A-cyclus zevende Paaszondag

 ZONDAG 28 MEI 2017

  • Eerste lezing: Handelingen 1,12-14
  • Tweede lezing: 1 Petrus 4,13-16
  • Evangelielezing: Johannes 17,1-11A
  • Ingesproken lezingen
  • Commentaar: Volharden in het gebed

 

Handelingen 1,12-14

Uit de Handelingen der Apostelen  

 

Zij allen bleven eensgezind volharden in het gebed

 


Nadat Jezus ten hemel was opgenomen
keerden de apostelen van de Olijfberg naar Jeruzalem terug.
Deze berg ligt dichtbij Jeruzalem op sabbatsafstand.
Daar aangekomen gingen zij naar de bovenzaal
waar ze verblijf hielden:
Petrus en Johannes, Jakobus en Andreas,
Filippus en Tomas, Bartolomeüs en Matteüs,
Jakobus, zoon van Alfeüs,
Simon de IJveraar en Judas, de broer van Jakobus.
Zij allen bleven eensgezind volharden in het gebed
samen met de vrouwen,
met Maria, de moeder van Jezus, en met zijn broeders.

 

 

1 Petrus 4,13-16

Uit de eerste brief van de heilige apostel Petrus

 

De Geest van God rust op u

 

 

Dierbaren,
Verheugt u in de mate dat gij deel hebt aan het lijden van Christus;
dan zult gij juichen van blijdschap,
wanneer zijn heerlijkheid zich openbaart.
Prijst u gelukkig, als men u hoont om de naam van Christus:
het is een teken dat de Geest der heerlijkheid,
die de Geest van God is,
op u rust.
Zorgt dat niemand van u te lijden heeft
als moordenaar of dief of boosdoener of aanbrenger.
Maar wie als christen lijdt, moet zich niet schamen,
maar God eren met die naam.

 

 

Johannes 17,1-11a

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes

 

Eeuwig leven

 


In die tijd sloeg Jezus zijn ogen ten hemel en zei:
"Vader, het uur is gekomen.
Verheerlijk uw Zoon, opdat de Zoon U verheerlijke.
Gij hebt Hem immers macht gegeven over alle mensen
om eeuwig leven te schenken aan allen die Gij Hem gegeven hebt.
En dit is het eeuwige leven, dat zij U kennen,
de enige ware God en Hem die Gij hebt gezonden: Jezus Christus.
Ik heb U op aarde verheerlijkt
door het werk te volbrengen dat Gij Mij hebt opgedragen te doen.
Gij, Vader, verheerlijk Mij thans bij Uzelf
en geef Mij de heerlijkheid, die Ik bij U had eer de wereld bestond.
Ik heb uw naam geopenbaard aan de mensen die Gij Mij uit de wereld gegeven hebt.
U behoorden ze toe;
Mij hebt Gij ze gegeven en zij hebben uw woord onderhouden.
Nu weten zij dat al wat Gij Mij gegeven hebt, van U komt.
Want de boodschap die Gij Mij hebt meegedeeld,
heb Ik hun meegedeeld,
en zij hebben ze aangenomen en naar waarheid erkend
dat Ik van U ben uitgegaan,
en zij hebben geloofd dat Gij Mij hebt gezonden.
Ik bid voor hen.
Niet voor de wereld bid Ik,
maar voor hen die Gij Mij gegeven hebt, omdat zij U toebehoren.
Al het mijne is van U en het uwe is van Mij.
Zo ben Ik in hen verheerlijkt.
Ik blijf niet langer in de wereld, zij echter blijven in de wereld,
terwijl Ik naar U toe kom." 

PDF-bestand

 

Ingesproken lezingen

 

 

Commentaar

Jean Bastiaens

Volharden in het gebed

 

We bevinden ons in de mooie liturgische tijd tussen Hemelvaart en Pinksteren. Het is een tijd van voorbereiding. Jezus is heengegaan naar zijn Vader. Tegen Maria van Magdala had Hij gezegd: „Houd Mij niet vast" (Johannes 20, 17). Het verhaal moet voortgaan. En dat kan alleen maar, indien Jezus teruggaat naar de Vader, om vanuit de hemel diegene te sturen die de leerlingen voortaan zal bijstaan: de Helper. In het Grieks staat er voor 'helper' paraklêtos, dat wil zeggen 'hij die bijstand verleent, die voor ons in het krijt treedt'. Die 'parakleet' zal ons helpen in moeilijke omstandigheden, wanneer we geen woorden vinden om te getuigen. Hij zal ons aanvuren, wakker houden, alert en creatief. Die Geest zal ons helpen om telkens weer in de waarheid te gaan staan, om veel te verdragen, om ons ego – dat toch telkens weer opspeelt – opzij te zetten, al was het maar een beetje en voor even. We zijn niet alleen en we hoeven niet alles alleen te doen: dat is de boodschap van 'Hemelvaart en Pinksteren'. We mogen rekenen op bijstand, op 'goede bijstand' zoals dat heet. En dat besef geeft ons vertrouwen, maakt ons weerbaar, zelfs wanneer spot of hoon ons deel wordt omdat we ons openlijk toevertrouwen aan GOD en de naam van Jezus op de lippen nemen als onze vriend en heiland (tweede lezing). Het is passend dat de eerste lezing en het evangelie in het teken staan van het gebed.

In de eerste lezing vinden we de groep van de eerste leerlingen samen. Jezus is hun verschenen en heeft hun harten geopend voor zijn aanwezigheid. De leerlingen hebben begrepen dat ze met nieuwe ogen de Schriften moeten gaan lezen (Lucas 24, 45). Alles wat ze met Jezus hebben meegemaakt, gaan ze nu met andere ogen bekijken, vanuit de alles vernieuwende ervaring van zijn verrijzenis. Bij zijn hemelvaart droeg Jezus de leerlingen op in Jeruzalem te blijven. Want daar zullen zij de kracht ontvangen om zijn zending voort te zetten. De leerlingen komen samen in een bovenzaal ergens in de stad. Wie zijn daar verenigd? Er worden drie groepen genoemd: de elf apostelen (zonder Judas Iskariot), 'de vrouwen' (die met Jezus zijn meegereisd en voor Hem hebben gezorgd – Lucas 23, 49.55 – en zij die Hem trouw bleven tot aan het graf – Lucas 24, 10) en tot slot 'de broeders' van Jezus.

De elf apostelen staan voor het hele Joodse volk dat Jezus bijeen wil brengen. Dat volk is de basis van de nieuwe gemeenschap die dankzij Jezus zal ontstaan. De vrouwen vormen een tegengewicht voor het college van louter mannelijke apostelen: zij waren leerlingen vanaf het begin in Galilea en zullen Jezus het meest nabij blijven in zijn lijden. Bij de groep van vrouwen krijgt Maria, de moeder van Jezus, een aparte plaats. Reeds in de gemeenschappen voor wie Lucas schreef, was er een bijzondere verering voor Maria. En als derde groep worden de 'broeders' van Jezus genoemd. Een van hen zal spoedig een bijzondere plaats innemen in de Kerk van Jeruzalem: Jakobus, 'de broeder des Heren' (Handelingen 12, 17; 15, 13; 21, 18). Dit trio vormt de kern van de vroege Jezusbeweging, waarbij diversiteit van ambten en verantwoordelijkheden hoog in het vaandel staat.

De apostelen, de vrouwen en de broeders zijn samen en blijven dag en nacht in gebed. Zo bereiden ze zich voor op wat komen gaat: de gave van de heilige Geest. Het volhardende gebed opent de poort waarlangs de heilige Geest kan binnenkomen.

In de evangelielezing is het Jezus zelf die in gebed is. De arrestatie is niet ver weg en Jezus weet dat ze verwarring en onzekerheid onder de leerlingen zal brengen. Zij hebben zijn gebed en voorbede nodig. Tot tweemaal toe spreekt Jezus GOD aan als zijn 'Vader'. Naarmate de onzekerheid onder de leerlingen toeneemt, wordt Jezus rustiger en meer zeker dat zijn Vader Hem door de dood heen naar zich toe zal halen. Jezus bidt voor hen die achterblijven: zij die naar zijn woord hebben geluisterd zonder af te haken, zij die in de waarheid zijn gaan staan die Jezus hun meedeelde. Hij dankt de Vader voor hun geloof, hun vertrouwen, hun toewijding. Het is daarmee een heel ontroerend gebed: Jezus die zijn Vader dankt voor allen die in Hem geloven, tot op de dag van vandaag.

Ook wij hebben dat gebed van Jezus nodig. Want ook wij voelen ons dikwijls onzeker over ons geloof, over de toekomst van de Kerk, over gemeenschappen die afbrokkelen. Ook wij kunnen de spot en de hoon die christenen ten deel vallen soms moeilijk verdragen. Maar Jezus bidt voor ons. En Hij stuurt ons zijn Helper – het zal niet lang meer duren.

PDF-bestand

volg ons

over deze blog

Deze blog gaat op zoek naar de betekenis van Bijbelteksten.

In onze artikels wijzen we vaak de weg naar meer informatie die te vinden is in het Bijbelhuis.

Hier leest u ook artikels over onze bijzondere programmatie of evenementen.

Breng deze pagina regelmatig een bezoekje. Je vindt hier geregeld nieuwe teksten.

Jean Bastiaens, directeur van Bijbelhuis Zevenkerken.