Pinksteren

 

ZONDAG 23 MEI 2021

  • Eerste lezing: Handelingen 2,1-11
  • Tweede lezing: 1 Korintiërs 12,3B-7.12-13 of Galaten 5, 16-25
  • Evangelielezing: Johannes 20,19-23 of Johannes 15, 26-27; 16, 12-15
  • Ingesproken lezingen
  • Commentaren bij de lezingen: 
    • Alles wordt nieuw
    • Aangeraakt door een heilig vuur!
    • Word een bewogen mens 

Handelingen 2,1-11

Uit de Handelingen der Apostelen

Toen de dag van Pinksteren aanbrak
waren allen bijeen op dezelfde plaats.
Plotseling kwam uit de hemel
een gedruis alsof er een hevige wind opstak
en heel het huis waar zij gezeten waren was er vol van.
Er verscheen hun iets dat op vuur geleek
en dat zich, in tongen verdeeld, op ieder van hen neerzette.
Zij werden allen vervuld van de heilige Geest
en zij begonnen te spreken in vreemde talen,
naar gelang de Geest hun te vertolken gaf.
Nu woonden er in Jeruzalem Joden,
vrome mannen,
die afkomstig waren uit alle volkeren onder de hemel.
Toen dat geluid ontstond liepen die te hoop
en tot hun verbazing
hoorde iedereen hen spreken in zijn taal.
Zij waren buiten zichzelf en zeiden vol verwondering:
"Maar zijn allen die daar spreken dan geen Galileeërs?
Hoe komt het dan
dat ieder van ons hen hoort spreken
in zijn eigen moedertaal?
Parten, Meden en Elamieten,
bewoners van Mesopotámië, van Judea en Kappadócië,
van Pontus en Asia,
van Frygië en Pamfylië,
Egypte en het gebied van Líbië bij Cyréne,
de Romeinen die hier verblijven,
Joden zowel als proselieten,
Kreténzen en Arabieren,
wij horen hen in onze eigen taal spreken van Gods grote daden."

 

1 Korintiërs 12,3b-7.12-13

Uit de eerste brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Korinte

Broeders en zusters,
Niemand die zegt: "Jezus is vervloekt"
staat onder invloed van de geest van God;
en niemand kan zeggen: "Jezus is de Heer"
tenzij door de heilige Geest.
Er zijn verschillende gaven maar slechts één Geest.
Er zijn vele vormen van dienstverlening maar slechts één Heer.
Er zijn allerlei soorten werk maar er is slechts één God
die alles in allen tot stand brengt.
Maar aan ieder van ons wordt de openbaring van de Geest meegedeeld
tot welzijn van allen.
Het menselijk lichaam vormt met zijn vele ledematen één geheel;
alle ledematen, hoe vele ook, maken tezamen één lichaam uit.
Zo is het ook met de Christus.
Wij allen, Joden en Grieken, slaven en vrijen
zijn immers in de kracht van één en dezelfde Geest
door de doop één enkel lichaam geworden
en allen werden wij gedrenkt met één Geest.

of 

galaten 5, 16-25

Uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de Galaten

Broeders en zusters,
Leeft naar de Geest,
dan zult ge niet uitvoeren wat de zelfzucht dicteert.
Wat de zelfzucht wil, strijdt met de Geest,
en omgekeerd,
het verlangen van de Geest komt in botsing met het egoisme.
Die twee liggen met elkaar overhoop
zodat ge niet kunt doen wat ge zoudt willen doen.
Maar als ge u door de Geest laat leiden,
staat ge niet onder de wet.

De uitingen van zelfzucht zijn bekend genoeg:
ontucht, onreinheid en losbandigheid,
afgoderij en toverij,
haat, tweespalt, afgunst, driftbuien en intriges,
ruzies, partijschappen en jaloersheden,
drinkgelagen, uitspattingen en zo meer.
Ik waarschuw u zoals ik u al eerder gewaarschuwd heb:
wie zich zo misdragen
zullen het koninkrijk van God nooit erven.

De vrucht van de Geest daarentegen is
liefde, vreugde, vrede, geduld,
vriendelijkheid, goedheid, trouw,
zachtheid en ingetogenheid.
Met zulke dingen heeft geen wet iets te maken.
En zij die bij Christus Jezus horen,
hebben hun zelfzucht gekruisigd
met haar hartstochten en begeerten.
Daar wij leven door de Geest,
willen we ook leven volgens de Geest.

  

Johannes 20,19-23

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes

In de avond van die eerste dag van de week,
toen de deuren van de verblijfplaats der leerlingen
gesloten waren uit vrees voor de Joden, kwam Jezus binnen,
ging in hun midden staan en zei: "Vrede zij u."
Na dit gezegd te hebben toonde Hij hun zijn handen en zijn zijde.
De leerlingen waren vervuld van vreugde toen zij de Heer zagen.
Nogmaals zei Jezus tot hen: "Vrede zij u.
Zoals de Vader Mij gezonden heeft, zo zend Ik u."
Na deze woorden blies Hij over hen en zei:
"Ontvangt de heilige Geest.
Wier zonden gij vergeeft, hun zijn ze vergeven,
en wier zonden gij niet vergeeft, hun zijn ze niet vergeven."

of

johannes 15, 26-27; 16, 12-15

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes 

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen:
'Wanneer de Helper komt
die Ik u van de Vader zal zenden,
de Geest der waarheid die van de Vader uitgaat,
zal Hij over Mij getuigenis afleggen.
Maar ook gij moet getuigen,
want vanaf het begin zijt gij bij Mij.

Nog veel heb Ik u te zeggen,
maar gij kunt het nu nog niet dragen.
Wanneer Hij echter komt, de Geest der waarheid,
zal Hij u tot de volle waarheid brengen.
Hij zal niet uit zichzelf spreken
maar spreken al wat Hij hoort
en u de komende dingen aankondigen.
Hij zal Mij verheerlijken
omdat Hij aan u zal verkondigen
wat Hij van Mij ontvangen heeft.
Daarom zei Ik dat Hij aan u zal verkondigen
wat Hij van Mij ontvangen heeft.
Al wat de Vader heeft is het mijne.'

 

Ingesproken lezingen
(uit het lectionarium)

 

INGESPROKEN LEZINGEN
(UIT de nieuwe bijbelvertaling)

 

 

commentaren bij de zondagslezingen

— Jean Bastiaens —

Alles wordt nieuw

Het Nederlandse woord 'Pinksteren' gaat terug op een Grieks woord dat 'vijftigste' betekent, want de Pinksterdag is de vijftigste dag na Pasen. Tussen Pasen en Pinksteren liggen er dus zeven weken en reeds in de begintijd van het volk Israël waren dat bijzondere weken. Het waren de weken van de eerste oogst (sjavoeot). Op de vijftigste dag van het Wekenfeest, op de pinksterdag dus, werd er in grote vreugde gevierd dat god zijn volk een „goed land" had gegeven, een „land van melk en honing". In het boek Deuteronomium lezen we: „Zeven weken moet u aftellen: zeven weken nadat de eerste sikkel in het koren is gezet moet u voor de HEER, uw god, het Wekenfeest vieren, zo uitbundig als uw vrijwillige gaven het toelaten, naar de mate waarin de HEER, uw god, u zegent. Ten overstaan van Hem moet u dan feestvieren, samen met uw zonen en dochters, uw slaven, uw slavinnen, de Levieten die bij u in de stad wonen, en de vreemdelingen, de weduwen en de wezen"  (Deuteronomium 16, 9-11).

In latere tijd kreeg het feest een meer nadrukkelijke band met de heilsgeschiedenis. Het goede leven in het land is immers maar echt mogelijk, wanneer het volk de Tora als reisgids aanvaardt. En zo wordt tijdens het pinksterfeest ook de herinnering aan de gave van de Tora gevierd.
De Tora bestaat uit voorschriften en uit verhalen, en die twee belichten elkaar. Het voorschrift over de sabbat („Houd de sabbat in ere" Exodus 20, 8) moet bijvoorbeeld samen gelezen worden met het 'instellingsverhaal van de sabbat' (Genesis 1, 1-2,4a). De kern van de Tora wordt gevormd door de gave van de Tien Woorden, op de Sinaïberg. Dat gebeurde op een bijzondere dag: „Heel het volk was verzameld aan de voet van de berg. Plotseling begon het te donderden en te bliksemen, heel de berg werd door rook omgeven toen god neerdaalde in vuur. Alles begon hevig te trillen" (Exodus 19, 16-18). Daar en toen ontving het volk via de bemiddeling van de profeet Mozes die woorden van leven. En op de pinksterdag denken de Joden nog steeds met vreugde aan wat zij toen ontvingen.

Wie het verhaal dat Lucas in Handelingen 2 beschrijft (de eerste lezing) goed leest, begrijpt onmiddellijk dat we hier te maken hebben met een parallelverhaal. Want ook nu is er sprake van „een hevig gedruis, als van een hevige wind", en ook nu daalt er iets neer „dat op vuur geleek". Het is niet god zelf die in dat vuur neerdaalt, zoals in Exodus, maar de heilige Geest die door Jezus was beloofd. Wat is dan het door Lucas beoogde verband tussen de openbaring op de berg Sinaï en de openbaring van de Geest in Jeruzalem? In het eerste geval wordt de Tora geopenbaard, de veilige reisgids voor het goede leven in het land. In het tweede geval wordt de Geest geopenbaard en als gave geschonken, opdat de leerlingen dankzij die heilige Geest de Tora kunnen lezen met het oog op Jezus. We hoeven maar terug te denken aan het Emmaüsverhaal: „Daarna verklaarde Jezus hun wat er in al de Schriften over Hem geschreven stond en Hij begon bij Mozes en de Profeten" (Lucas 24, 7). Later zullen de twee Emmaüsgangers getuigen: „Brandde ons hart niet toen Hij onderweg de Schriften voor ons ontsloot?" (Lucas 24, 32). Zo is er dus een nauw verband tussen het Joodse Wekenfeest en de pinksterdag waarop de heilige Geest als vuur uit de hemel neerdaalt.
Wat is het effect van die nederdaling van de heilige Geest? De leerlingen worden gedreven geloofsverkondigers, op basis van de Schriften. Ze kunnen niet meer zwijgen en beginnen vurig te spreken over „Gods grote daden" zoals die nu in Jezus tot uitdrukking zijn gekomen. Geloofscommunicatie is een gave van de Geest. En het werkt, want de samengestroomde bevolking — Joden en proselieten uit Jeruzalem, maar ook uit de 'wereldwijde' diaspora — begrijpt wat de leerlingen vertellen. Het verhaal over Jezus komt voor hen plotseling in een nieuw licht te staan als 'het verhaal van een levende'.

In de tweede lezing gaat Paulus dieper in op die gave van de heilige Geest. Wanneer iemand tot geloof komt, is dat het werk van de heilige Geest. Want niemand kan Jezus belijden als „de Heer" — dat wil zeggen als de enige die de betrouwbare Gids mag zijn voor mijn levensweg — tenzij door de heilige Geest. Wat is het kenmerk van die Geest? Het doorbreken van grenzen. In de eerste lezing gaat het over het doorbreken van taalgrenzen,
bij Paulus gaat het over het doorbreken van de grens tussen „Joden en Grieken" en tussen „slaven en vrijen". De heilige Geest is de vernieuwer bij uitstek, de grote hervormer van alle dwangmatige patronen waarin mensen en instituties elkaar vastzetten. En juist daarin herkennen we de Geest als de geest van Jezus. Want was dat doorbreken van patronen niet juist een kenmerk van Jezus' leven op aarde?

 


Aangeraakt door een heilig vuur!

Vijftig dagen na Pasen is het Pinksteren. Lucas schrijft in zijn boek Handelingen over het Joodse Paasfeest en over het Joodse Pinksterfeest. Het woord voor Pinksteren is in het Frans Pentecote, dat weer uit het Grieks komt: h hmer pentakoste, dat wil zeggen de vijftigste dag. Tijdens de Pesachmaaltijd - waarin de overwinning op de machten van dood en onderdrukking wordt gevierd - heeft Jezus van het ongedesemde brood gezegd: Dit is mijn lichaam dat voor jullie - de twaalf! - wordt gebroken. En bij de beker met wijn zei Hij: Dit is mijn bloed, het bloed van het nieuwe verbond. De uittocht van het volk uit Egypte kreeg hier een diepteperspectief door de 'uittocht' die Jezus volgens Lucas zal voltrekken (Lucas 9,31): Jezus zal uit het leven wegtrekken, om het van de Vader nieuw te ontvangen. Dat nieuwe leven van Jezus hebben de leerlingen zelf aan den lijve ervaren: Jezus is hun verschenen als de Levende, als de Geliefde van GOD, met de tekens van het kruis op zijn lichaam.
Ook aan zijn leerlingen heeft Jezus nieuw leven beloofd. In de evangelielezing horen we Jezus aan zijn leerlingen beloven dat er een Helper zal komen. Hij zal de openbaring van Jezus verderzetten, zoals de leerlingen op hun beurt getuigen zullen worden van alles wat Jezus gezegd en gedaan heeft. Zij zullen woorden van leven mogen spreken, en dat in een wereld die getekend wordt door de heerschappij van de dood en de zelfzucht. Als getuige van Jezus moet je wel zelf tot de volle waarheid gebracht worden - en deze waarheid betreft zowel de vraag wie Jezus eigenlijk is als de vraag wie ik zelf eigenlijk ben. De Geest van de waarheid zal ons bevrijden en ons woorden doen spreken die we uit onszelf nooit zouden kunnen spreken.
Op deze zondag mag het pinksterverhaal zoals Lucas dat vertelt centraal staan. De lezing beschrijft twee scenes: de nederdaling van het vuur en het wonder van de twaalf talen. In de eerste scene vernemen we dat de leerlingen van Jezus op een plaats verzameld zijn. Het is immers Pinksteren, het uitbundige slotfeest van een periode die zeven weken geduurd heeft. Het is de tijd van de eerste oogst: de vroege oogst van de gerst, gevolgd door de oogst van de tarwe. GOD heeft ons niet alleen uit Egypte weggehaald en door de woestijn geleid, Hij heeft ons ook zijn Land binnengebracht, het land van melk en honing waar alleen GOD regeert en waar het volk wandelt met de Tora als leidraad. En zie, dat goede land brengt vruchten voort. We mogen dankbaar leven uit Gods hand.
Op deze pinksterdag gebeurt er iets onverwachts. Er steekt zo iets als een hevige wind op, er is een intens gedruis en opeens daalt er vuur uit de hemel. Het vuur raakt alle leerlingen aan, hun hele wezen, maar vooral hun tong: plotseling beginnen zij te zingen en te spreken op een manier zoals ze dat nog nooit gedaan hadden. Aangeraakt door het heilig vuur, kunnen zij nieuwe talen spreken die ze nog nooit gesproken hadden. Het is een intens bevrijdende ervaring: vanuit opgeslotenheid en afwachtende passiviteit, worden ze nu naar buiten gedreven om met anderen te communiceren in wel duizend talen.
Er zijn in Jeruzalem nog veel Joden die het pinksterfeest komen vieren. Het aanstekelijke vuur dat de leerlingen van Jezus heeft aangegrepen, wekt hun nieuwsgierigheid. Er zijn Joden bij uit heel de wereldwijde diaspora. Lucas somt ze voor ons op: als we Judea buiten beschouwing laten (een ongelukkige toevoeging) en als we zien dat de opsomming afgesloten wordt met de godsdienstige karakterisering van deze mensen als en Joden en proselieten (Kretenzen en Arabieren zijn weer een latere toevoeging) - dan komen we uit op twaalf landen of gebieden: Parten (1), Meden (2) en Elamieten (3), bewoners van Mesopotamie (4) en Kappadocie (5), van Pontus (6) en Asia (7), van Frygie (8) en Pamfylie (9), van Egypte (10) en het gebied van Libie bij Cyrene (11) als ook de Romeinse Joden die daar verblijven (12). Kortom: heel Israël wordt hier verzameld, de twaalf stammen worden hier uit alle windstreken samengebracht omdat de messiaanse tijd is aangebroken. Het is het tijdperk van het vuur. GOD spreekt door het vuur - maar nu door de vurige tongen van de leerlingen van Jezus, de messias van Israël. De grens-, volk- en taaloverschrijdende zending van deze nieuwe messiaanse gemeenschap behoudt Lucas voor later. Dan zal blijken dat ook Samaritanen en heidenen hiertoe gerekend worden. Het verhaal van de Levende zal rondgaan als een vuur!


Word een bewogen mens

Het kan niet anders dan dat de drie lezingen van deze pinksterzondag gaan over de heilige Geest. De unieke verbondenheid tussen Jezus en de Vader is mogelijk gemaakt door de heilige Geest. Bij zijn doop daalde de Geest neer op Jezus, en zo is Hij aan zijn zending begonnen. In de eerste lezing horen we hoe de leerlingen nu eveneens gedoopt worden met de heilige Geest, en wat dit met hen doet. En dankzij de gave van de Geest – die Jezus van de Vader voor de zijnen verkregen heeft – kunnen de leerlingen nu voluit gaan voor de verkondiging van het Koninkrijk van GOD. De komst van de Geest betekent dynamiek, enthousiasme, vreugde – ook in de beproeving.
Wanneer we de drie lezingen van achteren naar voren lezen, krijgen we te zien wat de Geest allemaal bewerkt. In de evangelielezing wordt de Geest aangeduid als de Parakleet, als de trooster en helper, als degene die bijstand verleent wanneer het moeilijk wordt. Wat zal de Geest doen? Zij zal de leerlingen – in het Hebreeuws, de taalwereld van Jezus, is het woord voor Geest ruach, en dat woord is vrouwelijk – alles 'leren' wat Jezus gezegd heeft en alles opnieuw in herinnering brengen. De Geest zet aan tot liefde voor Jezus en voor alles wat Hij gezegd en gedaan heeft. De herinnering aan Hem wordt tot zegen en wordt het fundament voor volgehouden trouw. Door de Geest worden de leerlingen in de liefdesband opgenomen die bestaat tussen Jezus en zijn Vader.
In de tweede lezing horen we hoe Paulus zich richt tot de Jezusvolgelingen in Rome. Hij spreekt met hen over de werkzaamheid van de Geest, die Jezus uit de doden heeft opgewekt. De Geest wekt tot leven, terwijl de zonde het tegenovergestelde doet. Wie zich teweer stelt tegen allerlei vormen van zelfzucht en zelfgenoegzaamheid, zal ervaren hoe de Geest krachtig werkt en ons doet openstaan voor GOD. Het is de Geest die ons vrijmoedig laat naderen tot GOD en die ons Hem doet aanspreken met de vertrouwelijke uitroep Abba, zeg maar 'ons Vader'. En op grond van dit alles, kunnen wij er veilig op vertrouwen dat diezelfde Geest ook ons eigen sterfelijk lichaam eens helemaal nieuw en levend zal maken.
Na Paulus belanden we dan tenslotte bij het boek Handelingen, waar Lucas ons vertelt hoe die 'doop met de heilige Geest' nu precies in zijn werk is gegaan bij de eerste leerlingen. De leerlingen – niet meer dan een groepje van ongeveer 120 personen, zegt Lucas in 2,15 – waren verzameld in Jeruzalem, in afwachting van de belofte die Jezus hun gedaan had. Ze zijn allemaal samen op de grote feestdag van Pinksteren, dat wil zeggen de Joodse feestdag die het Wekenfeest afsluit, precies 50 dagen na Pasen. Het was een populair feest waar ook veel Joden uit de diaspora voor naar Jeruzalem kwamen, zoals blijken zal uit de lange opsomming van 'Joden en proselieten' uit alle windrichtingen. Misschien werd het pinksterfeest in de tijd van Jezus ook al gevierd als het feest van de verbondsluiting en de gave van de Tora. Vreugde was hoe dan ook de sfeer waarin dit feest gevierd werd. Was dat niet het unieke moment voor de doop met de heilige Geest?
De leerlingen zijn samen en delen in de feeststemming van de stad. Plotseling worden zij iets totaal onverwachts gewaar: er is een gedruis als van een hevige wind, en er verschijnt iets dat op vuur gelijkt. Wind en vuur zijn de associaties waarmee men het onverwachte aanduidt. Onwillekeurig denk je dan aan de natuurelementen die destijds, in de woestijn, op de berg Sinaï de goddelijke verschijning begeleidden. Maar toch is het ook anders, want terwijl het gedruis het hele huis vult, zetten die 'tongen van vuur' – het is een verlegenheidsnaam, laat Lucas weten – zich op elk van de leerlingen. Het gaat niet om massahysterie, maar om een gebeuren dat elke aanwezige hoogstpersoonlijk aanspreekt en vervult. Hier is de Geest aan het werk.
Aan de vruchten herkent men de boom. Zo kunnen we ook hier aan de hand van de effecten zien of het werkelijk om de Geest gaat die Jezus had beloofd. Wat zijn de gevolgen? Het zijn er tweeërlei. Het eerste gevolg is dat de leerlingen in staat zijn om de grenzen van hun afkomst te overstijgen – want het gaat voornamelijk om Galilese leerlingen van Jezus. Dankzij de Geest kunnen ze een brug slaan naar mensen uit andere gebieden, aangrenzende gebieden, maar ook gebieden die ver weg liggen. Het tweede gevolg is dat ze in staat zijn om Gods grote daden zoals Hij die in Jezus gesteld heeft, aan anderen over te brengen. Hiermee is de toon gezet die in heel het boek Handelingen aangehouden zal worden: de Geest maakt van de leerlingen bewogen, enthousiaste en vrijmoedige leerlingen van Jezus. Het wordt een feest!

PDF-bestand van de lezingen en de commentaren

 

 

volg ons

over deze blog

Deze blog gaat op zoek naar de betekenis van Bijbelteksten.

In onze artikels wijzen we vaak de weg naar meer informatie die te vinden is in het Bijbelhuis.

Hier leest u ook artikels over onze bijzondere programmatie of evenementen.

Breng deze pagina regelmatig een bezoekje. Je vindt hier geregeld nieuwe teksten.

Jean Bastiaens, directeur van Bijbelhuis Zevenkerken.