitschijnen. Hij was een visser, anders dan Paulus een 'ongeletterde' (Handelingen 4, 13), iemand die geen hogere Tora-studies had gedaan, maar die wel door en door een gelovige Jood was. Hij is een werkman met een bevlogen karakter. Hij houdt oprecht van Jezus, vanaf het eerste uur, en wil Jezus behoeden voor zijn ondergang. Maar in dat streven komt hij ook in conflict met Jezus, juist wanneer het gaat over de manier waarop Jezus zijn messiasschap wil invullen. Bij Petrus hollen de gedachten sneller dan zijn benen dragen kunnen. Maar hij houdt vol, hij volgt een echte leerschool bij Jezus waarin zelfs de verloochening hem niet klein kan krijgen. Integendeel, wanneer Jezus eenmaal is gestorven en verschenen als de Levende, staat er een nieuwe Petrus op, die – hoewel ongeletterd – een vurige verkondiger wordt van de blijde boodschap. Het is de heilige Geest die hem daarbij zal leiden.

In de evangelielezing zijn we getuige van de messiasbelijdenis van Simon Petrus. Het gebeurt in Caesarea van Filippus, bij de bronnen van de Jordaan, op een afgelegen plek. Daar durft Simon het hoge woord uit te spreken, namelijk dat voor hem Jezus de lang verwachte messias van Israël is.

Jezus prijst Simon om dit inzicht en verbindt er een zaligspreking en een belofte aan. Die eenvoudige Simon, de zoon van Jona, heeft volgens Jezus een waarachtig woord gesproken. Het lijkt wel of Simon Jezus ter plekke tot de messias heeft aangesteld. Jezus straalt en geeft op zijn beurt aan Simon een nieuwe naam die eigenlijk ook een titel is: 'Gij zijt Petrus, de steenrots waarop Ik mijn Kerk zal bouwen.' In het Grieks staat voor Kerk het woord ekklèsia, dat 'vergadering van geroepenen' betekent. In die vergadering zullen én Jood én heiden hun plaats krijgen. Het heeft dus nog niet de betekenis die helaas later aan 'Kerk' gegeven zal worden, in oppositie namelijk met 'synagoge'. Simon wordt Petrus, en als zodanig krijgt hij de bevoegdheid in handen om die kerkgemeenschap te leiden, om besluiten te bekrachtigen, om Schriftinterpretaties geldig te verklaren, om afgedwaalde schapen weer te verzoenen met de gemeente. Een hele verantwoordelijkheid. 

PDF-bestand met commentaar

volg ons

over deze blog

Deze blog gaat op zoek naar de betekenis van Bijbelteksten.

In onze artikels wijzen we vaak de weg naar meer informatie die te vinden is in het Bijbelhuis.

Hier leest u ook artikels over onze bijzondere programmatie of evenementen.

Breng deze pagina regelmatig een bezoekje. Je vindt hier geregeld nieuwe teksten.

Jean Bastiaens, directeur van Bijbelhuis Zevenkerken.