A-B-C Aankondiging van de Heer of Feest van Maria Boodschap

zondag 25 maart

  • Eerste lezing: Jesaja 7, 10-14
  • Tweede lezing: Hebreeën 10, 4-10
  • Evangelielezing: Lucas 1, 26-38
  • Ingesproken lezingen
  • Commentaar: /

 

 

Jesaja 7,10-14

Eerste lezing uit de profeet Jesaja

 

Aankondiging van de Heer

 

De Heer liet verder tegen Achaz zeggen:
‘Vraag om een teken van de Heer, uw God,
hetzij uit de diepte van het dodenrijk hetzij uit de hoge hemel.’
Maar Achaz antwoordde:
‘Nee, ik zal geen teken vragen,
ik zal de Heer niet op de proef stellen.’
Toen antwoordde Jesaja:
‘Luister, huis van David.
Is het niet genoeg de mensen te tergen?
Moet u nu ook mijn God tergen?
Daarom zal de Heer zelf u een teken geven:
de jonge vrouw is zwanger,
zij zal spoedig een zoon baren en hem Immanuël noemen.’

 

 

Hebreeën 10,4-10

Uit de brief van Paulus aan de Hebreeën

 

Zijn lichaam, Zijn offer

 

Broeders en zusters,

bloed van stieren en bokken
kan mensen onmogelijk van hun zonden bevrijden.
Daarom zegt Christus bij zijn komst in de wereld:
‘Offers en gaven hebt U niet verlangd,
maar U hebt mij een lichaam gegeven;
brand– en reinigingsoffers behaagden U niet.
Toen heb ik gezegd: “Hier ben ik”,
want dit staat in de boekrol over mij geschreven:
“Ik ben gekomen, God, om uw wil te doen.”’
Eerst zegt Hij:
‘Offers en gaven hebt U niet verlangd,
brandoffers en reinigingsoffers behaagden U niet’
–daarmee bedoelt Hij
de offers die volgens de wet worden gebracht.
Dan zegt Hij:
Hier ben ik, ik ben gekomen om uw wil te doen’,
waarmee Hij het eerste opheft
om het tweede van kracht te doen zijn.
Op grond van die wil zijn wij voor eens en altijd geheiligd,
door het offer van het lichaam van Jezus Christus.

 

Lucas 1,26-38

Uit het heilig evangelie van de Heer Jezus Christus volgens Lucas

 

Boodschap van de engel aan Maria

 

In de zesde maand zond God de engel Gabriël
naar de stad Nazaret in Galilea,
naar een meisje dat was uitgehuwelijkt
aan een man die Jozef heette,
een afstammeling van David.
Het meisje heette Maria.
Gabriël ging haar huis binnen en zei:
‘Gegroet Maria, je bent begenadigd,
de Heer is met je.’
Ze schrok hevig bij het horen van zijn woorden
en vroeg zich af wat die begroeting te betekenen had.
Maar de engel zei tegen haar:
‘Wees niet bang, Maria,
God heeft je zijn gunst geschonken.
Luister, je zult zwanger worden en een zoon baren,
en je moet Hem Jezus noemen.
Hij zal een groot man worden
en Zoon van de Allerhoogste worden genoemd,
en God, de Heer,
zal Hem de troon van zijn vader David geven.
Tot in eeuwigheid zal Hij koning zijn
over het volk van Jakob,
en aan zijn koningschap zal geen einde komen.’
Maria vroeg aan de engel:
‘Hoe zal dat gebeuren?
Ik heb immers nog nooit
gemeenschap met een man gehad.’
De engel antwoordde:
‘De heilige Geest zal over je komen
en de kracht van de Allerhoogste
zal je als een schaduw bedekken.
Daarom zal het kind dat geboren wordt,
heilig worden genoemd en Zoon van God.
Luister, ook je familielid Elisabet is zwanger van een zoon,
ondanks haar hoge leeftijd.
Ze is nu, ook al hield men haar voor onvruchtbaar,
in de zesde maand van haar zwangerschap,
want voor God is niets onmogelijk.’
Maria zei: ‘De Heer wil ik dienen:
laat er met mij gebeuren wat U hebt gezegd.’
Daarna liet de engel haar weer alleen.

PDF-bestand

 

Ingesproken lezingen

volg ons

over deze blog

Deze blog gaat op zoek naar de betekenis van Bijbelteksten.

In onze artikels wijzen we vaak de weg naar meer informatie die te vinden is in het Bijbelhuis.

Hier leest u ook artikels over onze bijzondere programmatie of evenementen.

Breng deze pagina regelmatig een bezoekje. Je vindt hier geregeld nieuwe teksten.

Jean Bastiaens, directeur van Bijbelhuis Zevenkerken.